id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 januari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.166.635 Rolnummer: A. 145560/XIV-18082 Zaak: Arrest 166635 - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen - 12/01/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-01-24 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-06-29 13:22 Fiche Arrest nr 166.635 van 12 januari 2007 Vreemdelingen - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 166.635 van 12 januari 2007 in de zaak A. 145.560/XIV-18.
- In zake : XXX, die woonplaats kiest bij Advocaat F. LANDUYT, kantoor houdende te 8730 BEERNEM, Bloemendalestraat 147 tegen : de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, geboren op 5 januari 1976 en van Nigeriaanse nationaliteit, op 13 november 2003 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 29 oktober 2003 tot bevestiging van de beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken van 12 mei 2003 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten, naar de verzoekende partij aangetekend verstuurd op 31 oktober 2003; Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partij op dezelfde dag heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissing; Gelet op de beschikking van 14 januari 2004 waarbij aan de verzoeken- de partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de artikelen 4 en 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur-afdelingshoofd R. VANDER ELSTRAETEN , d.d. 7 september 2006, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; XIV-18.082-1/6 Gelet op de beschikking van 26 oktober 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op woensdag 13 december 2006 om 10.00 uur; Gehoord het verslag van Staatsraad Ch. BAMPS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat A. HAEGEMAN, die loco Advocaat F. LANDUYT verschijnt voor de verzoekende partij, en van Attaché B. DIERICKX, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd R. VANDER ELSTRAETEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de voornaamste gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
- De verzoekende partij komt België binnen op 28 april 2003 en verklaart zich vluchteling op dezelfde datum. 1.
- Op 12 mei 2003 neemt de minister van Binnenlandse Zaken een beslissing tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten. 1.
- Op 29 oktober 2003 bevestigt de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen deze beslissing. Dit is de bestreden beslissing: A. Vluchtrelaas U verklaarde de Nigeriaanse nationaliteit te bezitten en afkomstig te zijn van Benin City, Edo State. Ter voorbereiding van de verkiezingen vestigde u zich in april 2003 bij uw oom en tante in Ughelli, Delta State. Op 12 april 2003 waren in Nigeria verkiezingen gepland voor de ‘House of Representatives’ en de ‘Senate’. U wilde niet dat de regerende partij, People’s Democratic Party (PDP), weer aan de macht zou komen gezien ze de afgelopen vier jaar de verwachtingen niet hebben ingelost. Op 12 april 2003 wilden de jongeren van Ughelli en omstreken verhinderen dat de PDP verkiezingsfraude zou plegen en om die reden was u met de jongeren in Ughelli ter plaatse. Een vertegenwoordiger van de Independent National Electoral Commission kwam u en de jongeren meedelen dat de verkiezingen voor de ‘House of Representatives’ en de ‘Senate’ zouden worden uitgesteld in Delta State. Na deze mededeling- en gingen u en de jongeren weer naar huis. Op 19 april 2003 vonden de presidentsverkiezingen plaats in Nigeria. U trok met een groep jongeren, vertrekkende vanuit Ughelli door verschillende dorpen, Agbarha, Agbarho, Evwereni, Ogor, Orogun, Ewehemi om de stembussen te controleren en om te verhinderen dat in de kiesbureaus fraude zou worden gepleegd ten voordele van de PDP. U en de jongeren zeiden ook aan de kiezers niet voor de PDP te stemmen en u zei tegen de mensen voor Buhari of Fawehinmi te stemmen. Toen u uw toer in de verschillende dorpen had gedaan en weer in Ughelli was aangekomen, stopte er een bus met 10 à 12 mannen van de State Security Service (SSS) die begonnen te schieten. U liep weg naar Mister H., een vriend van uw vader die in Warri leefde. XIV-18.082-2/6 U hoorde van een vriend, E., dat u gezocht werd door de regerende PDP. Ook Mister H. had van vrienden die tot de politie behoren gehoord dat mensen die tegen de regering zijn, gezocht worden. Gezien u reeds eerder, in 1997, gearresteerd werd omwille van uw deelname aan een demonstratie tegen het militair regime van Abacha en zwaar gefolterd werd, zei Mister Habib u dat het beter was Warri te verlaten. Op 24 april 2003 reed Mister H. met een bevriende politieman met u, die zich voor een deel van de reis verborgen hield in de koffer van de wagen, naar Lagos. U verbleef in Lagos in een huis van vrienden van Mister H.. Op 25 april 2003 kwam een vriend van Mister H., T. naar het huis waar u met Mister H. verbleef om met Mister H. te spreken. Op 27 april 2003 kwam T. terug en u vertrok met hem naar de luchthaven van Lagos waar u met T., als zijnde zijn zoon, het vliegtuig nam. Op 28 april 2003 kwam u in België aan en dezelfde dag vroeg u asiel aan bij de Dienst Vreemdelingenzaken. B. Motivering Er dient te worden opgemerkt dat u niet aannemelijk heeft gemaakt dat de door u ingeroepen vervolgingsfeiten ter staving van uw asielaanvraag een uiting zouden zijn van een geïndividuali- seerde “vrees voor vervolging” in de zin van de Vluchtelingenconventie van Genève. Voor wat betreft de gebeurtenissen tussen 12 april en 19 april 2003 en de daaruitvolgende vervolgingsfeiten dienen de volgende opmerkingen te worden gemaakt. Hoewel u de kiezers afraadde voor de PDP te stemmen gezien ze de afgelopen vier jaar hun beloften niet hebben gehouden, kon u tijdens uw gehoor in dringend beroep niet de leider van de PDP-partij noemen (p. 6-7), wat toch wel merkwaardig is voor iemand die de kiezers wil wijzen op de fouten van de PDP die bovendien de grootste en regerende partij was in Nigeria. Verder stelde u dat u tijdens de presidentsverkiezingen van 19 april 2003 de mensen adviseerde betreffende de kandidaat voor wie ze moesten stemmen (p. 11). U beweerde de mensen te overtuigen te stemmen voor ofwel Buhari, ofwel Gani Fawehinmi, wat uw twee favorieten waren (p. 11). Wanneer u door het Commissariaat-generaal gevraagd werd tot welke partij Fawehinmi behoort, antwoordde u enkel dat het om een nieuwe partij gaat maar kon u de naam van zijn partij niet noemen (p. 11). U kon evenmin het symbool van de partij van Fawehinmi aangeven (p. 11). Het is vooreerst opmerkelijk en bovendien weinig aannemelijk dat u de kiezers zou aanraden voor een bepaald persoon te stemmen waarvan u de partij niet kende en evenmin het symbool van de partij die op de stembrieven staat afgedrukt. Wanneer u verder door het Commissariaat-generaal gevraagd werd naar andere presidentskandidaten naast Buhari en Fawehinmi, kon u slechts twee andere namen geven van de 36 presidentskandidaten (zie informatie in het administratief dossier), nl. ‘Ojukwu’ waarvan u enkel kon stellen dat hij een Igbo van het oosten is maar verder niet de partij kon aangeven (p. 12). Bovendien is deze persoon niet terug te vinden in de lijst met presidentskandidaten van april 2003 waarover het Commissariaat-generaal beschikt (zie informatie in het administratief dossier). Als tweede naam gaf u ‘Okotie’ op maar u kon evenmin aangeven tot welke partij hij behoort behalve dat het een nieuwe partij is (p. 12). Wanneer u door het Commissariaat-generaal gevraagd werd naar verkiezingskandidaten voor het gouverneursschap van Delta State waarvan de verkiezingen eveneens plaatsvonden op 19 april 2003 (zie informatie in het administratief dossier), kon u slechts 2 van de 10 gouverneurskandidaten voor Delta State geven (p. 12) (zie informatie in het administratief dossier). Als u werkelijk de bedoeling had de mensen politiek op te voeden “gezien veel mensen ongeletterd zijn en het belang van politiek niet kennen”, zoals u het stelde op Dienst Vreemdelingenzaken (gehoor Dienst Vreemdelingenzanken, vraag 42) en zoals blijkt uit uw gehoor in dringend beroep gezien u de mensen afraadde voor de PDP te stemmen en hen aangeeft voor welke personen wel te stemmen, dan is uw rudimentaire kennis met betrekking tot de politieke partijen en de verkiezingskandidaten in het kader van de verkiezingen van april 2003 wel heel opmerkelijk en bovendien niet te rijmen met uw doel de mensen politiek bewust te maken zodat er ernstig kan getwijfels worden aan uw vervolging omwille van deze feiten. Aangenomen dat u daadwerkelijk de mensen politiek bewust wilde maken en naar de stembureaus ging om te kijken of er fraude werd gepleegd, dan nog kunnen de volgende opmerkingen worden gemaakt omtrent uw vervolging omwille van deze feiten. U stelde in uw gehoor in dringend beroep dat 10 à 12 mannen van de SSS in Ughelli van een bus stapten en begonnen te schieten zodat iedereen begon weg te lopen (p. 9). Wanneer u door het Commissariaat-generaal gevraagd werd hoe u weet dat het om mannen van de SSS ging, antwoordde u dat ze niet in uniform waren maar in normale kledij (p. 9), wat vooreerst al geen antwoord is op de aan u gestelde vraag en bovendien geen sluitend bewijs is dat het daadwerkelijk om mannen van de SSS gaat. Verder stelde u in uw gehoor in dringend beroep dat u gezocht werd door de regering, door de PDP (p. 13). Op de vraag van het Commissari- aat-generaal hoe u wist dat u gezocht werd door de regering, antwoordde u dat u het vernomen heeft, enerzijds van uw vriend E. die u zou gezegd hebben dat de SSS steeds naar Ughelli kwam om u daar te zoeken en anderzijds van Mister H., die immigratieofficier is, die het op zijn beurt vernomen heeft van vrienden die bij de politie werken en die zeiden dat mensen die tegen de regering waren, gezocht werden (p. 13). Bijgevolg is uw vervolging louter en alleen gebaseerd op de verbale verklaringen van derden en bovendien maakte u geen melding van problemen die u met de politie of regering zou gekend hebben tijdens uw verblijf bij Mister H. XIV-18.082-3/6 in Warri tussen de 19 en 24 april 2003 en tijdens uw verblijf in Lagos tussen 25 en 27 april
- Tenslotte dient opgemerkt te worden dat de vervolgingsfeiten die u tijdens uw gehoor in dringend beroep aanhaalde (p. 14) en die plaatsvonden in 1997, onder het militair regime van Sani Abacha, geen wijzigingen brengen aan bovenstaande feiten gezien de bovenstaande (vermeende) vervolgingsfeiten van april 2003 plaats hadden onder het bewind van Olusegun Obasanjo, die in februari 1999 via verkiezingen aan de macht is gekomen (zie informatie in administratief dossier). De artikels uit het tijdschrift ‘West-Africa’ van 28 april- 4 mei 2003 doen geen afbreuk aan bovenstaande vaststellingen gezien ze geen bewijs aanbrengen van de door u beweerde ondergane vervolging in uw land van herkomst. Tot slot brengt uw verzoekschrift tot instelling van dringend beroep en de brief van uw raadsman, Meester Freddy Landuyt, van 9 juni 2003 geen ander element naar voren dat vermag de weigeringsbeslissing van de Dienst Vreemdelingenzaken te wijzigen. C. Conclusie Op basis van de elementen uit uw dossier, bevestig ik de beslissing van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse zaken waarbij u het verblijf op het grondgebied werd geweigerd. Steunend op artikel 52 van de vreemdelingenwet meen ik dat uw asielaanvraag bedrieglijk is. Bovendien ben ik de mening toegedaan: dat uw asielaanvraag kennelijk ongegrond is; Ik meen bovendien dat u in de huidige omstandigheden mag worden teruggeleid naar de grens van het land dat u ontvlucht bent, en waar volgens uw verklaring, uw leven, uw fysieke integriteit of uw vrijheid in gevaar zou verkeren. Behoudens een andere beslissing van de Minister van Binnenlandse zaken of zijn gemachtigde dient u binnen de 5 dag(en), ingaand op de datum van de kennisgeving van deze beslissing het grondgebied te verlaten (Koninklijk Besluit van 19/05/1993: artikel 17, par. 2, al.2.).”.
- Overwegende dat uit informatie van de Dienst Vreemdelingenzaken d.d. 26 juli 2006 blijkt dat de verzoekende partij van ambtswege werd afgevoerd van de gemeenteregisters op 21 november 2005; dat uit een brief van de Dienst Vreemdelingenza- ken van 20 november 2006 blijkt dat de verzoekende partij op 30 november 2005 werd gerepatrieerd met bestemming Nigeria; Overwegende dat de Advocaat van de verzoekende partij in een brief van 9 augustus 2006 aan het Auditoraat van de Raad van State het volgende meedeelt: “Ik ontving uw schrijven de dato 04 augustus 2006 in goede orde. Ik stel vast dat het laatste contact met cliënt dateert van juni 2005, waarbij een negatieve beslissing van de FOD Binnenlandse Zaken, dienst Vreemdelingenzaken werd ter kennis gebracht aan mijn cliënt. Ik heb inderdaad sedertdien geen contact meer met hem en verneem uit uw brief dat hij zou ambtshalve afgeschreven zijn. Ik heb instructies gekregen van cliënt om deze procedure tot het einde te voeren, maar gedraag mij naar de wijsheid van de Raad van State wat betreft het actuele belang.”; Overwegende dat in het Auditoraatsverslag besloten wordt tot de onontvankelijkheid van het beroep wegens gebrek aan het rechtens vereiste actueel belang, omdat de verzoekende partij geen blijk meer geeft van een voortdurende en ononderbroken belangstelling voor voorliggend beroep; Overwegende dat de Advocaat van de verzoekende partij met een brief van 10 december 2006 aan de Raad van State ondermeer het volgende meedeelt: “
- Ik heb nog (recente) instructies van cliënt
- Er is op 11.09.2004 een regularisatie-aanvraag ingediend voor cliënt”; XIV-18.082-4/6 Overwegende dat de Advocaat die ter zitting van 13 december 2006 voor de verzoekende partij verschijnt, meedeelt dat Advocaat Landuyt nog recente instructies heeft van zijn cliënt en dat er op 11 september 2004 een regularisatieaanvraag werd ingediend; dat evenwel dient te worden vastgesteld dat Advocaat Landuyt reeds eerder, met name op 9 augustus 2006, aan de Raad van State heeft laten weten dat in juni 2005 een negatieve beslissing werd genomen; dat hij tevens meedeelde dat hij sindsdien geen instructies meer had van zijn cliënt; dat uit informatie verstrekt door de Dienst Vreemdeling- enzaken blijkt dat de aanvraag om machtiging tot verblijf op 17 juni 2005 inderdaad onontvankelijk werd verklaard; dat bijgevolg dient te worden vastgesteld dat de verzoekende partij zich sinds juni 2005 niet meer vergewiste van het verder verloop van de procedure bij de Raad van State en geen volgehouden belangstelling meer betoonde voor de hangende procedure; dat de verzoekende partij bijgevolg geen blijkt meer geeft van een voortdurende en ononderbroken belangstelling voor voorliggend beroep; dat de verzoekende partij niet meer getuigt van het rechtens vereiste actueel belang bij de afhandeling van de ingeleide procedure; dat het beroep niet ontvankelijk is;
- Overwegende dat de verzoekende partij niet meer getuigt van het rechtens vereiste actueel belang; dat er derhalve grond is om toepassing te maken van artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; dat de vordering tot schorsing, als accessorium van de nietigverklaring, derhalve samen met het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op twaalf januari tweeduizend en zeven, door : XIV-18.082-5/6 Mevr. Ch. BAMPS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, de H. J. CASNEUF, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, J. CASNEUF. Ch. BAMPS. XIV-18.082-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.166.635 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.