id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 januari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.166.574 Rolnummer: A. 179868/XII-4978 Zaak: Arrest 166574 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 11/01/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-03-01 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-06-29 13:21 Fiche Arrest nr 166.574 van 11 januari 2007 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Bevolen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 166.574 van 11 januari 2007 in de zaak A. 179.868/XII-
- In zake : de BVBA L & S VENDING, die woonplaats kiest bij advocaat B. De Keyser, kantoor houdende te Mechelen, Antwerpsesteenweg 16-18 tegen :
- de BURGEMEESTER VAN DE STAD HOOGSTRATEN,
- de STAD HOOGSTRATEN. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat BVBA L & S Vending op 2 januari 2007 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 29 december 2006 van de burgemeester van de stad Hoogstraten om de automatenhal te Hoogstraten, Vrijheid 161, tot en met 14 maart 2007 te sluiten; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 3 januari 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 9 januari 2007, om 11.30 uur; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat G. Laenen, die loco advocaat B. De Keyser verschijnt voor verzoekster, en van burgemeester A. Van Aperen, secretaris E. Palman en adviseur L. Jansen, die verschijnen voor de verwerende partijen; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur B. Thys; XII-4978-1/7 Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, WIJST NA BERAAD HET VOLGENDE ARREST : Feitelijke gegevens van de zaak
- Verzoekster baat een automatenwinkel uit te Hoogstraten, in een gehuurd pand gelegen Vrijheid
- Op 29 december 2006 besluit de burgemeester de automatenhal met onmiddellijke ingang te sluiten, tot en met 14 maart
- De beslissing wordt hoofdzakelijk hierdoor gemotiveerd : “Overwegende dat conform artikel 13 van de wet van 28 december 1983 betreffende de vergunning voor het verstrekken van sterke drank, het verstrekken, zelfs gratis, van sterke drank voor gebruik ter plaatse aan minderjarigen verboden is in drankgelegenheden, alsook het verkopen en het aanbieden zelfs gratis, van mee te nemen sterke dranken aan minderjarigen. Overwegende dat conform artikel 5 van de besluitwet van 14 november 1939 betreffende de beteugeling van de dronkenschap, de herbergiers en slijters, evenals hun aangestelden, die dronkenmakende dranken opdienen aan een minderjarige die geen 16 jaar oud is, worden gestraft met een correctionele gevangenisstraf en geldboete. Overwegende dat het concept van een automatenhal waarin alcoholische dranken te verkrijgen zijn, geen controle toelaat aangaande de leeftijd van de kopers. Overwegende dat Hoogstraten een scholencentrum is waar ongeveer 5000 minderjarigen naar school gaan en zij dé doelgroep zijn van zodanige inrichtingen. Overwegende dat de automatenhal -gelet op de directe nabijheid van alle scholen- zeer strategisch gelocaliseerd is. Overwegende dat het -in het licht van de ratio legis van voormelde beschermende wetgeving t.a.v. alcoholverbruik (van welke aard ook) door minderjarigen- niet te verantwoorden is dat minderjarigen volstrekt ongecontroleerd toegang hebben tot alcoholische dranken (ongeacht de aard daarvan) welke hen in staat stellen zich ‘lazarus’ te drinken met alle gevolgen van dien, waaronder het zich dronken op de openbare weg begeven. Overwegende dat o.a. het alcoholgebruik door minderjarigen verstoring van de openbare orde, rust veiligheid en gezondheid met zich meebrengt, alsook aanzienlijke overlast. Overwegende dat aldus niet enkel de morele openbare orde in het gedrang wordt gebracht, doch in de eerste plaats de materiële openbare orde. Overwegende dat de automatenhal is gevestigd in hét cultureel-historisch centrum van de stad en omgeven is door tal van monumenten en geklasseerde gebouwen. Overwegende dat -zoals hoger reeds werd aangehaald- een automatenhal op zich reeds de verstoring van de openbare orde, rust, veiligheid en gezondheid, alsook een aanzienlijke overlast met zich meebrengt. Overwegende dat dit des te meer geldt nu middels deze automatenhal alcoholische dranken worden verkocht, de automatenhal druk wordt bezocht door een aanzienlijk aantal minderjarigen en de automatenhal gelegen is in het beschermde cultureel- historisch centrum van de stad. Dat rekening houdende met deze omstandigheden (schoolgaande jongeren, uitgaande jongeren en meerderjarigen, historisch-cultureel bewoond centrum, XII-4978-2/7 veiligheid van het verkeer en van voorbijgangers, beveiliging tegen twisten en vechtpartijen en dus beveiliging van de hele gemeenschap, enz.), een sluiting - zowel overdag als ‘s nachts- van de automatenhal zich opdringt. Dat de maatregel voorlopig geldt voor een duur van 75 dagen, teneinde de stedenbouwkundige procedure af te wachten. Dat tegen het aflopen van deze termijn, na evaluatie van de stand van zaken, deze duur op gemotiveerde wijze mogelijk kan verlengd worden. Overwegende dat bijkomend in aanmerking moet worden genomen dat de automatenhal - zoals hoger aangetoond- zonder over de vereiste vergunningen te beschikken, moedwillig wordt uitgebaat en er daarenboven geen aanduiding van de wettelijk vereiste gegevens (o.a. naam, maatschappelijke zetel, rechtsvorm, ondernemingsnummer van de uitbater, enz.) werd aangebracht in de automatenhal, waardoor de mogelijkheid om beroep te doen op de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid van de uitbater wordt gehypothekeerd. Overwegende dat de burgemeester conform artikel 133 Nieuwe Gemeentewet juncto artikel 135, §2 Nieuwe Gemeentewet -ook op eigen gezag- concrete politiemaatregelen kan uitvaardigen met het oog op het verzekeren en handhaven van de openbare orde, rust, veiligheid en gezondheid”. Ontvankelijkheid van de vordering
- Verwerende partijen betwisten het belang van verzoekster. Zij doen gelden dat het pand waarin de automatenhal wordt uitgebaat verbouwd werd zonder dat daarvoor de vereiste stedenbouwkundige vergunning werd verleend, dat de uitbating slechts door die “wederrechtelijke situatie” mogelijk is en dat een schorsing er op neerkomt die “wederrechtelijke situatie” te bestendigen.
- De bestreden beslissing verplicht verzoekster er toe haar activiteit, de uitbating van een automatenshop, stop te zetten. In de huidige stand van de procedure blijkt niet dat verzoekster daar hoe dan ook reeds toe gehouden was op grond van het enkele feit dat aan het gehuurde pand, waarin zij de automatenshop exploiteert, werken zijn uitgevoerd waarvoor de vereiste stedenbouwkundige vergunning ontbreekt. Er is reden om de exceptie te verwerpen. De schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten XII-4978-3/7 beslissing kunnen verantwoorden, dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is; De voorwaarde van de ernstige middelen 5.
- Verzoekster leidt een eerste middel af uit onder andere de schending van artikel 133 juncto artikel 135, § 2, van de nieuwe gemeentewet, en van de materiële motiveringsplicht. In een tweede onderdeel van het middel wordt betoogd dat de bestreden beslissing niet is gesteund op motieven die in feite bestaan en draagkrachtig zijn. Onder meer wordt betwist dat de automatenhal aanleiding geeft tot overlast.
- De verwerende partijen antwoorden daar in de nota hoofdzakelijk op dat redelijkerwijze mag worden aangenomen dat een automatenhal op zich reeds een verstoring van de openbare orde, rust, veiligheid en gezondheid, alsook een aanzienlijke overlast, meebrengt, en dat verzoekster uit het oog verliest “dat de bestreden beslissing tevens verwijst naar de ratio legis van de aangehaalde wetgeving die o.a. tot doel heeft de minderjarigen te beschermen tegen een ongecontroleerde toegang tot alcoholische dranken, van welke aard ook (zowel sterke als gegiste)”.
- De bestreden beslissing zoekt steun in artikel 133 juncto artikel 135, § 2, van de nieuwe gemeentewet. Op grond van die artikelen kan de burgemeester op eigen gezag maatregelen nemen met het oog op de handhaving van de openbare orde, inbegrepen op het tegengaan van openbare overlast. Die maatregel moet, om wettig te zijn, op deugdelijke motieven steunen. Te dezen heeft de burgemeester de automatenhal van verzoekster gesloten omdat een dergelijke inrichting “op zich reeds de verstoring van de openbare orde, rust, veiligheid en gezondheid, alsook een aanzienlijke overlast met zich meebrengt”, des te meer wanneer er alcoholische dranken worden verkocht, wanneer de automatenhal druk wordt bezocht door een aanzienlijk aantal minderjarigen en de automatenhal gelegen is in het beschermde cultureel-historisch centrum van een stad. Vreemd genoeg heeft dan weer de duur van de maatregel -75 dagen- met iets geheel anders te maken en namelijk met de “stedenbouwkundige procedure” in verband met de zonder vergunning uitgevoerde werken aan het pand waarin de automatenhal wordt uitgebaat. XII-4978-4/7 Het is kennelijk niet betwist dat de automatenshop van verzoekster, in de korte tijd dat hij geopend was, geen enkele aanleiding tot feiten van openbare overlast heeft gegeven. Verwerende partijen achten dat irrelevant omdat de beslissing niet op de concrete ordeverstoring vanwege de automatenhal van verzoekster is gebaseerd, maar op die van “een automatenhal op zich”. Het is een zienswijze die tenminste in de huidige stand van de procedure niet wordt bijgevallen. Dat een automatenhal per definitie en noodzakelijk een verstoring van de openbare orde en overlast genereert (“o.a. samentroepen van groepen in en in de buurt van de hal, ruzie en vechtpartijen, bevuilen en bekladden van de hal en van de gebouwen in de omgeving, lastigvallen en hinderen van passerende voetgangers en voertuigen” en “o.a. geluidsoverlast”), wordt uitsluitend gestaafd met een verwijzing naar ervaringen met betrekking tot “soortgelijke inrichtingen” in het verleden. Een en ander wordt met geen woord of bijzonderheid verduidelijkt. In de gegeven omstandigheden komt het gevaar voor overlast en verstoring van de openbare orde die automatische winkels heten automatisch mee te brengen, als al te theoretisch en hypothetisch voor om de welbepaalde inrichting van verzoekster gedurende liefst 75 dagen geheel te sluiten. Ook het specifieke gevaar van ordeverstoring dat wordt voortgebracht door minderjarigen die zich, zonder controle, met alcoholische dranken uit een automaat hebben bevoorraad, wordt met geen enkel concreet gegeven aannemelijk gemaakt. Zulks ofschoon een gerechtsdeurwaarder heeft vastgesteld dat op het grondgebied van de gemeente op verschillende plaatsen zonder controle alcoholische dranken via een automaat verkocht worden. Blijkbaar zijn de automaten nog nooit daadwerkelijk bron van de gevreesde overlast of ordeverstoring door minderjarigen geweest. Terecht trekken verwerende partijen de aandacht er op dat aan de sluitingsmaatregel ook niet vreemd is de bekommernis, zonder meer, om het misbruik van alcoholische dranken door minderjarigen. Dit is evenwel een bezorgdheid die de bescherming van de morele openbare orde lijkt te betreffen, terwijl de bevoegdheid van de burgemeester op grond van artikel 133 juncto artikel 135 van de nieuwe gemeentewet op het eerste gezicht beperkt is tot de handhaving van de materiële openbare orde. Uit wat voorafgaat, volgt dat de bestreden beslissing niet op een voldoende vaststaande en deugdelijke grond lijkt te berusten. De verwijzing, in fine van de bestreden beslissing, naar het feit dat de winkel moedwillig wordt uitgebaat zonder “de vereiste vergunningen” en naar de afwezigheid van “aanduiding van de wettelijk vereiste gegevens” in de automatenhal, kan dat niet verhelpen, al was het XII-4978-5/7 maar omdat zij op het eerste gezicht alleen “bijkomend”, louter volledigheidshalve, bedoeld is. Het tweede onderdeel van het eerste middel is in de besproken mate ernstig. De voorwaarde van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel en van de uiterst dringende noodzakelijkheid
- Verzoekster zet onder meer uiteen dat er “sprake is van een meer dan louter financieel nadeel”, dat zij ten gevolge van de bestreden beslissing al haar activiteiten moet staken, niet tijdelijk maar voorgoed, dat een faillissement onafwendbaar is, dat haar automatenwinkel nog maar zeer recent openging, dat zij daarvoor talrijke financiële verplichtingen aanging en aanzienlijke investeringen heeft gedaan die zij thans onmogelijk kan aflossen. Zij verwijst in dit verband onder meer naar de hypothecaire kredietopening die haar werd toegestaan, de aankoop van automaten en voedingswaren, de kosten voor de inrichting van de winkel en de te betalen huur. Een en ander brengt mee dat een schorsing volgens de gewone procedure “ontegensprekelijk” te laat zal komen, aldus verzoekster.
- In zoverre het antwoord van verwerende partijen niet samenvalt met hun argumentatie ter ondersteuning van de -reeds hiervoor afgewezen- exceptie van gebrek aan belang, houdt het in essentie in dat de mogelijkheid van een faillissement te hypothetisch is en, zo niet, dat een faillissement in voorkomend geval geenszins het gevolg van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing is “doch slechts van het niet voldoende voorzien hebben van kapitaal bij de oprichting van de verzoekende partij”;
- Verzoekster maakt aan de hand van haar stukken 2 tot en met 6 voldoende geloofwaardig dat de sluiting van de automatenwinkel aan de Vrijheid 161, waartoe de bestreden beslissing verplicht, haar al op korte termijn voor zodanige financiële problemen zal stellen dat het gevaar van een faillissement als een zeer reëel en concreet vooruitzicht moet worden beschouwd. Het argument van verwerende partijen dat verzoekster het nadeel aan zichzelf te wijten heeft omdat zij niet voor genoeg financiële middelen heeft gezorgd, zou alleen kunnen opgaan indien verzoekster er rekening mee had dienen te houden dat de burgemeester, zoals bij de bespreking van de eerste schorsingsvoorwaarde voorlopig is vastgesteld, op onwettige wijze tot een sluiting van de automatenshop gedurende 75 dagen zou XII-4978-6/7 beslissen. Vooralsnog evenwel staat niet vast, en wordt overigens niet eens beweerd, dat verzoekster dat moest voorzien. Verzoekster riskeert een moeilijk te herstellen ernstig nadeel dat alleen door een schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid passend kan worden vermeden. Ook aan de tweede en derde voorwaarde voor een schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid is voldaan. OM DIE REDENEN BESLUIT DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Bevolen wordt de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 29 december 2006 van de burgemeester van de stad Hoogstraten om de automatenhal te Hoogstraten, Vrijheid 161, tot en met 14 maart 2007 te sluiten. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op elf januari 2007, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-4978-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.166.574 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.177.298 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div