← België

Arrest 165060 - - 23/11/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 november 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.165.060 Rolnummer: A. 136811/X-11416 Zaak: Arrest 165060 - - 23/11/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-12-21 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-07-01 10:02 Fiche Arrest nr 165.060 van 23 november 2006 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.nr. 165.060 van 23 november 2006 in de zaak A. 136.811/X-11.

  1. In zake : Pascal CANNAERT die woonplaats kiest bij Advocaat L. OCKIER, kantoor houdende te 8510 KORTRIJK, Pieter Breughelstraat 25 tegen : de stad MENEN, die woonplaats kiest bij Advocaat I. LIETAER, kantoor houdende te 8500 KORTRIJK, President Rooseveltplein
  2. tussenkomende partij : de vzw HEILIG HARTZIEKENHUIS, die woonplaats kiest bij Advocaat C. GYSEN, kantoor houdende te 2800 MECHELEN, Antwerpsesteenweg
  3. DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Pascal CANNAERT op 16 mei 2003 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 14 oktober 2002 van het College van burgemeester en schepenen van de stad Menen waarbij aan de vzw HEILIG HARTZIEKENHUIS de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het bouwen van een verloskwartier op een bestaand gebouw en het plaatsen van een luifel op een perceel gelegen te Menen, Rijselstraat 71-73, kadastraal bekend sectie E, nr. 931k; Gelet op het arrest nr. 138.880 van 24 december 2004 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gelet op het verzoekschrift tot voortzetting van het geding van 20 januari 2005 ingediend door de verzoekende partij; X-11.416-1/3 Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 22 februari 2005 ingediend door de vzw HEILIG HARTZIEKENHUIS; Gelet op de beschikking van 28 februari 2005 die de tussenkomst van de vzw HEILIG HARTZIEKENHUIS toelaat; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Adjunct-auditeur B. SPEYBROUCK; Gelet op de beschikking van 26 juni 2006, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partij op 6 juli 2006; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de Hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partij melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Overwegende dat de verzoekende partij binnen de termijn van dertig dagen, bepaald in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure heeft ingediend; dat krachtens die wetsbepaling te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt; dat, op grond van artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent, de kamer de afstand van X-11.416-2/3 geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord, BESLUIT: Artikel
  4. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  5. De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drieëntwintig november 2006, door : de H. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. J. CAMU, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, J. CAMU. J. BOVIN. X-11.416-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.165.060 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.138.880 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.