id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 november 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.165.304 Rolnummer: A. 99894/XII-2930 Zaak: Arrest 165304 - - 30/11/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-12-16 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-07-01 10:35 Fiche Arrest nr 165.304 van 30 november 2006 - Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 165.304 van 30 november 2006 in de zaak A. 99.894/XII-
- In zake : Chantal RAES, wonende te Melle, Lange Munt 3 tegen : de VLAAMSE GEMEENSCHAP. ---------------------------------------------------------------------------------------------------- --- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Chantal Raes op 29 januari 2001 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “het besluit van het afdelingshoofd van de Administratie Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek van de Vlaamse Gemeenschap van 28 november 2000, waarbij aan verzoekster wordt meegedeeld dat haar Nederlands getuigschrift ‘hoger onderwijs beroepsonderwijs van de voltijdse studierichting Cultuurtechniek’, niet als gelijkwaardig wordt erkend met het Vlaams diploma Industrieel Ingenieur”; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur D. Mareen; Gelet op de beschikking van 4 april 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 5 september 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 3 oktober 2006, op welke datum de zaak is uitgesteld tot de terechtzitting van 17 oktober 2006; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; XII-2930-1/4 Gehoord de opmerkingen van verzoekster, en van adjunct van de directeur M. Broucke, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur D. Mareen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Overwegende dat verzoekster op 25 juli 2000 een aanvraag indient tot erkenning van een academische gelijkwaardigheid van haar in Nederland behaalde diploma met de graad van industrieel ingenieur; dat W. Leybaert, afdelingshoofd bij het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap - administratie hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, met een brief van 28 november 2000 aan verzoekster de thans bestreden beslissing meedeelt dat haar getuigschrift niet als gelijkwaardig wordt erkend met het bedoelde Vlaams diploma; Overwegende dat in het auditoraatsverslag wordt voorgesteld om, ambtshalve, de onbevoegdheid van de steller van de bestreden handeling aan te voeren omdat, analoog met hetgeen de Raad heeft overwogen in zijn arrest Cloet, nr. 94.149 van 20 maart 2001, ook te dezen niet de vereiste formele delegatie van beslissingsmacht voorhanden is opdat het afdelingshoofd over de gelijkwaardigheid van diploma’s kan beslissen; Overwegende dat in de bedoelde zaak Cloet artikel 2 van het koninklijk besluit van 20 juli 1971 tot vaststelling van de voorwaarden tot en de procedure van het verlenen van de gelijkwaardigheid van buitenlandse diploma's en studiegetuigschriften van toepassing was; dat ook luidens het op de voorliggende zaak toepasselijke artikel 1 van het besluit van de Vlaamse regering van 10 juni 1997 houdende vaststelling van de voorwaarden en de procedure tot individuele erkenning van de volledige gelijkwaardigheid van buitenlandse diploma’s of studiegetuigschrif- ten met de diploma’s uitgereikt door de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap, de erkenning wordt verleend door de minister “of zijn gemachtigde”; dat de Raad dienvolgens ook voor de huidige zaak de zienswijze huldigt dat enkel de minister van Onderwijs of zijn gemachtigde kan beslissen over de gelijkwaardigheid van diploma’s en dat zulke machtiging formeel tot uiting moet worden gebracht in een delegatiebe- sluit waarbij de betreffende minister een ambtenaar machtigt de beslissingen in kwestie te nemen; XII-2930-2/4 Overwegende dat weliswaar uit de bestreden beslissing zelf niet kan worden afgeleid dat de Vlaamse minister van Onderwijs een delegatie van beslissingsmacht heeft gegeven aan het afdelingshoofd van zijn administratie hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; dat verwerende partij evenwel samen met haar laatste memorie afschriften voorlegt van de artikelen 11 en 12 van het minis- terieel besluit van 6 juni 1995 houdende delegatie van sommige bevoegdheden inzake onderwijs aan ambtenaren van het ministerie van de Vlaamse gemeenschap, zoals gewijzigd bij het ministerieel besluit van 6 juli 1999 en van het ter uitvoering van dit ministerieel besluit getroffen besluit van 1 oktober 1999 van de directeur-generaal houdende subdelegatie van sommige bevoegdheden inzake onderwijs aan ambtenaren van de administratie hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; Overwegende dat W. Leybaert, die de bestreden beslissing heeft ondertekend, volgens de verwerende partij “op grond van artikel 6, § 1, 1/, van bedoeld besluit van 1 oktober 1999 gemachtigd [was] om die beslissing te nemen”; Overwegende dat verwerende partij aldus argumenteert dat deugdelijk tot delegatie is beslist; dat evenwel, aangezien de oorspronkelijke bevoegdheidsverdeling is aangenomen bij besluit van de Vlaamse regering van 10 juni 1997 ter uitvoering van het toenmalige artikel 57 van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap en aangezien dat besluit en dat decreet zijn bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad, een delegatiebesluit, dat uiteraard een ander orgaan bevoegd maakt dan het orgaan bevoegd volgens de oorspronkelijke bevoegdheidsverdeling, eveneens in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt moet worden, de te dezen niet ter zake doende mogelijkheid van interne bekendmaking aan het eigen personeel daargelaten; Overwegende dat verwerende partij niet betwist dat het delegatie- besluit van 1 oktober 1999 op het ogenblik van de bestreden beslissing niet in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt; dat de toepassing ervan aan verzoekster niet tegenstelbaar is; dat ambtshalve tot de onbevoegdheid van de steller van de akte wordt besloten; XII-2930-3/4 Overwegende, volledigheidshalve, dat ter terechtzitting nog de vraag is gerezen naar de geoorloofdheid van de subdelegatie, door de leidend ambtenaar, aan het afdelingshoofd; dat die vraag niet is onderworpen aan het woord en wederwoord van de schriftelijke procedure en hoe dan ook het antwoord niet onontbeerlijk is om de voorliggende zaak op te lossen; dat de Raad van State in die omstandigheden het probleem onbesproken laat, BESLUIT: Artikel
- Vernietigd wordt het besluit van het afdelingshoofd van de administratie Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek van de Vlaamse Gemeenschap van 28 november 2000, waarbij aan Chantal Raes wordt meegedeeld dat haar Nederlands getuigschrift “hoger onderwijs beroepsonderwijs van de voltijdse studierichting Cultuurtechniek”, niet als gelijkwaardig wordt erkend met het Vlaams diploma Industrieel Ingenieur. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertig november 2006, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-2930-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.165.304 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.