id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 december 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.165.507 Rolnummer: A. 66317/IX-1480 Zaak: Arrest 165507 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 04/12/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-12-20 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-07-01 10:55 Fiche Arrest nr 165.507 van 4 december 2006 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 165.507 van 4 december 2006 in de zaak A. 66.317/IX-
- In zake : Daniël ROBBENS, die woonplaats kiest bij advocaat Ch. DE NIJN, kantoor houdende te LONDERZEEL, Oudemanstraat 25, bus 3 tegen : De Post. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Daniël ROBBENS op 9 november 1995 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van : “de beslissing van het Personeelsbeheer van De Postafdeling 3.2.1.1., WTC Toren II, nummer 3211/ en 2.1/372, van 13/9/95, zoals aangepast en gewijzigd bij beslissing nummer 3211/ en 2.1/481 dd. 21/9/95, waarbij het bezwaarschrift van verzoeker van 20/6/95 tegen de benoemingsvoorstellen tot sectiechef (rang 24) en bureauchef (rang 25) bij de centrale diensten van de gewestelijke directies van 19/6/95 van De Post - algemeen directiepersoneel ongegrond werd verklaard overeenkomstig de statutaire bepalingen, en inzonderheid de artikelen 53 en 58 van het statuut, later gewijzigd door ‘inzonderheid de artikelen 53 en 68 van het statuut’”; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur M. LEFEVER; Gelet op de beschikking van 28 oktober 1998 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 12 oktober 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 27 november 2006; IX-1480-1/6 Gehoord het verslag van staatsraad L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat S. HOEBEEK, die loco advocaat C. DE NIJN verschijnt voor verzoeker, en van bedrijfsjuriste L. VANHOOREN, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Over de gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
- Bij lijsten 3.2.1.1./5 en 3.2.1.1./6 van 29 maart 1995 worden vacante betrekkingen van niveau 2 bekendgemaakt, respectievelijk van bureauchef (rang 25) en sectiechef (rang 24). Beide soorten van betrekking kunnen zowel door mutatie als door bevordering worden bekleed. 1.
- Verzoeker, op dat ogenblik sectiechef, postuleert, in volgorde van voorkeur, voor de vacante betrekkingen van bureauchef bij de zetel Leuven van de directie Brussel, bij de Algemene Directie 6 van de Centrale diensten, bij de Algemene Directie 5 van de Centrale diensten en bij de Algemene Directie 2 van de Centrale diensten, voor de eventueel vacant komende betrekking van bureauchef in het kantoor Willebroek van het gewest Antwerpen, en voor de vacante betrekking van sectiechef bij het Zegelverdeelcentrum Mechelen van de Algemene directie 2 van de Centrale diensten. 1.
- Het directiecomité van de Post keurt in haar vergadering van 12 juni 1995 de voorstellen van de algemene directie van het personeel tot mutaties en bevorderingen tot de graden van bureauchef (rang 25) en sectiechef (rang 24) goed. Verzoeker wordt voor geen enkele betrekking voorgesteld. IX-1480-2/6 1.
- Bij lijsten 3.2.1.1./38 en 3.2.1.1./39 van 19 juni 1995 worden de mutatie- en benoemingsvoorstellen bekend gemaakt. 1.
- Op 20 juni 1995 tekent verzoeker bezwaar aan tegen voornoemde voorstellen, met als eerste argument over een grotere graadanciënniteit te beschikken dan de geselecteerden voor de betrekking van bureauchef bij de zetel Leuven van de directie Brussel, bij de Algemene Directie 6 van de Centrale diensten, bij de Algemene Directie 2 van de Centrale diensten, voor de eventueel vacant komende betrekking van bureauchef in het kantoor Willebroek van het gewest Antwerpen, en voor de betrekking van sectiechef bij de Zegeldrukkerij Mechelen, met als tweede argument dat niet alle vacante betrekkingen worden voorgesteld te begeven. 1.
- Het directiecomité van de Post weerlegt in zijn vergadering van 24 augustus 1995 onder meer verzoekers bezwaar om volgende reden: “Zoals werd uiteengezet in punt 5 van nota 3211/F2.2/145 dd. 8.6.1995 betreffende de voorstellen tot mutaties en bevorderingen tot de graden van bureauchef en sectiechef, werden de kandidaturen voor kwestieuze betrekkingen aan de betrokken diensten overgelegd die hun keuze motiveerden. De kandidatuur van de klagers werd echter, na onderzoek, niet weerhouden. De bezwaarschriften zijn dus ongegrond en dienen derhalve te worden verwor- pen.” Punt 5 van de nota aan de gedelegeerd bestuurder betreffende de voorstellen tot mutaties en bevorderingen tot de graden van bureauchef en sectiechef luidt als volgt : “5.
- Bijzondere gevallen: Ingevolge de herstructureringen van de centrale diensten werden voor sommige directies geen betrekkingen aangeboden. Met bijgevoegde nota’s verzoeken de Heren Bestuurder-Directeurs 4 en 7 dat navermelde personeelsleden voor een benoeming ter plaatse worden voorgesteld (...) Overeenkomstig de bepalingen van artikel 43 § 2 wordt een vacante betrekking, die bij bevordering of verandering van graad kan worden toegewe- zen, bij genummerde lijst ter kennis gebracht van de gegadigden die voor een benoeming in aanmerking komen. Gezien dit voor kwestieuze betrekkingen dus niet gebeurde, zou dit gegronde bezwaarschriften kunnen uitlokken die het volledige werk op de helling zetten. Derhalve stel ik voor betrokkenen niet te benoemen maar die betrekkingen aan te bieden bij het volgend werk dat onmiddellijk na dit werk zal aangevat worden. Nagegaan werd of de betrokken personeelsleden bij een eventuele niet- benoeming ter plaatse, in aanmerking kwamen voor een benoeming in een kantoor. IX-1480-3/6 Diegenen die in dat geval verkeerden, werden ingelicht omtrent de mogelijke niet-benoeming ter plaatse en gevraagd of zij desgevallend een benoeming in een kantoor prefereerden of hun benoeming ter plaatse bij een volgend werk af te wachten. Navermelde personeelsleden verkozen een onmiddellijke benoeming in een kantoor: (...) De overige personeelsleden opteerden voor een benoeming ter plaatse bij het eerstvolgend werk. Mocht het Directiecomité hiermee niet akkoord gaan, meen ik dat wat mijn directie betreft en rekening houdend me de herstuctureringen, ook (...) moet voorgesteld worden voor een benoeming tot bureauchef en (...) tot sectiechef.” Het directiecomité keurt het voorstel tot wijziging van de oorspronkelijke voorstellen van de algemene directie van het personeel tot mutaties en bevorderingen tot de graden van bureauchef en sectiechef op 24 augustus 1995 goed. De benoemingen tot bureauchef gaan in met ranginneming op 1 juli
- 1.
- Bij lijst 3.2.1.1./61 van 19 september 1995 wordt meegedeeld dat de mutatie- en de benoemingsvoorstellen vervat in de lijsten 3.2.1.1./38 en 3.2.1.1./39 van 19 juni 1995 met bepaalde wijzigingen definitief zijn goedgekeurd. 1.
- Bij nota van 13 september 1995 van de chef van het Personeels- beheer van de Post, wordt aan verzoeker ter kennis gebracht wat volgt : “Gerubriceerd bezwaarschrift (van verzoeker tegen lijst 3.2.1.1./39 van 19 juni 1995) werd door het Directiecomité onderzocht in zijn zitting van 24 augustus 1995 en ongegrond bevonden. De toewijzing van de betrekkingen bij de centrale diensten en de geweste- lijke directies gebeurde overeenkomstig de statutaire bepalingen inzonderheid de artikelen 53 en 58 van het statuut. Ter informatie kan worden gezegd dat eerstdaags bij gele lijst opnieuw betrekkingen van sectiechef en bureauchef bij de centrale diensten zullen worden aangeboden.” Bij nota van 21 september 1995 van de chef van afdeling 3.2.1.1., Personeelsbeheer van de Post, wordt medegedeeld dat in de tweede paragraaf van de hierboven weergegeven nota van 13 september 1995 dient te worden gelezen “inzonderheid de artikelen 53 en 68 van het statuut”. IX-1480-4/6 1.
- Bij beslissing van 25 oktober 1996 van het directiecomité van de Post wordt verzoeker benoemd tot de graad van bureauchef bij de Financiële Post in een betrekking van het Nederlands kader. Deze beslissing “heeft geldelijke uitwerking de 1e van de maand die volgt op de datum van de aanstelling van (verzoeker) in zijn nieuwe functie”.
- Over het voorwerp van het beroep. Overwegende dat verzoeker uiteenzet dat vier van de zes door hem met voorkeur gepunte kantoren werden toegewezen aan personeelsleden die statutair gezien minder in aanmerking kwamen en dat hij in zijn enig middel de benoemingen opnoemt voor de betrekkingen van bureauchef bij de zetel Leuven van de directie Brussel, bij de Algemene Directie 6 van de Centrale diensten, bij de Algemene Directie 2 van de Centrale diensten, en voor de betrekking van sectiechef bij de Zegeldrukkerij Mechelen; dat het daartoe aangeduide lid van het auditoraat in zijn verslag, na verzoeker te hebben ondervraagd over de incidentie op het huidig beroep van zijn latere benoeming in de betrekking van bureauchef, besluit dat het voorwerp van dit beroep bestaat uit “de weigering om hem te benoemen met ingang van 1 juli 1995 en dus eigenlijk een reconstructie van zijn loopbaan door de benoeming die hij nadien heeft bekomen te laten terugwerken tot 1 juli 1995”; dat verzoeker in zijn laatste memorie deze zienswijze niet betwist zodat zijn vordering gericht is tegen de weigering hem te benoemen van 1 juli 1995 tot 1 november 1996;
- Over de ontvankelijkheid van het beroep. Overwegende dat de Raad van State enkel de weigering te benoemen nietig kan verklaren wanneer hij tot de vaststelling komt dat het bestuur de rechtsplicht heeft om een verzoeker te benoemen; dat zulks te dezen niet het geval is vermits verzoeker geen annulatiemiddelen aanvoert waarvan het gegrond bevinden die rechtsplicht zou vestigen; dat immers het gegrond bevinden van de schending van de formele of de materiële motiveringsplicht aan verzoeker niet het recht verleent om te worden bevorderd; dat evenmin de vaststelling van de schending van de artikelen 52 en 53 van het administratief statuut van de postambtenaren voor hem dat recht kan inhouden, vermits weliswaar die bepalingen een concrete bij de benoeming in acht te nemen rangorde voorschrijven, maar zonder dat zij aan het bestuur elke discretionaire bevoegdheid ontnemen omdat het bestuur steeds de mogelijkheid blijft behouden om bij gemotiveerde beslissing af te wijken van de voorwaarde inzake IX-1480-5/6 statutaire rangschikking; dat het beroep tot nietigverklaring van de weigering verzoeker te benoemen met ingang van 1 juli 1995 niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vier december 2000 en zes, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. L. HELLIN, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. L. HELLIN. IX-1480-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.165.507 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.