← België

Arrest 165773 - Penitentiair recht - 11/12/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 december 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.165.773 Rolnummer: A. 168705/IX-5175 Zaak: Arrest 165773 - Penitentiair recht - 11/12/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-12-21 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-07-01 11:25 Fiche Arrest nr 165.773 van 11 december 2006 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 165.773 van 11 december 2006 in de zaak A. 168.705/IX-

  1. In zake : Clement SOMERS, die woonplaats kiest bij advocaat S. STERKENDRIES, kantoor houdende te LEEFDAAL, Neerijsesteenweg 6/2 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie, die woonplaats kiest bij advocaat M. COTTYN, kantoor houdende te AALST, Leopoldlaan 32 A, bus 1-
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Clement SOMERS op 19 december 2005 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de op 20 oktober 2005 door de directeur van de centrale gevangenis te Leuven genomen tuchtbeslissing waarbij hem zeven dagen individueel regime en ontslag als diender op de sectie wordt opgelegd; Gelet op het arrest nr. 157.623 van 18 april 2006 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen en de uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten wordt uitgesteld; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan de verzoekende partij op 26 april 2006; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; IX-5175-1/3 Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat de verzoekende partij geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging heeft ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoer- legging van de bestreden beslissing is verworpen; dat te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
  3. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  4. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. IX-5175-2/3 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op elf december 2000 en zes, door : de HH. L. HELLIN, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. L. HELLIN. IX-5175-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.165.773 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.623 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.