id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 december 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.165.999 Rolnummer: A. 100042/IX-2709 Zaak: Arrest 165999 - Wetenschapsbeleid - 18/12/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-01-11 Raadplegingen: 49 - laatst gezien 2026-07-04 04:24 Fiche Arrest nr 165.999 van 18 december 2006 Onderwijs en cultuur - Wetenschapsbeleid Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 165.999 van 18 december 2006 in de zaak A. 100.042/IX-
- In zake : Jobinne BEYRUS, die woonplaats kiest bij advocaat L. SILANCE, kantoor houdende te BRUSSEL, Delleurlaan 29 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Wetenschappelijk Onderzoek, die woonplaats kiest bij advocaten E. GILLET en P. SLEGERS, kantoor houdende te BRUSSEL, Brand Whitlocklaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Jobinne BEYRUS op 2 februari 2001 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van een “dienstorder van 23 januari 2001, referte DN-NS/2001/02, ondertekend door de heer Ir. Eric BEKA, secretaris-generaal en van een nota aan (verzoekster) met kenmerk A/NI/Decrock/190101, dragende de datum van 19 januari 2001, eveneens ondertekend door de heer Ir. Eric BEKA, secretaris-generaal”; Gelet op het arrest nr. 96.550 van 18 juni 2001 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien het verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend op 24 juli 2001 door de verzoekende partij; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoof d W. VAN NOTEN; IX-2709-1/7 Gelet op de beschikking van 25 september 2002 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien het verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend door de verzoekende partij en de laatste memorie van de verwerende partij; Gezien de “laatste memorie” van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 10 november 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 11 december 2006; Gehoord het verslag van staatsraad L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat L. SILANCE, die verschijnt voor verzoekster; van advocaat P. SLEGERS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Over de gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
- Verzoekster is bestuursdirecteur bij de Federale diensten voor wetenschappelijke, technische en culturele aangelegenheden (hierna: DWTC). Sinds 1994 is zij aangewezen als hoofd van de dienst van de federale wetenschappelijke instellingen. Deze dienst beheert onder meer de dossiers van het statutaire en contractuele personeel van de wetenschappelijke instellingen van de Staat. IX-2709-2/7 1.
- Met een dienstorder van 23 januari 2001 deelt de secretaris- generaal mee dat, in het kader van de op handen zijnde herstructurering en gelet op het aangekondigde vertrek van bepaalde personeelsleden, vanaf 1 februari 2001 de structuur van de DWTC en de opdrachten van enkele diensten gewijzigd worden. Beslist wordt dat de dienst van de federale wetenschappelijke instellingen ontbonden wordt en de bevoegdheden van de dienst naar andere diensten worden overgeheveld, en de dienst cultuur en onderwijs wordt omgevormd tot de dienst van de biculturele aangelegenheden. Verzoekster wordt ontheven van haar functie als hoofd van de dienst van de federale wetenschappelijke instellingen en aangesteld als hoofd van de dienst van de biculturele aangelegenheden. Zij zal verder de commissies voor werving en bevordering van de federale wetenschappelijke instellingen blijven voorzitten. 1.
- Dezelfde beslissing wordt met een nota, gedateerd op 19 januari 2001, door de secretaris-generaal individueel aan verzoekster medegedeeld. 1.
- Bij koninklijk besluit van 26 februari 2003 wordt verzoekster met ingang van 1 juni 2003 eervol ontslag verleend uit haar functie van adviseur-generaal bij de Federale Diensten voor Wetenschappelijke, Technische en Culturele Aangelegenheden en wordt ertoe gemachtigd haar aanspraak op pensioen te doen gelden en de eretitel van haar ambt te voeren;
- Over de rechtspleging. Overwegende dat verzoekster, nadat haar de laatste memorie van de verwerende partij is overgemaakt, zelf een “laatste memorie na verslag” indient met een gewone postzending; dat die zending bij de Raad van State is binnenge- komen drie maanden nadat de verwerende partij haar laatste memorie heeft ingediend; dat zij derhalve uit de debatten dient te worden geweerd;
- Over de ontvankelijkheid van het beroep. 3.
- Overwegende dat de verwerende partij in haar memorie van antwoord aanvoert dat het beroep niet ontvankelijk is daar het is gericht tegen een maatregel van inwendige organisatie die niet voor annulatie door de Raad van State vatbaar is; dat zij verduidelijkt dat het een reorganisatie betreft van de diensten voor wetenschappelijke, technische en culturele aangelegenheden met het oog op de IX-2709-3/7 geplande hervormingen van de ambtenarij, dat de ontheffing van verzoekster een logisch gevolg is van de afschaffing van haar dienst en dat zij wordt aangewezen om een volkomen evenwaardige functie uit te oefenen in identieke statutaire en pecuniaire omstandigheden; 3.
- Overwegende dat verzoekster in haar memorie van wederantwoord vooreerst repliceert dat de beslissing tot reorganisatie op abrupte manier genomen is, ingrijpt in haar loopbaan en haar positie wezenlijk wijzigt; dat zij verder stelt dat de dienst wordt hervormd op een overhaaste manier en zonder enige rationele noodzaak; 3.
- Overwegende dat de verwerende partij in haar laatste memorie aan hetgeen zij reeds in haar memorie van antwoord heeft uiteengezet, in essentie toevoegt dat de tweede bestreden beslissing een nota betreft waarmee aan verzoekster de maatregel van inwendige organisatie van de diensten wordt medegedeeld; dat zij benadrukt dat het geen beslissing is die onderscheiden is van de maatregel vervat in de dienstorder gericht aan alle leden van de dienst; dat zij uiteenzet dat de bedoeling en de inhoud van de maatregel “niet in de eerste plaats een dienstaanwijzing of mutatie van verzoekster” betreft, doch de rationalisatie van de diensten; 3.
- Overwegende dat de eerste door verzoekster bestreden beslissing als volgt luidt : “In het kader van de ophanden zijnde herstructurering van de Diensten als gevolg van de Copernicushervorming en gelet op het aangekondigde vertrek van bepaalde personeelsleden, worden vanaf 1 februari 2001 de structuur van de D.W.T.C. en de opdrachten van enkele diensten als volgt gewijzigd : . ontbinding van de Dienst van de Federale wetenschappelijke instellingen, met - overheveling van het beheer van de personeelsdossiers van de federale wetenschappelijke instellingen naar de Dienst Human resources; - overheveling van de functie ‘financiële controle’ van de federale weten- schappelijke instellingen naar de Financiële dienst; - overheveling van de functie ‘Interface Onderzoek’ met de federale wetenschappelijke instellingen naar de Dienst van de Onderzoek- programma*s; . omvorming van de Dienst Cultuur en Onderwijs tot de Dienst van de Biculturele aangelegenheden met : - overheveling van de Taalinspectie in het onderwijs naar het Secretariaat- generaal; - overheveling van de geschillendossiers ‘Onderwijs-Education nationale’ naar de Juridische dienst; - overheveling van de dotaties en subsidies van Onderwijs naar de Financiële dienst; IX-2709-4/7 - overheveling van de toegang van buitenlanders tot de gereglementeerde beroepen, van de inpassing van de Europese normen in de Belgische wetgeving en van het radio- en televisiebeleid in Brussel-Hoofdstad naar de Dienst voor Internationale, interfederale en interdepartementale coördinatie. Mevrouw J. DECROCK-BEYRUS wordt ontheven van haar ambt als hoofd van de Dienst van de Federale wetenschappelijke instellingen en wordt aangesteld als hoofd van de Dienst van de Biculturele aangelegenheden. Zij zal verder de commissies voor werving en bevordering van de federale wetenschappelijke instellingen blijven voorzitten. De heer L. GRAULS wordt ontheven van zijn ambt als hoofd van de Dienst Cultuur en Onderwijs en wordt aangesteld als Directeur van het Secretariaat- generaal. Zijn opdracht bestaat er voornamelijk in het Secretariaat-generaal te herstructureren. Het dienovereenkomstig aangepaste organigram van de D.W.T.C. is als bijlage opgenomen.”; en de tweede bestreden beslissing : “Hierbij deel ik u mee dat ik besloten heb, in het kader van de ophanden zijnde herstructurering van de Diensten (Copernicus) - met name het bundelen van het human resources management als een enkele omkaderingsfunctie in de toekomstige POD ‘Wetenschapsbeleid’ - en om het aangekondigde vertrek van mevrouw K. DELCHAMBRE en de heer S. VANEYCKEN op te kunnen vangen, dat de dossiers van het personeel van de federale wetenschappelijke instellingen voortaan beheerd zullen worden door de Dienst Human resources en dat de Dienst van de Federale wetenschappelijke instellingen in zijn huidige vorm ontbonden wordt met de overheveling van de functie ‘financiële controle’ naar de Financiële dienst en van de functie ‘interface onderzoek’ naar de Dienst van de Onderzoekprogramma’s. Door het uitdoven van de lasten van het verleden van ‘Onderwijs-Education nationale’ en het overhevelen van de resterende taken op het gebied van onderwijs naar andere diensten, wordt de Dienst Cultuur en Onderwijs overigens omgevormd tot een Dienst ‘Biculturele aangelegenheden’. Daarom onthef ik u, vanaf 1 februari 2001, van uw ambt als hoofd van de Dienst van de Federale wetenschappelijke instellingen. De delegaties van handtekening die hieraan verbonden zijn vervallen dus. Vanaf diezelfde datum stel ik u aan als hoofd van de Dienst van de Biculturele aangelegenheden (programma*s 1, 2 en 3 van afdeling 61 in de begroting van de D.W.T.C,, met uitzondering van de basisallocaties 61.11.41.16, 61.12.11.04, 61.16.11.04 en 61.22.35.15). Uw taak bestaat er met name in die dienst te herstructureren, de behoeften ervan in te schatten en de onderhandelingen voor te bereiden met de Kanselarij van de Eerste Minister wat de verdeling betreft van de administratieve taken terzake (cf. kennisgeving van de Ministerraad d.d. 1 december 2000). U wordt overigens verzocht uw functie als Voorzitter van de commissies voor werving en bevordering van de federale wetenschappelijke instellingen verder te blijven zetten.”; Overwegende dat aldus de door verzoekster bestreden maatregel die genomen wordt in het kader van een administratieve reorganisatie en die genoegzaam omschreven wordt als “herstructurering van de Diensten als gevolg van de Copernicushervorming”, hierin bestaat dat de dienst van de federale wetenschappelijke instellingen wordt afgeschaft en de dienst cultuur en onderwijs IX-2709-5/7 wordt omgevormd tot de dienst van de biculturele aangelegenheden; dat die beslissing het karakter heeft van een maatregel van inwendige orde; dat verzoekster wordt aangewezen tot hoofd van de dienst van de biculturele aangelegenheden zodat zij met een gelijkwaardige opdracht belast blijft; dat die laatste maatregel derhalve de rechtspositie van verzoekster niet wijzigt en niet kan worden aangemerkt als een disciplinaire maatregel waarvoor verzoekster trouwens niet bij machte is om zelfs een begin van bewijs ervan aan te reiken; dat het immers niet is omdat verzoekster de benoeming aanvecht van de persoon, die de maatregel getroffen heeft, dat diens beslissingen ten aanzien van verzoekster automatisch een disciplinair karakter verkrijgen; dat de door verzoekster bestreden beslissingen bijgevolg niet voor vernietiging vatbaar zijn; dat de aangevoerde exceptie gegrond is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. IX-2709-6/7 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achttien december 2000 en zes, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, voorzitter van de Raad van State, L. HELLIN, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. J. DE BRABANDERE. IX-2709-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.165.999 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2001:ARR.96.550 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.