id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 december 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.166.090 Rolnummer: A. 158823/XIV-21487 Zaak: Arrest 166090 - Dienst Vreemdelingenzaken - 19/12/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-01-15 Raadplegingen: 49 - laatst gezien 2026-07-01 11:57 Fiche Arrest nr 166.090 van 19 december 2006 Vreemdelingen - Dienst Vreemdelingenzaken Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 166.090 van 19 december 2006 in de zaak A. 158.823/XIV-21.
(1)en is niet in staat die middelen wettelijk te verwerven; de betrokkene is slechts in het bezit van 12, 7E. Met toepassing van artikel 7, eerste lid, van dezelfde wet, is het noodzakelijk om betrokkene zonder verwijl naar de grens te doen terugleiden, met uitzondering van de grens met Duitsland, Frankrijk, Luxemburg, Nederland, Portugal, Spanje, Italië, Griekenland, Oostenrijk, Finland, Ijsland, Noorwegen, Denemarken, en Zweden om de volgende reden. - Kan met zijn-haar middelen niet wettelijk vertrekken - gezien betrokkene zich schuldig heeft gemaakt aan inbreuk op de wetgeving inzake drugs, bestaat er een risico tot nieuwe schending van de openbare orde - betrokkene beschikt niet over de nodige financiële middelen ten einde zich een reisticket aan te schaffen Met toepassing van artikel 7, derde lid, van dezelfde wet, dient de betrokkene te worden opgesloten, aangezien zijn (haar) terugleiding naar de grens niet onmiddellijk kan worden uitgevoerd. Gezien betrokkene niet in het bezit is van identiteitsdocumenten, is het noodzakelijk hem te weerhouden ten einde een doorlaatbewijs te bekomen van zijn nationale overheden. Gezien betrokkene zich in een situatie van illegaal verblijf in België bevindt, is het derhalve noodzakelijk hem op te sluiten ter beschikking van de dienst Vreemdelingenzaken ten einde zijn effectieve repatriëring te verzekeren. Gezien betrokkene vatbaar is om de openbare orde te schaden is het derhalve noodzakelijk hem op te sluiten ter beschikking van de dienst Vreemdelingenzaken ten dien einde effectieve repatriëring te verzekeren.”; XIV-21.487-2/4
- Overwegende dat uit het administratief dossier blijkt dat op 29 november 2004 aan de verzoekende partij het Ministerieel Besluit tot terugwijzing werd betekend, waarbij zij wordt gelast het grondgebied te verlaten, met verbod er gedurende tien jaar terug te keren, op straffe van het bepaalde in artikel 76 van de Vreemdelingenwet, behoudens bijzondere machtiging van de minister van Binnenlandse Zaken; dat uit het dossier niet blijkt dat de verzoekende partij binnen de acht dagen een verzoek tot herziening tegen dat Ministerieel Besluit heeft ingediend; dat derhalve de nietigverklaring van het bestreden bevel de rechtstoestand van de verzoekende partij niet wijzigt, aangezien deze definitief is geworden; dat overeenkomstig artikel 71 van de Vreemdelingenwet de beslissing tot vrijheidsberoving tot de bevoegdheid van de justitiële rechter behoort; dat de Raad van State hierover geen rechtsmacht heeft; dat uit het voorgaande volgt dat de verzoekende partij geen belang heeft bij de eventuele nietigverklaring van het bestreden bevel; Overwegende dat de verzoekende partij geen ontvankelijk middel tot nietigverklaring heeft aangevoerd; dat er derhalve grond is om toepassing te maken van artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; dat de vordering tot schorsing, als accessorium van de nietigverklaring, derhalve samen met het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negentien december tweeduizend en zes, door: XIV-21.487-3/4 de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, M. MILOJKOWIC, griffier. De griffier, De voorzitter, M. MILOJKOWIC. C. ADAMS. XIV-21.487-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.166.090 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div