← België

Arrest 165532 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 05/12/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 december 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.165.532 Rolnummer: A. 78187/X-11219 Zaak: Arrest 165532 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 05/12/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-12-12 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-07-01 11:38 Versie(s): Vertaling FR Vertaling samenvatting(

  1. en)DE Fiche Arrest nr 165.532 van 5 december 2006 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 165.532 van 5 december 2006 in de zaak A. 78.187/X-11.219. In zake : de ORDE VAN ARCHITECTEN, die woonplaats kiest bij Advocaat bij het Hof van Cassatie H. GEINGER, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Quatre Brasstraat 6 tegen : het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij Advocaat H. SEBREGHTS, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Mechelsesteenweg 27. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de Orde van Architecten op 7 april 1998 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de Vlaamse regering van 4 november 1997 houdende wijziging van het koninklijk besluit van 16 december 1971 tot bepaling van de werken en handelingen die vrijgesteld zijn ofwel van de bemoeiing van de architect, ofwel van de bouwvergunning, ofwel van het eensluidend advies van de gemachtigde ambtenaar; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op de beschikking van 30 december 2002 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gezien het verzoek tot voortzetting van de verzoekende partij; Gezien de laatste memorie van de verwerende partij; X-11.219-1/4 Gelet op de beschikking van 26 januari 2006 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 24 februari 2006; Gehoord het verslag van Staatsraad G. DEBERSAQUES; Gehoord de opmerkingen van Advocaat S. SONCK die verschijnt voor de verzoekende partij, en van Advocaat F. SEBREGHTS die loco Advocaat H. SEBREGHTS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Adjunct-auditeur S. DE TAEYE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verzoekende partij de nietigverklaring vordert van het besluit van de Vlaamse regering van 4 november 1997 houdende wijziging van het koninklijk besluit van 16 december 1971 tot bepaling van de werken en handelingen die vrijgesteld zijn ofwel van de bemoeiing van de architect, ofwel van de bouwvergunning, ofwel van het eensluidend advies van de gemachtigde ambtenaar; dat het koninklijk besluit van 16 december 1971 dat wordt gewijzigd door het thans bestreden besluit, is opgeheven bij artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2003 tot bepaling van de werken en handelingen die vrijgesteld zijn van de medewerking van de architect; dat de verzoekende partij het genoemde besluit van 23 mei 2003 met een beroep tot nietigverklaring bestrijdt (zaak gekend onder G/A 141.507/X-11.573); dat de toepassing van het bestreden besluit aldus in de tijd beperkt is geworden tot de periode liggend tussen de inwerkingtreding van het bestreden wijzigingsbesluit (17 februari 1998) en de opheffing en vervanging ervan door het voornoemde besluit van 23 mei 2003 (26 juli 2003); Overwegende dat de verzoekende partij in haar inleidend verzoekschrift uitdrukkelijk stelt dat het voorwerp van haar beroep er "precies in (bestaat) artikel 1, § 3, van het aangevochten besluit te laten vernietigen omwille van de schending van de regels aangaande de verplichting om een beroep te doen op de medewerking van een architect"; dat het te dezen gaat om artikel 1, § 3, van het koninklijk besluit van 16 december 1971 tot bepaling van de werken en handelingen die vrijgesteld zijn ofwel van de bemoeiing van de architect, ofwel van de bouwver- X-11.219-2/4 gunning, ofwel van het eensluidend advies van de gemachtigde ambtenaar, zoals ingevoegd bij het thans bestreden besluit; dat deze bestreden bepaling een aantal technische werken bepaalt waarvoor de medewerking van een architect niet verplicht is; dat het beroep tot deze bepaling wordt beperkt; Overwegende dat wat haar belang bij het beroep betreft, de verzoekende partij in haar verzoekschrift uitdrukkelijk stelt op te treden op grond van het wettelijke doel bepaald in de laatste zin van artikel 2 van de wet van 26 juni 1963 tot instelling van een Orde van architecten; Overwegende dat artikel 2 van de genoemde wet van 26 juni 1963 luidt als volgt: "Art. 2. De Orde van architecten heeft tot taak de voorschriften van de plichtenleer voor het beroep van architect te bepalen en ze te doen naleven. Zij houdt toezicht op de eer, de discretie en de waardigheid van de leden van de Orde in de uitoefening of naar aanleiding van de uitoefening van hun beroep. Zij doet aangifte bij de rechterlijke overheid van elke inbreuk op de wetten en reglementen tot bescherming van de titel en van het beroep van architect"; Overwegende dat de verzoekende partij op grond van haar hiervoor omschreven wettelijke doel de vernietiging van het voornoemde besluit van 4 november 1997 vordert; dat uit de bovenstaande gegevens blijkt dat het bestreden besluit is opgeheven; dat de gewraakte bepaling uit het bestreden besluit aldus uit de rechtsorde is verdwenen; dat gelet op haar wettelijke doel, de verzoekende partij aldus genoegdoening heeft verkregen; dat een partij in principe geen belang meer heeft om de nietigverklaring van een besluit te vorderen dat in de loop van het geding werd opgeheven en - zoals te dezen -vervangen door een ander besluit, tenzij zij vooralsnog aannemelijk maakt dat zij een actueel belang bij het beroep heeft behouden; dat het derhalve in deze gewijzigde context aan de verzoekende partij toekomt nader toe te lichten waarin haar actueel belang nog bestaat bij het annulatie- beroep; dat gevraagd naar haar actueel belang bij het voorliggende beroep, de verzoekende partij zich in haar antwoordbrief van 16 september 2004 beperkt tot de vaststelling dat het "het verzoek tot nietigverklaring van het (...) besluit van 4 november 1997 van de Vlaamse regering (...) derhalve zonder voorwerp (
  2. is)geworden", zonder nog haar actueel belang bij het voorliggend beroep te duiden; dat ambtshalve wordt vastgesteld dat de verzoekende partij geen actueel belang meer X-11.219-3/4 heeft bij het beroep; dat het in de concrete omstandigheden evenwel past de kosten ten laste van de verwerende partij te leggen; BESLUIT: Artikel 1. Het beroep wordt verworpen. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijf december 2006, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, G. DEBERSAQUES, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. P. LEMMENS. X-11.219-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.165.532 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.