id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 december 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.166.186 Rolnummer: A. 179479/XIV-28518 Zaak: Arrest 166186 - Dienst Vreemdelingenzaken - 20/12/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-12-22 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-07-01 12:02 Fiche Arrest nr 166.186 van 20 december 2006 Vreemdelingen - Dienst Vreemdelingenzaken Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 166.186 van 20 december 2006 in de zaak A. 179.479/XIV-27.
- In zake : XXX, Strafinrichting, te H.. tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door : de minister van Binnenlandse Zaken. ------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Kameroense nationaliteit, op 18 december 2006 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken van 12 december 2006 houdende een bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten met beslissing tot terugleiding naar de grens en vrijheidsberoving te dien einde, aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 12 december 2006; ; Gelet op de beschikking van 19 december 2006 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op de artikelen 17 en 18; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 19 december 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 20 december 2006 om 11.00 uur; Gehoord het verslag van staatsraad C. ADAMS; Gehoord de opmerkingen van advocaat C. VERHAEGHE, die loco advocaat M. VAN KELECOM verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat N. LUCAS, die loco advocaat E. MATTERNE verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd R. VANDER ELSTRAETEN; XIV-27.736-1/3 Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de Raad van State geen rechtsmacht heeft om kennis te nemen van een vordering die is gericht tegen een maatregel tot vrijheidsberoving; dat de vordering in die mate niet-ontvankelijk is; 2.
- Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat er uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 2.
- Overwegende dat de verzoekende partij met betrekking tot de derde voorwaarde aanvoert dat zij door de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing elke kans verliest om politiek asiel te verkrijgen, dat alles wijst op een gegronde vrees voor haar leven of fysieke integriteit bij een terugkeer naar het land van herkomst en dat zij haar rechten in de procedure voor de Raad van State tegen de beslissing van de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 30 augustus 2004, waarover nog geen uitspraak is gedaan, niet volwaardig zal kunnen uitoefenen; 2.
- Overwegende dat het beroep tot nietigverklaring tegen de bevestigende beslissing tot weigering van verblijf met bevel om het grondgebied te verlaten van de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 30 augustus 2004 meer dan twee jaar geleden is ingesteld door tussenkomst van de raadsman van de verzoekende partij; dat het een schriftelijke procedure betreft; dat de verzoekende partij niet aannemelijk maakt waarom haar persoonlijke aanwezigheid in die procedure noodzakelijk zou zijn naast de tussenkomst van en haar vertegenwoordiging door een raadsman; dat de verzoekende partij enkel door het uitdrukken van een algemene vrees voor haar leven of haar fysieke integriteit bij een terugkeer naar het land van herkomst niet met voldoende concrete en precieze gegevens het bestaan of de dreiging van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel aannemelijk maakt; dat de verzoekende partij geen ander nadeel aanvoert; dat derhalve niet is voldaan aan de derde schorsingsvoorwaarde; dat deze vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid af te wijzen, BESLUIT: Artikel
- XIV-27.736-2/3 De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twintig december tweeduizend en zes, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, M. SALIM, toegevoegd-griffier. De griffier, De voorzitter, M. SALIM. C. ADAMS. XIV-27.736-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.166.186 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.