id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 december 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.166.055 Rolnummer: A. 176019/XII-4838 Zaak: Arrest 166055 - Cultuur en schone kunsten - 19/12/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-12-22 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-07-01 11:56 Fiche Arrest nr 166.055 van 19 december 2006 Onderwijs en cultuur - Cultuur en schone kunsten Beslissing : Bevolen Verwerping overige Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 166.055 van 19 december 2006 in de zaak A. 176.019/XII-
- In zake : VZW QUATUOR DANEL, die woonplaats kiest bij advocaat P. Peeters, kantoor houdende te 1170 Brussel, Terhulpsesteenweg 177/6 tegen : de VLAAMSE GEMEENSCHAP, die woonplaats kiest bij advocaat M. Mosselmans, kantoor houdende te 1000 Brussel, A. Dansaertstraat
- ---------------------------------------------------------------------------------------------------- --- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de vzw Quatuor Danel op 21 augustus 2006 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van het besluit van de Vlaamse regering van 23 juni 2006 houdende de subsidiëring van kunstenorganisaties en organisaties voor kunsteducatie in de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2009; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de nietigverklaring vordert van dezelfde beslissing; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur W. Weymeersch; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 30 oktober 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 21 november 2006; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; XII-4838-1\9 Gehoord de opmerkingen van advocaten P. Peeters en J. Mosselmans, die verschijnen voor verzoekende partij, en van advocaat K. Lardenoit, die loco advocaat M. Mosselmans verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur W. Weymeersch; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; De feitelijke gegevens
- Overwegende dat de feiten dienstig voor de beoordeling van de vordering tot schorsing de volgende zijn : Verzoekster is een vereniging met als doel “het bevorderen en het ontwikkelen van het repertorium van het strijkkwartet” en is sinds 1998 erkend en ondersteund door de Vlaamse Gemeenschap. Zij dient een aanvraag in voor een structurele subsidie voor de periode 2007-2009 in het kader van het Kunstendecreet van 2 april
- Zowel de voorlopige als de definitieve adviezen van de beoordelingscommissie als van de administratie zijn negatief. Op 23 juni 2006 bezorgt de bevoegde minister een Nota aan de Vlaamse regering betreffende de uitvoering van het Kunstendecreet voor de periode 2007-2009, waarin hij omtrent verzoekster enkel noteert : “ik onderschrijf en volg het negatief advies van de beoordelingscommissie en de administratie”. Eveneens op 23 juni 2006 neemt de Vlaamse regering het thans bestreden besluit houdende de subsidiëring van kunstenorganisaties en organisaties voor kunsteducatie in de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 december
- Artikel 1 van het besluit somt de zevenentwintig ensembles op waaraan subsidies worden verleend met de overeenstemmende minimumbedragen. Uit het ontbreken van verzoekster blijkt de weigering om haar een subsidie toe te kennen. XII-4838-2\9 Het toekenningsbesluit wordt samen met afschriften van de Nota aan de Vlaamse regering en de definitieve adviezen op 12 juli 2006 aan verzoekster ter kennis gebracht met een brief waarin wordt bevestigd dat de regering op voorstel van de minister van Cultuur “heeft beslist om aan Quatuor Danel geen meerjarig financieringsbudget toe te kennen voor de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2009”; De schorsingsvoorwaarden
- Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Onderzoek van de eerste schorsingsvoorwaarde
- Overwegende, wat de eerste voorwaarde betreft, dat verzoekster in een eerste middel onder meer artikel 8 van het Kunstendecreet geschonden noemt; dat zij stelt te voldoen aan de criteria van dit artikel 8 aan de hand waarvan de beoordeling van haar aanvraag uitsluitend mag geschieden, dat de beoordelings- commissie dit zelf vaststelt en bij een consequent toepassen van de criteria dan ook een positief advies had moeten geven, dat de commissie evenwel een negatief advies gaf op grond van criteria die niet overeenstemmen met deze bepaald in artikel 8 van het Kunstendecreet; Overwegende dat verwerende partij antwoordt dat verzoekster in dit middel op geen enkele manier het negatieve advies van de administratie bekritiseert en dat zelfs met een positief advies van de beoordelingscommissie het allesbehalve zeker is dat de regering verzoekster een subsidie toegekend zou hebben, zodat het eventueel ernstig bevinden van dit middel aan verzoekster geen voordeel kan bijbrengen; Overwegende dat verwerende partij voorts antwoordt dat zij zoals elke overheid bij het aanwenden van haar begrotingsmiddelen rekening moet houden met de eisen van zuinigheid, doeltreffendheid en doelmatigheid wat inhoudt dat geen XII-4838-3\9 subsidies kunnen worden toegekend aan personen of organisaties die deze subsidies niet nodig hebben; dat volgens haar uit het advies van de beoordelingscommissie blijkt dat verzoekster in staat moet zijn haar werking zelf te financieren; dat zij nog wijst op volgende passus uit de Nota aan de Vlaamse regering : “Ik stelde mij de vraag of ensembles met kleine bezettingen wel structurele subsidiëring nodig hebben. Dergelijke ensembles zouden (bijna) al hun kosten met uitkoopsommen moeten kunnen dekken. Jonge kleine ensembles zouden nog structurele subsidies kunnen krijgen voor enkele jaren -om op te starten- en daarna, zoals de andere ensembles met kleine bezettingen, een beroep kunnen doen op projectsubsidies voor de aanmaak van nieuwe producties en internationale subsidies voor de spreiding in het buitenland”;
- Overwegende dat artikel 6, § 5, van het Kunstendecreet ten aan- zien van de subsidiëring van kunstenorganisaties voor het geheel van de werking bedoeld in artikel 4, § 1, bepaalt dat de Vlaamse regering beslist over de toekenning van en over de grootte van de subsidies aan de hand van de beoordelingscriteria, bedoeld in artikel 8 en dat deze beslissing “gebeurt” met inbegrip van de optionele internationale, sociaal-artistieke en kunsteducatieve elementen van de werking bedoeld in artikel 43 en artikel 55; dat voornoemd artikel 8 luidt : “Art.
- §
- Om de grootte van het financieringsbudget te bepalen, worden -rekening houdend met de specificiteit van de organisatie- de volgende beoordelingscriteria gehanteerd, voor zover die relevant zijn voor de beoordeling van de gesubsidieerde activiteit en voor zover die relevant zijn voor een tweejarig of een vierjarig financieringsbudget : 1/ profilering en positionering; 2/ langetermijnvisie; 3/ kwaliteit van inhoudelijk concept en concrete (uit)werking; 4/ landelijke en/of internationale uitstraling; 5/ samenwerking en netwerking met artistieke en niet-artistieke actoren in het binnen- en/of in het buitenland; 6/ haalbaarheid; 7/ publieksgerichtheid; 8/ gedegen financiële onderbouw van de werking. §
- Ter aanvulling van de criteria, genoemd in § 1, mag de Vlaamse regering criteria bepalen in functie van de door haar geformuleerde prioriteiten. De adviescommissie, bedoeld in artikel 80, adviseert de Vlaamse regering bij het bepalen van aanvullende criteria met betrekking tot de artistieke of inhoudelijke kwaliteit van de gesubsidieerde activiteit. Ze kan zelf ook aanvullende artistieke of inhoudelijke criteria ter goedkeuring voorleggen aan de Vlaamse regering. De lijst van aanvullende criteria moet uiterlijk drie maanden voor de aanvraag tot subsidiëring worden ingediend, kenbaar gemaakt worden. Als dat niet is gebeurd, gelden de aanvullende criteria die het laatst van toepassing zijn. §
- Voor de optionele functies, vermeld in artikel 7, § 3, 1/, worden ter aanvulling van de criteria, genoemd in §1 en § 2, en rekening houdend met de specificiteit van de organisatie, de beoordelingscriteria gehanteerd, genoemd in XII-4838-4\9 artikel 43 en 55, voor zover die relevant zijn voor de beoordeling van de gesubsidieerde activiteit”;
- Overwegende dat het middel er toe strekt aan te tonen dat het negatief advies van de beoordelingscommissie niet deugt; dat die beoordelings- commissie luidens artikel 6, § 1, van het besluit van de Vlaamse regering van 25 juni 2004 betreffende de uitvoering van het Kunstendecreet van 2 april 2004, advies geeft over de artistiek-inhoudelijke aspecten van de aanvraag tot structurele subsidiëring; dat zij, mede blijkens de artikelen 77 tot 85 van het Kunstendecreet én te dezen het gegeven dat de minister zich zonder meer bij haar advies heeft aangesloten, een zo- danig centrale plaats inneemt in de ontworpen procedure dat wanneer haar beoordeling door een interne onwettigheid is aangetast, het bestuur niet anders kan dan de aanvraag opnieuw op haar artistieke kwaliteiten te beoordelen; dat een schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden handeling het bestuur er toe zal aanzetten zich andermaal over de aanvraag van verzoekster uit te spreken; dat het volstaat voor verzoekster om bij de vordering voordeel te hebben, als zij er een nieuwe kans door verkrijgt op een voor haar gunstige beslissing; dat, nog daargelaten dat verzoekster in het tweede middel wel degelijk ook kritiek uitoefent op het advies van de administratie, het bestaan van die kans met een eventueel positief advies van de beoordelingscommissie reëel mag worden genoemd, nu blijkt uit de Nota aan de Vlaamse regering dat de minister bij de twee enige muziekensembles met een positief advies van de beoordelingscommissie én een negatief advies van de administratie, voorgesteld heeft aan de regering, met succes, om de analyse en motivering van de beoordelingscommissie te volgen; dat verzoekster dienvolgens geen belang bij het aanvoeren van dit middel kan worden ontzegd;
- Overwegende dat uit de redactie van het aangehaalde artikel 8 van het Kunstendecreet prima facie moet worden afgeleid dat de betrokken beoordeling uitsluitend geschiedt aan de hand van de criteria vastgesteld in artikel 8, § 1, en eventueel de aanvullende criteria die zouden worden vastgesteld overeenkomstig artikel 8, § 2; dat de criteria waarnaar wordt verwezen in paragraaf 3 enkel kunnen worden aangewend als aanvulling; Overwegende dat de beoordelingscommissie verzoekster “één van de beste kwartetten in België” noemt, met “onbetwistbare kwaliteit en internationale uitstraling”; dat de commissie niettemin “van mening [is] dat dit ensemble niet meer in aanmerking komt voor structurele subsidiëring” omdat “niet meer de noodzaak [blijkt] van subsidiëring om de kwaliteit te behouden of te verbeteren” en omdat het XII-4838-5\9 kwartet “[g]elet op de beperkte bezetting en op het succes van het ensemble”, “in staat [moet] zijn om op eigen benen te staan”; Overwegende dat de grootte van het ensemble noch het eventueel zichzelf bedruipend karakter van zijn activiteiten op het eerste gezicht zijn onder te brengen in een van de beoordelingscriteria van artikel 8 van het Kunstendecreet; dat alleszins de beoordelingscommissie de reden waarom negatief advies wordt verleend, aan geen enkele van de geciteerde beoordelingscriteria vastknoopt; dat de commissie integendeel in de volgende zin van het advies zelf erkent daar niet toe in staat te zijn : “Hoewel niet decretaal bepaald, staat het de Commissie vrij om te oordelen dat een kwartetformule minder nood heeft aan subsidiëring dan een groter ensemble”; Overwegende dat de commissie zich over de inhoudelijk-artistieke aspecten van iedere aanvraag moet uitspreken binnen het raam van de decretaal voorgeschreven beoordelingscriteria en een kwaliteits- en inhoudelijke beoordeling ervan moet geven; dat het haar niet vrij staat andere criteria bij die beoordeling te betrekken noch, overigens, aanvragen onderling te vergelijken, zo lijkt; dat ook de idee dat een ensemble, eenmaal succesvol, zonder subsidies moet kunnen voortbestaan, wat ook de minister in het algemeen met betrekking tot ensembles met een kleine bezetting als een beleidslijn lijkt te propageren in de Nota aan de Vlaamse regering, prima facie er op neerkomt dat een nieuwe subsidiëringsvoorwaarde wordt opgelegd;
- Overwegende dat het middel in de besproken mate ernstig is; Onderzoek van de tweede schorsingsvoorwaarde
- Overwegende, wat de tweede schorsingsvoorwaarde betreft, dat verzoekster argumenteert dat haar voortbestaan in het gedrang komt omdat zij voor meer dan één derde van haar werking afhankelijk is van subsidies; dat verzoekster voorts verwijst naar een gedetailleerd financieel plan voor 2007, gebaseerd op uitgaven van de voorgaande jaren; dat volgens dit plan verzoekster zonder subsidies reeds in de loop van 2007 in financiële nood komt, dat er onvoldoende eigen opbrengsten worden gegenereerd om de uitgaven te dekken en dat het gecumuleerd verlies tegen eind 2007 haar zal dwingen haar werking stop te zetten; XII-4838-6\9 Overwegende dat verzoekster er ook op wijst dat de tenuitvoerlegging van de beslissing haar wellicht zal dwingen een of meerdere muzikanten te ontslaan, wat tot de stopzetting leidt van haar activiteiten als professioneel gezelschap als strijkkwartet en dat zij haar succes precies dankt aan het unieke samenspel van vier muzikanten; dat zij de geplande concertactiviteiten moet annuleren wat haar reputatie aantast en waardoor zij tot betaling van verbrekingsvergoedingen gedwongen is; Overwegende dat verwerende partij antwoordt dat de aangevraagde subsidie volgens de bij de aanvraag gevoegde begroting voor 2007 ongeveer een kwart van de totale inkomsten omvat, dat de vroeger ontvangen subsidie overeenstemde met ongeveer een vijfde van de toenmalige resultatenrekening van verzoekster en dat het aangevoerde nadeel slechts hypothetisch en niet bewezen is, dat verzoekster ook nog in aanmerking komt voor projectmatige subsidiëring, dat zij zelfs niet op zoek gaat naar privé-sponsoring maar lijdzaam zit toe te zien op het resultaat van een procedure en hier alle hoop op vestigt;
- Overwegende dat verwerende partij zelf heeft vastgesteld dat de subsidies van de Vlaamse Gemeenschap blijkens de resultatenrekening van 2004, gevoegd bij de aanvraag en overgelegd in het administratief dossier, ongeveer een vijfde van de totale inkomsten bedroeg zodat verzoekster voor, ongeveer, een vijfde van haar werking op die subsidies rekende; dat het nadeel dienvolgens niet hypothetisch en onbewezen is; dat weliswaar het wegvallen, tijdelijk en in afwachting van een uitspraak ten gronde, van (slechts) een vijfde van de werkingsmiddelen niet evident het voortbestaan van een vereniging in het gedrang brengt; dat verwerende partij evenwel niet repliceert op het door verzoekster overgelegd financieel plan en de daar op gesteunde verklaring dat het gecumuleerd verlies tegen eind 2007 verregaande, ernstige en moeilijk te herstellen gevolgen zal hebben voor de werking van verzoekster; dat verzoekster, mede gelet op de door haar bijgebrachte stukken, genoegzaam aantoont een nadeel te lijden dat zowel ernstig als moeilijk herstelbaar is; XII-4838-7\9 Omvang van de schorsing
- Overwegende dat voldaan is aan de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen;
- Overwegende dat verwerende partij wijst op de buitensporige gevolgen van een schorsing van het bestreden besluit voor de werking van de overige begunstigden en verzoekt om het voorwerp van de schorsing te beperken tot de impliciete weigering om verzoekster te subsidiëren; dat verzoekster zich daar ter terechtzitting tegen verzet omdat, volgens haar, in dat geval er geen beschikbare subsidies meer zijn nu deze bij het bestreden besluit voor het geheel van de betrokken kunstenorganisaties zijn toegekend; Overwegende dat verwerende partij hierop verklaart zich sterk te maken desgevallend in bijkredieten te kunnen voorzien, of minstens de uitgave te kunnen compenseren door besparingen elders, en volhardt in het verzoek tot beperking van het voorwerp; Overwegende dat, gelet op het engagement van verwerende partij, haar verzoek kan worden ingewilligd; dat zulks wel betekent dat verwerende partij, wanneer zij zich voorlopig of definitief opnieuw zal moeten uitspreken ingevolge de hierna uit te spreken schorsing, op het gevaar de Raad van State te verschalken, een eventuele weigering van subsidiëring niet zal mogen steunen op het ontoereikend karakter van de beschikbare kredieten, BESLUIT: Artikel
- Bevolen wordt de schorsing van de tenuitvoerlegging van de uit het besluit van de Vlaamse regering van 23 juni 2006 houdende de subsidiëring van kunstenorganisaties en organisaties voor kunsteducatie in de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2009 blijkende weigering om aan de vzw Quatuor Danel een subsidie toe te kennen. XII-4838-8\9 Artikel
- De vordering wordt verworpen voor het overige. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negentien december 2006, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-4838-9\9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.166.055 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.