id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 december 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.165.770 Rolnummer: A. 175763/IX-5396 Zaak: Arrest 165770 - Wetenschapsbeleid - 11/12/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-12-22 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-07-01 11:24 Fiche Arrest nr 165.770 van 11 december 2006 Onderwijs en cultuur - Wetenschapsbeleid Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 165.770 van 11 december 2006 in de zaak A. 175.763/IX-5396. In zake : Jan VAN DE VELDE, die woonplaats kiest bij advocaat Karel VAN HOOREBEKE, kantoor houdende te GENT, Coupure Rechts 162 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Wetenschapsbeleid, die woonplaats kiest bij advocaten P. LUYPAERS en H.-K. CARÊME, kantoor houdende te HEVERLEE, Industrieweg 4 bus 1. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Jan VAN DE VELDE op 10 augustus 2006 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerleg- ging van : “1) het bezoekersreglement (versie 20 juni 2006) van het Algemeen Rijksarchief en Rijksarchief in de Provinciën en zijn bijlage; 2) het Ministerieel besluit d.d. 20 juli 2006 tot vaststelling van het bezoekersregle- ment van de leeszalen van het Algemeen Rijksarchief en het Rijksarchief in de Provinciën, verschenen in het Belgisch Staatsblad van 25 juli 2006, (tweede editie) en zijn bijlage, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 2 augustus 2006”; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de vernietiging vordert van dezelfde beslissingen; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; IX-5396-1/7 Gelet op de beschikking van 16 november 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 4 december 2006; Gehoord het verslag van staatsraad L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. JEROOM die, loco advocaat K. VAN HOOREBEKE verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat H.-K. CARÊME die, loco advocaat P. LUYPAERS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; 1. De gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat: 1.1. Op 20 juni 2006 wordt een “bezoekersreglement” uitgevaardigd voor en door het Algemeen Rijksarchief en Rijksarchief in de Provinciën. In dit reglement wordt onder meer bepaald dat diegene die zich wil laten registreren onder het registratieformulier zijn handtekening dient te plaatsen waardoor hij zich ertoe verbindt deze huisregels na te leven. Dit is de eerste bestreden beslissing. 1.2. Op 10 juli 2006 schrijft de raadsman van verzoeker een brief aan de verwerende partij waarin hij zowel de vorm als de inhoud van voormeld “bezoekersreglement” aanklaagt. 1.3. Met een brief van 20 juli 2006 antwoordt de verwerende partij dat : “het bezoekersreglement van de rijksarchieven, met inbegrip van de richtlijn in verband met het zelf uitvoeren van digitale opnames, weldra als Ministerieel Besluit in het Belgisch Staatsblad zal verschijnen, (...) IX-5396-2/7 Wat uw bezwaren van inhoudelijke aard betreft moet ik u meedelen dat het Rijksarchief belast is met het beheer en de beschikbaarstelling van een belangrijk deel van archivalisch erfgoed. Het personeel van het Rijksarchief zet zich elke dag in om de raadpleegbaarheid van archivalia maximaal te garanderen en heeft niet de intentie om de raadpleging van bescheiden te beperken, tenzij de wetgever hem hiertoe verplicht (beperkte raadpleegbaarheid van niet-openbare archiefbescheiden of van bescheiden in verband met de persoonlijke levenssfeer). In het kader van zijn zorgvuldigheidsplicht en overeenkomstig de regels van goed beheer, is het de plicht van de Algemeen Rijksarchivaris een aanvaardbaar evenwicht te vinden tussen minimale eisen inzake bescherming van het erfgoed en de kwaliteit van de publieke dienstverlening in het algemeen en in de leeszalen van de rijksarchieven meer in het bijzonder. Ik ben van mening dat het bezoekersreglement niet indruist tegen de grondwet en derhalve niet moet worden ingetrokken.”. 1.4. Op 20 juli 2006 wordt het ministerieel besluit tot vaststelling van het bezoekersreglement van de leeszalen van het Algemeen Rijksarchief en het Rijksarchief in de Provinciën genomen en op 25 juli 2006 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Dit is de tweede bestreden beslissing. 2. Over de ontvankelijkheid van de vordering. Overwegende dat de verwerende partij in haar nota met opmerkin- gen opwerpt dat de vordering niet ontvankelijk is, omdat de beide bestreden beslissingen als een maatregel van inwendige orde dienen te worden gekwalificeerd en zodoende als niet-aanvechtbare rechtshandelingen moeten worden beschouwd en, omdat verzoeker geen actueel en geoorloofd belang heeft aangezien hij voorheen reeds een lezerskaart bezat en derhalve herhaaldelijk vrijwillig zonder enige klacht retributies heeft betaald; dat ook in de bestreden beslissingen een redelijk verantwo- ord evenwicht wordt nagestreefd tussen de minimale eisen inzake bescherming van de archieven en de kwaliteit van de dienstverlening, terwijl verzoeker zich blijkbaar thans wenst te verzetten tegen de regeling van het ordelijk verloop van de bezoeken aan de leeszalen van het Rijksarchief; IX-5396-3/7 Overwegende dat over die exceptie slechts uitspraak zou moeten worden gedaan indien aan de beide cumulatieve voorwaarden om tot de schorsing van de tenuitvoerlegging over te gaan is voldaan, wat te dezen, zoals zal blijken, niet het geval is; 3. Over de gegrondheid van de vordering. Overwegende dat luidens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de bestreden beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de akte of het reglement een moeilijk te herstellen en ernstig nadeel kan berokkenen; 3.1. Overwegende dat verzoeker met betrekking tot de tweede voorwaarde aanvoert wat volgt: “Opdat Uw Raad de schorsing van de tenuitvoerlegging van een aangevoch- ten beslissing zou kunnen bevelen, moet een verzoekende partij aantonen dat die onmiddellijke tenuitvoerlegging haar een moeilijk te herstellen en ernstig nadeel dreigt te berokkenen. Die voorwaarde is in voorliggend geval evident vervuld. Immers, vooreerst (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.