id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 december 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.165.752 Rolnummer: A. 174523/X-12918 Zaak: Arrest 165752 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 08/12/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-12-19 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-07-01 11:18 Fiche Arrest nr 165.752 van 8 december 2006 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 165.752 van 8 december 2006 in de zaak A. 174.523/X-12.
- In zake : Alphons JACOBS, die woonplaats kiest bij Advocaat A. MEEUSEN, kantoor houdende te 2000 ANTWERPEN, Stoopstraat 1/4 tegen : het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij Advocaat J. CLAES, kantoor houdende te 2550 KONTICH, Mechelsesteenweg
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE RAAD VAN STATE, Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Alphons JACOBS op 3 juli 2006 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 3 mei 2006 van de Vlaamse Minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening waarbij hem de vergunning wordt geweigerd voor het slopen van de bestaande woning en het bouwen van een nieuwe woning aan de Laboureur te Brecht, kadastraal bekend sectie B, nrs. 235E en F; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur-afdelings- hoofd F. DE BUEL; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 18 september 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 6 oktober 2006; Gehoord het verslag van Staatsraad G. DEBERSAQUES; X-12.918-1/5 Gehoord de opmerkingen van Advocaat F. EMMERECHTS die loco Advocaat A. MEEUSEN verschijnt voor de verzoeker, en van Advocaat J. CLAES die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelings- hoofd F. DE BUEL; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op het bij artikel 90, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State vereiste advies van de Auditeur-generaal; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat, wat de voorwaarde van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel betreft, de verzoeker uiteenzet wat volgt : "(...)
- Verder stelt de verzoekende partij dat het MTHEN, dat voortvloeit uit de bestreden beslissing in zijn hoofde beoordeeld moet worden als een moreel nadeel. 2.
- Specifiek m.b.t. de ernst van het nadeel weet verzoekende partij dat dit het voorwerp is van een subjectieve appreciatie, waarbij telkens rekening gehouden wordt met de concrete gegevens van de zaak. Welnu, verzoekende partij stelt dat hij een moreel nadeel lijdt waarvan de ernst voortvloeit uit de volgende gegevens : - verzoekende partij is geboren op 29 januari 1946 en woont reeds sedert lange tijd met zijn echtgenote aan de Kloosterheide 10 te 2960 Brecht. Op dit adres heeft hij steeds een tuinbouwbedrijf met serres uitgebaat; - verzoekende partij heeft op 28 april 1988 een stuk grond aangekocht aan het Laboureur te Brecht. Het betreft een stuk grond van 5 hectare in landschappelijk waardevol agrarisch gebied, waarop zich een oude thans leegstaande landbouwhoeve bevindt met stallen van plusminus 150 m² en daarrond een graasweide voor koeien van plusminus 4.850 m². Verzoekende partij heeft deze eigendom aangekocht met de bedoeling om er later, samen met zijn echtgenote, de 'oude dag' door te brengen. X-12.918-2/5 Doorslaggevend daarbij was dat deze eigendom prachtig gelegen is in een rustige, mooie omgeving en ook dat zij 2 km dichter gelegen is bij de dorpskern dan zijn huidige woning aan de Kloosterheide. Het is begrijpelijk dat men tijdens de oude dag dichter bij de winkels - dokters kennissen, ... wil wonen, die terug te vinden zijn in de dorpskern; - teneinde de woning in orde te krijgen voor bewoning vóór zijn pensioen, heeft de verzoekende partij reeds op 23 september 2002 een vergunnings- aanvraag ingediend bij de Gemeente Brecht. Na een aanvankelijke weigeringsbeslissing door het College van Burgemeester en Schepenen van de gemeente Brecht, volgde er een beroepsprocedure bij de Bestendige Deputatie en bij de Vlaamse Minister, hetgeen uiteindelijk vier jaar later geleid heeft tot de bestreden beslissing d.d. 31 mei 2006; - verzoekende partij is dit jaar 60 geworden en hij is vanaf dit jaar op pensioen. - de bestreden beslissing is een negatieve beslissing (een vergunnings- weigering) die hem verhindert om zijn hoger vermelde plannen uit te voeren, waar hij jarenlang heeft naar uitgekeken heeft en waar hij jarenlang voor gespaard heeft; - het feit dat verzoekende partij de aangevraagde woning niet mag bouwen maakt in zijn hoofde, mede gelet op zijn leeftijd, dan ook een ernstig nadeel uit. 2.
- Dit nadeel is niet alleen ernstig maar ook moeilijk te herstellen. Immers : het hoger omschreven nadeel betekent de onmogelijkheid voor de verzoekende partij om de 'oude dag' door te brengen in de voorziene woning aan het Laboureur Inderdaad : iedere dag dat de verzoekende partij niet kan wonen in zijn geplande woning aan het Laboureur, betekent telkens een verlies van genot. Dit 'verlies van genot' is - geen financieel nadeel, dat in geld gewaardeerd kan worden en dat achteraf te herstellen valt middels een schadevergoeding; - integendeel een 'moreel nadeel', dat moeilijk te herstellen is. (...) Welnu : mede gelet op de leeftijd van verzoekende partij, betreft dit verlies van genot in ieder geval geen nadeel dat kan worden goedgemaakt door de morele voldoening van een vernietigingsarrest. Immers: • gelet op de achterstand bij de Raad van State kan een uitspraak over de vordering tot annulatie gemakkelijk nog een tiental jaren uitblijven; en • ook een beslissing van de Vlaamse Minister, die na een annulatiearrest de vergunningsaanvraag opnieuw zal moeten onderzoeken, kan nog meerdere jaren in beslag nemen. Indien de Vlaamse minister vervolgens de vergunning zou verlenen, dan is het zeer waarschijnlijk dat de verzoekende partij niet of niet lang meer tot deze wereld behoort, zodat een annulatiearrest zonder voorafgaande schorsing de rechtsbescherming voor de verzoekende partij kennelijk tot een illusie maakt. In deze omstandigheden dringt de schorsing van de bestreden beslissing zich op"; Overwegende dat, wat het aantonen van de ernst van het nadeel betreft, een verzoeker zich niet mag beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar dat hij integendeel zeer concrete gegevens moet aanvoeren waaruit blijkt dat hij persoonlijk een moeilijk te herstellen ernstig nadeel ondergaat of kan ondergaan, X-12.918-3/5 zodat de Raad van State kan nagaan of er al dan niet een dergelijk nadeel voorhanden is, en het voor de tegenpartijen mogelijk is om zich met kennis van zaken tegen de door de verzoeker aangehaalde feiten en argumenten te verdedigen; dat dit des te meer geldt wanneer een verzoeker een moreel nadeel aanvoert; dat de verzoeker zich te dezen ertoe beperkt te betogen dat hij een ernstig moreel nadeel ondergaat dat bestaat in het feit dat hij de "aangevraagde woning" niet mag bouwen zodat hij aldus in de onmogelijkheid verkeert om er zijn oude dag in door te brengen; dat deze wens, veruitwendigd in een bepaalde concrete bouw-aanvraag die bestaat uit het slopen van de bestaande woning en het bouwen van een nieuwe woning, weliswaar zijn belang bij de vordering aantoont -waarbij het verhinderen van deze wens om zijn plannen uit te voeren een (moreel) nadeel kan zijn- maar dat het louter feit dat hij door het bestreden besluit deze in de bouw-aanvraag veruitwendigde wens niet kan realiseren op het betrokken perceel, op zichzelf gezien, onvoldoende is om aannemelijk te maken dat dit (door verzoeker als moreel gekwalificeerd) nadeel ernstig is; dat de argumenten ter zake in zijn uiteenzetting niet overtuigen; dat immers de tijd die een annulatieprocedure in beslag neemt niet in aanmerking kan worden genomen, aangezien, naar de bedoeling van de wetgever, het moeilijk te herstellen ernstig nadeel moet voortvloeien uit de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit en niet uit de tijd die de annulatieprocedure in beslag neemt; dat om dezelfde reden ook de tijd die na een eventueel vernietigingsarrest zal verlopen vooraleer de minister een nieuwe beslissing zal hebben genomen, niet in aanmerking kan worden genomen; dat verzoekers uiteenzetting geen concrete en precieze gegevens bevat die aannemelijk kunnen maken dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen in de zin van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Overwegende dat niet is voldaan aan een van de bij artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden besluiten te kunnen bevelen; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen; BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. X-12.918-4/5 Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op acht december 2006, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, G. DEBERSAQUES, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-12.918-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.165.752 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.175.698 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div