← België

Arrest 165188 - - 28/11/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 november 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.165.188 Rolnummer: A. 98013/VII-23112 Zaak: Arrest 165188 - - 28/11/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-12-08 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-07-01 10:22 Fiche Arrest nr 165.188 van 28 november 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 165.188 van 28 november 2006 in de zaak A. 98.013/VII-23.

  1. In zake :
  2. de n.v. EUROPEAN AIR TRANSPORT,
  3. de n.v. DHL AVIATION,
  4. de n.v. DHL INTERNATIONAL, die woonplaats kiezen bij advocaten Ph. MALHERBE en D. LINDEMANS, kantoor houdende te BRUSSEL, Keizerslaan 3, tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat J. BERGÉ, kantoor houdende te LEUVEN, Naamsestraat 165 tussenkomende partij : de v.z.w. BOND BETER LEEFMILIEU VLAANDEREN, die woonplaats kiest bij advocaat J. VERSTRAETEN, kantoor houdende te HEIST-OP-DEN-BERG, Dorp 72a. ---------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. EUROPEAN AIR TRANSPORT, de n.v. DHL AVIATION en de n.v. DHL INTERNATIONAL op 1 december 2000 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 29 september 2000 van de Vlaamse minister van leefmilieu en landbouw waarbij de beroepen ingesteld tegen het besluit van 1 februari 2000 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant houdende het verlenen aan de n.v. van publiek recht BRUSSELS INTERNATIONAL AIRPORT COMPANY (B.I.A.C.), van de vergunning voor de exploitatie van de vlieghaven “Luchthaven Brussel-Nationaal” te Zaventem, gedeeltelijk gegrond worden verklaard in de zin dat de bijzondere vergunningsvoorwaarden met betrekking tot de beheersing van de geluidshinder tijdens de nacht, zoals gewijzigd bij besluit van 16 maart 2000 van de VII-23.112-1/5 bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant, gewijzigd en aangevuld worden met nieuwe voorwaarden; Gelet op het arrest nr. 102.225 van 20 december 2001 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting ingediend door de verzoekende partijen; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 29 maart 2002; Gelet op de beschikking van 15 april 2002 die de tussenkomst van de v.z.w. BOND BETER LEEFMILIEU VLAANDEREN toelaat; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur P. SOURBRON; Gelet op de beschikking van 23 februari 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partijen; Gelet op de beschikking van 5 oktober 2006 waarbij de terechtzit- ting bepaald wordt op 6 september 2006; Gehoord het verslag van staatsraad R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat Th. EYSKENS die, loco advocaat D. LINDEMANS verschijnt voor de verzoekende partijen, van advocaat N. SCHEEPMANS die, loco advocaat J. BERGÉ verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat I. WARGÉE die, loco advocaat J. VERSTRAETEN verschijnt voor de tussenkomende partij; VII-23.112-2/5 Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. SOURBRON; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat, ingevolge de wijziging van de bij Vlarem I gevoegde lijst van als hinderlijk beschouwde inrichtingen bij artikel 66 van het besluit van 12 januari 1999 van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning en van het besluit van de Vlaamse regering van 27 maart 1985 houdende reglementering en vergunning voor het gebruik van grondwater en de afbakening van waterwingebieden en beschermingszo- nes, in werking getreden op 1 mei 1999, vliegvelden worden opgenomen in de lijst van vergunningsplichtige inrichtingen; Overwegende dat de vergunningsaanvraag die tot het bestreden besluit heeft geleid werd ingediend op grond van artikel 16 van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning en artikel 38 van Vlarem I, naar luid waarvan de exploitant van een inrichting die na haar inbedrijfstelling vergunnings- plichtig wordt door aanvulling of wijziging van de indelingslijst binnen een termijn van 6 maanden, te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van die aanvulling of wijziging, een vergunningsaanvraag moet indienen; Overwegende dat luidens artikel 38, § 2, 1/, c), van Vlarem I over de op grond van die bepaling ingediende aanvraag “in voorkomend geval (...) een volledig of gedeeltelijk positieve beslissing bij wege van akteneming (wordt) verleend, geldend als vergunning”; dat overeenkomstig dezelfde bepaling de “akteneming geldend als vergunning” kan worden verleend voor een termijn van maximum vijf jaar; Overwegende dat in casu de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant, die in eerste aanleg bevoegd was, in haar besluit van 1 februari 2000 de aktename heeft verleend voor de maximum termijn van 5 jaar, eindigend op 1 februari 2005; dat deze vergunningstermijn, en dus ook de einddatum, werd bevestigd door het bestreden besluit; dat derhalve moet vastgesteld worden dat de geldigheidstermijn van de verleende vergunning thans verstreken is; dat die VII-23.112-3/5 vaststelling tot gevolg heeft dat de verzoekende partijen niet langer belang hebben bij de gevorderde vernietiging, om reden dat een eventuele nietigverklaring van het bestreden besluit niet tot gevolg kan hebben dat de verwerende partij retroactief -met name voor de periode voorafgaand aan 1 februari 2005- een vergunning zou verlenen waaraan desgevallend andere bijzondere voorwaarden zouden worden gekoppeld, zoals de verzoekende partijen met hun annulatieberoep nastreven; dat het beroep dienvolgens moet worden verworpen; Overwegende dat de verzoekende partijen in hun laatste memorie nog aanvoeren dat het beroep bij het indienen ervan ontvankelijk was, en de onontvankelijkheid geenszins aan hen kan worden toegeschreven, zodat de kosten ten laste van het Vlaamse gewest moeten worden gelegd; dat dit verzoek kan worden ingewilligd, BESLUIT: Artikel
  5. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  6. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 520,59 euro, komen ten laste van de verwerende partij. De kosten van het annulatieberoep, bepaald op 525 euro, komen ten laste van de verwerende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. VII-23.112-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achtentwintig november tweeduizend en zes, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. R. STEVENS. VII-23.112-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.165.188 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2001:ARR.102.225 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.