id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 januari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.166.568 Rolnummer: A. 174102/X-12891 Zaak: Arrest 166568 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 11/01/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-01-16 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-29 06:16 Fiche Arrest nr 166.568 van 11 januari 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 166.568 van 11 januari 2007 in de zaak A. 174.102/X-12.
- In zake : Jean VANHEERS, die woonplaats kiest bij Advocaat E. BERX, kantoor houdende te 3590 DIEPENBEEK tegen : het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij Advocaat L. DEHAESE, kantoor houdende te 3500 HASSELT. tussenkomende partij : de bvba IMMO@PLACES, die woonplaats kiest bij Advocaat J. BERGÉ, kantoor houdende te 3000 LEUVEN, Naamsestraat
- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Jean VANHEERS op 19 juni 2006 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 6 april 2006 van de Vlaamse Minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening houdende het onontvankelijk verklaren van het beroep van het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Alken ingesteld tegen het besluit van 21 december 2005 van de Bestendige Deputatie van de Provincieraad van Limburg waarbij het beroep van de bvba IMMO@PLACES tegen het uitblijven van een beslissing van het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Alken inzake de aanvraag tot het wijzigen van een verkavelingsvergunning aan de Motstraat te Alken, op een perceel kadastraal bekend sectie F, nrs. 760 k3, r3 en s3, wordt ingewilligd; Gezien de nota van de verwerende partij; X-12.891-1/5 Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur-afdelings- hoofd F. DE BUEL; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 28 augustus 2006 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 6 oktober 2006; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat M. PAREDIS die loco Advocaat E. BERX voor de verzoekende partij verschijnt, van Advocaat A.-M. SWINNEN die loco Advocaat L. DEHAESE voor de verwerende partij verschijnt en van Advocaat N. SCHEEPMANS die loco J. BERGÉ voor de tussenkomende partij verschijnt; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelings- hoofd F. DE BUEL; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de bvba IMMO@PLACES met een verzoekschrift van 7 juli 2006 heeft gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen; Overwegende dat de bvba IMMO@PLACES op 28 april 2005 een aanvraag heeft ingediend bij het College van burgemeester en schepenen van de gemeente Alken tot wijziging van de voorschriften van de verkavelingsvergunning op 13 oktober 1982 afgegeven door hetzelfde college voor een perceel gelegen te Alken, Motstraat, kadastraal bekend afdeling 2, sectie F, nrs. 760 k3, r3, s3; dat de gevraagde wijziging in hoofdzaak de samenvoeging van de loten 1, 2 en 3 betreft en de wijziging van de voorschriften voor wat betreft de inplanting, de bouwdiepte en de kroonlijsthoogte; dat die wijziging wordt aangevraagd met het oog op de realisatie van een woningbouwproject waarin 15 appartementen worden voorzien; dat voormelde percelen volgens de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 3 april 1979 vastgestelde gewestplan Hasselt-Genk is gelegen in X-12.891-2/5 woongebied; dat het niet is gelegen binnen het beheersingsgebied van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg; dat tijdens het openbaar onderzoek 4 bezwaarschriften worden ingediend waaronder één door verzoeker; dat de aanvraagster op 30 september 2005 beroep heeft ingesteld bij de Bestendige Deputatie van de provincieraad van Limburg tegen het uitblijven van een beslissing van het college van burgemeester en schepenen; dat de bestendige deputatie bij besluit van 21 december 2005 het beroep van verzoeker heeft ingewilligd; dat het college van burgemeester en schepenen op 18 januari 2006 beroep heeft ingesteld tegen voormelde beslissing van de bestendige deputatie bij het de Vlaamse Minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening; dat de bevoegde Vlaamse minister dit beroep bij het thans bestreden besluit van 6 april 2006 onontvankelijk heeft verklaard; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat, wat de tweede door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarde betreft, verzoeker het volgende uiteenzet: "Het komt verzoeker evident voor dat indien het voorliggende bouwproject thans zou uitgevoerd worden dit onomkeerbare rechtsgevolgen zou hebben en dat de schorsingsprocedure als doel heeft de mogelijkheid te bieden aan de rechtsonderhorige om te vermijden dat een administratieve akte die ook het voorwerp uitmaakt van een beroep tot nietigverklaring onomkeerbare rechtsgevolgen zou hebben. Verzoeker verzoekt bij bevel tot schorsing eveneens om de toekenning van een dwangsom zoals hierna uiteengezet." Overwegende dat luidens artikel 8, 5/ van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de feiten moet bevatten die kunnen aantonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; dat de verzoekende partij zich niet mag beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar integendeel concrete en precieze gegevens moet aanvoeren waaruit blijkt dat zij X-12.891-3/5 persoonlijk een moeilijk te herstellen ernstig nadeel ondergaat of kan ondergaan, zodat de Raad van State met voldoende kennis van zaken kan nagaan of er al dan niet een moeilijk te herstellen ernstig nadeel voorhanden is, en het voor de tegenpartijen mogelijk is om zich tegen de door de verzoekende partij aangehaalde feiten en argumenten te verdedigen; dat de verzoekende partij in haar verzoekschrift tot schorsing duidelijk en concreet dient aan te geven welk moeilijk te herstellen ernstig nadeel zij ondergaat of dreigt te ondergaan; Overwegende dat de summiere en zeer algemene beweringen van verzoeker niet aan dit voorschrift voldoen; dat verzoeker bijgevolg niet aantoont dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing hem een moeilijk te herstellen ernstig nadeel zal veroorzaken; Overwegende dat niet is voldaan aan de door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging te bevelen; dat deze vaststelling volstaat om de vordering te verwerpen; BESLUIT: Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van de bvba IMMO@PLACES in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. X-12.891-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op elf januari 2007, door : de H. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. J. CAMU, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, J. CAMU. J. BOVIN. X-12.891-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.166.568 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.399 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div