← België

Arrest 166225 - ION - Aanwerving en loopbaan - 21/12/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 december 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.166.225 Rolnummer: A. 75616/XII-333 Zaak: Arrest 166225 - ION - Aanwerving en loopbaan - 21/12/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-01-09 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-07-01 12:10 Fiche Arrest nr 166.225 van 21 december 2006 Openbaar ambt - ION - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 166.225 van 21 december 2006 in de zaak A. 75.616/XII-

  1. In zake : Roland DENDAUW-IMBO, wonende te Menen, Ter Beke 161 tegen : de STAD MENEN. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Roland Dendauw-Imbo op 8 september 1997 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 7 juli 1997 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Menen dat zijn eindbeoordeling ongunstig blijft; Gezien de memorie van toelichting van verzoeker; Gezien het verslag opgesteld door auditeur D. Mareen; Gelet op de beschikking van 7 november 2000 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van verzoeker; Gelet op de beschikking van 23 mei 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 13 juni 2006; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat I. Martens, die verschijnt voor verzoeker; XII-333-1/4 Gehoord het eensluidend advies van auditeur D. Mareen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. De rechtspleging. Overwegende dat verwerende partij geen administratief dossier heeft neergelegd; dat derhalve, krachtens artikel 21, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State de door verzoeker aangehaalde feiten als bewezen moeten worden geacht, tenzij ze kennelijk onjuist zijn;
  3. De gegevens van de zaak. Overwegende dat verzoeker vast benoemd administratief medewerker is bij de dienst bevolking van de stad Menen; dat hij op 29 mei 1997 wordt geëvalueerd met als eindbeoordeling “ongunstig”; dat verzoeker op 20 juni 1997 bij het college van burgemeester en schepenen beroep aantekent tegen deze evaluatie; dat het college van burgemeester en schepenen op 7 juli 1997, na onder anderen verzoeker en diens vertegenwoordiger te hebben gehoord, de bestreden beslissing neemt;
  4. De grond van de zaak. 3.
  5. Overwegende dat verzoeker onder meer een schending van de materiële motiveringsplicht aanvoert, stellende dat de bestreden beslissing niet is ingegaan op zijn argumenten, ze heeft genegeerd of verdraaid; dat hij meer bepaald zijn beoordeling betwist op het stuk van “de aanpak van het eigen werk”, van “de klantgerichtheid”, van “het nakomen van de gemaakte afspraken inzake ziekteverzuim, stiptheid en loyauteit tov. de dienst”, en van “de deontologie”; Overwegende dat, in haar verslag, de auditeur die kritiek terecht bevindt wat de beoordeling in de bestreden beslissing betreft in verband met verzoekers aanpak van zijn werk, namelijk de achterstand inzake correspondentie, en in verband met zijn klantgerichtheid; dat zij voorstelt het middel gegrond te bevinden en de bestreden beslissing te vernietigen omdat de Raad van State zich “niet in de plaats van het bestuur [kan] stellen om uit te maken of het bestuur toch de bestreden XII-333-2/4 beslissing zou hebben opgelegd mochten de ondeugdelijke motieven niet in overweging zijn genomen”; Overwegende dat de verwerende partij, die ook al geen memorie van antwoord toestuurde, de bevindingen en het standpunt van de auditeur op geen enkele manier tegenspreekt of betwist; dat zij in haar stilzwijgen volhardt en noch een laatste memorie indient, noch ter terechtzitting verschijnt of vertegenwoordigd is; Overwegende dat de Raad van State geen reden ziet om er een andere zienswijze dan de auditeur op na te houden; dat het middel gegrond is, BESLUIT: Artikel
  6. Vernietigd wordt de beslissing van 7 juli 1997 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Menen dat de eindbeoordeling van Roland Dendauw-Imbo ongunstig blijft. Artikel
  7. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de stad Menen. XII-333-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op eenentwintig december 2006, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-333-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.166.225 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.