id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 december 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.166.321 Rolnummer: Zaak: Arrest 166321 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 27/12/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-01-05 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-07-01 12:27 Fiche Arrest nr 166.321 van 27 december 2006 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Samenvoeging Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 166.321 van 27 december 2006 in de zaken A. 173.602/X-12.866 176.463/X-13.
- I. In zake : Etienne SAMPERMANS, die woonplaats kiest bij Advocaten M. BOES en A. BEELEN, kantoor houdende te 3580 BERINGEN, Scheigoorstraat 5 tegen : het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij Advocaat L. DEHAESE, kantoor houdende te 3500 HASSELT, Luikersteenweg
- II. In zake : Etienne SAMPERMANS, die woonplaats kiest bij Advocaten M. BOES en A. BEELEN, kantoor houdende te 3580 BERINGEN, Scheigoorstraat 5 tegen : het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij Advocaat L. DEHAESE, kantoor houdende te 3500 HASSELT, Luikersteenweg
- tussenkomende partij : de stad TONGEREN. DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Etienne SAMPERMANS op 2 juni 2006 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 27 maart 2006 van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar houdende afgifte aan de stad Tongeren van de stedenbouwkundige vergunning voor het "bouwen van een overdekte zittribune en aanleggen van 2 voetbalvelden (aangepaste plannen)" op een perceel gelegen te Mal, Heesterveldweg, kadastraal bekend sectie A, nrs. 522c (deel), 523c (deel), 524a (deel) en 525a (deel) e.a. (zaak A. 173.602/X-12.866); X-13.005-1/10 Gezien het verzoekschrift dat Etienne SAMPERMANS op 5 september 2006 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 7 juli 2006 van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar houdende afgifte aan de stad Tongeren van de stedenbouwkundige vergunning voor het "bouwen van een sportcomplex (fase 2)" op een perceel gelegen te Mal, Heesterveldweg, kadastraal bekend sectie A, nrs. 593k, 602a, 603a, 593l, 612a, 588c, 531a, 529an 530a, 524a e.a. (zaak A. 176.463/X-13.005); Gezien de nota's van de verwerende partij; Gezien het verslag in beide zaken opgemaakt door Auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de kennisgeving van de verslagen aan de partijen; Gelet op de beschikking van 24 augustus 2006 waarbij de behandeling van de zaak A. 173.602/X-12.866 wordt vastgesteld op 29 september 2006; Gelet op de beschikking van 28 september 2006 waarbij de voormelde beschikking wordt ingetrokken en de behandeling van de zaak A. 173.602/X-12.866 voor onbepaalde tijd wordt uitgesteld; Gelet op de beschikkingen van 30 oktober 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 17 november 2006; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat A. BEELEN die verschijnt voor de verzoekende partij, van Advocaat K. HULPIAU die loco Advocaat L. DEHAESE verschijnt voor de verwerende partij, en van Advocaat H. VERMEIREN die loco Advocaat P. GEUKENS verschijnt voor de tussenkomende partij (in de zaak A. 176.463/X-13.005); Gehoord het eensluidend advies van Auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; X-13.005-2/10
- Overwegende dat de vorderingen in de zaken A. 173.602 / X-12.866 en A. 176.463 / X-13.005 gericht zijn tegen twee besluiten die twee fasen van de uitvoering van eenzelfde project vormen; dat de middelen aangevoerd in de tweede zaak verwijzen naar de beslissing die het voorwerp vormt van de eerste zaak; dat in de twee zaken hetzelfde moeilijk te herstellen ernstig nadeel wordt aangevoerd; dat de twee vorderingen samenhangend zijn, en dan ook samengevoegd worden;
- Overwegende dat de stad TONGEREN met een op 22 september 2006 ter post aangetekend verzoekschrift vraagt om in het administratief kort geding in de zaak A. 176.463 / X-13.005 te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen;
- Overwegende dat de verzoeker bij brieven van 12 juni 2006 en 15 november 2006 een aantal nieuwe stukken aan de Raad van State heeft toegezonden, en dat hij ook ter zitting een aantal stukken heeft neergelegd; dat de verweerder en de tussenkomende partij in de zaak A. 176.463 / X-13.005 verzoeken om die stukken uit de debatten te weren; Overwegende dat de bedoelde stukken slaan op ontwikkelingen die zich na het indienen van de betrokken verzoekschriften hebben voorgedaan, en waarvan de verzoeker dus geen melding kon maken in die verzoekschriften; dat er geen reden is om die stukken uit de debatten te weren; 4.
- Overwegende dat de stad TONGEREN een evenementen- en sportcomplex wil oprichten te Tongeren, op een terrein gelegen aan de Heesterveldweg, kadastraal gekend onder 9de afdeling, sectie A, nrs. 612 a, 611 d, 611 e, 611 f, 610 a, 608 a, 607 a (deel), 606 a, 595 a, 594 a (deel), 593 k (deel), 593 l (deel), 592 k (deel), 601 b (deel), 602 a, 603 a, 604 b, 588 c (deel), 531 a (deel), 530 a (deel), 529 a (deel), 528 a (deel), 527 a (deel), 526 a (deel), 525 a (deel), 524 a (deel), 523 c (deel) en 522 c (deel); dat het hele complex bestaat uit een voetbalstadion, een topsporthal en een parking; dat het complex wordt opgericht in twee fasen; Overwegende dat de stad TONGEREN een eerste aanvraag heeft ingediend, ontvangen op 16 maart 2006, strekkende tot het verkrijgen van een stedenbouwkundige vergunning voor het bouwen van een overdekte zittribune en de aanleg van twee voetbalvelden op het genoemde terrein ("fase 1"); dat het College van burgemeester en schepenen van de stad Tongeren op 14 maart 2006 over X-13.005-3/10 intussen aangepaste plannen een gunstig advies heeft gegeven; dat de gemachtigde ambtenaar op 27 maart 2006 de gevraagde stedenbouwkundige vergunning verleent; dat dit besluit het voorwerp vormt van de vordering in de zaak A. 173.602 / X-12.866; Overwegende dat, met het oog op het uitvoeren van de tweede fase van het project, de gemeenteraad van de stad Tongeren bij besluit van 28 maart 2006 het bijzonder plan van aanleg "Industrieterrein Tongeren-Oost deel 2 Blauw Geit partiële herziening 1 sporthal" definitief heeft aangenomen; dat de Bestendige Deputatie van de provincieraad van Limburg hierover een gunstig advies heeft gegeven; dat de afdeling Ruimtelijke Ordening Limburg van de administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten en Landschappen op 19 juni 2006 een ontwerp van ministerieel besluit houdende goedkeuring van dat bijzonder plan van aanleg heeft gestuurd naar de afdeling Ruimtelijke Planning van het hoofdbestuur; dat de partijen ter terechtzitting geen nadere gegevens hebben kunnen verschaffen over de stand van de procedure; Overwegende dat de stad TONGEREN ondertussen een tweede aanvraag heeft ingediend, ontvangen op 26 juni 2006, strekkende tot het verkrijgen van een stedenbouwkundige vergunning voor het bouwen van een sportcomplex met randaccomodaties en nevenfuncties en voor de aanleg van één voetbalveld op het hiervóór genoemde terrein ("fase 2"); dat het College van burgemeester en schepenen van de stad Tongeren daarover op 20 juni 2006 een gunstig advies heeft gegeven; dat de gemachtigde ambtenaar op 7 juli 2006 de gevraagde stedenbouw-kundige vergunning verleent; dat dit besluit het voorwerp vormt van de vordering in de zaak A. 176.463 / X-13.005; Overwegende dat inmiddels met de uitvoering van de werken is begonnen; dat, zoals uit de voorgelegde stukken blijkt, de voetbalvelden bedoeld in fase 1 sinds het begin van het seizoen 2006-07 o.m. gebruikt worden voor de thuiswedstrijden van de ploeg KSK Tongeren, spelend in de derde nationale afdeling van de voetbalcompetitie; 4.
- Overwegende dat de verzoeker eigenaar is van een aantal percelen die in de onmiddellijke omgeving van het ontworpen sportcomplex liggen, en dat hij daar ook woont; X-13.005-4/10 Overwegende dat de verzoeker met betrekking tot de uitvoering van de werken voor de oprichting van het sportcomplex verscheidene klachten heeft ingediend bij de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur; dat die klachten op het ogenblik van de terechtzitting nog in onderzoek blijken te zijn; Overwegende dat de verzoeker en zijn echtgenote de stad TONGEREN voorts op 12 juli 2006 hebben gedagvaard voor de Voorzitter van de Rechtbank van eerste aanleg te Tongeren, rechtsprekend in kort geding, om de stopzetting van de werken te horen bevelen tot aan de uitspraak van de Raad van State; dat de voorzitter bij beschikking van 10 augustus 2006 de vordering heeft afgewezen bij gebrek aan hoogdringendheid; dat de verzoeker en zijn echtgenote tegen die beschikking hoger beroep hebben ingesteld; dat uit de debatten ter terechtzitting is gebleken dat de zaak voor behandeling door het Hof van Beroep te Antwerpen is vastgesteld op 2 januari 2007;
- Overwegende dat de tussenkomende partij in de zaak A. 176.463/ X-13.005 een exceptie van onontvankelijkheid van de vordering opwerpt, afgeleid uit het feit dat de verzoeker en zijn echtgenote samen eigenaar zijn van het perceel in de omgeving van het ontworpen sportcomplex; dat de tussenkomende partij aanvoert dat de verzoeker alleen geen ontvankelijke vordering kan instellen; Overwegende dat de verzoeker mede-eigenaar is van het perceel waarnaar hij verwijst om zijn belang te staven; dat hij de medewerking van zijn echtgenote niet nodig heeft om op ontvankelijke wijze een vordering tot schorsing van een overheidshandeling in te stellen, ook niet als hij daarmee een resultaat beoogt dat mede aan zijn echtgenote een voordeel kan opleveren; dat de exceptie faalt naar recht;
- Overwegende dat de verzoeker aanvoert dat een van de plannen gevoegd bij de aanvraag die geleid heeft tot de stedenbouwkundige vergunning van 7 juli 2006, hetzelfde voorwerp heeft als de stedenbouwkundige vergunning van 27 maart 2006; dat de verzoeker preciseert dat het plan 9/10 ("inplanting en terreindoorsnede") gevoegd bij de genoemde aanvraag betrekking heeft op de voetbalterreinen, de daarmee gepaard gaande reliëfwijziging en de acht verlichtings- masten die al op 27 maart 2006 vergund waren; dat de verzoeker aanvoert dat er verschillen zijn tussen de plannen gevoegd bij de aanvraag die geleid heeft tot de vergunning van 27 maart 2006 en die welke gevoegd zijn bij de aanvraag die geleid heeft tot de vergunning van 7 juli 2006, waaruit hij afleidt dat de stad TONGEREN X-13.005-5/10 met de tweede aanvraag een vergunning heeft willen verkrijgen die afwijkt van de eerste vergunning; Overwegende dat de verweerder en de tussenkomende partij de zienswijze van de verzoeker betwisten, en aanvoeren dat de vergunning van 7 juli 2006 slechts betrekking heeft op werken ter aanvulling van die welke reeds vergund zijn op 27 maart 2006; Overwegende dat op het inplantingsplan gevoegd bij de aanvraag die geleid heeft tot de vergunning van 7 juli 2006 (plan 9/10) drie voetbalpleinen zijn aangegeven, waarvan de pleinen 1 en 2 reeds vergund waren op 27 maart 2006, en dat die laatste twee pleinen op verscheidene punten afwijken qua ligging en afmetingen ten opzichte van de pleinen aangegeven op het inplantingsplan gevoegd bij de aanvraag die geleid heeft tot de vergunning van 27 maart 2006 (plan 7/9); dat in de toelichtingsnota bij de bouwaanvraag die geleid heeft tot de vergunning van 7 juli 2006 echter benadrukt wordt dat de eerste twee voetbalpleinen het voorwerp hebben uitgemaakt van de aanvraag in fase 1, en dat het bij de aanvraag in fase 2 enkel gaat om het derde voetbalplein (naast de overige onderdelen van het sportcomplex); dat er ook in het bestreden besluit van 7 juli 2006 zelf van uitgegaan wordt dat fase 1 betrekking had op het bouwen van een tribune en de aanleg van twee voetbalterreinen, en dat de "huidige aanvraag" betrekking heeft op "de overige delen van het complex"; Overwegende dat er in de huidige stand van de rechtspleging onvoldoende aanwijzingen zijn om aan te nemen dat de aanvraag die geleid heeft tot de vergunning van 7 juli 2006 een wijziging beoogde van de vergunning van 27 maart 2006; dat er voorshands integendeel van uitgegaan wordt dat het inplantingsplan gevoegd bij de aanvraag die geleid heeft tot de vergunning van 7 juli 2006 (plan 9/10) weliswaar melding maakt van de voetbalpleinen 1 en 2, maar dat daarvoor geen wijzigende vergunning is gevraagd en daarvoor ook geen wijzigende vergunning is verleend; dat dit voorlopige standpunt niet vooruitloopt op het oordeel waartoe het onderzoek van het beroep tot nietigverklaring desgevallend zal leiden;
- Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen X-13.005-6/10 verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen;
- Overwegende, wat betreft het moeilijk te herstellen ernstig nadeel, dat de verzoeker in de twee zaken in de eerste plaats aanvoert dat de bestreden vergunning van 27 maart 2006 voorziet in de bouw van vier verlichtingsmasten, waarvan twee met een hoogte van 18 meter en twee met een hoogte van 22 meter, vlakbij de grens met een van de percelen van de verzoeker, en dat hij daardoor onvermijdelijk te kampen zal hebben met licht- en zichthinder; dat hij voorts aanvoert dat de wedstrijden en de oefenmatchen die op de voetbalterreinen gespeeld zullen worden, zullen zorgen voor een aantasting van zijn privacy, geluidshinder, een risico van sluikstorten en vandalisme, een gevoelige toename van de verkeers- en parkeerhinder, en een risico van wateroverlast; Overwegende dat de verweerder in de twee zaken hiertegen o.m. aanvoert dat het ingeroepen nadeel niet het gevolg is van de bestreden stedenbouwkundige vergunningen, maar van het bijzonder plan van aanleg "Industrieterrein Tongeren-Oost deel 2 (Buffers en recreatiegebied Blauwe Geit)", goedgekeurd bij ministerieel besluit van 16 januari 2004, waartegen de verzoeker geen beroep heeft ingesteld; Overwegende, daargelaten de vraag in hoeverre een schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden vergunningen nog kan leiden tot een beperking van de aangevoerde nadelen, gelet op de stand van de werken op het ogenblik van het instellen van de vorderingen en op het ogenblik van de uitspraak van het voorliggende arrest, dat vastgesteld moet worden dat de verzoeker de bedoelde nadelen alle in verband brengt met de wedstrijden en de oefenmatchen die op de vergunde voetbalterreinen gespeeld worden; dat het terrein waarop de voetbalpleinen zijn of worden aangelegd, volgens het genoemde bijzonder plan van aanleg "Industrieterrein Tongeren-Oost deel 2 (Buffers en recreatiegebied Blauwe Geit)", goedgekeurd bij ministerieel besluit van 16 januari 2004, gelegen zijn in een zone voor openluchtrecreatie; dat artikel 11 van de stedenbouwkundige voor-schriften bepaalt dat een dergelijke zone "wordt ingericht ten behoeve van buitensportactiviteiten zoals de bestendiging en de uitbreiding van het bestaande voetbalgebeuren", en dat "terreinverlichting, staantribunes en de nodige veiligheids- accomodatie (opvangnetten) ... opgericht (mogen) worden in de ganse zone ..."; dat de nadelen die voortvloeien uit de realisatie op zich van die in het genoemde bijzonder plan van aanleg vastgelegde bestemming, met name de nadelen die verband X-13.005-7/10 houden met het spelen van wedstrijden en oefenmatchen op terreinen die bestemd zijn voor openluchtrecreatie, hun rechtstreekse oorzaak niet vinden in de bestreden vergunningen die ter uitvoering van de bedoelde bestemming zijn verleend; dat die nadelen dan ook niet dienstig ingeroepen kunnen worden tot staving van het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel dat uit de tenuitvoerlegging van die vergunningen zou voortvloeien; dat hieraan niet afdoet de omstandigheid, door de verzoeker aangevoerd, dat het bijzonder plan van aanleg is geconcipieerd met het oog op de uitbreiding van de behoeften van de voetbalclub Jecora, spelend in de derde provinciale afdeling, terwijl de vergunde terreinen uiteindelijk ook gebruikt worden door een ambitieuze club als KSK Tongeren, actief in de derde nationale afdeling; Overwegende dat de verzoeker in de twee zaken, telkens naar aanleiding van een van de ingeroepen middelen, weliswaar een exceptie van illegaliteit tegen het genoemde bijzonder plan van aanleg opwerpt, op grond van strijdigheid met het gewestplan Sint-Truiden - Tongeren, vastgesteld bij koninklijk besluit van 5 april 1977; dat de verzoeker dat bijzonder plan van aanleg evenwel niet heeft bestreden met een vordering tot schorsing; dat hij dan ook geacht moet worden te hebben berust in het nadeel dat voor hem uit dat plan voortvloeit, ook als dit plan door een onwettigheid zou zijn aangetast; Overwegende, ten overvloede, wat betreft de aangevoerde licht- en zichthinder, dat de verzoeker weliswaar aanvoert dat de hoogte van de terreinverlichting, zoals die door de bestreden besluiten is vergund, niet in overeenstemming is met het genoemde bijzonder plan van aanleg; dat de verzoeker echter niet aannemelijk maakt dat juist die afwijking, zo die bewezen zou zijn, een nadeel oplevert dat ernstig genoemd kan worden; dat in dit verband ook opgemerkt moet worden dat de afstand tussen de woning van de verzoeker en de dichtst bijgelegen verlichtingsmast ongeveer 60 meter bedraagt; dat de aangevoerde hinder, ook al kan ze niet worden ontkend, dan ook gerelativeerd moet worden; Overwegende ten slotte, nog steeds ten overvloede, wat betreft de aangevoerde verkeers- en parkeerhinder, dat opgemerkt moet worden dat de bezoekerstoegang tot het sportcomplex en de voetbalterreinen is voorzien aan de noordwestzijde ervan, via de Heesterveldweg, en dat de toegang via de Viséweg, in de buurt van de eigendom van de verzoeker, enkel is bedoeld voor dienstvoertuigen en fietsers; dat de aangevoerde hinder dan ook gerelativeerd moet worden; X-13.005-8/10 Overwegende dat uit het voorgaande volgt dat de verzoeker niet aannemelijk maakt dat de tenuitvoerlegging van de bestreden vergunningen in de gegeven omstandigheden een nadeel veroorzaakt dat als "ernstig" kan worden aangemerkt, in de zin van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
- Overwegende dat niet is voldaan aan een van de bij artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te kunnen bevelen; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen; BESLUIT: Artikel
- De zaken A. 173.602/X-12.866 en 176.463/X-13.005 worden samengevoegd. Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van de stad TONGEREN in het administratief kort geding in de zaak A. 176.463/X-13.005 wordt ingewilligd. Artikel
- De vorderingen tot schorsing worden verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vorderingen tot schorsing worden uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure gekend onder het nr. 176.463/X-13.005, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. X-13.005-9/10 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig december 2006, door : de H. P. LEMMENS, kamervoorzitter, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. P. LEMMENS. X-13.005-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.166.321 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div