← België

Arrest 165340 - - 30/11/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 november 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.165.340 Rolnummer: A. 93751/XII-2703 Zaak: Arrest 165340 - - 30/11/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-12-08 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-07-01 10:42 Fiche Arrest nr 165.340 van 30 november 2006 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 165.340 van 30 november 2006 in de zaak A. 93.751/XII-

  1. In zake : de GEMEENTE WEZEMBEEK-OPPEM, die woonplaats kiest bij advocaat M. Uyttendaele, kantoor houdende te Brussel, Bronstraat 68 tegen : het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij advocaat W. Muls, kantoor houdende te Brussel, A. Dansaertstraat
  2. tussenkomende partij :
  3. Marie-Catherine FAUT,
  4. Isabelle FARCY,
  5. Alain LAMBOT, die woonplaats kiezen bij advocaat G. Generet, kantoor houdende te Brussel, Terkamerenlaan
  6. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de gemeente Wezembeek-Oppem op 17 juli 2000 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het ministerieel besluit van 17 mei 2000 waarbij de Vlaamse minister van binnenlandse aangelegenheden, ambtenarenzaken en sport de besluiten vernietigt van de gemeenteraad van Wezembeek-Oppem, van 16 december 1999, houdende benoeming in vast verband van Isabelle Farcy tot onderwijzeres voor 21 uren per week, van Marie-Catherine Faut tot kleuteronderwijzeres voor 9 uren per week en van Alain Lambot tot leermeester protestantse godsdienst voor 8 uren per week aan de Franstalige gemeenteschool “Het Hoeveke” vanaf 1 januari 2000; Gelet op het arrest nr. 140.803 van 17 februari 2005 waarbij de debatten worden heropend, aan het Arbitragehof prejudiciële vragen worden gesteld en het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat, na ontvangst van het arrest van het Arbitragehof, wordt belast met het verder onderzoek van de zaak; XII-2703-1/3 Gezien het arrest nr. 65/2006 van 3 mei 2006 van het Arbitragehof; Gezien het aanvullend verslag opgesteld door auditeur H. Colin; Gelet op de beschikking van 8 juni 2006, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partij op 28 juni 2006; Gezien de laatste memorie van de verzoekende partij, die tevens het verzoek tot voortzetting bevat; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij zij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partij melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent; Overwegende dat de verzoekende partij binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzet- ting van de procedure heeft ingediend; dat de voorgeschreven termijn eindigde op 28 juli 2006; dat het verzoek tot voortzetting pas op 1 augustus 2006 werd toegezonden; dat bijgevolg, krachtens die wetsbepaling te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, XII-2703-2/3 BESLUIT: Artikel
  7. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  8. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomsten, bepaald op 371,85 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, elk voor een derde. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertig november 2006, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-2703-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.165.340 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.140.803 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.