← België

Cassatiebeschikking 12 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 20/12/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 20 december 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ORD.12 Rolnummer: A. 179158/VII-36795 Zaak: Cassatiebeschikking 12 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 20/12/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2006-12-22 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-07-01 12:30 Fiche Beschikking nr 12 van 20 december 2006 Vreemdelingen - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 12 van 20 december 2006 in de zaak A. 179.158/VII-36.795 In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij advocaat J. WYLLEMAN, kantoor houdende te 8400 OOSTENDE, Nijverheidstraat 82 tegen: de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. --------------------------------------------------------------------------------------------------------------- --- DE WND. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Nepalese nationaliteit, op 6 december 2006 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van 19 oktober 2006 van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen, Eerste Nederlandse Kamer, waarbij wordt geweigerd haar als vluchteling te erkennen; Gelet op de beschikking van 14 december 2006 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op het administratief dossier; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat in de drie aangevoerde middelen de schending van het recht van verdediging wordt ingeroepen; dat uit de stukken, waarop de Raad van State vermag acht te slaan, echter niet blijkt dat de verzoekende partij die middelen heeft ingeroepen voor de feitenrechter; dat deze middelen nieuw zijn; dat het tweede middel bovendien opkomt tegen een bijkomend motief van de bestreden beslissing; dat de middelen bijgevolg niet kunnen leiden tot cassatie, VII- 36.795-1/2 BESLUIT: Artikel 1. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken, op twintig december tweeduizend en zes, door : de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. E. BREWAEYS. VII- 36.795-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ORD.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.