id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 januari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.166.544 Rolnummer: A. 179392/XII-4951 Zaak: Arrest 166544 - Overheidsopdrachten - 11/01/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-01-17 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-29 13:13 Fiche Arrest nr 166.544 van 11 januari 2007 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 166.544 van 11 januari 2007 in de zaak A. 179.392/XII-
- In zake :
- de NV W. DE RAAT BELGIUM,
- de NV A.M. SEVADEPANNAGES,
- de NV DOMBRECHT DISTRIBUTION, die woonplaats kiezen bij advocaten K. Caers en A. Beelen, kantoor houdende te Beringen, Scheigoorstraat 5 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken, die woonplaats kiest bij advocaten D. D’Hooghe en L. Schellekens, kantoor houdende te 1060 Brussel, Henri Wafelaertsstraat 47-51, bus
- tussenkomende partij : de NV DELBART, die woonplaats kiest bij advocaten G. Duyck en P. Levintoff, kantoor houdende te 1050 Brussel, Franklin Rooseveltlaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de NV W. De Raat Belgium, de NV A.M. Sevadepannages en de NV Dombrecht Distribution, op 14 december 2006 hebben ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van : “
- De beslissing van de Federale Politie, Algemene Directie van de Materiële Middelen, Directie van de Aankoopdienst d.d. 01.12.2006 (Kenmerk DMA-2006R3163) waarbij al de offertes, met uitzondering van de offerte ingediend door de firma Delbart, worden uitgesloten en waarbij de opdracht wordt toegewezen aan de firma Delbart (stuk 1).
- De beslissing van de Federale Politie, Algemene Directie van de Materiële Middelen, Directie van de Aankoopdienst d.d. 12.12.2006 waarbij de inzage en kopiename van bepaalde documenten werd geweigerd (o.m. de integrale technische offerte en de gegevens betreffende de prijzen van de firma Delbart)(stuk 2)”. XII-4951-1/12 Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 15 december 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 9 januari 2007, om 10.30 uur; Gezien het op 27 december 2006 ingediende verzoekschrift waarbij de NV Delbart vraagt in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat zij voordeel blijkt te halen uit de eerste bestreden beslissing en erbij belang heeft dat de vordering wordt afgewezen; dat haar verzoek dienvolgens moet worden ingewilligd; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat A. Beelen, die verschijnt voor de verzoekende partijen, van advocaat L. Schellekens, die loco advocaat D. D’Hooghe verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat G. Duyck, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. Barra; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; De gegevens van de zaak Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat :
- Verzoekende partijen zijn alle onderscheiden inschrijvers bij de in het geding zijnde overheidsopdracht die volgens een algemene offerte-aanvraag in mededinging is gesteld en Europees is bekendgemaakt.
- De opdracht wordt beheerst door het bestek nr. DMA 2006 R3 163, dat bijlagen A tot D telt waaronder de bijlagen B de “technische specificaties van het materiaal” betreffen. XII-4951-2/12 Inzake het voorwerp van de opdracht vermeldt het bestek het volgende : “1.1 Aard en beschrijving Open meerjarige overeenkomst van leveringen voor de aankoop van meubilair voor de bescherming van de individuele en collectieve wapens ten voordele van de geïntegreerde politie gestructureerd op twee niveaus. De overeenkomst bestaat uit één
(1)perceel verdeeld in drie
(3)posten, 1.1.1 Post 1Het individueel beschermingsvolume 1.1.2 Post 2Het collectief beschermingsvolume 1.1.3 Post 3De opleiding van het personeel van de federale politie.”. De duur is 5 jaar, jaarlijks opzegbaar. Inschrijvers moeten een bod doen op alle posten. Naast een verplichte basisofferte mag een facultatieve variante worden ingediend die beantwoordt aan bepaalde vereisten van de in het bestek opgenomen technische specificaties. Voorts wordt bepaald dat aan de inschrijving een monster dient te worden toegevoegd samengesteld uit één individueel beschermingsvolume (post 1) en één collectief beschermingsvolume (post 2). Het monster is bestemd om “de waarde te onderzoeken van het aangeboden product”. Inzake de gunningscriteria vermeldt het bestek (blz. 9) : “
- Gunningscriteria van de overeenkomst 10.
- Met toepassing van het artikel 16 van de wet en van de artikelen 110 en 115 van het Koninklijk Besluit van 8 januari 1996 worden de hieronder staande gunningscriteria in aanmerking genomen, in dalende volgorde gerangschikt volgens de belangrijkheid welke eraan gegeven wordt, voor de keuze van de aannemer : 10.1.1 Prijs: 35 % 10.1.2 Beschermingsgraad (ANPI) 30 % 10.1.3 Functionaliteit 20 % 10.1.4 Kwaliteit en duurzaamheid van de afwerking: 5% 10.1.5 Waarborg: 5% 10.1.6 Leveringstermijn: 5% Opmerking De aangeboden producten komen slechts in aanmerking voor toewijzing van het contract voor zover zij beantwoorden aan de essentiële specificaties zoals vermeld in het bestek. Indien evenwel tijdens de evaluatie zou blijken dat het aangeboden product niet de helft van de punten behaalt voor de criteria van rang 1 namelijk 10.1.2 en 10.1.3 die hierboven zijn hernomen, dan zal de aanbestedende overheid het desbetreffende product niet verder beoordelen.”. XII-4951-3/12 In bijlagen B bij het bestek (blz. 18 e.v.) steken allerlei voorschriften inzake technische kenmerken van het individueel en collectief beschermingsvolume zoals de afmetingskenmerken en de beschermingskenmerken, evenals de methode die gevolgd zal worden om het gezochte weerstandsniveau na te gaan dat minimaal 3,00 SU dient te bedragen (bijlage B/1, punt 3.4.1). SU staat voor “numerieke waarde die de weerstand tegen de aanval met het oog op de inbraak uitdrukt” (volgens bijlage B/4, punt 2.5). Bijlage B bevat voor post 1 en post 2 (blz. 18 en 22 van het bestek) de volgende gelijkluidende bepalingen : “
- Belangrijke opmerking - Alle punten gevolgd door een sterretje (*) zijn minimale voorwaarden waarvan niet mag worden afgeweken op straffe van nietigheid van de offerte. - Indien het sterretje zich achter het punt bevindt -.(*)-, slaat de minimale voorwaarde op de hele paragraaf. - Indien het sterretje zich voor het punt bevindt -(*).-, slaat de minimale voorwaarde enkel op de zin. - dien het sterretje zich in een zin bevindt-...(*)...-, slaat de minimale voorwaarde enkel op de eigenschap die eraan voorafgaat. - Voor elk ontbrekend gegeven en NIET voorzien van een sterretje (minimale technische voorwaarde waarvan er in geen enkel geval mag worden afgeweken), kunnen er bijkomende inlichtingen gevraagd worden. In geval van afwezigheid van antwoord en/of onvolledig antwoord kan een nul beoordeling toegekend worden voor de niet vermelde specificatie. In voorkomend geval en indien het product niet evalueerbaar blijkt te zijn kan de inschrijving bestraft worden tot uitsluiting van toewijzing. [...] 3 Technische kenmerken 3.
- Afmetingskenmerken Het INDIVIDUELE [collectieve ] BESCHERMINGSVOLUME (omhulsel en deuren) zal volgende afmetingen moeten hebben : / Breedtebuitenzijde : 300 mm (tolerantie 10 %) en binnenzijde: 294 mm (tolerantie 10 %) / Hoogtebuitenzijde : 600 mm (tolerantie 10 %) en binnenzijde: 594 mm [voor het individuele beschermingsvolume : vier gelijke kastjes van 146,25 mm] (tolerantie 10 %) / Dieptebuitenzijde : 400 mm (tolerantie 10 %) en binnenzijde: 391 mm (tolerantie 10 %) XII-4951-4/12 Overeenkomstig de toegestane afwijking van de gewenste afmetingen (zie hierboven), moeten de individuele beschermingsvolumes absoluut vastgemaakt worden aan de collectieve externe beschermingsvolumes en dezelfde afmetingen hebben. (*) ”. Onder punt 3.4.
- van bijlage B (bestek, blz. 20) wordt voorgeschreven dat de monsters voor de proefprocedure dienen te worden voorgelegd aan “de officieel erkende Belgische instelling [...] met name A.N.P.I van Louvain-la -Neuve”. Daarbij wordt onder andere vermeld : “De proefprocedure zal op gelijke wijze toegepast worden voor alle inschrijvers. De beschrijving van de procedure van de uit te voeren proef wordt in bijlage van het lastenboek beschreven”. Op bladzijde 27 van het bestek volgt de beschrijving van de proefprocedure “bij ANPI voor de posten 1 en 2” namelijk de “omstandigheden voor de proef op de individuele en collectieve beschermingsvolumes teneinde hun een weerstandswaarde tegen de aanval met het oog op de inbraak toe te kennen”. Onder punt 6.
- (blz.28) staat een lijst van de aanvalswerktuigen. Onder 6.
- wordt de wijze van gebruik van de aanvalswerktuigen uiteengezet . Elk werktuig wordt een afzonderlijke waarde toegekend die meebepalend is voor de berekening van de weerstandswaarde : aldus zijn er drie soorten hamers met een verschillende “coëfficiënt SU/min” van 0,5, 1,5 en 2 naargelang het gewicht van de hamer. Onder punt 6.2.3 wordt gesteld dat de werktuigen en het aanvalsprogramma die tijdens de proef worden gebruikt deze moeten zijn die “volgens het proefteam het meest geschikt zijn om de laagste weerstandwaarde te bereiken”’. In punt 6.2.11 is bepaald dat indien een werktuig een ander soort werktuig vervangt de coëfficiënten en de factoren van het vervangen werktuig van toepassing zijn, indien ze groter zijn. De formule voor de berekening van de weerstandswaarde (punt 6.5.3) is : “De weerstand aan de aanvalswerktuigen wordt berekend door de geregistreerde netto tijd te vermenigvuldigen met het coëfficiënt van het grootste gebruikte werktuig. Weerstand (SU) = netto tijd (min) x coëfficiënt (SU/min)”. XII-4951-5/12
- Zes ondernemingen dienen offertes in: de verzoekende partijen De Raat, Dombrecht, Seva, de tussenkomende partij Delbart en voorts IGM en Robberechts.
- Er blijkt een grotendeels ééntalig Frans evaluatierapport opgesteld te zijn door verwerende partij, ondertekend op 30 oktober
- Verwerende partij legt er twee exemplaren van voor : een vertrouwelijk en een ter inzage van verzoekende partij. Op vraag van het bevoegd lid van het auditoraat brengt verwerende partij nog een evaluatierapport bij waarin sommige stukken, namelijk die betreffende de Nederlandstalige inschrijvers, in het Nederlands zijn opgesteld. De volgende gegevens uit het vertrouwelijk evaluatieverslag lijken van belang : - elk monster wordt getoetst aan de criteria beschermingsgraad (ANPI), functionaliteit en “kwaliteit en duurzaamheid van de afwerking”; - van de toetsing van de beschermingsgraad wordt telkens een verslag van het laboratorium ANPI overgelegd (bijlage 4 van het evaluatieverslag ); - uit de ANPI-verslagen blijkt dat de monsters van Delbart superieur zijn inzake inbraakbeveiliging : de proeven voor die onderneming werden telkens stilgelegd omdat de deur niet kon worden opgebroken; zulks werd nagegaan met een proef ter bepaling van de voormelde weerstandswaarde. - een samenvattende tabel van de resultaten van die proef is vervat in bijlage 1 van het evaluatieverslag; met uitzondering van Delbart kregen alle inschrijvers waarden beneden 3 SU. Bij de “proefverslagen” opgesteld door ANPI inzake de diverse inschrijvers dient te worden vastgesteld dat de gebruikte aanvalswapens verschillend zijn naargelang de monsters en naargelang de inschrijvers.
- Op 13 november 2006 wordt een gunningsverslag opgesteld. Verwerende partij brengt een Franstalige versie bij. Bij de resultaten ANPI (blz. 4/7) wordt het volgende vermeld : “3.4.
- Résultats globaux pour l’ANPI XII-4951-6/12 OFFRE N/ COTE POSTE 1 + /30 POSTE2 /20 POSTE 1 POSTE 2 1A + 1A 3,539 + 3,315 = 6,854 10,281 1B + 1A 4,342 + 3,315 = 7,657 11,486 2A + 2A 3,967 + 5,494 = 9,461 14,192 3A + 3A 3,415 + 3,302 = 6,717 10,076 4A + 4A 3,464 + 4,179 = 7,643 11,645 5A + 5A 10,000 + 10,000 = 30,00 20,000 6A 6A 3,929 + 3,722 = 7,651 11,477 Remarque Toutes les offres marquées d’un astérisque dans le tableau précédent n’ont pas obtenus la moité des points pour le critère “Niveau de protection (test ANPI)”. Ces offres sont éliminées conformément à la remarque du point 10.1 du cahier spécial des charges”. Het verslag besluit dat de opdracht dient te worden toegewezen aan de NV Delbart (5A).
- Met een brief van 1 december 2006 worden verzoekende partijen in kennis gesteld van de gunningsbeslissing van 1 december
- Hierin wordt nog eens duidelijk gesteld dat de inschrijvers met uitzondering van NV Delbart uitgesloten worden overeenkomstig de opmerking van het punt 10.1 van het bestek.
- Alsdan ontspint zich een briefwisseling tussen de raadsman van eerste verzoekende partij en verwerende partij onder meer over de vraag tot inzage van de offerte van de NV Delbart en het proefverslag betreffende die onderneming. De raadsman wordt toegelaten bij verwerende partij sommige stukken in te kijken. Met een brief van 12 december 2006 meldt verwerende partij op uitvoerig gemotiveerde wijze aan die verzoekende partij dat zij geen mededeling krijgt van de prijzen en de integrale technische offerte van NV Delbart. XII-4951-7/12 De excepties Overwegende dat de verwerende partij en de tussenkomende partij excepties opwerpen die de ontvankelijkheid van de vordering betreffen; dat er vooralsnog geen noodzaak bestaat om over die excepties uitspraak te doen; dat een onderzoek van en een uitspraak over die excepties slechts noodzakelijk zou zijn indien zou blijken dat de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid vervuld zijn, hetgeen zoals hierna zal blijken, niet het geval is; De grondvoorwaarden voor schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid
- Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoer- legging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 2.
- Overwegende, wat de tweede voorwaarde betreft , dat verzoekende partijen in een eerste middel de schending aanvoeren van artikel 16 van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, van het beginsel patere legem quam ipse fecisti, van artikel 1.5., 1.
- en 5.
- van het bestek, van de artikelen 1 en 3 van de bijlage B/1 bij het bestek, van de artikelen en 1 en 3 van de bijlage B/2 bij het bestek en van het gelijkheidsbeginsel; dat zij daartoe betogen dat bijlage B/1 van het bestek op straffe van nietigheid afmetingen voorschrijft voor de individuele beschermingsvolume met telkens een tolerantie van 10 %, dat de individuele kast van de NV Delbart als hoogte buitenkant 852 mm en als breedte 430 mm heeft wijl het bestek 600 mm en 300 mm voorschrijft en dat ook de collectieve kast dezelfde gebreken vertoont aangezien beide kasten dezelfde afmetingen moeten hebben; Overwegende dat verwerende partij naar de betekenis van de asterisk (*) in het bestek verwijst en opmerkt dat slechts de volgende tekst is aangemerkt met een asterisk : XII-4951-8/12 “Overeenkomstig de toegestane afwijking van de gewenste afmetingen (zie hierboven), moeten de individuele beschermingsvolumes absoluut vastgemaakt worden aan de collectieve externe beschermingsvolumes en dezelfde afmetingen hebben. (*) ”, voorts dat de besteksbepalingen betreffende de buitenafmetingen niet op straffe van nietigheid zijn voorgeschreven, dat zulks ook evident is aangezien de enige bekommernis van de verwerende partij was dat de beide volumes -collectief en individueel- even groot waren opdat ze aan elkaar bevestigd dienden te kunnen worden, dat zulks ook blijkt ook uit het ontwerpbestek (administratief dossier stuk 15) dat er wel in voorzag om de afmetingen op straffe van nietigheid voor te schrijven - die afmetingen werden dus daar dan wel met een asterisk gemerkt -, dat daarvan echter werd afgestapt omdat verwerende partij inzag dat het beoogde resultaat ook anders, minder stringent, kon worden bereikt namelijk door in een nieuwe paragraaf te bepalen dat de beide volumes even groot dienden te zijn, dat de offerte van de firma Delbart dan ook niet onregelmatig diende te worden verklaard wegens een afwijking van meer dan 10 %; Overwegende dat gelet op de gegeven uitleg en de finaliteit van de opdracht het lijkt dat verwerende partij kan worden bijgevallen waar zij stelt dat enkel de door haar aangehaalde bepaling van artikel 3.1, laatste lid, van het bestek, bijlage B, degene is inzake de afmetingen waarvan onder geen beding mag worden van afgeweken en aldus aangegeven is met een asterisk; dat voorts de mogelijkheid om de twee beschermingsvolumes aan elkaar vast te maken, niet lijkt te worden betwist; dat een toegegeven verschil tussen de twee volumes van ongeveer vier centimeter in de hoogte dat oogmerk dan ook niet in de weg lijkt te staan en niet leek te moeten leiden tot onregelmatigheid van de betrokken offerte; dat het middel dienvolgens niet ernstig is; 2.
- Overwegende dat verzoekende partijen in een tweede middel de schending aanvoeren “van het gelijkheidsbeginsel, van het beginsel patere legem quam ipse fecisti, van artikel 1.5 van het bestek, van artikel 3.4.2.1 van de bijlage B/1 bij het bestek, van artikel 3.4.2.1 bijlage B/2 bij het bestek, van artikel 6.2.
- van de bijlage B/4 bij het bestek, van het zorgvuldigheidsbeginsel en van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen en van de materiële en formele motiveringsplicht”; dat zij daartoe doen gelden dat de proef bij ANPI met een hamer L 300 mm met gewicht kleiner of gelijk aan 1,25 kg werd uitgevoerd bij de monsters van verzoekende partijen, dat echter bij de NV Delbart dit een hamer betrof L 300 mm met een gewicht kleiner of gelijk dan 200 gram en dat XII-4951-9/12 dit gewichtsverschil Delbart tot voordeel kon strekken aangezien het gewicht van het aanvalswapen de kracht bepaalt van de aanval, dat ook niet wordt gemotiveerd in de proefverslagen waarom de gebruikte aanvalswapens de meest geschikte zouden zijn en dat bij de proef op het monster van eerste verzoekende partij er bepaalde observatoren van verwerende partij aanwezig waren die er niet bij waren bij de proef op de monsters van Delbart; Overwegende dat verwerende partij tegenwerpt dat volgens de bepalingen in het bestek inzake de proefmethode, de proeven niet noodzakelijk met dezelfde aanvalswerktuigen moeten gebeuren, dat het proefteam over de autonomie beschikte om de meest geschikte werktuigen te hanteren naargelang de technische studies van de eigenschappen van de producten en dat de opmerking over de aanwezigheid van observatoren niet pertinent is omdat ANPI autonoom werkt; Overwegende dat verwerende partij lijkt te kunnen worden bijgetreden in haar verweer; dat verzoekende partijen het bestek niet aan kritiek onderworpen hebben in zoverre dat aan ANPI autonomie geeft om zelf de aanvalstuigen te bepalen na technisch onderzoek; dat in het middel zelf evenmin de deskundigheid van ANPI in vraag wordt gesteld; dat de verrekening van de zwaarte van de aanvalswerktuigen niet wordt betwist; dat te dezen nazicht van de diverse proefverslagen leert dat ANPI verschillende aanvalswerktuigen heeft gebruikt naargelang het monster en naargelang de proef; dat zeker in de huidige stand van de procedure lijkt te mogen worden aanvaard dat ANPI als gekwalificeerd deskundig laboratorium heeft gekozen voor de meest geschikte aanvalswerktuigen en dat daarvoor geen bijzondere motivering diende te worden gegeven; dat verzoekende partijen niet verder komen dan de keuze van hamer te betwisten; dat in elk geval het beslechten van technische discussies inzake beproeving van beschermend meubilair een deskundigheid vereist waarvan de Raad van State niet durft stellen dat hij ze onbetwistbaar heeft; dat de Raad ook niet in de mogelijkheid is om terzake een deskundige aan te stellen, hetgeen immers zou ingaan tegen het uiterst dringend karakter van de procedure; Overwegende, wat de aanwezigheid van observatoren betreft, dat dit middelonderdeel in de eerste plaats enkel op de eerste verzoekende partij lijkt te kunnen worden betrokken; dat immers evenmin als bij de proef Delbart, ook bij de overige verzoekende partijen geen dergelijke observatoren lijken aanwezig te zijn geweest; dat het bestek echter dergelijke aanwezigheid niet lijkt voor te schrijven; dat het tweede middel in zijn geheel niet ernstig is; XII-4951-10/12 2.
- Overwegende dat verzoekende partijen in een derde middel de schending aanvoeren “van artikel 51, § 4, van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken, van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, de materiële en formele motiveringsplicht, van het beginsel patere legem quam ipse fecisti, van artikel 10.1 van het bestek, van het zorgvuldigheidsbeginsel en van het verbod op machtsafwending en het vertrouwensbeginsel”; dat hun grief is dat de eerste verzoekende partij niet alle documenten heeft mogen inzien, hetgeen in het voorwerp van de vordering nader wordt omschreven als “de integrale technische offerte en de gegevens betreffende de prijzen van de firma Delbart”; Overwegende dat uit de bespreking van het eerste en tweede middel dient te worden afgeleid dat in de huidige stand van de procedure de verzoekende partijen niet hebben aangetoond dat zij onterecht zijn geweerd en evenmin dat de NV Delbart eveneens diende te worden geweerd; dat dienvolgens het derde middel niet meer dienstig is; dat immers bij schorsing op grond van dit middel, de opdracht nog steeds niet aan een van de verzoekende partijen zou mogen worden toegewezen zodat het nadeel, gelegd in het feit niet zelf de opdracht te kunnen uitvoeren, door de schorsing niet zou kunnen worden geweerd;
- Overwegende dat uit hetgeen voorafgaat volgt dat de drie in artikel 17 gestelde voorwaarden niet terzelfdertijd zijn vervuld; dat die vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid af te wijzen, BESLUIT: Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van de NV Delbart in het administratief kort geding bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt ingewilligd. Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. XII-4951-11/12 Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 525 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor een derde. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op elf januari 2007, door : de H. D. VERBIEST, kamervoorzitter, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-4951-12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.166.544 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div