id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 november 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.165.000 Rolnummer: A. 166853/XIV-23792 Zaak: Arrest 165000 - - 22/11/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-12-05 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-07-01 09:56 Fiche Arrest nr 165.000 van 22 november 2006 - Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 165.000 van 22 november 2006 in de zaak A. 166.853/XIV-23.
- In zake : XXX, die woonplaats kiest bij Advocaat A. BAHRAMI, kantoor houdende te 1210 BRUSSEL, Koningsstraat 229 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Iraanse nationaliteit, op 12 september 2005 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van 22 augustus 2005 van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen, Eerste Nederlandse Kamer, waarbij wordt geweigerd hem als vluchteling te erkennen; Gelet op de beschikking van 26 oktober 2005 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien het verslag opgemaakt door Adjunct-auditeur R. VERCRUYSSEN, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 13 juli 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 18 oktober 2006; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter A. BEIRLAEN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat K. HINNEKENS die, loco Advocaat A. BAHRAMI verschijnt voor de verzoekende partij en van Advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de verwerende partij; XIV-23.792-1/4 Gehoord het eensluidend advies van Auditeur M. VAN LIMBERGEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Over de gegrondheid van het beroep. 1.
- Overwegende dat verzoeker als enig middel aanvoert: “III - MOYEN : Pris de la violation de l'article 57/11, 57/16, 57/17 et 57/22 de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers, ainsi que de l'erreur manifeste d'appréciation. Qu'à ressort de l'article 57/11 précité que la Commission Permanente de Recours des Réfugies est seule compétente, en qualité de juridiction administrative, pour connaître des recours dirigés contre les décisions de refus sur le fond prises par le Commissaire général aux réfugies; qu'en application de l'article 57/22 également précité les "décisions de la Commission permanente de recours des réfugies sont motivées en indiquant les circonstances de la cause". Que conformément au prescrit de l'article 57/16: «L'étranger qui introduit un recours auprès de la Commission Permanente de recours des réfugies doit élire domicile en Belgique. Toute notification lui est valablement faite par le président ou son délégué au domicile élu.» En ce que la partie adverse considère que le recours du requérant doit être rejeté car il n'a pas assiste a l'audience du 22 août 2005 a laquelle il a été convoqué. Alors que concernant la convocation adressée par la partie adverse sous pli recomman- dé du 18/07/2005, le requérant affirme ne l'avoir jamais reçu; qu'en effet, ledit courrier a été envoyé par la partie adverse à l'ancienne adresse du requérant à savoir à 1070 Bruxelles de sorte que le requérant ne pouvait légitimement en être valablement informé; Que le requérant a informé la partie adverse en temps utile de son changement d'adresse; qu'une attestation délivrée par la partie adverse datée du 14/12/2004 en témoigne; (cf annexe 2) Que le requérant habite depuis décembre 2004 à 1160 Bruxelles. Que le requérant n'a en outre pas reçu la décision attaquée et n'en a été informé que par son conseil; Qu'en effet, la décision attaquée a également été envoyée a l'ancienne adresse du requérant; Que ce n'est, manifestement, que pour une raison totalement étrangère à sa volonté et entièrement imputable à la partie adverse que le requérant n'a pu recevoir la convoca- tion de la Commission Permanente de Recours des Réfugiés; Que si la décision attaquée devait être exécutée, le recours sus visé perdrait toute effectivité et constituerait une violation manifeste du principe du droit à un recours effectif porte par les article 9 et 13 de la Convention Européenne des Droits de l’Homme; Que l'acte entrepris méconnaît ainsi les règles visées au moyen et doit dès lors être cassé par Votre haute juridiction.”; 1.
- Overwegende dat verzoeker als bijlage bij zijn verzoekschrift een kopie heeft neergelegd van een ontvangstbewijs van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelin- gen waarbij wordt verklaard dat verzoeker op 14 december 2004 een verandering van de gekozen woonplaats heeft ter kennis gebracht van de Commissie, die in ontvangst werd genomen door W. Vandecandelaere, bestuursassistent, en eveneens werd voorzien van de stempel van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen; dat tenzij zou blijken dat dit XIV-23.792-2/4 stuk een vals stuk is, moet worden vastgesteld dat verzoeker lopende zijn procedure voor de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen en voordat hij werd uitgenodigd voor de behandeling van zijn zaak een verandering van zijn gekozen woonplaats heeft doorgevoerd; dat de uitnodiging die naar het oude adres van verzoeker, te 1070 Brussel, werd verstuurd aldus niet gericht was naar de op dat ogenblik, 18 juli 2005, geldende gekozen woonplaats; dat aldus de verzoekende partij, niet werd opgeroepen zoals voorzien in artikel 57/16 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelin- genwet); dat het enig middel in die mate gegrond is;
- Overwegende dat er grond is om toepassing te maken van artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, BESLUIT: Artikel
- Vernietigd wordt de beslissing van 22 augustus 2005 van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen, Eerste Nederlandse Kamer, waarbij wordt geweigerd verzoeker als vluchteling te erkennen. Artikel
- Dit arrest zal in de registers van voormelde Commissie worden overgeschreven, en melding ervan zal worden gemaakt op de kant van de vernietigde beslissing. Artikel
- De zaak wordt verwezen naar een anders samengestelde kamer van deze Commissie. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. XIV-23.792-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tweeëntwin- tig november tweeduizend en zes, door : de HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. A. BEIRLAEN. XIV-23.792-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.165.000 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.