← België

Arrest 166189 - Dienst Vreemdelingenzaken - 20/12/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 december 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.166.189 Rolnummer: A. 171885/XIV-25230 Zaak: Arrest 166189 - Dienst Vreemdelingenzaken - 20/12/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-01-15 Raadplegingen: 47 - laatst gezien 2026-07-01 12:03 Fiche Arrest nr 166.189 van 20 december 2006 Vreemdelingen - Dienst Vreemdelingenzaken Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 166.189 van 20 december 2006 in de zaak A. 171.885/XIV-25.

  1. In zake : XXX, die woonplaats kiest bij advocaat P. VANAGT en E. POOLS, kantoor houdende te 3600 GENK, Bochtlaan 12 bus
  2. tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door : de minister van Binnenlandse Zaken. --------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Marokkaanse nationaliteit, op 7 april 2006 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken van 1 april 2006 houdende bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten; Gelet op artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur M. STERCK, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de beschikking van 26 september 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 22 november 2006; Gehoord het verslag van staatsraad C. ADAMS; Gehoord de opmerkingen van advocaat N. DZDEMIR, die loco advocaat P. VANAGT en advocaat E. POOLS verschijnt voor de verzoekende partij en van advocaat L. BRACKE die verschijnt voor de minister van Binnenlandse Zaken; Gehoord het eensluidend advies van auditeur M. VAN LIMBERGEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; XIV-25.230-1/3
  3. Overwegende dat op 1 april 2006 aan de verzoekende partij een bevel om het grondgebied te verlaten wordt betekend; dat dit de bestreden beslissing is, die als volgt is gemotiveerd: “Artikel 7, eerste lid, 1/: verblijft in het Rijk zonder houder te zijn van de vereiste documenten: geen geldig paspoort voorzien van een geldig visum.”; 2.
  4. Overwegende dat de verzoekende partij een enig middel aanvoert dat luidt als volgt: “Verzoeker heeft een vaste relatie met de genaamde F. A. B., geboren op 05.03.1977, en wonende te 3630 Maasmechelen,. Aangezien verzoeker en F. A. B. voornemens zijn om in het huwelijk te treden. Aangezien verzoeker en juffrouw F. A. B. bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Maasmechelen aangifte hebben gedaan om in het huwelijk te treden (stuk 2 verzoeker). Dat de voltrekking van het huwelijk in principe zal doorgaan op 20.04.2006 (stuk 3 verzoeker. Dat verzoeker voornemens is om met juffrouw F. A. B. een gezin uit te bouwen in België eens te meer laatstgenoemde niet in Marokko wil gaan wonen. Dat art. 12 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden bepaalt dat één ieder die de huwbare leeftijd heeft het recht heeft om te huwen en een gezin te stichten volgens de nationale wetten welke de uitoefening van dit recht beheersen. Dat een uitvoering van de bestreden beslissing de belangen van verzoeker en zijn toekomstige echtgenote ernstig zou schenden. Dat in de bestreden beslissing aan verzoeker dan ook ten onrechte het bevel wordt gegeven om het grondgebied te verlaten. Dat de bestreden beslissing onder meer een schending zou inhouden van art. 12 van het EVRM. Dat de bestreden beslissing om deze redenen dient nietig verklaard.”; 2.
  5. Overwegende dat de verzoekende partij eraan voorbijgaat dat haar recht om in het huwelijk te treden haar niet van de verplichting vrijstelt om te beschikken over de geldige binnenkomstdocumenten, zoals vooropgesteld in het artikel 2, 2/, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; dat het enige middel derhalve ongegrond is;
  6. Overwegende dat de verzoekende partij geen gegrond middel tot nietigverklaring heeft aangevoerd; dat er derhalve grond is om toepassing te maken van artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; dat het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen, XIV-25.230-2/3 BESLUIT: Artikel
  7. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  8. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twintig december tweeduizend en zes, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, M. MILOJKOWIC, griffier. De griffier, De voorzitter, M. MILOJKOWIC. C. ADAMS. XIV-25.230-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.166.189 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.