id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 december 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.165.501 Rolnummer: A. 176425/IX-5419 Zaak: Arrest 165501 - Tucht (openbaar ambt) - 04/12/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-12-14 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-07-01 10:53 Fiche Arrest nr 165.501 van 4 december 2006 Openbaar ambt - Tucht (openbaar ambt) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 165.501 van 4 december 2006 in de zaak A. 176.425/IX-5419. In zake : Johan LAGACHE, die woonplaats kiest bij advocaat P. DEVERS, kantoor houdende te GENT, Kouter 71-72 tegen : de politiezone Tienen - Hoegaarden, die woonplaats kiest bij advocaat N. DE CLERCQ, kantoor houdende te BRUGGE, Stockhouderskasteel, Gerard Davidstraat 46 bus 1. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Johan LAGACHE op 4 september 2006 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 4 juli 2006 van het politiecollege van de politiezone Tienen - Hoegaarden waarbij zijn voorlopige schorsing bij ordemaatregel wordt opgeheven en hij wordt herplaatst naar de federale politie met het oog op zijn tewerkstelling in de 101-centrale te Brussel; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de vernietiging vordert van dezelfde beslissing; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur H. COLIN; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 10 oktober 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 13 november 2006; IX-5419-1/7 Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat F. LIEBAUT die, loco advocaat P. DEVERS verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat I. VANDEN BON die, loco advocaat N. DE CLERCQ verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur H. COLIN; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; 1. Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt: 1.1. Verzoeker is inspecteur van politie bij de politiezone Tienen- Hoegaarden. 1.2. Op 11 mei 2006 wordt aan verzoeker meegedeeld dat hij verdacht wordt van strafrechtelijk vervolgbare feiten, dat er daarover een gerechtelijk opsporingsonderzoek wordt gevoerd en dat het politiecollege het voornemen heeft hem een voorlopige schorsing op te leggen. Op 16 mei 2006 wordt verzoeker door de korpschef gehoord. Hij verklaart dat hij in plaats van een schorsing te moeten ondergaan, perfect zou kunnen functioneren in het onthaal. Bij besluit van 23 mei 2006 van het politiecollege wordt verzoeker voorlopig geschorst voor een periode van 4 maanden. In dat besluit wordt overwogen :
- a)in een rubriek “motieven” : “Gelet op de feitelijke elementen vervat in het dossier, Overwegende, enerzijds, het bestaan van een opsporingsonderzoek dat ten laste van u werd gelegd ingevolge het gerechtelijk dossier met notitienummer LE.43.L5.002415/2006 van 1 mei 2006; Overwegende, anderzijds, dat uw aanwezigheid in het korps van de lokale politie van de PZ Tienen-Hoegaarden onverenigbaar is met het belang van de dienst, doordat: - De feiten die u ten laste worden gelegd ernstig en zwaarwichtig zijn. IX-5419-2/7 - U een zware beroepsfout hebt gemaakt die deontologisch totaal onaanvaardbaar is. - Door uw handelen de waardigheid, de onkreukbaarheid en de integriteit van het ambt in het gedrang komt met als gevolg een verlies aan vertrouwen van zowel uw oversten, uw collega’s als de bevolking. Overwegende dat aan de wettelijke voorwaarden inzake de voorlopige schorsing is voldaan.”
- b)in de rubriek “beslissing” : “Gelet op bepalingen van de wet van 13 mei 1999, inzonderheid op de artikelen 2, 3 en 59 tot 65; Gelet op de elementen in rechte en in feite bedoeld in punt 4; Gelet op uw verhoor bedoeld in punt 6 dat niet van aard is om de elementen in rechte en in feit bedoeld in punt 4 te weerleggen; Gelet op het feit dat een tewerkstelling in een ander korps van lokale politie of in een dienst van de federale politie op dit ogenblik niet mogelijk blijkt te zijn en daarenboven, gelet op uw verhoor, voor u geen optie is. In onze hoedanigheid van hogere tuchtoverheid: Beslissen wij - u voorlopig te schorsen voor een duur van vier maanden De voorlopige schorsing die u wordt opgelegd: - houdt geen enkele inhouding van wedde in.” 1.3. Met een 6 juni 2006 gedateerd mailbericht deelt de Cel Juridisch advies operaties van de federale politie aan de korpschef van de zone Tienen - Hoegaarden mee wat volgt: “Ik heb uw mail van heden in goede orde ontvangen. Een personeelslid kan zonder zijn instemming worden gedetacheerd, bvb naar een 101 centrale van een andere zone. Dergelijke detachering is niet tegenstrijdig met een lopende schorsing, nu enerzijds het belang van de dienst in de PZ Tienen hieronder niet lijdt en de calltaking een reglementaire opdracht is waarbij betrokkene nog slechts auditief in contact met het publiek komt. De feiten waarvoor thans een gerechtelijk onderzoek werd opgestart, kunnen zich normaliter niet meer voordoen. De statutaire bepalingen met betrekking tot een detachering zijn uiteraard van toepassing (verplaatsingen (meerkost) en maaltijden). Praktisch gezien moet er door de burgemeester een nieuwe beslissing worden genomen, waarin de uitvoering van de lopende schorsing wordt geschorst vanaf de aanvang van de detachering en dit voor de tijd van de detachering in het callcenter.” 1.4. Met een 30 juni 2006 gedateerde brief roept de korpschef verzoeker op om zich op 4 juli 2006 aan te bieden “bij het politiecollege, zetelend in de hoedanigheid van hogere tuchtoverheid”. IX-5419-3/7 1.5.1. Op 4 juli 2006 ondertekent verzoeker voor kennisneming en ontvangst een document van dezelfde datum met als onderwerp “kennisgeving opheffing voorlopige schorsing bij ordemaatregel (HTO) beslissing tot herplaatsing (afdeling)”. In dat document wordt een samenvatting gegeven van de antecedenten, wordt verwezen naar een mail van 29 juni 2006 van de federale politie en wordt de thans bestreden beslissing verwoord. Het document bevat volgende rubrieken : “(...) 6. Mogelijkheid tot tijdelijke herplaatsing Op 29 juni 2006 ontvangt korpschef HCF Pierre SCHIPPERS een E-mail van de directeur van de Mobiliteit en het Loopbaanbeheer van de federale politie waarin wordt medegedeeld dat de directeur-generaal van het personeel akkoord gaat met een detachering van Inp LAGACHE naar de federale politie met het oog op een inzetting in de ‘dienst 101 te Brussel Kolenmarkt’; dit ter vervanging van een personeelslid dat wegens redenen van sociale aard tijdelijk zal worden afgedeeld naar de politiezone Tienen-Hoegaarden. 7. Beslissing Gelet op de bepalingen van de wet van 13 mei 1999, inzonderheid op de artikelen 2, 3 en 59 tot 65; Gelet op de elementen in rechte en in feite bedoeld in punt 4; Gelet op uw verhoor bedoeld in punt 6 dat niet van aard is om de elementen in rechte en in feite bedoeld in punt 4 te weerleggen; Gelet op het feit dat een tijdelijke tewerkstelling bij de federale politie, via het systeem van detachering, een opportuniteit is en daarenboven het akkoord heeft van de directeur-generaal van het personeel van de geïntegreerde politie. Gelet op het juridisch advies van HCP Jur Alain LINERS van DGP/DPS van de federale politie dd 06 juni 2006, waarin aan de korpschef wordt medegedeeld dat er geen bezwaar is tegen een detachering van een geschorst personeelslid, na opheffing van die schorsing, zelfs zonder diens instemming. In onze hoedanigheid van hogere tuchtoverheid: Beslissen wij ! De voorlopige schorsing voor een duur van vier maanden die u werd opgelegd op 23 mei 2006 en betekend op 24 mei 2006 wordt met onmiddellijke ingang opgeheven. ! Vanaf 05 juli 2006 wordt u voor onbepaalde tijd en minstens totdat er een gerechtelijke eindbeslissing werd genomen, afgedeeld naar de federale politie met het oog op een tewerkstelling in de 101 centrale te BRUSSEL.” 1.5.2. De verwerende partij legt met betrekking tot de bestreden beslissing ook twee uittreksels uit het register der beraadslagingen van het politiecollege (zitting van 4 juli 2006) neer. 1.6. Met een fax van 13 september 2006 deelt de procureur des Konings te Leuven aan de korpschef mee dat verzoeker voor de correctionele rechtbank wordt gedagvaard wegens het toebrengen van opzettelijke slagen en verwondingen. IX-5419-4/7 2. Overwegende dat overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 3.1. Overwegende, wat de tweede voorwaarde betreft, dat verzoeker een moreel nadeel aanvoert; dat hij betoogt dat hij woonachtig is in Budingen, dat hij vader is van twee kinderen waarvan het oudste -vier jaar- naar school gaat en het jongste -drie jaar- naar de kinderopvang en dat zijn echtgenote werkzaam is te Brussel, waar zij werkt van 8.30 u tot 18.00 u en daarvoor tweemaal per dag een treinreis van anderhalf uur moet maken; dat hij met betrekking tot zijn eigen werktijden aanstipt dat in de politiezone Tienen-Hoegaarden gewerkt wordt in een ‘drieploegensysteem’ -6.00 tot 14.00 u; 14.00 tot 22.00 u; 22.00 tot 6.00 u- of in een dagdienst die loopt van 8.00 u tot 17.00 u, terwijl in de centrale 101 te Brussel in een tweeploegensysteem gewerkt wordt -7.00 tot 19.00 u; 19.00 tot 7.00 u- met dien verstande dat hij zich nu dagelijks ook nog naar Brussel moet verplaatsen; dat die arbeidstijden het praktisch onmogelijk maken om de kinderen tijdig naar de opvang of de school te brengen en om ze in het gezin op te vangen, zeker nu naschoolse opvang en opvang in het kinderdagverblijf slechts voorzien is tot 18.00 u; dat zijn echtgenote en hijzelf vóór het bestreden besluit, afhankelijk van de ploeg waarin hij werkt, terzake nog afspraken konden maken, maar dat dat nu onmogelijk wordt; 3.2. Overwegende dat de verwerende partij daar op antwoordt dat het betoog van verzoeker niet overtuigt omdat het uurrooster van verzoeker in de politiezone Tienen - Hoegaarden evenmin paste in het rooster van de opvang van zijn kinderen en hij toen evenmin met zijn echtgenote afspraken kon maken en omdat verzoeker in zijn nieuwe tewerkstelling zal werken in een ploegensysteem van twaalf uur zodat hij slechts drie dagen per week dient te werken; dat zij van oordeel is dat verzoeker er met zijn tewerkstelling in Brussel niet slechter aan toe is dan voordien en dat de problematiek van de opvang van de kinderen een familiale aangelegenheid is die inherent is aan een gezin waarvan de beide ouders werken; 3.3.1. Overwegende dat de bestreden beslissing geldt “minstens totdat een gerechtelijke eindbeslissing werd genomen”; dat verzoeker dus na een IX-5419-5/7 gerechtelijke einduitspraak kan vragen om zijn afdeling naar Brussel te beëindigen en dat daar een nieuwe beslissing over zal moeten worden genomen; Overwegende dat verzoeker het moeilijk te herstellen ernstig nadeel situeert op het vlak van zijn gezinssituatie doordat zijn nieuwe werkregeling en de verplaatsing die hij moet maken problemen doet ontstaan voor de opvang van de kinderen; 3.3.2. Overwegende dat uit het door verzoeker voorgelegd werkschema van zijn echtgenote blijkt dat zij 37,5 werkuren per week presteert in een systeem van glijdende werktijden, waarbij het werken begint tussen 8.00 u en 9.00 u, er een lunchpauze is tussen 12.30 u en 14.00 u en het werk eindigt tussen 17.00 u en 18.00 u; dat verzoeker dan ook niet kan gevolgd worden waar hij stelt dat zijn echtgenote werkt tussen 8.30 u en 18.00 u; dat, wegens haar glijdende werktijden, het voor zijn echtgenote niet onmogelijk moet zijn met verzoeker toch enkele afspraken te maken over de kinderopvang; Overwegende dat verzoeker niet betwist dat hij op de 101-centrale in Brussel werkt in een ploegensysteem van 12 uur, dat hij derhalve maar drie dagen per week moet gaan werken en dat het probleem van de kinderopvang zich zeker al niet stelt gedurende twee werkdagen per week; dat verzoeker voorts niet aantoont dat, met de werktijden die hijzelf en zijn echtgenote moeten naleven, er voor drie dagen per week geen werkregeling mogelijk is die past in de openingstijden van de kinderopvang -waaromtrent verzoeker overigens geen enkel bewijs levert-; dat, vóór alles, vastgesteld wordt dat verzoeker en zijn echtgenote, binnen de disparate arbeidstijden die hij voor zijn eigen tewerkstelling in de politiezone Tienen - Hoegaarden aanduidt, in het verleden blijkbaar toch een regeling hebben kunnen vinden om de opvang van de kinderen te verzekeren; dat verzoeker niet concreet aantoont waarom de afspraken die hij, binnen dat arbeidstijdschema, met zijn echtgenote of eventueel met derden noodzakelijk diende te maken om de opvang van zijn kinderen te verzekeren, thans niet doorgetrokken kunnen worden naar zijn tewerkstelling in Brussel, ook al moet ook hij zich nu naar zijn plaats van tewerkstelling verplaatsen; 3.3.3. Overwegende dat niet aangetoond wordt dat de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing aan verzoeker een ernstig nadeel berokkent, IX-5419-6/7 BESLUIT: Artikel 1. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel 2. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vier december 2000 en zes, door : de HH. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-5419-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.165.501 Gerelateerde publicatie(
- s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.567 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div