← België

Arrest 165500 - Politie - 04/12/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 december 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.165.500 Rolnummer: A. 176137/IX-5409 Zaak: Arrest 165500 - Politie - 04/12/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-12-14 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-07-01 10:52 Fiche Arrest nr 165.500 van 4 december 2006 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Politie Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 165.500 van 4 december 2006 in de zaak A. 176.137/IX-

  1. In zake : Paul VAN DAMME, die woonplaats kiest bij advocaat E. LACHAERT, kantoor houdende te GENT, Driekoningenstraat 3 tegen : de Politiezone Zottegem/Herzele/Sint-Lievens-Houtem, die woonplaats kiest bij advocaat M. VANDER KIMPEN, kantoor houdende te ZOTTEGEM, Grotenbergestraat
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Paul VAN DAMME op 24 augustus 2006 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 26 juni 2006 van de korpschef van de politiezone Zottegem/Herzele/Sint-Lievens-Houtem waarbij hem wordt opgedragen een functie op te nemen bij de afdeling Beleids- en Organisatieontwikkeling - Lokaal Informatie- kruispunt; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de vernietiging vordert van dezelfde beslissing; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur H. COLIN; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 10 oktober 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 13 november 2006; IX-5409-1/7 Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat T. KNOCKAERT die, loco advocaat E. LACHAERT verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat M. VANDER KIMPEN, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur H. COLIN; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  3. Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt: 1.
  4. Verzoeker is commissaris van politie in de politiezone Zottegem/Herzele/Sint-Lievens-Houtem. 1.
  5. Op 17 januari 2006 beslist het politiecollege van de zone verzoeker met ingang van 18 januari 2006 te ontheffen uit de functie van coördinator Ondersteuning en hem opdrachten te laten uitvoeren binnen de Studiedienst, die behoort tot de afdeling Beleidsondersteuning. Met het arrest nr. 160.265 van 19 juni 2006 vernietigt de Raad van State deze beslissing. Geoordeeld wordt onder meer dat het overhevelen van een personeelslid van de ene functie naar de andere aan de korpschef toekomt en dat het politiecollege ter zake geen bevoegdheid heeft. 1.
  6. Op 31 maart 2006 neemt het politiecollege kennis van een voorstel tot aanpassing van het organigram en van het personeelsbehoeftenplan en besluit het dat voorstel aan het syndicaal overleg te onderwerpen. Het basisoverlegcomité verleent zijn akkoord op 23 mei
  7. 1.
  8. Op 8 juni 2006 beraadslaagt de politieraad over de vaststelling van het effectief en het kader van de lokale politie. Het raadsbesluit van 28 mei 2003 wordt ingetrokken, het personeelskader voor het operationeel korps en voor het administratief en logistiek kader wordt opnieuw vastgesteld en een aantal overgangs- maatregelen worden ingevoerd. IX-5409-2/7 Aldus bepaalt artikel 6 van het besluit: “1 assistent Niveau C van de functionaliteit Beleids- en Organisatieontwikke- ling/Afdeling Lokaal Informatiekruispunt wordt bij overgangsmaatregel geblokkeerd door 1 Officier die tewerkgesteld is bij de functionaliteit Beleids- en Organisatieontwikkeling/Afdeling Lokaal Informatiekruispunt (uitdovings- functie: officier in bovental).” 1.
  9. Met een nota van 26 juni 2006, met als onderwerp “Personeelsbe- hoeftenplan - Organogram - Uitoefening functie”, aan verzoeker dezelfde dag ter kennis gebracht, deelt de korpschef hem mee : “Een nieuw personeelsbehoeftenplan voor de politiezone werd positief geadviseerd door het BOC op 23/05/06 en goedgekeurd op de politieraad van 08/06/
  10. De concretisering van het personeelsbehoeftenplan houdt in dat u vanaf heden een functie opneemt bij de afdeling Beleids- en organisatieontwikkeling - LIK (Lokaal Informatiekruispunt). Deze dienst is ondergebracht in het logementsgebouw vergaderzaal (bureel 1ste verdiep). In bijlage kopie van de functiebeschrijving - takenpakket van het LIK. Eén van de opdrachten van deze dienst houdt het zonaal wapenbeheer in. Gezien de recente wetswijzigingen (wapenwet) en de werklast welke dit met zich meebrengt, zal u in eerste instantie ondersteuning bieden aan CP Elly Van den Broeck. Gelieve met betrokkene te overleggen om een taakverdeling uit te werken en me daar een schriftelijke weerslag van te laten geworden.” De beslissing dat verzoeker een functie opneemt bij de afdeling Beleids- en organisatieontwikkeling - Lokaal Informatiekruispunt, maakt het voorwerp uit van de onderhavige vordering tot schorsing. 1.
  11. Met een nota van 1augustus 2006, gericht aan alle personeelsleden, deelt de korpschef mee dat het personeelsbehoeftenplan werd goedgekeurd door de Federale Directie Politionele Veiligheid en het Gewestelijk Toezicht, dat het volledige personeelsbehoeftenplan raadpleegbaar is op de K-schijf en dat de nominatieve (deel)organigrammen per functionaliteit later worden opgesteld. In bijlage wordt het organigram van de politiezone gevoegd. Blijkens dat organigram omvat de afdeling “Beleids- en Organisatieontwikkeling” onder meer een “Lokaal Informatiekruispunt”. Een cel “Ondersteuning (Planning- Personeel-Logistiek)”, waarbinnen verzoeker vóór 18 januari 2006 de functie van coördinator uitoefende, komt op dat organigram niet voor. IX-5409-3/7 Met een nota van 9 augustus 2006 deelt de korpschef mee dat een aantal “functies/verantwoordelijkheden vanaf heden van toepassing zijn”, dat een “Lokaal Informatie Kruispunt (LIK)” werd opgericht hetwelk belast wordt met het beheren en uitwerken van diverse opdrachten/studies ten voordele van de zone, dat deze dienst ressorteert onder de afdeling Beleids- en organisatieontwikkeling, en dat verzoeker en twee andere commissarissen van politie deel uitmaken van deze dienst.
  12. Overwegende dat de nota met opmerkingen van de verwerende partij niet binnen de reglementair vastgestelde termijn ingediend is; dat zij buiten de debatten gehouden wordt;
  13. Overwegende dat overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 4.
  14. Overwegende, vooraf, dat verzoeker de aangelegenheid benadert vanuit de optiek dat de korpschef hem opnieuw met een andere functie belast, meer bepaald met een “holle functie die niets of weinig inhoudt en die niet overeenstemt met (zijn) graad”; dat hij die beslissing bestempelt als een ordemaatregel, begrepen in de zin van een maatregel die getroffen wordt in het belang van de dienst wegens het functioneren van de betrokkene, maar zonder dat het daarbij de bedoeling is hem te straffen voor een vastgestelde tekortkoming; dat verzoeker in dat kader de bestreden beslissing situeert in het verlengde van de door de Raad van State vernietigde beslissing van 17 januari 2006, die steunde op het ordeverstorend karakter van zijn gedragingen in het verleden; 4.
  15. Overwegende dat het bestreden besluit niet verwijst naar het functioneren van verzoeker, maar naar het door de politieraad op 8 juni 2006 goedgekeurde personeelsbehoeftenplan; dat het bestreden besluit daarmee een specifieke rechtsgrond vindt in een gegeven dat niets te maken heeft met het functioneren van verzoeker in het verleden; dat verzoeker dat plan en het daarop gesteunde nieuwe organigram niet bestreden heeft; dat hij ook geen argumenten aanvoert die kunnen doen besluiten dat het personeelsbehoeftenplan, het nieuwe organigram en de bestreden beslissing slechts een dekmantel vormen om hem op IX-5409-4/7 verdoken wijze in zijn carrière te treffen voor zijn slecht functioneren; dat een en ander tot het besluit leidt dat verzoeker zich verzet tegen een ordemaatregel die niet steunt op zijn functioneren binnen het politiekorps, maar op het los daarvan bestaand politieraadsbesluit tot goedkeuring van het personeelsbehoeftenplan en het nieuwe organigram; 5.
  16. Overwegende, wat de eerste schorsingsvoorwaarde betreft, dat verzoeker in het eerste middel de schending aanvoert van de formele motiveringsver- plichting; dat hij van oordeel is dat het bestreden besluit niet of slechts zeer gebrekkig gemotiveerd is, dat de administratieve maatregel, hoewel hij voor hem ingrijpende gevolgen heeft, slechts met enkele algemene bewoordingen verantwoord wordt en dat hij derhalve niet in staat is te begrijpen welke juridische en feitelijke gegevens de beslissing onderbouwen; 5.
  17. Overwegende dat het bestreden besluit duidelijk verwijst naar de goedkeuring, door de politieraad op 8 juni 2006, van een nieuw personeelsbehoeften- plan en naar de functie die verzoeker voortaan in het kader van de realisatie van dat plan zal uitvoeren; dat verzoeker niet voorhoudt dat hij zijn vordering heeft moeten indienen zonder de inhoud van het personeelsbehoeftenplan te kennen; dat integendeel uit het dossier blijkt dat de korpschef met een nota van 1 augustus 2006 het nieuwe personeelsbehoeftenplan voor alle personeelsleden beschikbaar gesteld heeft; dat verzoeker aldus zijn verzoekschrift met kennis van zaken heeft kunnen indienen; dat hij zich niet dienstig kan beroepen op de schending van de formele motiveringsverplichting; dat het eerste middel niet ernstig is; 6.
  18. Overwegende dat verzoeker in het tweede middel de schending aanvoert van de hoorplicht en van de informatieverplichting, van zijn rechten van verdediging alsook van artikel 6 EVRM; dat hij betoogt dat, in aangelegenheden die een personeelslid nadeel berokkenen of kwetsend zijn, “het recht van verdediging (...) een aanvang neemt met de hoorplicht”, terwijl hij met het oog op het treffen van het bestreden besluit niet opgeroepen is -hij heeft zich ook niet kunnen laten bijstaan door een raadgever- en ook geen informatie gekregen heeft, maar enkel post factum kennis heeft kunnen nemen van het getroffen besluit en terwijl de verwerende partij ook niet ingegaan is op de vraag van zijn raadsman om de bestreden beslissing in te trekken en overleg te plegen; IX-5409-5/7 6.
  19. Overwegende dat het bestreden besluit verzoeker belast met een andere functie; dat zulks gebeurd is ter uitvoering van het nieuwe personeelsbehoef- tenplan en het nieuwe organigram dat de politieraad aangenomen heeft, dat verzoeker niet bestreden heeft en waaromtrent hij ook niet aantoont dat het slechts een dekmantel betreft om hem een “holle functie” te kunnen verlenen; dat aldus, juridisch, de nieuwe tewerkstelling van verzoeker geen verband vertoont met de wijze waarop de korpschef zijn prestaties in zijn vorige functie beoordeelde; dat de hoorplicht te dien aanzien niet van toepassing is; dat het middel niet ernstig is; 7.
  20. Overwegende dat verzoeker in het derde middel, ontleend aan de schending van het onpartijdigheids- en het onafhankelijkheidsbeginsel, betoogt dat de bestreden beslissing genomen is door de korpschef op grond van een dossier dat hij tegen verzoeker samengesteld had; dat verzoeker er voorts ook op wijst dat hij op 17 januari 2006 een klacht tegen de korpschef ingediend heeft wegens laster en belaging, dat de relatie met zijn korpschef reeds geruime tijd vertroebeld is en dat de korpschef derhalve onmogelijk de vereiste onpartijdigheid aan de dag kon leggen toen hij zich beraadde over de bestreden beslissing die voor hem ingrijpende gevolgen heeft; 7.
  21. Overwegende dat ook dit middel uitgaat van de veronderstelling dat verzoeker wegens zijn slecht functioneren bij ordemaatregel in een andere functie tewerkgesteld wordt; dat dit uitgangspunt niet correct is, aangezien de bestreden beslissing steunt op de beslissing van de politieraad om wegens objectieve redenen de dienst op een andere wijze te organiseren en verzoeker niet aantoont dat dit motief onjuist is; dat, daargelaten de vraag of verzoeker het middel wel ontvankelijk kan aanvoeren tegen een beslissing die geen juridictioneel of quasi-juridictioneel karakter heeft, verzoeker niet aannemelijk maakt dat, in weerwil van wat het bestreden besluit uitdrukkelijk vermeldt, het dossier dat de korpschef indertijd tegen hem opgemaakt heeft, toch de aanleiding is geweest voor de bestreden beslissing; dat het middel in ieder geval de vereiste ernst ontbeert;
  22. Overwegende dat geen van de door verzoeker aangevoerde middelen ernstig zijn, IX-5409-6/7 BESLUIT: Artikel
  23. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  24. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vier december 2000 en zes, door : de HH. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-5409-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.165.500 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.781 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.