id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 december 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.166.230 Rolnummer: A. 116904/XII-3461 Zaak: Arrest 166230 - ION - Aanwerving en loopbaan - 21/12/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-01-11 Raadplegingen: 48 - laatst gezien 2026-07-01 12:12 Fiche Arrest nr 166.230 van 21 december 2006 Openbaar ambt - ION - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 166.230 van 21 december 2006 in de zaak A. 116.904/XII-
- In zake : Jean-Pierre BORREMANS, wonende te Asse, Wolfrot 16 tegen : de GEMEENTE ANDERLECHT, die woonplaats kiest bij advocaat M. Foret, kantoor houdende te Brussel, Frans Gasthuislaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Jean-Pierre Borremans op 15 februari 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 19 december 2001 van de beroepscommissie van de gemeente Anderlecht waarbij zijn ongunstige evaluatie wordt bevestigd; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op de beschikking van 21 december 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 23 mei 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 13 juni 2006, op welke datum de zaak is uitgesteld tot de terechtzitting van 5 september 2006; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; XII-3461-1/4 Gehoord de opmerkingen van advocaat I. Martens, die verschijnt voor verzoeker, en van advocaat A. Haegeman, die loco advocaat M. Foret verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het andersluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verwerende partij in de memorie van antwoord verzoekers belang betwist; dat zij meer bepaald doet gelden hetgeen volgt : “Overwegende dat vertoogster vooreerst meent dat verzoekende partij niet bewijst dat zij voldoende belang heeft bij de vordering tot nietigverklaring. Overwegende dat het Sociaal Handvest immers uitdrukkelijk voorziet dat ‘evaluatie een permanente activiteit is bij de administratie’; dat zij slaat op de structuren, de middelen en de personen. Dat zij personeelsleden in de gelegenheid dient te stellen om voortdurend een balans van hun beroepsleven te maken met het oog op de motivatie. Dat de evaluatie uitdrukkelijk geen weerslag heeft op het verloop van de geldelijke loopbaan (art. 10.1 en 10.2 van het Sociaal Handvest). Overwegende dat het Gemeentelijk Reglement zelfs uitdrukkelijk voorziet dat slechts twee opeenvolgende ongunstige evaluaties de afschaffing van de laatst toegekende weddesupplementen tot gevolg heeft tot op het ogenblik van een nieuw onderzoek van de toestand, naar aanleiding van de eerstvolgende evaluatie.(art. 15)”; Overwegende dat verzoeker in de memorie van wederantwoord repliceert : “Het belang van verzoeker bij de vernietiging blijkt uit artikel 15 van het Gemeentelijk reglement. Dit artikel bepaalt : ‘Twee opeenvolgende ongunstige evaluaties hebben de afschaffing van de laatste toegekende aanvullende wedde tot gevolg tot op het ogenblik van een nieuw onderzoek van de toestand naar aanleiding van de eerstvolgende evaluatie’. Uit deze bepaling blijkt duidelijk het belang van verzoeker. Bij 2 ongunstige evaluaties is er de afschaffing van de laatste toegekende aanvullende wedde. Daar verzoeker op dit ogenblik ten onrechte een ongunstige evaluatie heeft en indien hij deze niet zou aanvechten, dan zou hij het gevaar lopen de laatste toegekende aanvullende wedde te verliezen als de volgende evaluatie, al dan niet terecht, ongunstig is. Verzoeker heeft bijgevolg een actueel belang bij de vernietiging van de bestreden beslissing daar deze evaluatie een invloed zou kunnen hebben op zijn geldelijke loopbaan”; XII-3461-2/4 Overwegende dat het een verzoeker die geconfronteerd wordt met een exceptie van gebrek aan belang, toekomt om daartegenover klaar en duidelijk standpunt te kiezen en om, indien hij de exceptie betwist, de precieze redenen daarvoor te doen kennen en, meer bepaald, het belang dat hij met zijn vordering gediend wil zien zo nauwkeurig en volledig mogelijk te omschrijven; Overwegende dat verzoeker in antwoord op de exceptie uitsluitend en alleen gewag heeft gemaakt van een financieel belang, er in bestaande dat de bestreden beslissing hem het risico deed lopen dat hij zijn laatst toegekende aanvullende wedde verloor; dat, hierover ter terechtzitting ondervraagd, verzoeker meedeelt dat het risico zich niet gerealiseerd heeft omdat de bestreden beslissing niet door een tweede ongunstige evaluatie is gevolgd; Overwegende dat om zich alsnog het nodige actueel belang te zien toegemeten worden, verzoeker ter terechtzitting voor het eerst een moreel belang doet gelden; dat hij dat moreel belang nochtans ook al in de memorie van wederantwoord kon hebben ingeroepen; dat hij zulks evenwel niet gedaan heeft en, gelet op de concrete omstandigheden van de zaak, geacht moet worden dat welbewúst niet gedaan te hebben; dat verzoeker, door zijn belang in antwoord op de exceptie louter met het gevaar van weddeverlies in verband te hebben gebracht, grenzen aan het door hem op gang gebrachte gerechtelijk debat heeft getrokken, die hij niet zomaar op de valreep, ter terechtzitting, naar eigen believen mag verleggen; dat de verruiming van het belang niet kan worden aangenomen; Overwegende dat het beroep moet worden verworpen als onontvankelijk bij gebrek aan actueel belang, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. XII-3461-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op eenentwintig december 2006, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-3461-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.166.230 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.