← België

Arrest 166603 - Uitleveringen - 12/01/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 januari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.166.603 Rolnummer: A. 168358/XIV-24189 Zaak: Arrest 166603 - Uitleveringen - 12/01/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-01-23 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-29 13:22 Fiche Arrest nr 166.603 van 12 januari 2007 Vreemdelingen - Uitleveringen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 166.603 van 12 januari 2007 in de zaak A. 168.358/XIV-24.

  1. In zake : Hanna KUKURIK, die woonplaats kiest bij Advocaat V. VEREECKE, kantoor houdende te 8310 BRUGGE, Baron Ruzettelaan 178 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Justitie, die woonplaats kiest bij Advocaat B. DERVEAUX, kantoor houdende te 3078 KORTENBERG, Veldstraat
  2. ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Hanna KUKURIK, van Oekraïense nationaliteit, op 5 december 2005 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de Minister van Justitie van 26 oktober 2005 tot uitlevering van verzoekster aan de Oekraïense autoriteiten, aan verzoekster betekend op 9 november 2005; Gelet op het arrest nr. 162.651 van 25 september 2006 waarbij de afstand van het geding voor wat betreft de vordering tot schorsing wordt ingewilligd; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan de verzoekende partij op 9 oktober 2006; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord; XIV-24.189-1/2 Overwegende dat naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat het arrest nr. 162.651 van 25 september 2006 de afstand van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit heeft ingewilligd; Overwegende dat de verzoekende partij geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging heeft ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest; dat te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
  3. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  4. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twaalf januari tweeduizend en zeven, door : de HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. A. BEIRLAEN. XIV-24.189-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.166.603 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.162.651 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.