id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 december 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.166.209 Rolnummer: A. 114194/VII-25299 Zaak: Arrest 166209 - Milieuvergunningen - 21/12/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-12-29 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-07-01 12:04 Fiche Arrest nr 166.209 van 21 december 2006 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 166.209 van 21 december 2006 in de zaak A. 114.194/VII-25.299. In zake : Leonard SMETS, die woonplaats kiest bij advocaat B. BEELEN, kantoor houdende te LEUVEN, Justus Lipsiusstraat 24 tegen : de bestendige deputatie van de provincieraad van ANTWERPEN. tussenkomende partij : Herman MICHIELS, die woonplaats kiest bij advocaat B. DELTOUR, kantoor houdende te BRUSSEL, Keizerslaan 3. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Leonard SMETS op 14 december 2001 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen van 27 september 2001 waarbij het beroep, ingediend door verzoeker tegen het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Heist-op-den-Berg van 26 juli 1994, houdende het verlenen van de vergunning aan Herman MICHIELS voor het exploiteren te Heist-op-den-Berg (Booischot), Koppenstraat 2, van een inrichting voor loonwerken in de landbouw en grondwerken, ongegrond wordt verklaard en het beroepen besluit wordt bevestigd; Gelet op het arrest nr. 104.988 van 21 maart 2002 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting ingediend door verzoeker; VII-25.299-1/12 Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 7 juni 2002; Gelet op de beschikking van 18 juni 2002 die de tussenkomst van Herman MICHIELS toelaat; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de beschikking van 29 mei 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van verzoeker; Gelet op de beschikking van 23 oktober 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 23 november 2006; Gehoord het verslag van kamervoorzitter M.-R. BRACKE; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. VANSTIPELEN die, loco advocaat B. BEELEN verschijnt voor verzoeker, van bestuurssecretaris M. MICHIELS, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat B. DELTOUR, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; 1. De feiten Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : VII-25.299-2/12 1.1. Op 22 december 1994 verleent de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen aan Herman MICHIELS een milieuvergunning voor een inrichting voor loonwerk in de landbouw en grondwerken, gelegen aan de Koppenstraat 2 te Heist-op-den-Berg (Booischot), doch met het arrest nr. 94.869 van 23 april 2001 vernietigt de Raad van State dit besluit omdat onvoldoende was gemotiveerd waarom het betrokken bedrijf kan beschouwd worden als een para- agrarisch bedrijf en dus thuishoort in een agrarisch gebied. 1.2. Na dit vernietigingsarrest herneemt de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen de beroepsprocedure. 1.3. In het kader van de beroepsprocedure worden een reeks adviezen ingewonnen. (
- a)De afdeling Milieuvergunningen van AMINAL adviseert gunstig. (
- b)De cel Ruimtelijke Ordening van AROHM adviseert laattijdig ongunstig. (c ) OVAM adviseert ongunstig. (
- d)De Provinciale Milieuvergunningscommissie (PMVC) beslist, na de partijen te hebben gehoord, tot een termijnverlenging, teneinde bijkomende informatie in te winnen omtrent de vraag of het betrokken bedrijf hoofdzakelijk bezig is met landbouwloonwerken. 1.4. De exploitant, verzoeker en het gemeentebestuur van Heist-op-den-Berg bezorgen bijkomende gegevens, en AROHM brengt een aanvullend advies uit. 1.5. Na deze bijkomende informatie brengt de Provinciale Milieuver- gunningscommissie, na de betrokkenen nogmaals te hebben gehoord, een gunstig advies uit. 1.6. Op 27 september 2001 neemt de verwerende partij de thans bestreden beslissing. Het beroep wordt ongegrond verklaard; 2. De ontvankelijkheid van het beroep 2.1. Overwegende dat in het verzoekschrift verzoeker betoogt dat hij over het vereiste belang beschikt nu hij tegenover de bewuste inrichting woont; dat VII-25.299-3/12 hij aldus een rechtstreeks omwonende is die hinder ondervindt bij de uitbating van de inrichting; 2.2. Overwegende dat in haar memorie de tussenkomende partij opwerpt dat de vordering onontvankelijk is omdat verzoeker niet zou beschikken over een rechtmatig belang; dat zij stelt dat verzoeker geenszins het legitiem belang van de bescherming van de kwaliteit van zijn leefmilieu zou nastreven, doch enkel zou uit zijn op de teloorgang van het succesvol bedrijf van Herman MICHIELS, dat zijn vordering is ingegeven door een misplaatste persoonlijke wrok en het wegpesten van een concurrent beoogt; dat verzoeker de procedure voor de Raad van State misbruikt; 2.3. Overwegende dat niet wordt betwist dat, zoals verzoeker stelt, hij de "onmiddellijke overbuur" is van de inrichting die wordt geëxploiteerd door de tussenkomende partij; dat die onmiddellijke overbuur van een hinderlijke inrichting over een voldoende belang beschikt om de milieuvergunning van die inrichting te bestrijden, vermits de betrokkene hinder kan ondervinden; dat de bewering dat er eventueel nog andere motieven zouden hebben meegespeeld bij het instellen van het annulatieberoep in casu niet is bewezen, en overigens het belang van verzoeker niet onwettig maakt; dat de exceptie niet kan worden aangenomen; 3. De gegrondheid van het beroep 3.1. Overwegende dat verzoeker als enig middel aanvoert wat volgt : "Eerste middel, eerste onderdeel genomen uit de schending van de op straffe van nietigheid voorgeschreven formaliteiten inzonderheid schending van art. 30 § 1, 4/ en 5/ van het Besluit van de Vlaamse regering dd. 06.02.1991 (Vlarem I), schending van de materiële motiveringsverplichting, schending van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandeling- en, schending van het gezag van gewijsde van het arrest van Uw Raad met nummer 94.869 dd. 23 april 2001, schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur inzonderheid het beginsel van de behoorlijke feitenvinding en het zorgvuldigheidsbeginsel doordat de bestreden beslissing onvoldoende werd gemotiveerd en de gegeven motivatie tegenstrijdig is, de beslissing in rechte en in feite gesteund is op onjuiste motieven door te bepalen dat de inrichting van verzoekende partij een para-agrarische activiteit uitmaakt, de inrichting geen bovenmatige hinder veroorzaakt aan verzoeker, er in de bestreden beslissing niets wordt gezegd over opslag van allerlei materialen in de 6 sleufsilo's en op de betonverharding, door de bestreden beslissing eveneens een vergunning wordt verleend om grondwerken uit te voeren met identiek dezelfde rubrieken als voorheen terwijl de vergunningverlenende overheid de plicht heeft om haar beslissing te steunen op in feite en in rechte juiste en aanvaardbare motieven, dat verzoeker duidelijk voor de PMVC in zijn beide nota's dd. 31.07.2001 en VII-25.299-4/12 18.09.2001 met foto's en reclameadvertenties van het bedrijf Michiels kon aantonen dat het bedrijf niets meer te maken heeft met agrarische of pa- ra-agrarische activiteiten (zoals tevens bevestigd in het advies van AROHM, het advies van het College van Burgemeester en Schepenen alsook het advies van de afdeling Land van Aminal), dat bovendien in de bestreden beslissing niet of onvoldoende wordt uiteengezet waarom het bedrijf kan aanvaard worden als para-agrarisch bedrijf (de aanwezigheid van enkele tractoren is hiervoor geenszins een argument) zodat de bestreden beslissing de hierboven aangehaalde bepalingen schendt; Tweede onderdeel : schending van het gewestplan Mechelen (KB dd. 8 mei 1976) schending van art. 11 van het KB van 28 december 1972 betreffende inrichting en toepassing van het ontwerp gewestplan en gewestplannen (sic), schending van de ministeriële omzendbrief dd. 8 juli 1997 betreffende inrichting en de toepassing van ontwerp gewestplannen en gewestplannen, schending van art. 2 van het gecoördineerde stedenbouwdecreet dd. 22.10.1996 doordat de bestreden beslissing een milieuvergunning verleent voor een grondwerkbedrijf in het agrarisch gebied terwijl agrarische gebieden enkel bestemd zijn voor de landbouw in de ruime zin van het woord alsook de para-agrarische bedrijven en een grondwerkbedrijf geenszins een agrarisch of para-agrarisch bedrijf uitmaakt en derhalve de bestreden beslissing een inbreuk uitmaakt op de hierboven aangehaalde bepalingen"; dat in de toelichting bij het middel verzoeker samengevat nog stelt dat de redenering in de aanhef van de bestreden beslissing geen steek houdt en manifest wordt tegengesproken door de objectieve gegevens van het dossier, dat uit foto's blijkt dat er nog steeds materiaal en materieel voor aanneming aanwezig is, dat de landbouwtractoren praktisch enkel en alleen worden ingezet voor grondwerkactiviteiten, dat de bestreden beslissing geen gegevens verstrekt omtrent andere landbouwmachines, en er geen sprake is van een landbouwloonwerkbedrijf, dat verzoeker zich afvraagt waarom de bestendige deputatie een vergunning afleverde voor een inrichting voor loonwerk in de landbouw en grondwerken, dat immers dezelfde rubrieken als de oorspronkelijk aangevraagde werden vergund, hoewel het indertijd voor iedereen duidelijk was dat de hoofdactiviteit een aannemings-, grond- en afbraakbedrijf was; dat hij stelt dat de Raad van State met gezag van gewijsde besliste dat de inrichting betrekking heeft op aannemingsactiviteiten, dat ook het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Heist-op-den-Berg die mening was toegedaan, dat bovendien het bestreden besluit ten onrechte abstractie maakt van het advies van AROHM en de afdeling Land van AMINAL alsook van de OVAM, dat ook in de gouden gids Herman MICHIELS bij grond- en afbraakwerken staat en niet bij landbouwloonwerkers; dat verzoeker nog betoogt dat met betrekking tot de hinder de beslissing evenmin afdoende is gemotiveerd en dat de bestreden beslissing niets zegt over het opslaan van de materialen in zes sleufsilo's alsook op de verharde oppervlakte; dat hij besluit dat de verwerende partij ten onrechte aanneemt dat het om een para-agrarische activiteit gaat die verenigbaar is met het bestemmingsvoorschrift agrarisch gebied; VII-25.299-5/12 3.2. Overwegende dat de verwerende partij in de memorie van antwoord samengevat doet gelden wat volgt : In de tekst van de bestreden beslissing kunnen volgende gegevens met betrekking tot dit dossier worden teruggevonden : 1) het advies van de afdeling Milieuvergunnigen (AMV) van 5 juli 2001, waaruit onder meer blijkt dat er de visu kon worden vastgesteld dat in de loods een ernstig aantal landbouwmachines worden gestald zodat om die reden het bedrijf niet als zonevreemd kan beschouwd worden. Sinds 1994 deed de exploitant er alles aan om aan de opgelegde voorwaarden te voldoen, wat door een bezoek van de milieu-inspectie werd vastgesteld en geattesteerd. Er is nauwelijks verkeershinder. Het bedrijf is wel degelijk gedeeltelijk para-agrarisch; 2) de verklaringen van de exploitant ter zitting van de PMVC dd. 31 juli 2001 en 18 september 2001, waaruit onder meer blijkt dat de grondwerken door een ander bedrijf worden uitgevoerd, met name de n.v. BUGODAERT HYDROLIC te Aarschot en Heist-op-den-Berg. Herman MICHIELS is geregistreerd als aannemer voor het uitvoeren van loonwerk in de landbouw. Hij stelt dat hij het volledige gamma akkerbouwwerk kan uitvoeren. Hij is erkend als mestvervoerder. Het bedrijf startte als landbouwloonwerkbedrijf, ontwikkelde geleidelijk nevenactiviteiten en heeft nu drie vestigingen, doch enkel het landbouwloonwerk is te Booischot gebleven. Herman MICHIELS stelt dat hij over facturen beschikt die zijn para-agrarische activiteiten bewijzen; 3) de exploitant bezorgde een inventaris van alle rollend materieel met vermelding van de bestemming en de gebruikelijke stalplaats, alsook foto’s en gegevens met betrekking tot de landbouwloonwerkactiviteiten; 4) in het advies van de gemeente van 3 september 2001 wordt er gesteld dat er wel degelijk activiteiten ten behoeve van de landbouwsector aanwezig zijn; 5) in haar advies van 18 september 2001 stelt de PMVC vast dat in de inventaris van het rollend materieel voor de site Booischot in hoofdzaak landbouwtractoren staan vermeld, en zij stelt tevens vast dat de exploitant recent duidelijk de werkzaamheden voor de landbouwsector heeft geconcentreerd in Booischot en de werkzaamheden in het kader van de grond- en afbraakwerken zich situeren op andere exploitaties. Uit de bestreden beslissing blijkt genoegzaam dat zowel uit recente plaatsbezoeken van de AMV en de AMI als uit de gegevens (inventaris, foto’s e.d.) kan afgeleid worden dat hiermee de argumenten van de beroeper worden weerlegd en dat de inrichting wel in hoofdzaak als landbouwloonwerkbedrijf kan beschouwd VII-25.299-6/12 worden en dus als para-agrarisch bedrijf verenigbaar is met de bestemming agrarisch gebied. Ook op het vlak van de hinder is de beslissing voldoende gemotiveerd. Zowel de AMV als de AMI deden plaatsbezoeken, en daaruit blijkt dat de hinder aanvaardbaar is. De bestendige deputatie legde de nodige milieuvoorwaarden op, en men kan er niet bij voorbaat van uitgaan dat de exploitant deze zal miskennen. Verzoekers opmerking over de opslag van materialen in zes sleufsilo’s en over de verharde oppervlakte heeft geen betrekking op de onderhavige aanvraag. De foto's die verzoeker neerlegde hebben geen betrekking op de exploitatieplaats in de Koppenstraat nr. 2. Uit de weerlegging van het eerste onderdeel van het middel blijkt dat de inrichting geen louter grondverwerkend bedrijf is, en dat de werkzaamheden voor de landbouwsector geconcentreerd zijn te Booischot (Koppenstraat). De bestendige deputatie kon de inrichting terecht als een para-agrarisch bedrijf beschouwen; 3.3. Overwegende dat verzoeker in de memorie van wederantwoord samengevat nog betoogt dat de landbouwmachines vooral tractoren zijn, doch dat deze worden gebruikt voor aannemingsactiviteiten, dat in het advies van de afdeling Milieuvergunningen niet wordt ontkend dat er zich vrachtwagens op de inrichting bevinden, doch dat men zich kan afvragen wat zware vrachtwagens komen doen bij een landbouwloonwerkbedrijf, dat het advies ook niet vermeldt om welke landbouwmachines het gaat, dat de door de exploitant opgestelde lijst van rollend materieel mogelijk niet objectief is te noemen, dat uit de door verzoeker neergelegde foto's blijkt dat er praktisch geen agrarisch machinepark voorhanden is, dat zelfs al zouden de grondwerken worden uitgevoerd in de agrarische sector, dan nog dit geen para-agrarische activiteit uitmaakt, dat de opmerking van de verwerende partij dat de door verzoeker neergelegde foto's betrekking zouden hebben op een andere exploitatieplaats, nergens op slaat, dat omtrent de sleufsilo’s een annulatieberoep loopt waarbij het auditoraat in zijn verslag de vernietiging van de verleende bouwvergunning voorstelde, dat in bijlage 7 bij de milieuvergunningsaanvraag er wel degelijk opslag van allerlei materialen is voorzien, en nergens in het bestreden besluit hierover iets te vinden is; 3.4. Overwegende dat in haar memorie in tussenkomst de tussenkomende partij samengevat betoogt dat de bestreden beslissing motiveert VII-25.299-7/12 waarom het ongunstig advies van AROHM, en het gedeeltelijk negatief advies van het college van burgemeester en schepenen niet worden gevolgd, dat dit ook geldt voor het advies van OVAM, en dat de 17 bladzijden tellende beslissing ruime aandacht besteedt aan zowel het openbaar onderzoek als aan de positieve adviezen, dat op grond van het positief advies van de afdeling Milieuvergunningen is komen vast te staan dat de betrokken exploitatie milieuvergunningsrechtelijk perfect verantwoordbaar is, dat in het kader van de discussie over de al dan niet para- agrarische kwalificatie van de activiteiten het de Raad van State niet toekomt om het feitenonderzoek over te doen en onder meer een nieuw onderzoek naar de uitgeoefende activiteit in te stellen, om aldus, wat de appreciatie van de zaak betreft, zich in de plaats van de administratie te stellen, dat in tegenstelling tot het verkeerde citaat van Herman MICHIELS in het advies van 31 juli 2001 van de PMVC, de tussenkomende partij verklaart dat het wel de bedoeling is om op termijn het nog in Booischot gestalde rollend materieel naar de site in de Wouwerstraat te Heist-op- den-Berg over te brengen, zodat er in Booischot nog uitsluitend para-agrarische activiteiten zouden plaatsvinden, dat zij daartoe de vereiste vergunningen heeft verkregen; dat zij besluit dat aangezien bij haar bespreking van het eerste onderdeel van het middel is gebleken dat er wel degelijk sprake is van een in hoofdzaak (voorlopig), en op termijn zelfs uitsluitend para-agrarisch bedrijf, ook het tweede onderdeel van het middel daarom niet gegrond is; 4.1. Overwegende dat uit een analyse van de bestreden beslissing blijkt dat de verwerende partij op grond van volgende argumenten tot de conclusie kwam dat Herman MICHIELS aan de Koppenstraat nr. 2 te Heist-op-den-Berg (Booischot) para-agrarische activiteiten ontwikkelt : 1) de exploitant heeft recent duidelijk de werkzaamheden in de landbouwsector geconcentreerd in Booischot en de werkzaamheden in het kader van de grond- en afbraakwerken situeren zich op andere exploitatiesites; 2) het advies van de afdeling Land, naar hetwelk AROHM verwijst, dateert van 10 februari 2000 en er zijn geen aanwijzingen voorhanden dat dit advies recent werd herbekeken; 3) de inventaris van het rollend materieel voor de site Booischot vermeldt in hoofdzaak landbouwtractoren; 4) de exploitant verklaarde in zitting van de PMVC van 18 september 2001 dat hij beschikt over gegevens (facturen, overzicht klantenbestand) waarmee hij kan aantonen dat het bedrijf in Booischot in hoofdzaak para-agrarische activiteiten ontwikkelt; VII-25.299-8/12 4.2. Overwegende dat hierna zal worden onderzocht of de verwerende partij op grond van die motieven terecht tot het besluit kon komen dat de activiteiten op de bewuste locatie als para-agrarische activiteiten konden worden aangemerkt; 4.3.1. Wat het eerste motief betreft Overwegende dat uit een fotoreportage die verzoeker bezorgde ter zitting van de PMVC van 31 juli 2001 blijkt dat er op het terrein vrachtwagens, bulldozers en kranen staan, dat er ook hopen materiaal (wellicht zand of aarde) liggen; dat de loods op de foto's overeen lijkt te stemmen met de loods op de foto's die bij een deurwaardersexploot van 24 juli 1995 waren gevoegd en welke vaststellingen omvatte met betrekking tot de Koppenstraat nr. 2; dat de bewering van de verwerende partij in haar memorie van antwoord dat de foto's niet zouden zijn genomen op het exploitatieterrein aan de Koppenstraat te Booischot dan ook niet overtuigt; dat die foto's een ernstige indicatie geven dat Herman MICHIELS op zijn exploitatieplaats aan de Koppenstraat inderdaad veeleer aannemingsactiviteiten uitoefent of toch minstens voor een deel zulke activiteiten uitoefent; dat daarbij komt dat uit een uittreksel uit de Gouden Gids van 2000 blijkt dat Herman MICHIELS volgende activiteiten aanbood : "- Nivelleringswerken met lasergestuurde machines - Verhuur breekinstallatie - Plaatsen van containers - Recycleren van beton- & bouwpuin te Aarschot (Industriezone) - Alle grond- en afbraakwerken - Verhuur grondverzetmachines - Vervoer - Aanleg van parkings - levering van grond"; dat als adres wordt vermeld : "Koppenstraat nr. 2 te 2221 Booischot"; dat aan de andere kant wordt vastgesteld dat in het dossier geen uittreksel uit de Gouden Gids terug te vinden is waaruit blijkt dat Herman MICHIELS op bedoeld adres ten tijde van het bestreden besluit aan landbouwloonwerk deed; 4.3.2. Wat het tweede motief betreft Overwegende dat het advies van de afdeling Land van 10 februari 2000 slechts één element vormt uit het negatief advies van AROHM waarin op grond van diverse argumenten formeel gesteld wordt dat het om een aannemersbedrijf gaat; dat, zelfs al zou het advies van de afdeling Land door AROHM niet zijn herbekeken, dan nog dit op zich geen argument is om te stellen dat het ondertussen wél om een para-agrarisch bedrijf zou gaan; dat bovendien de afdeling Land op 3 september VII-25.299-9/12 2001, dus kort voor de bestreden beslissing, een advies uitbracht waarin te lezen staat : "Het betreft ons inziens een aannemingsbedrijf dat in grote mate grondwerken uitvoert voor industrie en openbare diensten en in beperkte mate landbouwloonwerk verricht. Gelet op de aard en omvang van het bedrijf is het eerder aangewezen dat een dergelijk bedrijf zich vestigt in industriegebieden"; dat, gelet op dit nieuwe advies van de afdeling Land, AROHM op 17 september 2001 een aanvullend advies uitbracht dat eveneens ongunstig was; dat te noteren valt dat dit aanvullend advies er kwam op uitdrukkelijk verzoek van de Provinciale Milieuvergunningscommissie, die tijdens haar zitting van 31 juli 2001 voor een termijnverlenging opteerde teneinde bijkomende informatie in te winnen; dat het alsdan een raadsel is waarom de verwerende partij zich steunt op het feit dat er geen aanwijzingen zijn dat het advies van de afdeling Land van 10 februari 2000 recent werd herbekeken, en zwijgt over het feit dat de afdeling Land -en naderhand ook AROHM- op 3 september 2001 een ongunstig advies uitbracht; dat zij geen laatste memorie heeft ingediend om desbetreffend enige verklaring te geven alhoewel deze kwestie in het auditoraatsverslag werd aangekaart; 4.3.3. Wat het derde motief betreft Overwegende dat de exploitant inderdaad een inventaris bezorgde van het rollend materieel voor de verschillende sites waarop hij exploiteert; dat voor de site Booischot uit de overgelegde lijst blijkt wat volgt : - als materieel uitsluitend bestemd voor agrarisch gebruik worden elf landbouwtractoren opgegeven, één landbouwhoogtewerker, een dieplader vrachtwagen, en twee bandenkranen; - als materieel bestemd voor gemengd gebruik nl. agrarische en grondwerken worden vier vrachtwagens opgegeven; - als materieel bestemd voor grond-, afbraak- en recyclingwerken en mogelijke agrarische activiteit worden een bandenkraan en een dieplader vrachtwagen opgegeven; dat de bijgebrachte lijst niet aantoont dat het om een zuiver landbouwloonwerkbedrijf gaat; dat immers bij de lijst die uitsluitend betrekking heeft op agrarische activiteit vooral landbouwtractoren staan opgesomd, terwijl een tractor tot de basisuitrusting van omzeggens alle boerderijen behoort en zodoende zelden als loonwerktuig worden ingezet; dat voorts het zo is dat tractoren ook kunnen worden ingezet voor grond- en aannemingswerken; dat vier vrachtwagens zijn bestemd voor gemengd gebruik, zodat het niet duidelijk is of zij dienstig zijn voor para-agrarische activiteiten; dat het in elk geval opvalt dat dure landbouwmachines die slechts gedurende welbepaalde, VII-25.299-10/12 relatief korte seizoenen worden ingezet, en die de landbouwers doorgaans niet zelf aanschaffen maar waarop zij wel een beroep doen in het kader van landbouwloonwerk, zoals onder meer maïsrooimachines, bietenrooiers, pikdorsers en strobinders, op de lijst ontbreken; 4.3.4. Wat het vierde motief betreft Overwegende dat wordt vastgesteld dat bij het bundel dat de tussenkomende partij op de zitting van de Provinciale Milieuvergunningscommissie van 28 september 2001 neerlegde, er geen facturen zitten die hijzelf uitschreef en die betrekking hebben op prestaties geleverd op het vlak van landbouwloonwerk; dat evenmin een overzicht van het klantenbestand werd neergelegd en dat de verwerende partij genoegen nam met de verklaring van de tussenkomende partij dat hij deze kon neerleggen; dat louter op basis van de neergelegde facturen welke zijn uitgeschreven aan Herman MICHIELS te Booischot voor de aankoop van landbouwmaterieel, grondverzetkippers en het huren van tractoren, de verwerende partij er niet vermocht van uit te gaan dat aan de vestiging te Booischot er enkel para-agrarische activiteiten plaatsvinden; 4.5. Overwegende dat, gelet op wat voorafgaat, het eerste onderdeel van het eerste middel gegrond is, BESLUIT: Artikel 1. Vernietigd wordt het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen van 27 september 2001 waarbij het beroep, ingediend door Leonard SMETS, tegen het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Heist-op-den-Berg van 26 juli 1994, houdende vergunning aan Herman MICHIELS tot het exploiteren te Heist-op-den-Berg (Booischot), Koppenstraat 2, van een inrichting voor loonwerken in de landbouw en grondwerken, ongegrond wordt verklaard. VII-25.299-11/12 Artikel 2. Dit arrest zal worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit. Artikel 3. De kosten van de schorsing, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van het Vlaamse Gewest. De kosten van het annulatieberoep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van het Vlaamse Gewest. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op eenentwintig december tweeduizend en zes, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, voorzitter van de VIIe kamer, de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-25.299-12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.166.209 Gerelateerde publicatie(
- s)voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2002:ARR.104.988 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div