← België

Cassatiebeschikking 22 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 22/12/2006

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 22 december 2006 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2006:ORD.22 Rolnummer: A. 179489/XIV-27738 Zaak: Cassatiebeschikking 22 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 22/12/2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-01-12 Raadplegingen: 48 - laatst gezien 2026-07-01 12:33 Fiche Beschikking nr 22 van 22 december 2006 Vreemdelingen - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 22 van 22 december 2006 in de zaak A. 179.489/XIV-27.

  1. In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij Advocaat J. APPELEN, kantoor houdende te 3910 NEERPELT, Toekomstlaan 2 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, op 18 december 2006 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen van 8 november 2006 waarbij wordt geweigerd hem te erkennen in de hoedanigheid van vluchteling; Gelet op de beschikking van 22 december 2006 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op het administratief dossier; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoeker in een eerste middel de schending aanvoert van artikel 52 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; dat hij in een tweede middel de schending aanvoert van het redelijkheidsbeginsel en in een derde middel de schending aanvoert van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van de bestuurshandelingen; XIV-27.738-1/2 Overwegende, wat het eerste middel betreft, de schending van artikel 52 van de wet van 15 december 1980 niet dienstig kan worden aangevoerd tot staving van de nietigverklaring van een beslissing waarbij niet over de ontvankelijkheid, maar over de gegrondheid van een aanvraag tot erkenning van de hoedanigheid van vluchteling uitspraak wordt gedaan; dat, wat het tweede en het derde middel betreft, de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen een administratief rechtscollege is; dat bijgevolg het redelijkheidsbeginsel als beginsel van behoorlijk bestuur evenals de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur niet van toepassing zijn; Overwegende dat, bij ontstentenis van een ontvankelijk rechtsmiddel, het administratief cassatieberoep zelf onontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
  2. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel
  3. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken op tweeëntwintig december tweeduizend en zes, door : de HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. A. BEIRLAEN. XIV-27.738-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2006:ORD.22 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.