id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 december 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.166.212 Rolnummer: A. 99179/VII-23139 Zaak: Arrest 166212 - Milieuvergunningen - 21/12/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-01-16 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-07-01 12:05 Fiche Arrest nr 166.212 van 21 december 2006 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 166.212 van 21 december 2006 in de zaak A. 99.179/VII-23.139 In zake : de v.z.w. KUNOS, die woonplaats kiest bij advocaat P. MALLIEN, kantoor houdende te ANTWERPEN, Meir 24 tegen : de bestendige deputatie van de provincieraad van ANTWERPEN. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de v.z.w. KUNOS op 8 januari 2001 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen van 19 oktober 2000 waarbij aan de verzoekende partij vergunning wordt geweigerd om een hondenschool, gelegen te Antwerpen (Ekeren), Bist, te exploiteren; Gelet op het arrest nr. 97.218 van 28 juni 2001 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting ingediend door de verzoekende partij; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de beschikking van 19 september 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; VII-23.139-1/7 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 12 oktober 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 16 november 2006; Gehoord het verslag van kamervoorzitter M.-R. BRACKE; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. MALLIEN, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van bestuurssecretaris M. MICHIELS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat in het auditoraatsverslag ambtshalve de onontvankelijkheid van voorliggend annulatieberoep wordt opgeworpen om reden dat de beslissing tot het instellen van het annulatieberoep en de beslissing tot het voortzetten van de procedure werden genomen door de raad van beheer van de verzoekende partij, terwijl de artikelen 13 en 20 van haar statuten, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 1 december 1994, bepalen: "Art.
- De algemene vergadering heeft de meest uitgebreide bevoegdheden, zowel bij gerechtelijke als buitengerechtelijke handelingen. De algemene vergadering mandateert de raad van beheer voor beslissingen van dagelijks bestuur. (...)", en: "Art.
- De algemene vergadering heeft de meest algemene bevoegdheid zoals reeds bepaald in artikel
- (...)", zodat de algemene vergadering de beslissing tot het instellen van het annulatieberoep en het voortzetten van de procedure had moeten nemen; VII-23.139-2/7
- Overwegende dat de verzoekende partij in de laatste memorie als volgt reageert op het standpunt van de auditeur: "(...) 1.
- Verenigingschronologie van KRUNOS (sic) v.z.w. Verzoekster, Krunos (sic) v.z.w., werd opgericht op 25 juli
- De statuten werden gepubliceerd in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad van 1 december 1994 onder nummer 18992 (...). Artikel 13 van de oprichtingsstatuten bepaalt: 'De algemene vergadering heeft de meest uitgebreide bevoegdheden, zowel bij gerechtelijke als buitengerechtelijke handelingen. De algemene vergadering mandateert de raad van beheer voor beslissingen van dagelijks bestuur. De voorzitter en de secretaris kunnen de vereniging vertegen- woordigen en verbinden tegenover derden en, bij hun ontstentenis, twee beheerders die gezamenlijk optreden.' (...) Vervolgens werden op 26 februari 2001 de statuten van verzoekster gewijzigd. De wijziging werd gepubliceerd in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad van 26 april 2001 onder nummer
- (...). Artikel 13 van de aangepaste statuten per 26 februari 2001 luidt als volgt: 'De raad van beheer heeft de meest uitgebreide bevoegdheden zowel bij gerechtelijke als buitengerechtelijke handelingen. Tot zijn bevoegdheid behoort alles wat door de wet of de statuten niet uitdrukkelijk aan de algemene vergadering wordt voorbehouden. De voorzitter of de secretaris kunnen de vereniging vertegenwoordigen en verbinden tegenover derden. Voorzitter en penningmeester hebben volmacht op alle rekeningen.' (...) De beslissing tot voorzetting van de procedure werd genomen door de raad van beheer (...). Nu kan de vraag gesteld worden of de statutaire regeling die vóór 26 februari 2001 van toepassing was, m.n. waarbij de algehele bevoegdheid bij de algemene vergadering werd gelegd te rijmen is met artikel 13 van de VZW-wet anno 1921 die als volgt luidde: 'De beheerraad leidt de zaken der vereeniging en vertegenwoordigt deze bij elke gerechtelijke en buitengerechtelijke akte. Hij kan, onder zijne verantwoordelijkheid, zijne bevoegdheden overdragen aan een zijner leden of zelfs, indien de statuten of de algemene vergadering het toelaten, aan een derde. Hij is verplicht jaarlijks de rekening over het verloopen dienstjaar en de begrooting voor het volgende dienstjaar aan de goedkeuring der algemeene vergadering te onderwerpen.' (...) Het hierboven vermelde artikel werd vervangen bij artikel 21 van de Wet van 2 mei 2002 met ingang van 1 juli 2003 door de volgende tekst: 'De raad van bestuur bestaat uit ten minste drie personen. Als evenwel maar drie personen lid zijn van de vereniging, bestaat de raad van bestuur uit slechts twee personen. Het aantal bestuurders moet in elk geval altijd lager zijn dan het aantal personen dat lid is van de vereniging. De raad van bestuur bestuurt de vereniging en die vertegenwoordigt haar in en buiten rechte. Alle bevoegdheden die de wet niet uitdrukkelijk verleent aan de algemene vergadering, worden toegekend aan de raad van bestuur. De statuten kunnen de bevoegdheden die op grond van het vorige lid aan de raad van bestuur worden toegekend, beperken. Deze beperkingen, alsook de taakverdeling die de bestuurders eventueel zijn overeengekomen, kunnen niet aan derden worden tegengeworpen, zelfs niet indien zij zijn bekendgemaakt. VII-23.139-3/7 De bevoegdheid om de vereniging in en buiten rechte te vertegenwoordi- gen, kan evenwel op de wijze bepaald in de statuten worden opgedragen aan één of meer personen, al dan niet bestuurder of lid die ofwel alleen, ofwel gezamenlijk, ofwel als college optreden. Deze beslissing is tegen- werpbaar aan derden onder de voorwaarden bepaald in artikel 26novies, § 3;' De vraag wie beslist tot het instellen van het annulatieberoep en tot het voortzetten van de procedure betreft in essentie de vraag welk orgaan van verzoekster internrechtelijk bevoegd is om dergelijke beslissing te nemen. Op grond van artikel 13 van de VZW-wet anno 1921 is dit in beginsel de raad van beheer: 'De beheerraad leidt de zaken der vereeniging en vertegenwoordigt deze bij elke gerechtelijke en buitengerechtelijke akte'. Wordt een vordering door een ander (onbevoegd) orgaan ingesteld, dan heeft dit de onontvankelijkheid ervan tot gevolg. De vraag stelt zich of de principiële bevoegdheid van de raad van beheer overeenkomstig artikel 13, eerste lid van de VZW-wet anno 1921 statutair kon worden overgedragen. De raad van beheer heeft immers besloten tot het instellen van het annulatie- beroep en tot het voortzetten van de procedure, hetgeen overeenstemt met de wettelijke regeling terzake. De VZW-wet anno 1921 verhindert immers dat deze beslissingen zouden genomen zijn door de algemene vergadering, tenzij de samenstelling ervan volkomen identiek is aan deze van de raad van beheer. De wetsbepaling laat wel toe dat de raad van beheer zijn bevoegdheden (m.i.v. het recht te beslissen om in rechte op te treden) zou delegeren aan één (of meerdere) van zijn leden, maar een algemene delegatie aan de algemene vergadering is uitgesloten. Uw arrest van 6 mei 2002 komt eveneens tot het besluit dat indien de algemene vergadering, en niet de raad van beheer, besloten had het annulatiebe- roep in te stellen, dan had de algemene vergadering zich daarmee een bevoegd- heid toegeëigend die door de wet aan de raad van beheer is opgedragen. Elke beslissing die de algemene vergadering immers neemt buiten haar bevoegdheid is nietig wegens schending van de wettelijke bevoegdheidsverde- ling. Doordat de wetgever de beheersbevoegdheid heeft toegewezen aan de raad van beheer ten nadele van de algemene vergadering, kan deze laatste zich niet meer mengen in het bestuur van de V.Z.W. Uit voorgaande kan dus besloten worden dat het wettelijk daartoe bevoegd orgaan van verzoekster (de raad van beheer) rechtsgeldig de beslissing heeft genomen tot het instellen van het annulatieberoep en tot het voortzetten van de procedure. De beslissing tot voortzetting van de procedure dateert overigens van na de statutenwijzing d.d. 26 februari 2001, gepubliceerd in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad van 26 april 2001, waardoor zowel het wettelijk én statutair bevoegd orgaan, d.i. de raad van beheer, de beslissing tot het voortzetten van de procedure rechtsgeldig heeft genomen. 1.
- In ondergeschikte orde Artikel 13 van de oorspronkelijke statuten stelden uitdrukkelijk dat verzoekster werd vertegenwoordigd en verbonden tegenover derden door de voorzitter en de secretaris of twee beheerders die gezamenlijk optreden. 'De algemene vergadering heeft de meest uitgebreide bevoegdheden, zowel bij gerechtelijke als buitengerechtelijke handelingen. De algemene vergadering mandateert de raad van beheer voor beslissingen van dagelijks bestuur. De voorzitter en de secretaris kunnen de vereniging vertegen- woordigen en verbinden tegenover derden en, bij hun ontstentenis, twee beheerders die gezamenlijk optreden.' VII-23.139-4/7 Er moet worden vastgesteld dat de voorzitter en de secretaris een mandaat hebben gegeven aan de raadsman van verzoekster om het verzoekschrift tot het instellen van een annulatieberoep te ondertekenen, hetgeen alleszins naar derden toe een rechtsgeldige vertegenwoordiging betreft. Indien het orgaan van vertegenwoordiging (i.c. de secretaris en de voorzitter of twee beheerders) verzoekster rechtsgeldig vertegenwoordigt, dan moet niet worden onderzocht of de raad van beheer dan wel de algemene vergadering een interne beslissing heeft genomen. De handelingen van het orgaan van vertegen- woordiging worden immers rechtstreeks toegerekend aan de vennootschap zonder dat de vermeende overschrijving van de statutaire beperking kan opgeworpen worden. 1.
- Ten overvloede Ten tijde van de beslissing d.d. 5 januari 2001 tot het instellen van het annulatieberoep was de samenstelling van de raad van beheer identiek aan die van de algemene vergadering. Dit betekent dat mocht de algemene vergadering deze beslissing (ten onrechte) genomen hebben, zij geen andere uitspraak zou gedaan hebben dan de raad van beheer, omdat het stemgedrag van elk lid identiek zou zijn. Verder is de beslissing tot het inleiden van een annulatieberoep bij de Raad van State bekrachtigd op 8 augustus 2001 n.a.v. de beslissing tot aanpassing van de statuten. De gewijzigde statuten werden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 26 april
- Eveneens heeft de algemene vergadering in de buitengewone vergadering van 20 oktober 2005 bekrachtigt dat de algemene vergadering van 5 januari 2001 identiek was aan de samenstelling van Raad van Beheer en voor zoverre als nodig wordt nogmaals het mandaat bevestigd.(...)"; 3.
- Overwegende dat, blijkens haar statuten, de verzoekende partij ervoor gekozen heeft de meest uitgebreide bevoegdheden toe te kennen aan het hoogste orgaan van de vereniging, en niet aan de raad van beheer; dat zij die statutaire keuze expliciet maakte zowel voor de gerechtelijke als de buitengerechtelijke handelingen; dat, zoals de verzoekende partij weliswaar terecht in haar laatste memorie betoogt, artikel 13 van de wet van 27 juni 1921 waarbij aan de verenigingen zonder winstgevend doel en aan de instellingen van openbaar nut rechtspersoonlijkheid wordt verleend, ten tijde van het instellen van het annulatieberoep bepaalde dat de raad van beheer de zaken van de vereniging leidt en deze vertegenwoordigt bij elke gerechtelijke en buitengerechtelijke akte, maar dat deze bepaling noch enige andere bepaling van de voornoemde v.z.w.-wet zoals die gold ten tijde van het instellen van het beroep verbiedt om de bevoegdheid tot het nemen van de beslissing om in rechte te treden, statutair voor te behouden aan de algemene vergadering; dat, integendeel, artikel 2, 6/, van evengenoemde v.z.w.-wet bepaalde dat de statuten de bevoegdheden van de algemene vergadering bepalen en dat terzake geen exclusieven worden gesteld; dat het dan ook mogelijk was om middels de statuten af te wijken van de algemene regel dat de raad van beheer de beslissing neemt om in rechte te treden, wat de verzoekende partij ook heeft gedaan; dat de verwijzing van de verzoekende partij naar 's Raads arrest nr. 106.362 van VII-23.139-5/7 6 mei 2002 daarbij niet overtuigt, vermits dat arrest geenszins uitsluit dat de bevoegdheid tot het nemen van een beslissing met betrekking tot het instellen van een annulatieberoep bij de algemene vergadering kan worden gelegd; dat het in dat arrest een geval betrof waarbij de algemene vergadering tot het instellen van een annulatieberoep beslist had, zonder dat de algemene vergadering daar evenwel statutair toe gemachtigd was, zodat in die zaak de algemene regel neergelegd in artikel 13 van de v.z.w.-wet speelde; 3.
- Overwegende dat ook het argument van de verzoekende partij dat de voorzitter en de secretaris een mandaat hebben gegeven aan de raadsman van de verzoekende partij om het annulatieberoep in te stellen niet overtuigt; dat de vertegenwoordigingsbevoegdheid vooreerst moet worden onderscheiden van de bevoegdheid tot het nemen van de beslissing om een annulatieberoep in te stellen; dat bovendien de Raad van State geen derde is; 3.
- Overwegende dat het argument dat de raad van beheer en de algemene vergadering op 5 januari 2001 dezelfde samenstelling zouden hebben gehad, evenmin overtuigt; dat de verzoekende partij in dat verband een stuk voorlegt waarin gesteld wordt dat de buitengewone algemene vergadering van de v.z.w. op 20 oktober 2005 heeft vastgesteld dat de algemene vergadering van de v.z.w. op 5 januari 2001 identiek was aan de samenstelling van de raad van beheer; dat vooreerst wordt vastgesteld dat het stuk van 5 januari 2001 duidelijk de hoofding "raad van beheer" draagt, en niet de hoofding "algemene vergadering", alhoewel het alsdan net zo goed om een algemene vergadering had kunnen gaan; dat bovendien, en vooral, de verzoekende partij ter staving van haar stelling de ledenlijst had kunnen neerleggen zoals die was samengesteld op het ogenblik van het instellen van het beroep; dat uit artikel 10 van de v.z.w.-wet, zoals het toentertijd gold, immers duidelijk blijkt dat de v.z.w.'s hun ledenlijsten moeten bijhouden, daar zij een afschrift ervan moeten neerleggen ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg; dat, veeleer dan een na het auditoraatsverslag tot stand gekomen document van de buitengewone algemene vergadering, de verzoekende partij die ledenlijst ter staving van haar betoog had moeten bijbrengen; 3.
- Overwegende, ten slotte, dat de bekrachtiging van de buitengewone algemene vergadering op 20 oktober 2005 van de beslissing van 5 januari 2001 tot instelling van het onderhavig annulatieberoep wegens laattijdigheid niet kan worden aangenomen; VII-23.139-6/7
- Overwegende dat, gelet op wat voorafgaat, tot de onontvankelijkheid van het beroep wordt besloten, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing en van het annulatieberoep, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op eenentwintig december tweeduizend en zes, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, voorzitter van de VIIe kamer, de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-23.139-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.166.212 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2001:ARR.97.218 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div