← België

Arrest 165962 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 15/12/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 december 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.165.962 Rolnummer: A. 171512/X-12765 Zaak: Arrest 165962 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 15/12/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-01-04 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-07-01 13:56 Versie(s): Vertaling FR Vertaling samenvatting(

  1. en)DE Fiche Arrest nr 165.962 van 15 december 2006 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 165.962 van 15 december 2006 in de zaak A. 171.512/X-12.765. In zake : Luc NAEGELS, die woonplaats kiest bij Advocaat C. GYSEN, kantoor houdende te 2800 MECHELEN, Antwerpsesteenweg 18 tegen : 1. de gemeente SINT-KATELIJNE-WAVER, die woonplaats kiest bij Advocaat H. SEBREGHTS, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Mechelsesteenweg 27, 2. de Bestendige Deputatie van de provincieraad van ANTWERPEN. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Luc NAEGELS op 27 maart 2006 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 3 november 2005 van de Bestendige Deputatie van de provincieraad van Antwerpen houdende goedkeuring van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan "Dreefvelden" "met uitsluiting van de zin 'De uitbreiding van bedrijfsactiviteiten binnen de bestemmingszone mag niet leiden tot een totale oppervlakte van 1ha per bedrijf of bedrijvencluster' in de tweede paragraaf van art. 1.1.1. 'Hoofdbestemming' op p. 7 van de stedenbouwkundige voorschriften", definitief vastgesteld bij besluit van 5 september 2005 van de gemeenteraad van de gemeente Sint-Katelijne-Waver; Gezien de nota's van de verwerende partijen; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 7 juli 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 6 oktober 2006; X-12.765-1/5 Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat T. RYCKALTS die loco Advocaat C. GYSEN verschijnt voor de verzoekende partij, van Advocaten H. SEBREGHTS en F. SEBREGHTS die verschijnen voor de eerste verwerende partij, en van adviseur R. LANGERWERF die verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op het bij artikel 90, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State vereiste advies van de Auditeur-generaal; Overwegende dat het gebied waarvoor het ruimtelijk uitvoeringsplan "Dreefvelden"is opgemaakt volgens het bij koninklijk besluit van 5 augustus 1976 vastgestelde gewestplan Mechelen onder meer tot gebied voor milieubelastende industrie, recreatiegebied, agrarisch gebied, woongebied en landelijk woongebied was bestemd ; dat verzoeker eigenaar is van gronden gelegen binnen het plangebied; dat verzoeker verklaart dat het grafisch plan zijn eigendom opneemt in een zone voor oppervlaktewater; dat voorafgaand aan het ruimtelijk uitvoeringsplan een procedure tot opmaak van een bijzonder plan van aanleg was opgestart maar niet werd voltooid; dat de Bestendige Deputatie van de provincieraad van Antwerpen bij besluit van 26 juni 2003 het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan Sint-Katelijne- Waver heeft goedgekeurd; dat dit besluit onder meer als voorwaarde heeft gesteld dat "bij de omvorming van het industriegebied Dreefvelden-Gelaagputten naar lokaal bedrijventerrein de op het terrein aanwezige bedrijven voor de duur van hun uitbating geen bijkomende beperkingen in hun activiteiten wordt opgelegd"; dat de gemeente Sint-Katelijne-Waver, gelet op het goedgekeurde gemeentelijk ruimtelijk structuurplan Sint-Katelijne-Waver en gelet op het onoverkomelijk bevinden van sommige bezwaren met betrekking tot het ontwerp van bijzonder plan van aanleg, heeft beslist om het omvormen van het betrokken gebied tot lokaal bedrijventerrein in een licht aangepaste vorm te hernemen als ruimtelijk uitvoeringsplan; dat de gemeenteraad het ruimtelijk uitvoeringsplan "Dreefvelden" bij besluit van 20 december 2004 voorlopig heeft vastgesteld; dat het openbaar onderzoek heeft X-12.765-2/5 plaatsgevonden van 1 februari 2005 tot 1 april 2005; dat verzoeker een bezwaar heeft ingediend; dat de bestendige deputatie op 17 maart 2005 een gunstig advies heeft uitgebracht onder de voorwaarde dat het ruimtelijk uitvoeringsplan de aanwezige bedrijven voor de duur van hun uitbating geen bijkomende beperkingen in hun activiteiten mag opleggen, dat het traject van de weg en het ontsluitingsscenario herbekeken dienen te worden, dat er een ruimtelijk veiligheidsrapport dient te worden opgesteld en dat de inplantingsplaats van de buffering gemotiveerd dient herbekeken te worden; dat bij ministerieel besluit van 29 maart 2005 het ontwerp van gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan "Dreefvelden" gunstig wordt geadviseerd "mits rekening houdende met de hiervoor vermelde overwegingen"; dat de Gemeentelijke Commissie voor de Ruimtelijke Ordening (hierna: GECORO) op 30 mei 2005 advies heeft uitgebracht; dat bij besluit van 5 september 2005 van de gemeenteraad van Sint-Katelijne-Waver het ruimtelijk uitvoeringsplan "Dreefvelden" definitief wordt vastgesteld; dat bij het thans bestreden besluit van 3 november 2005 van de Bestendige Deputatie van de provincieraad van Antwerpen het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan "Dreefvelden" wordt goedgekeurd "met uitsluiting van de zin 'De uitbreiding van bedrijfsactiviteiten binnen de bestemmingszone mag niet leiden tot een totale oppervlakte van 1ha per bedrijf of bedrijvencluster'in de tweede paragraaf van art. 1.1.1. 'Hoofdbestemming' op p. 7 van de stedenbouwkundige voorschriften"; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat, om te voldoen aan de tweede door voormeld artikel 17, § 2, opgelegde voorwaarde, het aangevoerde nadeel én ernstig én moeilijk te herstellen moet zijn; dat deze beide voorwaarden cumulatief vervuld dienen te zijn; Overwegende dat verzoeker hieromtrent in het verzoekschrift tot schorsing uiteenzet wat volgt: "Opdat Uw Raad de schorsing van de bestreden beslissingen zou kunnen bevelen is het volgens artikel 17, §2, R.v.St.-wet noodzakelijk dat de verzoekende partij aantoont dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de X-12.765-3/5 aangevochten handeling voor de verzoeker een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan meebrengen. In casu wordt duidelijk aangetoond dat de onmiddellijk(
  2. e)tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing, d.w.z. de toepassing ervan vooraleer de Raad van State ten gronde uitspraak heeft kunnen doen tegen het ertegen ingestelde annulatieberoep, een nadeel met zich meebrengt in hoofde van verzoekende partij dat ernstig en moeilijk te herstellen is. Immers zoals uit de feitelijke uiteenzetting vermocht te blijken worden de percelen van verzoekende partij volledig herbestemd tot zone voor oppervlaktewateren. De voorschriften van deze bestemming komen neer op een feitelijke onteigening en de onmogelijkheid om het gebied op enigerlei wijze te ontwikkelen. Dit gegeven wordt door eerste verwerende partij en de G(E)CORO expressis verbis in het vaststellingsbesluit en het advies erkend. Dat deze moeilijk te herstellen nadelen veroorzaakt worden door de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden plan, blijkt duidelijk uit het schrijven dd. 13 maart 2006 dat verzoekende partij mocht ontvangen vanwege de intergemeentelijke vereniging IGEMO, welke blijkbaar door het gemeentebestuur Sint-Katelijne-Waver werd 'aangesteld' om in de praktische uitvoering van het plan te onderzoeken en te begeleiden. Uit deze brief blijkt op afdoende wijze dat binnen zeer korte tijdspanne zal worden gestart 'met de aanleg van de nieuwe wegen en riolering, alsmede de herverkaveling van een aantal bestaande percelen'. Verzoekende partij wordt hierbij immers uitgenodigd op een infovergadering die reeds plaats heeft op vrijdag 31 maart 2006. Een vernietigingsarrest van Uw Raad zal dan ook onmiskenbaar te laat tussenkomen. Bovenstaande paragrafen duiden onmiskenbaar op een moeilijk te herstellen ernstig nadeel in hoofde van verzoekende partij ingeval van onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden plan"; Overwegende dat verzoeker er zich aldus toe beperkt heeft te stellen dat de herbestemming van de hem toebehorende percelen neerkomt "op een feitelijke onteigening en de onmogelijkheid om het gebied op enigerlei wijze te ontwikkelen"; dat verzoeker evenwel in het verzoekschrift tot schorsing geen enkel concreet gegeven bijbrengt omtrent welkdanig project dan ook dat hij voornemens zou zijn in de nabije toekomst op de betrokken percelen te willen ontwikkelen en dat door de herbestemming van deze percelen ingevolge de voorschriften van het bestreden besluit niet meer zou kunnen worden gerealiseerd; dat het aangevoerde nadeel derhalve hic et nunc in wezen niet anders dan als een louter financieel nadeel kan worden beschouwd; dat een financieel nadeel in beginsel niet moeilijk te herstellen is; dat verzoeker geen enkel concreet gegeven bijbrengt waaruit zou kunnen blijken dat dit te dezen wel het geval zou zijn; dat, ook al zou in voorkomend geval worden aangenomen dat het aangevoerde nadeel ernstig is, verzoekers uiteenzetting geen afdoende, concrete en precieze gegevens bevat die aannemelijk maken dat het nadeel dat hij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het X-12.765-4/5 bestreden besluit zou kunnen ondergaan, van die aard is dat het ook als moeilijk te herstellen kan worden aangemerkt; Overwegende dat niet is voldaan aan een van de bij artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging te kunnen bevelen; dat die vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing af te wijzen; BESLUIT: Artikel 1. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel 2. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijftien december 2006, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, G. DEBERSAQUES, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-12.765-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.165.962 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.