id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 december 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.165.753 Rolnummer: A. 173402/X-12848 Zaak: Arrest 165753 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 08/12/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-12-20 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-07-01 11:18 Fiche Arrest nr 165.753 van 8 december 2006 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 165.753 van 8 december 2006 in de zaak A. 173.402/X-12.
- In zake : Marcel VERRECKT, die woonplaats kiest bij Advocaat J. VERSTRAETEN, kantoor houdende te 3000 LEUVEN, Vaartstraat 70 tegen : het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij Advocaat P. AERTS, kantoor houdende te 9000 GENT, Coupure
- tussenkomende partij : de nv INFRABEL, die woonplaats kiest bij. Advocaat J. BOUCKAERT, kantoor houdende te 1060 BRUSSEL, Henri Wafelaertsstraat 47-
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE RAAD VAN STATE, Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Marcel VERRECKT op 29 mei 2006 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 10 maart 2006 van de Vlaamse regering houdende de definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan "Noordelijke ontsluiting van de internationale luchthaven van Zaventem"; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur T. DE WAELE; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 18 september 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 6 oktober 2006; X-12.848-1/5 Gehoord het verslag van Staatsraad G. DEBERSAQUES; Gehoord de opmerkingen van Advocaat J. VERSTRAETEN die verschijnt voor de verzoeker, van Advocaat P. AERTS die verschijnt voor de verwerende partij, en van Advocaat T. GEVERS die loco Advocaat J. BOUCKAERT verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur T. DE WAELE; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op het bij artikel 90, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State vereiste advies van de Auditeur-generaal; Overwegende dat de nv INFRABEL met een op 28 juni 2006 ter post aangetekend verzoekschrift vraagt om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen; Overwegende dat de verwerende en de tussenkomende partij bij exceptie opwerpen dat de verzoeker hoogstens een belang kan laten gelden bij de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden ruimtelijk uitvoeringsplan in zoverre het betrekking heeft op de infrastructuur voor afvalwaterzuivering te Melsbroek; dat deze exceptie wezenlijk de vraag doet rijzen of, indien aan de wettelijke grondvoorwaarden van de vordering tot schorsing is voldaan, een eventuele schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit geheel of slechts gedeeltelijk moet zijn; dat uit het onderzoek van het aangevoerde moeilijk te herstellen ernstig nadeel zal blijken dat aan deze voorwaarde niet is voldaan; dat het derhalve in deze stand van het geding niet nodig is om nader in te gaan op de exceptie; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; X-12.848-2/5 Overwegende dat, wat de voorwaarde van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel betreft, de verzoeker inzake het bestaan en de ernst ervan uiteenzet wat volgt : "2.
- Verzoekende partij is een natuurlijke persoon die woont in zijn hoeve, onmiddellijk grenzend aan de percelen waar het RWZI in het RUP wordt voorzien. Dit blijkt uit de kaarten waar met kleur is aangeduid waar verzoeker woonachtig is en waar de locatie Brembosstraat RWZI is aangeduid. Op deze kaarten is ook de andere locatie (Huinhoven) aangeduid. (...) Uit deze kaarten blijkt dat verzoeker paalt aan het perceel (waarop deze bestemming is voorzien voor het RWZI). Verzoeker brengt zijn eigendomsakte eveneens bij (...), evenals zijn identiteitsbewijs (...) Verzoeker heeft ook een bezwaarschrift ingediend. (...) 2.
- Ernstig nadeel Ten gevolge van de inplanting van het RWZI zal de ontwikkeling en realisatie ervan mogelijk worden. Verzoekende partij zal onmiskenbaar in zijn onmiddellijke omgeving geconfronteerd worden met volgende vormen van ernstig nadeel, ernstige hinder: Verwijzende naar de hieronder geciteerde arresten van Uw Raad in vergelijkbare zaken wenst verzoekende partij op te merken dat door deze bestemmingswijziging de rechtsgrond wordt verleend voor de realisatie van het RWZI. De nadelen hieraan verbonden vinden hun rechtstreekse oorzaak in deze wijziging.
- verzoekende partij baat nu een landbouwbedrijf uit, in landschappelijk waardevol agrarisch gebied; hij is witloofteler, een deel van de interessante grond zal onteigend worden zodat zijn bedrijvigheid als teler ernstig in het gedrang komt, verzoeker zou dit bedrijf graag verder zetten en mettertijd verder laten uitoefenen door zijn zoon;
- geurhinder: een (open) RWZI zal zeker ernstige geurhinder met zich meebrengen-, transport van vrachtwagens met verontreinigd slib zal langs zijn woning gebeuren
- geluidshinder ten gevolge van de werkzaamheden van het RWZI en het verkeer van zware vrachtwagens die verontreinigd slib afvoeren;
- visuele hinder: het gebouw wordt voorzien tussen de aardgaspijpleidingen op de lengteas
- risico's bij de opslag en het gebruik van grote hoeveelheden chemicaliën
- aanwezigheid van kiemen in afvalwater en mogelijke verspreiding; mogelijke overstroming ingevolge overloop van RWZI of bij zware regenval komt in de richting van verzoeker;
- dit zal ongetwijféld de gezondheid van verzoeker schaden, verzoeker die nu reeds problemen heeft (...) 8.verkeershinder: van personeel en bezoekers, van zware vrachtwagens die het verontreinigd slib afvoeren; deze wagens zullen langs verzoeker rijden, terwijl hij nu in een uiterst rustige omgeving woonachtig is de wijziging is dan ook bijzonder drastisch te noemen dit zal onvermijdelijk een ernstige invloed hebben op de leefwereld van verzoekende partij, die wenst te genieten van zijn oudere dag, die nog wat witloofteelt en hoopte in deze mooie landschappelijk waardevolle omgeving te kunnen blijven leven en genieten. Uiteraard zal dit ook een ernstige waardevermindering van zijn woning met zich meebrengen, hetgeen zijn belang onderschrijft"; X-12.848-3/5 Overwegende dat, wat de aangevoerde vrees voor onteigening betreft, de verzoeker uit het oog verliest dat het bestreden besluit enkel de in artikel 38 DRO bepaalde onderdelen bevat en inzonderheid geen onteigeningsplan dat met toepassing van artikel 70, § 2 DRO tegelijkertijd met het ruimtelijk uitvoeringsplan zou zijn opgemaakt; dat het bestreden besluit op zich geen rechtstreekse onteigeningen mogelijk maakt, zodat dit aspect van het aangevoerde nadeel om die reden alleen al niet in aanmerking kan worden genomen; dat wat betreft de aangevoerde geur-, verkeers- en geluidshinder, de risico’s bij opslag en gebruik van chemicaliën, de aanwezigheid van kiemen en de verspreiding ervan bij mogelijke overstroming, de verzoeker zich beperkt tot het verwijzen naar exploitatiehinder die naar zijn mening een rioolwaterzuiveringsinstallatie met zich brengt; dat hij evenwel niet aantoont, in het licht van de in het bestreden ruimtelijk uitvoeringsplan bepaalde concrete inplantingsplaats ervan, welke hinder hij persoonlijk en concreet vreest te zullen ondervinden; dat de aangevoerde hinder trouwens te maken heeft met de exploitatie van de rioolwaterzuiveringsinstallatie en dat daarvoor in de concrete milieuvergunning voor de betrokken activiteiten nog de nodige beperkende maatregelen kunnen worden opgelegd; dat de verzoeker dit gegeven niet mede betrekt in zijn uiteenzetting; dat, wat de schade aan zijn gezondheid betreft, de verzoeker dit nadeel enkel afleidt uit de exploitatiehinder; dat alleen al omwille van de hiervoor gegeven redenen in verband met die hinder geconcludeerd moet worden dat ook het nadeel voor de gezondheid niet op voldoende concrete gegevens steunt; dat, wat de visuele hinder en de weerslag op zijn leefwereld betreft, de verzoeker zich ter zake beperkt tot een blote bewering en inzonderheid niet met concrete elementen dit onderdeel van zijn nadeel aannemelijk maakt; dat ook de overgelegde inplantingsplannetjes met aanduidingen dit niet doen; dat tot slot de "ernstige waardevermindering" een financieel nadeel is; dat een financieel nadeel in beginsel niet moeilijk te herstellen is; dat de verzoeker geen concrete en precieze gegevens bijbrengt waaruit zou kunnen blijken dat dit in casu wel het geval zal zijn; dat de uiteenzetting van de verzoeker niet aantoont dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen zoals bedoeld door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Overwegende dat niet is voldaan aan een van de bij artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden besluiten te kunnen bevelen; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen; X-12.848-4/5 BESLUIT: Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van de nv INFRABEL in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op acht december 2006, door de Xe kamer, die was samengesteld uit: de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, G. DEBERSAQUES, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-12.848-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.165.753 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.615 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div