← België

Arrest 164978 - - 22/11/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 november 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.164.978 Rolnummer: A. 175029/X-12943 Zaak: Arrest 164978 - - 22/11/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-12-12 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-07-01 09:48 Fiche Arrest nr 164.978 van 22 november 2006 - Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 164.978 van 22 november 2006 in de zaak A. 175.029/X-12.

  1. In zake : Jacqueline DESSET, die woonplaats kiest bij Advocaat D. STOCKMAN, kantoor houdende te 8560 WEVELGEM, Leiestraat 4 tegen : de gemeente WEVELGEM, die woonplaats kiest bij Advocaat N. VANLERBERGHE, kantoor houdende te 8870 IZEGEM, Kasteelstraat
  2. tussenkomende partij : Linda BEELPREZ-HIMPE, die woonplaats kiest bij. Advocaat J. VYNCKIER, kantoor houdende te 8510 KORTRIJK-MARKE, Engelse Wandeling
  3. DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Jacqueline DESSET op 18 juli 2006 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 7 maart 2006 van het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Wevelgem waarbij aan Linda BEELPREZ-HIMPE de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het bouwen van een rijwoning op een perceel gelegen te Wevelgem, Kortrijkstraat 386, kadastraal gekend sectie C, nr. 811 l; Gelet op de beschikking van 21 augustus 2006 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend voor wat de schorsingsprocedure betreft; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur T. DE WAELE; X-12.943-1/4 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 12 oktober 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 10 november 2006; Gehoord het verslag van Staatsraad G. DEBERSAQUES; Gehoord de opmerkingen van Advocaat D. STOCKMAN die verschijnt voor de verzoekende partij, van Advocaat B. VERHAEGHE die loco Advocaat N. VANLERBERGHE verschijnt voor de verwerende partij, en van Advocaat D. VYNCKIER die loco Advocaat J. VYNCKIER verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur T. DE WAELE; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat Linda BEELPREZ-HIMPE met een op 13 september 2006 ter post aangetekend verzoekschrift vraagt om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen; Overwegende dat de tussenkomende partij de ontvankelijkheid van het beroep betwist; dat uit hetgeen hierna volgt zal blijken dat in elk geval niet voldaan is aan de grondvoorwaarden voor het inwilligen van de vordering tot schorsing; dat het in die omstandigheden niet nodig is om de opgeworpen excepties te onderzoeken; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; X-12.943-2/4 Overwegende, wat het moeilijk te herstellen ernstig nadeel betreft, dat de verzoekende partij het volgende uiteenzet: "Het is een feit dat in bouwzaken de afbraak van een bouwwerk steeds onzeker is, waardoor de moeilijke herstelbaarheid van het nadeel sneller aanvaard wordt. (...) Het is duidelijk dat het voorgenomen bouwwerk bijzonder ingrijpend is voor de leefwereld van verzoekster. Er kan niet verwacht worden dat een bouwwerk opgetrokken wordt dat verzoekster quasi alle lichtinval langs achteren en een groot deel van haar zicht op haar eigen tuin ontneemt"; Overwegende dat de verzoekende partij zich in de uiteenzetting van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel niet mag beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar concrete en precieze gegevens dient aan te brengen waaruit enerzijds de ernst van het nadeel blijkt dat zij ondergaat of dreigt te ondergaan, hetgeen inhoudt dat zij concrete en precieze aanduidingen moet verschaffen omtrent de aard en de omvang van het nadeel dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte kan berokkenen, en waaruit anderzijds het moeilijk te herstellen karakter van het nadeel blijkt; Overwegende dat het aan de verzoekende partij toekomt om in haar verzoekschrift tot schorsing duidelijk en concreet aan te geven welk moeilijk te herstellen ernstig nadeel zij ondergaat of dreigt te ondergaan; dat de verzoekende partij zich in haar uiteenzetting beperkt tot blote beweringen die ze niet stoffeert, of aannemelijk maakt aan de hand van concrete en precieze gegevens; dat zij inzonderheid wat haar bewering betreft aangaande "het bijzonder ingrijpend" zijn van het bouwwerk op "de leefwereld" van de verzoekende partij, verzuimt in haar verzoekschrift enig concreet gegeven ter zake bij te brengen; dat ook de overgelegde fotoreportage - die beperkt is tot foto’s betreffende de (grond)werken - ter zake geen steun biedt; dat dit verzuim de Raad in de onmogelijkheid stelt dit nadeel op zijn merites te onderzoeken; dat hetzelfde geldt voor de niet met concrete en precieze gegevens ondersteunde opmerking inzake de lichtinval en het zicht op haar tuin; dat derhalve de uiteenzetting van de verzoekende partij onvoldoende concrete en precieze gegevens bevat waaruit blijkt dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen zoals bedoeld door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Overwegende dat niet is voldaan aan een van de bij artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de X-12.943-3/4 schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te kunnen bevelen; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen; BESLUIT: Artikel
  4. Het verzoek tot tussenkomst van Linda BEELPREZ-HIMPE in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
  5. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  6. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tweeëntwintig november 2006, door: de H. G. DEBERSAQUES, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. G. DEBERSAQUES. X-12.943-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.164.978 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.169.119 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.