id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 januari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.166.404 Rolnummer: A. 57466/X-7901 Zaak: Arrest 166404 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 08/01/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-01-16 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-06-29 12:58 Fiche Arrest nr 166.404 van 8 januari 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping heropening debatten Inwilliging tussenkomst Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 166.404 van 8 januari 2007 in de zaak A. 57.466/X-
- In zake :
- Pierre DESENFANS, wonende te 1180 BRUSSEL, Wellingtonlaan 133,
- Patrick EECKHOUDT, wonende te 1332 RIXENSART, Centenaire 1re Avenue 19,
- Frans VERSTRAETE, wonende te 8670 KOKSIJDE, Christiaenslaan 55,
- Guy VAN DE KERCKHOVE, wonende te 1060 BRUSSEL, Molièrelaan 162,
- André HAELTERS, wonende te 9700 OUDENAARDE, Meerspoort 37-39 tegen :
- de gemeente KOKSIJDE, die woonplaats kiest bij Advocaat P. LUYPAERS, kantoor houdende te 3001 HEVERLEE-LEUVEN, Industrieweg 4 bus 1,
- het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij Advocaat J. BOSSUYT, kantoor houdende te 8310 ASSEBROEK-BRUGGE, Bossuytlaan
- tussenkomende partij : de nv MAWECO, voorheen gevestigd te 9420 ERPE-MERE, Gentsesteenweg
- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Pierre DESENFANS, Patrick EECKHOUDT, Frans VERSTRAETE, Guy VAN DE KERCKHOVE en André HAELTERS op 18 april 1994 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 25 januari 1994 van het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Koksijde houdende afgifte aan de nv MAWECO van een X-7901-1/7 vergunning "strekkende tot het bouwen van appartementsvilla's" op een perceel gelegen Koninklijke baan - Jacquelinelaan, te Koksijde, kadastraal gekend onder 1ste afdeling, sectie D, nr. 354; Gelet op het arrest nr. 48.544 van 12 juli 1994 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst op 20 december 1994 ingediend door de nv MAWECO; Gelet op de beschikking van 22 december 1994 die de tussenkomst van de nv MAWECO toelaat; Gezien de memorie van antwoord van de eerste verwerende partij; Gezien de memorie van wederantwoord van de vijfde verzoekende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur-generaal M. ROELANDT; Gelet op de beschikking van 19 juli 2000 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de vijfde verzoekende partij en van de eerste verwerende partij; Gelet op de beschikking van 26 september 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 17 november 2006; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter P. LEMMENS; X-7901-2/7 Gehoord de opmerkingen van Advocaat K. VAN HERCK die loco Advocaat P. LUYPAERS verschijnt voor de eerste verwerende partij, en van Advocaat I. VANDEN BON die loco Advocaat J. BOSSUYT verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de tussenkomende partij eigenares was van een terrein gelegen te Koksijde, aan de Koninklijke Baan en de Koninginnelaan, kadastraal gekend onder 1ste afdeling, sectie D, nr. 354; dat zij bij besluit van het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Koksijde van 14 juli 1993 een vergunning heeft verkregen voor het verkavelen van dat terrein in twee percelen, geschikt voor het oprichten van vrijstaande appartementsvilla’s; dat zij vervolgens een aanvraag heeft ingediend, ontvangen op 7 september 1993, strekkende tot het verkrijgen van een bouwvergunning voor het bouwen van twee appartementsvilla’s op één van die percelen; dat het college, nadat de gemachtigde ambtenaar een gunstig advies had gegeven over het voorstel van het college om af te wijken van het bijzonder plan van aanleg Sint-Idesbald, goedgekeurd bij koninklijk besluit van 20 januari 1977, bij besluit van 25 januari 1994 de gevraagde vergunning heeft verleend; dat dit laatste besluit het voorwerp vormt van het voorliggende beroep; Overwegende dat de verzoekers op het ogenblik van het instellen van het beroep elk eigenaar waren van een villa met grond palende aan het bouwperceel of gelegen in de nabijheid ervan;
- Overwegende dat de raadsman van de tussenkomende partij bij schrijven van 22 oktober 2006 aan de Raad van State heeft verklaard dat die partij failliet verklaard is, dat het faillissement gesloten is, en dat hij niet meer optreedt voor die partij; dat het geding op geen enkel ogenblik hervat is door de curator; dat met de sluiting van het faillissement een einde is gekomen aan het bestaan van de tussenkomende partij als rechtspersoon; dat het verzoek tot tussenkomst dienvolgens wordt afgewezen; X-7901-3/7
- Overwegende dat bij het versturen van een kopie van de memorie van antwoord aan de verzoekers de hoofdgriffier melding heeft gemaakt van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Overwegende dat de eerste vier verzoekers binnen de termijn van zestig dagen, gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent, geen memorie van wederantwoord aan de griffie hebben toegestuurd; dat krachtens voornoemd artikel 21, tweede lid, vastgesteld dient te worden dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, in hoofde van die verzoekers ontbreekt;
- Overwegende, wat betreft het beroep ingesteld door de vijfde verzoeker, dat de eerste verweerster zich in haar laatste memorie aansluit bij de uiteenzetting in het auditoraatsverslag, en een exceptie van onontvankelijkheid van het beroep opwerpt, afgeleid uit de laattijdigheid ervan; dat de eerste verweerster aanvoert dat het beroep is ingesteld 83 dagen nadat de bestreden vergunning is afgegeven; dat de vijfde verzoeker tekortgekomen is aan zijn plicht tot waak- zaamheid door niet tijdig inzage te nemen van de bestreden vergunning, dat de verzoeker een groot deel van de zomervakantie (juli-augustus) 1993 heeft doorgebracht in zijn villa, dat de tussenkomende partij reeds na het verkrijgen van de verkavelingsvergunning is overgegaan tot een kaalslag en het rooien van de twee percelen waarop die vergunning betrekking heeft, dat die twee percelen aldus bouwklaar gemaakt werden tijdens de maanden juli en augustus 2003, dat de verzoeker zich op regelmatige tijdstippen ervan kon vergewissen of een bouw- vergunning was afgegeven; Overwegende dat bouwvergunningen noch bekendgemaakt, noch aan derden betekend dienen te worden; dat voor een derde belanghebbende de termijn waarbinnen hij daartegen met een annulatieberoep kan opkomen, ingaat met de dag waarop hij kennis heeft van de vergunning; dat die dag is, hetzij de dag waarop hij een voldoende kennis heeft van het bestaan, de aard en de draagwijdte van de vergunning, hetzij de dag waarop hij kennis heeft kunnen nemen van de vergunning, door binnen een redelijke termijn gebruik te maken van zijn inzagerecht; dat deze redelijke termijn ingaat de dag waarop de derde, aan de hand van wat hij kan vaststellen op de plaats waar de vergunde bouwwerken worden uitgevoerd, zich X-7901-4/7 ervan rekenschap dient te geven dat krachtens de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw een bouwvergunning is vereist, en hij bijgevolg redelijkerwijze moet of kan veronderstellen dat een vergunning is afgegeven; dat het zaak is van de partij die aanvoert dat de verzoeker kennis had of kon hebben van een bestuurshandeling, het bewijs daarvan te leveren; Overwegende dat de vijfde verzoeker in zijn verzoekschrift aanvoert dat hij kennis gekregen heeft van de bestreden vergunning door een fax die de eerste verweerster op 23 maart 1994 heeft gestuurd aan de toenmalige raadsman van de eerste verzoeker; dat het beroep tot nietigverklaring is ingesteld op 18 april 1994, d.i. binnen een termijn van 60 dagen te rekenen van die datum; dat de eerste verweerster geen concreet gegeven bijbrengt waaruit zou blijken dat de verzoeker meer dan 60 dagen vóór het instellen van het beroep kennis had van de bestreden vergunning, of dat zijn aandacht voordien om een of andere reden op de afgifte van de vergunning zou zijn gevestigd; dat het antwoord van de vijfde verzoeker op een vraag van het auditoraat, naar luid waarvan hij in de buurt het gerucht had opgevangen van de nakende realisatie van appartementsvilla’s, en hij zich dan meermaals bij de diensten van de eerste verweerster en bij de provincie is gaan vergewissen over de exactheid van die geruchten en naderhand over de evolutie van het dossier, niet in tegenspraak is met wat hij in het verzoekschrift heeft gesteld; dat de enkele omstandigheid dat de verzoeker kennis gehad zou hebben van het verlenen van de verkavelingsvergunning voor het betrokken terrein en van de uitvoering van grondwerken voor het bouwrijp maken ervan, hem overigens niet de verplichting oplegde om zich op regelmatige tijdstippen naar het gemeentehuis te begeven om aldaar te informeren of een bouwvergunning was gevraagd, en of die verleend dan wel geweigerd was; dat aan de verzoeker geen nalatigheid kan worden verweten; dat de exceptie niet kan worden aangenomen;
- Overwegende dat het verslag opgesteld door het met het onderzoek van de zaak gelaste lid van het Auditoraat is beperkt tot het onderzoek van de exceptie van onontvankelijkheid; dat er grond is om het onderzoek verder te zetten; X-7901-5/7 BESLUIT: Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van de nv MAWECO wordt afgewezen. Artikel
- Het beroep wordt verworpen in zoverre ingesteld door de eerste vier verzoekers. Artikel
- De kosten van het beroep in hoofde van de eerste vier verzoekers, bepaald op 396,64 euro, komen ten laste van de eerste vier verzoekers, elk voor een vierde. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 74,37 euro, komen ten laste van de failliete boedel van de tussenkomende partij. Artikel
- De debatten worden ten aanzien van de vijfde verzoeker heropend. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van het beroep wordt uitgesteld ten aanzien van de vijfde verzoeker. Artikel
- Het door de Auditeur-generaal aangewezen lid van het Auditoraat wordt gelast met het aanvullend onderzoek. X-7901-6/7 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op acht januari 2007, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, G. DEBERSAQUES, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. P. LEMMENS. X-7901-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.166.404 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.079 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div