← België

Arrest 165303 - - 29/11/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 november 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.165.303 Rolnummer: A. 172152/X-12795 Zaak: Arrest 165303 - - 29/11/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-12-08 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-07-01 10:35 Fiche Arrest nr 165.303 van 29 november 2006 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 165.303 van 29 november 2006 in de zaak A. 172.152/X-12.

  1. In zake : de nv IMMO SUNSHINE, die woonplaats kiest bij Advocaat P. JONGBLOET, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Jan Jacobsplein 5 tegen : het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij Advocaat P. AERTS, kantoor houdende te 9000 GENT, Coupure
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de nv IMMO SUNSHINE op 18 april 2006 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 10 februari 2006 van de Vlaamse Minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening waarbij aan nv Immo Sunshine de stedenbouwkundige vergunning is geweigerd tot het slopen van bestaande gebouwen en het oprichten van een kantoorgebouw voor KMO’s met ondergrondse garages op een perceel gelegen te Wetteren aan de Oosterzelesteenweg, kadastraal bekend sectie G, nrs. 1438t en 1438v; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op de beschikking van 30 juni 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 8 september 2006, datum waarop de zaak wordt uitgesteld tot de terechtzitting van 13 oktober 2006; Gehoord het verslag van Staatsraad G. DEBERSAQUES; X-12.795-1/4 Gehoord de opmerkingen van Advocaat P. JONGBLOET die verschijnt voor de verzoekende partij, en van Advocaat I. BOCKSTAELE die loco Advocaat P. AERTS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende, wat het moeilijk te herstellen ernstig nadeel betreft, de verzoekende partij in de vordering tot schorsing doet gelden wat volgt: "Verzoekster lijdt door de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit een moeilijk te herstellen ernstig nadeel dat sterk samenhangt met de gegrondheid van de middelen De tenuitvoerlegging van het bestreden besluit dompelt hen immers onder in een situatie van volstrekte rechtsonzekerheid. Immers door het feit dat de Gemachtigde Ambtenaar voor de Provincie Vlaams-Brabant op 12 of 13 juli 2005 op onontvankelijke wijze beroep instelde tegen het besluit van de bestendige deputatie voor de Provincie Vlaams-Brabant d.d. 10 februari 2005 waarbij hen de vergunning werd verleend, en de termijn waarover de Gemachtigde Ambtenaar beschikt om op een ontvankelijke wijze beroep in te stellen inmiddels is verstreken, beschikken verzoekers vandaag de dag over een perfect rechtsgeldige en uitvoerbare vergunning. Door het feit echter dat de bevoegde Minister, dit beroep zonder enige motivering en met negatie van de ter zake door verzoekster naar voor gebrachte elementen volstrekt onterecht ontvankelijk heeft verklaard, en deze rechtsgeldige en uitvoerbare vergunning heeft vernietigd, kan verzoekster deze vergunning toch niet ten uitvoer leggen, nu hij zich daardoor zou blootstellen aan administratieve sancties en strafvervolging. De rechtsonzekere situatie die hierdoor ontstaat heeft uw Raad bij herhaling aanvaard als moeilijk te herstellen ernstig nadeel. (...) Ook aan de voorwaarde voor het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is aldus voldaan, in de mate dat de Raad het eerste middel ernstig bevindt" X-12.795-2/4 Overwegende dat de wettelijke voorwaarde van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel een constitutieve en autonome schorsingsvoorwaarde is; dat de aard evenals de graad van ernst van de ingeroepen middelen, en met andere woorden de graad van onwettigheid van een bestreden beslissing, in principe abstracte gegevens zijn die op zichzelf geen nadelige gevolgen genereren; dat bijgevolg het verwijzen naar de ernst van de middelen en de samenhang tussen beide wettelijke voorwaarden niet volstaan om het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel aan te tonen; Overwegende dat het moeilijk te herstellen ernstig nadeel zijn rechtstreekse oorzaak moet vinden in het aangevochten besluit; dat het aan de verzoekende partij toekomt concrete en precieze gegevens aan te brengen waaruit kan blijken dat zulks het geval is; dat te dezen de verzoekende partij zich beperkt tot de blote bewering dat de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit haar onderdompelt in een situatie van volstrekte rechtsonzekerheid doordat de verwerende partij, naar zij stelt, ten onrechte een eerder door de bestendige deputatie verleende stedenbouwkundige vergunning heeft vernietigd; dat rechtsonzekerheid inherent is aan elke jurisdictionele betwisting en het aanvaarden van die rechts-onzekerheid als moeilijk te herstellen ernstig nadeel erop zou neerkomen dat de tweede voorwaarde om de schorsing te kunnen bevelen zinledig wordt; dat de verzoekende partij zich ter adstruering van deze rechtsonzekerheid bovendien beperkt tot een verwijzing naar bepaalde arresten van de Raad, zonder evenwel op enige concrete wijze haar eigen toestand en de voor haar specifieke rechts-onzekerheid bij haar uiteenzetting van het nadeel te betrekken; dat dit te dezen des te meer klemt aangezien uit de overgelegde statuten blijkt dat de verzoekende vennootschap onder meer tot doel heeft het beheer van vermogen, verhuur van materiaal, voertuigen, boten, verhuur van onroerende goederen, verhuur van staanplaatsen voor caravans, boten enz, de aan- en verkoop van rollend en varend materiaal en van onroerende goederen, het voor eigen rekening en voor rekening van ieder fysieke of rechtspersoon alle verrichtingen te doen die rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking hebben op de aankoop en verkoop, invoer en uitvoer, conditionering en, in het algemeen, de handel van om het even welke roerende goederen en onroerende goederen; dat ten aanzien van een immobiliënmaatschappij zoals verzoekende partij er blijkbaar een is, het weigeren van een stedenbouw-kundige vergunning en de daarmee gepaard gaande onzekerheid behoort tot het normale bedrijfsrisico; dat de verzoekende partij te dezen geen concrete en precieze gegevens bijbrengt waaruit zou kunnen blijken dat dit in casu niet het geval zal zijn; dat de uiteenzetting van de verzoekende partij niet aantoont X-12.795-3/4 dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen zoals bedoeld door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Overwegende dat niet is voldaan aan een van de bij artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te kunnen bevelen; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen; BESLUIT: Artikel
  3. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  4. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negenentwintig november 2006, door : de H. G. DEBERSAQUES, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. G. DEBERSAQUES. X-12.795-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.165.303 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.685 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.