← België

Arrest 166000 - Wetenschapsbeleid - 18/12/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 december 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.166.000 Rolnummer: A. 64585/IX-1061 Zaak: Arrest 166000 - Wetenschapsbeleid - 18/12/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-01-11 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-07-01 11:49 Fiche Arrest nr 166.000 van 18 december 2006 Onderwijs en cultuur - Wetenschapsbeleid Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 166.000 van 18 december 2006 in de zaak A. 64.585/IX-

  1. In zake : Jobinne BEYRUS, wonende te BRUSSEL, Vergotestraat 20 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Wetenschapsbeleid, die woonplaats kiest bij advocaten E. MARON en D. GERARD, kantoor houdende te BRUSSEL, Bronstraat 68 tussenkomende partij : Luk VAN LANGENHOVE, die woonplaats kiest bij advocaat P. DEVERS, kantoor houdende te GENT, Kouter 71-
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Jobinne BEYRUS op 19 juli 1995 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het koninklijk besluit van 6 april 1995 waarbij Luk VAN LANGENHOVE, met ingang van 1 mei 1995, wordt benoemd tot adjunct-secretaris-generaal bij de Federale diensten voor weten- schappelijke, technische en culturele aangelegenheden; Gelet op het arrest nr. 62.068 van 1 oktober 1996 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van Luk VAN LANGENHOVE; Gelet op de beschikking van 22 november 1996 die de tussen- komst van Luk VAN LANGENHOVE toelaat; IX-1061-1/5 Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur-generaal M. ROELANDT; Gelet op de beschikking van 24 februari 1998 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 10 november 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 11 december 2006; Gehoord het verslag van staatsraad L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat L. SILANCE, die verschijnt voor verzoekster, van advocaat J.F. DE BOCK, die loco advocaat D. GERARD en E. MARON verschijnt voor de verwerende partij en van advocaat K. VANBINST, die loco advocaat P. DEVERS verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur B. THYS; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  3. Over de gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
  4. Bij koninklijk besluit van 6 december 1994 worden de Federale diensten voor wetenschappelijke, technische en culturele aangelegenheden (D.W.T.C.) gemachtigd een adjunct-secretaris-generaal aan te werven. IX-1061-2/5 1.
  5. Deze betrekking van adjunct-secretaris-generaal wordt vacant verklaard in het Belgisch Staatsblad van 23 maart
  6. 1.
  7. De tussenkomende partij stelt zijn kandidatuur bij brief van 28 maart
  8. Verzoekster, bestuursdirecteur bij de Federale diensten voor wetenschappelijke, technische en culturele aangelegenheden, stelt zich kandidaat bij brief van 29 maart
  9. 1.
  10. Bij koninklijk besluit van 6 april 1995 wordt de tussenkomende partij benoemd tot adjunct-secretaris-generaal bij de D.W.T.C. 1.
  11. Bij dienstorder van 28 april 1995 wordt het bestreden besluit in de voormelde diensten bekendgemaakt. Het wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 25 mei
  12. 1.
  13. Bij brief van 25 mei 1995 deelt de Minister van Wetenschaps-beleid mee aan verzoekster dat haar “sollicitatie” niet in aanmerking werd genomen. Er wordt haar een kopie gegeven van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van de benoeming van de tussenkomende partij.
  14. Over de ontvankelijkheid. 2.
  15. Overwegende dat het belang, waarvan een verzoeker blijk moet geven, dient te bestaan op het ogenblik van het indienen van het annulatieberoep en dat hij, teneinde zuiver platonische vernietigingen te vermijden, dat belang moet behouden tot aan de uitspraak; dat het teloorgaan van bepaalde aspecten van het belang geen invloed heeft op de ontvankelijkheid van het beroep voor zover aannemelijk wordt gemaakt dat de vernietiging aan de verzoeker nog een concreet voordeel kan opleveren hetwelk, om het beroep niet te laten verworden tot een actio popularis, meer moet zijn dan de genoegdoening verbonden met het horen onwettig verklaren van de bestreden beslissing; 2.
  16. Overwegende dat verzoekster bij koninklijk besluit van 26 februari 2003 met ingang van 1 juni 2003 eervol ontslag wordt verleend uit haar functie van adviseur-generaal bij de D.W.T.C. gemachtigd wordt haar aanspraak op pensioen te doen gelden en de eretitel van haar ambt te voeren; dat zij niet aanvoert en dat ook IX-1061-3/5 niet blijkt dat de verwerende partij in een vernietigingsarrest de absolute rechtsplicht zal vinden om haar tot adjunct-secretaris-generaal te benoemen en aldus haar loopbaan met terugwerkende kracht te reconstrueren; dat een vernietigingsarrest derhalve niet meer kan bijdragen tot het rechtsherstel dat verzoekster met haar annulatieberoep oorspronkelijk ambieerde, met name zelf tot adjunct-secretaris- generaal bevorderd worden en die functie daadwerkelijk bekleden; dat in die zin het initieel materieel belang dat verzoekster onmiskenbaar had bij de vernietiging van het bestreden benoemingsbesluit, teloor is gegaan; Overwegende dat, door die gewijzigde omstandigheid, het belang van verzoekster twijfelachtig geworden is; dat met name de vraag rijst welk persoonlijk voordeel verzoekster thans nog uit een vernietigingsarrest kan halen en of dat voordeel volstaat om het behoud van het belang te rechtvaardigen; dat het aan verzoekster toekomt om dienaangaande overtuigende gegevens aan de beoordeling van de Raad van State over te leggen; 2.
  17. Overwegende dat verzoekster te dezen, gevraagd naar haar volgehouden belangstelling en haar actueel belang, bij schrijven van 20 januari 2006, wijst op haar moreel belang bestaande uit het zien verdwijnen van de onwettige handelingen uit het rechtsverkeer en stelt dat “een door nietigheid aangetaste beslissing (...) geen rechtvaardigheidsgrond (kan) vinden in de lange duurtijd van de behandelingsprocedure zonder het algemeen rechtsbestel ernstig geweld aan te doen”; dat evenwel het concreet voordeel dat verzoekster uit een gebeurlijke nietigverklaring kan halen, meer moet zijn dan de genoegdoening verbonden met het horen onwettig verklaren van de bestreden beslissing; dat, ten slotte, de problematiek van het teloorgaan van het belang - die in dit geval steunt op de pensionering van verzoekster op 1 juni 2003 - in gevallen als het onderhavige geen rechtstreeks verband vertoont met de duur van een annulatieprocedure bij de Raad van State; 2.
  18. Overwegende dat verzoekster derhalve niet aantoont dat zij op dit ogenblik nog een voldoende en rechtstreeks belang heeft bij de vernietiging van de bestreden beslissing; dat het beroep om die reden niet meer ontvankelijk is; dat, aangezien het teloorgaan van het belang op geen enkele wijze aan het toedoen van verzoekster geweten kan worden, de kosten ten laste van de verwerende partij worden gelegd, BESLUIT: IX-1061-4/5 Artikel
  19. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  20. De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verwerende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 74,37 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achttien december 2000 en zes, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, voorzitter van de Raad van State, L. HELLIN, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. J. DE BRABANDERE. IX-1061-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.166.000 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1996:ARR.62.068 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.