← België

Cassatiebeschikking 11 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 20/12/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 20 december 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ORD.11 Rolnummer: A. 179097/VII-36787 Zaak: Cassatiebeschikking 11 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 20/12/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-12-27 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-07-01 12:30 Fiche Beschikking nr 11 van 20 december 2006 Vreemdelingen - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 11 van 20 december 2006 in de zaak A.179.097/VII-36.787 In zake : XXXXX, tegen: de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. --------------------------------------------------------------------------------------------------------------- - DE WND. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, op 4 december 2006 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van 8 november 2006 van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen, Eerste Nederlandse Kamer, waarbij wordt geweigerd haar als vluchteling te erkennen; Gelet op de beschikking van 7 december 2006 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op het administratief dossier; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat noch de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, noch art 57/6 van de Vreemdelingenwet van toepassing zijn op jurisdictionele beslissingen; dat, los van de vraag of machtsafwending als middel tegen een jurisdictionele beslissing kan worden ingeroepen, de verzoekende partij niet uiteenzet waarin deze zou bestaan; dat kritiek op de feitelijke beoordeling van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen niet tot cassatie van de bestreden beslissing kan leiden; dat de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen in de bestreden beslissing stelt dat het asielrelaas van de verzoekende partij ongeloofwaardig is zodat niet moest worden ingegaan op de problemen die zij beweert te hebben gekend in VII-36.787-1/2 haar land van herkomst; dat er bijgevolg ook geen schending is van de Conventie van Genève; dat de beweerde schendingen van de artikelen 3 en 8 van het E.V.R.M. en van artikel 1 van het Verdrag tegen foltering niet nader worden uitgewerkt zodat de daarop betrekking hebbende middelen niet ontvankelijk zijn, BESLUIT: Artikel 1. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken, op twintig december tweeduizend en zes, door : de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. E. BREWAEYS. VII-36.787-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ORD.11 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.