id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 januari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.166.571 Rolnummer: A. 176023/XII-4851 Zaak: Arrest 166571 - Politie - 11/01/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-01-26 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-29 06:16 Fiche Arrest nr 166.571 van 11 januari 2007 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Politie Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 166.571 van 11 januari 2007 in de zaak A. 176.023/XII-
- In zake : de STAD RONSE, die woonplaats kiest bij advocaten C. De Wolf en J. Timmermans, kantoor houdende te Maarkedal, Etikhovestraat 6 tegen : het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij advocaat T. De Sutter, kantoor houdende te Gent, Koning Albertlaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de stad Ronse op 21 augustus 2006 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 21 juni 2006 van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering waarbij de beslissing van 12 september 2005 van de gemeenteraad van Ronse houdende aanvaarding van de overdracht van de gebouwen van de voormalige rijkswacht, vernietigd wordt; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgesteld door auditeur P. De Somere; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 30 oktober 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 28 november 2006; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; XII-4851-1/9 Gehoord de opmerkingen van advocaat J. Timmermans, die verschijnt voor verzoekster, en van advocaat T. De Sutter, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. De Somere; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat op 29 december 2003 in het Belgisch Staatsblad het koninklijk besluit van 9 november 2003 tot regeling van de voorwaarden en modaliteiten van de eigendomsoverdracht van administratieve en logistieke gebouwen van de staat naar de gemeenten of meergemeentepolitiezones en de bepaling van de correctiemechanismen en tot regeling van de principes inzake de tenlasteneming door de gemeenten of meergemeentepolitiezones van de huurkosten verschijnt; dat het besluit in werking treedt op de dag van zijn bekendmaking; dat te dezen vooral de artikelen 1 en 5 van belang zijn : “Artikel
- De administratieve en logistieke gebouwen in hun terreinen, eigendom van de Belgische Staat en beheerd door de Regie der Gebouwen, die op 1 januari 2001 noodzakelijk waren voor de huisvesting van de federale ambtenaren die naar de lokale politie worden overgeheveld en die zullen worden opgenomen in een in ministerraad overlegd koninklijk besluit dat de lijst vaststelt van de over te dragen onroerende goederen, worden geheel of gedeeltelijk overgedragen aan de gemeenten en meergemeentepolitiezones met ingang van 1 januari
- De ontwerplijst van de over te dragen gebouwen en terreinen is in bijlage gevoegd aan onderhavig besluit. De betrokken gemeenten en meergemeentepolitiezones kunnen afstand doen van de in de ontwerplijst vermelde overdracht binnen een termijn van 30 kalenderdagen ingaande op datum van de publicatie van dit besluit. De afstand dient te gebeuren in een aangetekend schrijven dat gelijktijdig wordt verstuurd aan de Minister van Begroting, de Minister bevoegd voor de Regie der Gebouwen en de Minister van Binnenlandse Zaken. Indien de overdracht slechts wordt aanvaard mits de afwijkingen gevraagd in toepassing van artikel 5 worden toegestaan, dienen de gemeenten en meergemeentepolitiezones afstand te doen van de overdracht, tenzij dat de gevraagde afwijkingen worden toegestaan. Indien een gemeente of meergemeentepolitiezone de door het bevoegde aankoopcomité geschatte constructiewaarde, zoals omschreven in artikel 2 onder parameter X van dit besluit en bepaald in de bijlage ervan, betwist, kan de overdracht slechts plaatsvinden nadat volgende procedure werd gevolgd : • De gemeente of meergemeentezone moet binnen een termijn van 30 kalenderdagen, ingaande op datum van de publicatie van dit besluit, per aangetekend schrijven een vraag tot herziening van de schatting richten aan de in het derde lid vermelde ministers en aan de Federale Overheidsdienst Financiën, Hoofdbestuur van het kadaster, de registratie en de domeinen. In dit schrijven motiveert zij op omstandige wijze de gevraagd herziening. [...] XII-4851-2/9 Indien de gemeente of meergemeentepolitiezone binnen de 30 kalenderdagen ingaande op de datum van publicatie van dit besluit geen afstand heeft gedaan van de overdracht, noch de schatting van de constructiewaarde heeft gecontesteerd conform de hierboven vermelde modaliteiten, wordt de overdracht definitief. De definitief geworden overdrachten zullen onmiddellijk worden gepubliceerd in een eerste koninklijk besluit dat de lijst vaststelt van de over te dragen onroerende goederen. De overdrachten die het voorwerp uitmaken van een betwisting worden definitief indien de gemeente of meergemeentepolitiezone geen afstand heeft gedaan van de overdracht binnen de 30 kalenderdagen na datum van verzending van de definitieve beslissing van de Federale overheidsdienst Financiën. Deze overdrachten zullen worden gepubliceerd in een tweede koninklijk besluit, nadat de proceduretermijn zoals hierboven uiteengezet is verstreken. [...]”; “Artikel
- §
- Behalve de vraag tot afstand van de overdracht en de vraag tot herziening van de geschatte constructiewaarde zoals vermeld in artikel 1, kunnen de gemeenten of meergemeentepolitiezones bij de Directeur-generaal van de Regie der Gebouwen aanvragen indienen tot afwijking van de ontwerplijst van administratieve en logistieke gebouwen en hun terreinen eigendom van de Staat die zullen worden overgedragen aan de gemeenten of meergemeente-politiezones, zoals gevoegd in de bijlage van dit besluit. De Minister bevoegd voor de Regie der Gebouwen en de Minister bevoegd voor het in artikel 2 bedoelde Fonds beslissen, na advies van de Directeur-generaal van de Regie der Gebouwen en van de Voorzitter van het Directiecomité van de bezettende dienst, gezamenlijk over de opname van de gevraagde afwijkingen in het definitief ontwerp van koninklijk besluit dat de lijst vast stelt van de over te dragen gebouwen. De afwijkingen hebben betrekking op de gebouwen, de gebouwengedeelten of de percentages en op terreinen die in de ontwerplijst voor overdracht worden voorgesteld. Zij mogen geen afbreuk doen aan : - de in artikel 2 bedoelde parameter Y. - het in principe van de constructiewaarde als basis voor de schatting door het bevoegde aankoopcomité §
- De in § 1 bedoelde vraag van de gemeente of de meergemeente- politiezone moet worden ingediend ten laatste 20 kalenderdagen na de publicatie van dit besluit en dient gepaard te gaan met een omstandig gemotiveerd dossier”; Overwegende dat, wat verzoekster betreft, op de ontwerplijst van de over te dragen gebouwen en terreinen het administratief gebouw, de garages en de binnenkoer van de voormalige rijkswacht aan de Sint-Cornelisstraat 52 figureert, maar niet het parkeerterrein aan de overkant van de straat; dat het college van burgemeester en schepenen met betrekking tot die parking op 15 januari 2004 aan de regie der Gebouwen een afwijking vraagt van de ontwerplijst, overeenkomstig artikel 5, § 1, van voormeld koninklijk besluit; dat op 26 januari 2004 de gemeenteraad beslist: “[e]r wordt afstand gedaan van de in de ontwerplijst voorgestelde overdracht aan de stad Ronse, tenzij de gevraagde afwijking wordt toegestaan”; Overwegende dat de regie der Gebouwen met een schrijven van 29 april 2005 aan de stad, eensdeels, meedeelt dat, op haar ongunstig advies, het verzoek tot afwijking op 13 april 2005 door de ministers voor Financiën en voor XII-4851-3/9 Begroting werd verworpen en, anderdeels, vraagt om binnen de maand te laten weten “of u dit gebouw in de gegeven omstandigheden aanvaardt of integendeel weigert”; dat de stad met een brief van 24 mei 2005 aan de regie signaleert dat de termijn van één maand te kort is, en aandringt op een heroverweging van haar ongunstig advies; dat de regie op 24 juni 2005 antwoordt dat de ongunstige beslissing aangaande de aanvraag tot afwijking gehandhaafd blijft en verzoekt om binnen de vijftien dagen te laten weten of het gebouw aanvaard of geweigerd wordt; Overwegende dat de gemeenteraad van Ronse op 12 september 2005 beslist om de overdracht van de administratieve en logistieke gebouwen van de voormalige rijkswacht in de Sint-Cornelisstraat te aanvaarden; dat de gouverneur van de provincie Oost-Vlaanderen de beslissing op 16 februari 2006 in haar uitvoering schorst; dat, na handhaving van de geschorste beslissing door de gemeenteraad op 24 april 2006, de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering, de beslissing uiteindelijk vernietigt bij besluit van 21 juni 2006 “omwille van haar strijdigheid met de bepalingen van voormeld koninklijk besluit van 9 november 2003”; dat de minister onder meer motiveert : “Overwegende dat de toezichthoudende overheid vaststelt dat het koninklijk besluit van 9 november 2003 met betrekking tot de toestand van de gebouwen vier hypothesen naar voor schuift :
- de gemeenten en meergemeentepolitiezones kunnen afstand doen van de overdracht (binnen een termijn van 30 kalenderdagen na publicatie van het koninklijk besluit van 9 november 2003);
- de gemeenten en meergemeentepolitiezones dienen afstand te doen van de overdracht tenzij de afwijking (conform artikel 5 - aanvraag binnen de 20 kalenderdagen na publicatie van het besluit van 9 november 2003) wordt toegestaan;
- de gemeenten en meergemeentepolitiezones kunnen (binnen een termijn van 30 kalenderdagen na publicatie van het koninklijk besluit van 9 november 2003) de constructiewaarde betwisten. In dit geval voorziet het koninklijk besluit een hele procedure met data’s.
- de gemeenten en meergemeentepolitiezones aanvaarden de overdracht indien zij geen afstand hebben gedaan van de overdracht binnen de 30 kalenderdagen na publicatie van het koninklijk besluit van 9 november 2003). Overwegende dat de toezichthoudende overheid vaststelt dat artikel 1 van het K.B. van 9 november 2003 duidelijk stelt dat, indien de overdracht slechts wordt aanvaard mits de afwijkingen gevraagd in toepassing van artikel 5 worden toegestaan, de gemeenten en meergemeentepolitiezones afstand dienen te doen van de overdracht, tenzij dat de gevraagde afwijkingen worden toegestaan; dat de betekenis van dit woord “tenzij” dermate duidelijk is dat hieromtrent geen redenering naar analogie dient te worden opgebouwd; dat de “analogie” waarop de Regie der Gebouwen meent te kunnen terugvallen trouwens betrekking heeft op het geval waar de constructiewaarde wordt betwist; dat in dit geval, de gemeente of meergemeentepolitiezone haar beslissing omtrent aanvaarding of afwijzing van de overdracht immers uitstelt tot wanneer de bevoegde minister omtrent deze betwisting, een definitieve uitspraak gedaan heeft daar waar de gemeenten en meergemeentepolitiezones, in geval van toepassing van artikel 5 XII-4851-4/9 van het koninklijk besluit van 9 november 2003 wel degelijk reeds “afstand” hebben gedaan; dat dit toch wel uitermate verschillend is; Overwegende dat de uitleg die de Regie der gebouwen geeft in haar brief van 4 april 2004 aan de stad Ronse als zijnde dat het koninklijk besluit van 9 november 2003 nergens bepaalt dat in geval van dergelijke afstand deze afstand definitief is, dan ook en ondanks het inroepen van alle geesten van dit koninklijk besluit ten spijt, niet gevolgd kan worden”; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat verzoekster een eerste middel afleidt uit “schending van artikel 30 van het Decreet van 28 april 1993 houdende regeling, voor het Vlaams Gewest, van het administratief toezicht op de gemeenten [...] in de mate dat een schending van artikel 1 en 5 van het Koninklijk Besluit van 9 november 2003 wordt aangevoerd als rechtvaardigingsgrond voor de Bestreden Beslissing; schending van artikel 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen en van de beginselen van behoorlijk bestuur, in het bijzonder de materiële motiveringsplicht en het redelijkheidsbeginsel [...]”; dat in essentie wordt toegelicht dat verzoekster op een volledig correcte manier overeenkomstig het koninklijk besluit van 9 november 2003 heeft gehandeld, dat “de afstand van overdracht, door Verzoekende Partij geformuleerd in toepassing van artikel 5, §1 bij schrijven d.d. 15 januari 2004 onbetwistbaar rechtsgeldig ratione temporis [is], en dit zowel wat betreft artikel 1, derde lid als artikel 5, § 2 van het Koninklijk Besluit van 9 november 2003”, dat nergens in het koninklijk besluit is bepaald dat de gemeenten, na kennisneming van de argumentatie aangaande het verzoek tot afwijking, niet kunnen beslissen om alsnog afstand te doen van de met toepassing van artikel 5 gevraagde afwijkingen en om de voorgestelde overdracht te aanvaarden, dat in zoverre terzake geen concrete procedurevoorschriften in het koninklijk besluit waren opgenomen, de stad gehandeld heeft overeenkomstig de beginselen van behoorlijk bestuur; Overwegende dat, op het eerste gezicht, uit de hoger aangehaalde bepalingen van het koninklijk besluit van 9 november 2003 volgt dat de betrokken gebouwen en terreinen met ingang van 1 januari 2003 overgedragen worden aan de gemeenten en meergemeentepolitiezones tenzij in geval van een tijdige afstand van de overdracht of in geval van een tijdig aangebrachte betwisting van de geschatte XII-4851-5/9 constructiewaarde, waarbij de gemeenten en meergemeentepolitiezones die de voordracht slechts willen aanvaarden mits zij een afwijking als bedoeld in het artikel 5 verkrijgen, ervoor moeten kiezen “afstand te doen van de overdracht, tenzij dat de gevraagde afwijkingen worden toegestaan”; Overwegende dat verzoekster een en ander goed begrepen lijkt te hebben; dat zij, na eerst op 15 januari 2004 een afwijking van de ontwerplijst inzake over te dragen gebouwen en terreinen te hebben gevraagd op grond van het meergenoemd artikel 5, op 26 januari 2004 afstand doet van de voorgestelde overdracht “tenzij de gevraagde afwijking wordt toegestaan”; dat tot zover verzoekster inderdaad, zoals zij in het middel doet gelden, “geen enkele concrete inbreuk op enige bepaling van het Koninklijk Besluit van 9 november 2003 [kan] worden ten laste gelegd”; dat het bestreden besluit dat ook niet doet; dat het wel betwist dat verzoekster nog na de verwerping van de gevraagde afwijking, op de afstand van de overdracht kon terugkomen; dat blijkens het besluit de afstand van 26 januari 2004 dan definitief is; Overwegende dat volgens verzoekster, daarentegen, nergens in het koninklijk besluit van 9 november 2003 is bepaald dat de oorspronkelijk afstand “een definitieve beslissing zou uitmaken die na kennisname van de argumentatie van in casu de Regie der Gebouwen, niet in heroverweging zou kunnen worden genomen”; dat zij integendeel meent dat elke interpretatie die deze mogelijkheid uitsluit onmogelijk de toets aan de beginselen van behoorlijk bestuur kan doorstaan : “Immers, ofwel zou moeten worden aangenomen dat een gemeente, zelfs wanneer de door haar ontwikkelde argumentatie om haar verzoek tot afwijking te onderbouwen, niet kan overtuigen, hoe dan ook gehouden blijft om deze argumentatie tegen heug en meug te blijven verdedigen. Ofwel zou moeten worden aangenomen dat gemeenten geen enkel verhaal of rechtsmogelijkheid bezitten t.a.v. beslissingen die in toepassing van artikel 5, §1 van het Koninklijk Besluit van 9 november 2003 worden genomen m.b.t. de door hen ingediende verzoeken tot afwijking van de ontwerplijst, nu in ieder geval de afstand van de overdracht definitief en onherroepbaar zou zijn”; Overwegende dat, zoals gezien, de gemeente of de meergemeente- politiezone die de overdracht slechts aanvaardt op voorwaarde dat de gevraagde afwijkingen aan de ontwerplijst worden verkregen, afstand van de overdracht dient te doen “tenzij dat de afwijking wordt toegestaan”; dat terzake in het verslag aan de Koning dat het koninklijk besluit van 9 november 2003 voorafgaat, wordt opgemerkt: “Indien de aanvaarding van de overdracht afhankelijk is van de aanvaarding van de in toepassing van artikel 5 gevraagde afwijkingen, dienen zij t.o.v. de vermelde XII-4851-6/9 ministers afstand te betekenen van de overdracht met vermelding ‘behalve indien de gevraagde afwijkingen worden toegestaan’”; Overwegende dat artikel 1, derde lid, van het koninklijk besluit van 9 november 1993 de termijn om afstand te doen bepaalt op dertig kalenderdagen ingaande op de datum van de publicatie van het koninklijk besluit; dat het om een strakke termijn lijkt te gaan, bij het verstrijken waarvan er zekerheid en duidelijkheid moet bestaan over het volledige standpunt van de gemeente ten aanzien van de overdracht - behoudens in het geval waarin het koninklijk besluit het voor een dergelijk standpunt nog te vroeg acht, omdat de geschatte constructiewaarde betwist is en dus niet vaststaat; dat in die zin, bijvoorbeeld, artikel 1 van het koninklijk besluit erin voorziet dat de overdracht “definitief” wordt indien niet binnen de dertig kalenderdagen afstand van de overdracht gedaan is, terwijl artikel 3 dan weer voorschrijft dat bij afstand de regie der Gebouwen het gebouw en het terrein voor verkoop aan de federale overheidsdienst Financiën overdraagt en dat de afstand doende politiezone het gebouw en het terrein niet van de staat mag verkrijgen voor een bedrag beneden een bepaalde waarde, gedurende een periode van drie jaar ingaande “op datum van de kennisgeving van de afstand”; dat alleszins in de huidige stand van de procedure wordt aangenomen dat net zo min als het een gemeente of meergemeentepolitiezone toegelaten is nog afstand te doen ná het verstrijken van de termijn van artikel 1, derde lid, de gemeente of meergemeentepolitiezone na die termijn ook niet nog vermag terug te komen op een eerder gedane afstand; Overwegende dat het dilemma dat verzoekster in dit verband opvoert, vals lijkt; dat, enerzijds, haar afstand van overdracht, op voorwaarde dat de gevraagde afwijkingen van de ontwerplijst worden toegestaan, bezwaarlijk “definitief en onherroepbaar” kon zijn vooraleer de ministeriële verwerping van de gevraagde afwijking dat was; dat zij niet aannemelijk maakt over “geen enkel verhaal of rechtsmogelijkheid” te hebben beschikt tegen de verwerping van haar verzoek tot afwijking van de ontwerplijst; dat, anderzijds, verzoekster geenszins verplícht was om dat verhaal of die rechtsmogelijkheid uit te putten, desnoods “tegen heug en meug”, en ook effectief geen verhaal of rechtsmogelijkheid heeft geprobeerd; Overwegende, besluitend, dat verwerende partij op het eerste gezicht op goede grond heeft gemeend dat verzoekster op 12 september 2005 niet meer haar afstand van overdracht -beslist op 26 januari 2004- mocht intrekken, omdat hij definitief was; dat het middel niet ernstig is; XII-4851-7/9 Overwegende dat een tweede middel de schending aanvoert van artikel 162 van de Grondwet, artikel 117 van de nieuwe gemeentewet en artikel 30 van het reeds eerder vermelde decreet van 28 april 1993; dat in essentie wordt toegelicht dat een toezichthoudende overheid moet motiveren waarom een concreet gemeenteraadsbesluit strijdig is met het algemeen belang, dat dergelijke motivering in de bestreden beslissing “niet alleen ontbreekt, maar bovendien ook ten gronde helemaal niet aanwezig is”; Overwegende dat verwerende partij op grond van artikel 30, § 3, eerste lid, van het decreet van 28 april 1993 mocht vernietigen wegens schending van de wet of van het algemeen belang; dat volgens artikel 30, § 5, strijdig zijn met het algemeen belang: “de besluiten die strijdig zijn met de beginselen van een behoorlijk en goed bestuur of die strijdig zijn met het algemeen beleid of met de belangen van de hogere overheid”; Overwegende dat de bestreden vernietigingsbeslissing gesteund is op de strijdigheid met de bepalingen van het koninklijk besluit van 9 november 2003, hetzij op de schending van de wet; dat bij de bespreking van het eerste middel is gebleken dat verzoekster op het eerste gezicht ten onrechte de deugdelijkheid van die redengeving betwist; dat het dan ook niet ter zake lijkt te doen dat de bestreden beslissing geen gewag maakt van een schending van het algemeen belang en dat zo’n schending zelfs niet eens zou bestaan; dat het middel niet ernstig is; Overwegende dat geen ernstige middelen worden aangevoerd; dat aldus aan tenminste één van de twee cumulatieve grondvoorwaarden niet is voldaan; dat deze vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing te verwerpen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. XII-4851-8/9 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op elf januari 2007, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-4851-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.166.571 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.171.652 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div