← België

Arrest 166647 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 12/01/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 januari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.166.647 Rolnummer: A. 171510/X-12764 Zaak: Arrest 166647 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 12/01/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-02-01 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-06-29 06:16 Fiche Arrest nr 166.647 van 12 januari 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 166.647 van 12 januari 2007 in de zaak A. 171.510/X-12.764. In zake : de nv EKP RECYCLING, die woonplaats kiest bij Advocaat C. GYSEN, kantoor houdende te 2800 MECHELEN, Antwerpsesteenweg 18 tegen : 1. de gemeente SINT-KATELIJNE-WAVER, die woonplaats kiest bij Advocaat H. SEBREGHTS, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Mechelsesteenweg 27, 2. de Bestendige Deputatie van de provincieraad van ANTWERPEN. ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de nv EKP RECYCLING op 27 maart 2006 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 3 november 2005 van de Bestendige Deputatie van de provincieraad van Antwerpen houdende goedkeuring van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan "Dreefvelden", van de gemeente Sint-Katelijne-Waver, "met uitsluiting van de zin 'De uitbreiding van bedrijfsactiviteiten binnen de bestemmingszone mag niet leiden tot een totale oppervlakte van 1ha per bedrijf of bedrijvencluster' in de tweede paragraaf van artikel 1.1.1. 'Hoofdbestemming' op p. 7 van de stedenbouwkundige voorschriften", definitief vastgesteld bij besluit van 5 september 2005 van de gemeenteraad van de gemeente Sint-Katelijne- Waver; Gezien de nota’s van de verwerende partijen; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 7 juli 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 6 oktober 2006; X-12.764-1/6 Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat T. RYCKALTS die loco Advocaat C. GYSEN voor de verzoekende partij verschijnt, van de Advocaten H. SEBREGHTS en F. SEBREGHTS die voor de eerste verwerende partij verschijnen, en van Adviseur R. LANGERWERF die voor de tweede verwerende partij verschijnt; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op het bij artikel 90, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State vereiste advies van de Auditeur-generaal; Overwegende dat het bedrijf van verzoekster een breekinstallatie exploiteert; dat haar bedrijf samen met de bedrijven JACOBS nv en AWS nv een bedrijvencluster vormt die volgens het bij koninklijk besluit van 5 augustus 1976 vastgestelde gewestplan Mechelen was gelegen in industriegebied; dat het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan "Dreefvelden" van de gemeente Sint-Katelijne-Waver in hoofdzaak de herbestemming betreft van een gebied dat volgens het bij koninklijk besluit van 5 augustus 1976 vastgestelde gewestplan Mechelen is bestemd tot gebied voor milieubelastende industrie in een lokaal bedrijventerrein voor het (her)vestigen van lokale bedrijven; dat voorafgaand aan het ruimtelijk uitvoeringsplan een procedure tot opmaak van een bijzonder plan van aanleg werd opgestart maar niet werd voltooid; dat de Bestendige Deputatie van de provincieraad van Antwerpen bij besluit van 26 juni 2003 het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan Sint-Katelijne-Waver heeft goedgekeurd; dat dit besluit van de bestendige deputatie onder meer als voorwaarde heeft gesteld dat "bij de omvorming van het industriegebied Dreefvelden-Gelaagputten naar lokaal bedrijventerrein de op het terrein aanwezige bedrijven voor de duur van hun uitbating geen bijkomende beperkingen in hun activiteiten worden opgelegd"; dat de gemeente Sint-Katelijne-Waver, gelet op het goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk structuurplan Sint-Katelijne-Waver en gelet op het onoverkomelijk bevinden van sommige bezwaren naar aanleiding van het ontwerp van bijzonder plan van aanleg, heeft beslist om het omvormen van het betrokken gebied tot lokaal bedrijventerrein in een licht aangepaste vorm te hernemen als ruimtelijk uitvoeringsplan; dat de gemeenteraad het ruimtelijk uitvoeringsplan "Dreefvelden" bij besluit van 20 december 2004 voorlopig heeft vastgesteld; dat het openbaar onderzoek heeft plaatsgevonden van 1 februari 2005 tot 1 april 2005; dat verzoekster bezwaar heeft ingediend; dat de bestendige deputatie op 17 maart 2005 een gunstig advies heeft uitgebracht onder de voorwaarde dat het ruimtelijk uitvoeringsplan de aanwezige bedrijven voor de duur van hun uitbating geen X-12.764-2/6 bijkomende beperkingen in hun activiteiten mag opleggen, dat het traject van de weg en het ontsluitingsscenario herbekeken dienen te worden, dat er een ruimtelijk veiligheidsrapport dient te worden opgesteld en dat de inplantingsplaats van de buffering gemotiveerd herbekeken dient te worden; dat bij ministerieel besluit van 29 maart 2005 het ontwerp van gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan "Dreefvelden" gunstig wordt geadviseerd "mits rekening (

  1. te)houden (...) met de hiervoor vermelde overwegingen"; dat de GECORO op 30 mei 2005 advies heeft uitgebracht; dat bij besluit van 5 september 2005 van de gemeenteraad van Sint-Katelijne-Waver het ruimtelijk uitvoeringsplan "Dreefvelden" definitief wordt vastgesteld; dat bij het thans bestreden besluit van 3 november 2005 van de Bestendige Deputatie van de provincieraad van Antwerpen het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan "Dreefvelden" wordt goedgekeurd "met uitsluiting van de zin 'De uitbreiding van bedrijfsactiviteiten binnen de bestemmingszone mag niet leiden tot een totale oppervlakte van 1ha per bedrijf of bedrijvencluster'in de tweede paragraaf van artikel 1.1.1. 'Hoofdbestemming' op p. 7 van de stedenbouwkundige voorschriften"; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat, wat de tweede door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarde betreft, verzoekster aanvoert dat haar minder dan vijf jaar geleden door de Bestendige Deputatie van de provincieraad van Antwerpen een milieuvergunning werd verleend voor onder meer een breek- en zeefinstallatie gelegen op het terrein Dreefvelden, dat vanwege het uniek karakter van haar activiteiten een uitbreiding, met het oog op het tijdelijk stockeren van materialen, zich opdringt, dat op aanraden van het gemeentebestuur reeds grond werd aangekocht achter de huidige installatie, dat uit het bestreden plan kan worden afgeleid dat zij haar bedrijfsactiviteit op geen enkele wijze binnen het bestemmingsgebied van dit bestreden plan kan uitbreiden, dat artikel 1.1.1. van het verordenend deel van de stedenbouwkundige voorschriften m.b.t. de zone voor industrie met nabestemming lokaal bedrijventerrein, bepaalt dat de uitbreiding van de bedrijfsactiviteiten binnen de bestemmingszone niet mag leiden tot een totale oppervlakte van 1 ha per bedrijf of bedrijvencluster, dat dit volledig in tegenspraak is met het goedkeuringsbesluit van de bestendige deputatie dat stelt dat de omvorming van het industriegebied Dreefvelden naar lokaal bedrijventerrein de aldaar aanwezige bedrijven voor de duur van hun uitbating geen bijkomende beperking in hun activiteiten mag opleggen, dat de bepalingen van het uitvoeringsplan haar wel degelijk aanzienlijke beperkingen opleggen, dat ten eerste dient te worden gewezen op de kwantitatieve beperking van de uitbreiding tot een X-12.764-3/6 oppervlakte van 1 ha per “bedrijvencluster” zodat een zinvolle inrichting van haar terreinen onmogelijk wordt en de door haar reeds gedane investeringen, zoals de aankoop van een stuk grond, volledig wordt genegeerd, dat daarnaast moet worden gewezen op de onlogische en ongemotiveerde buffering zoals aangegeven op het bestreden plan, dat uit de grafische voorschriften blijkt dat de zonegrens van de “zone voor groenbuffer” haar bestaande gebouw raakt en zelfs voor een klein deel loopt op het gebouw, dat enige uitbreiding daar bijgevolg totaal onmogelijk is, dat bovendien de praktische exploitatie van haar activiteiten bemoeilijkt wordt gelet op het feit dat het stapelen van materialen, grondstoffen, afgewerkte producten, afvalstoffen, verpakkingen e.d. verboden is, evenals alle vormen van opritten en verhardingen, dat de zonegrens voor groenbuffer over haar bestaande gebouwen loopt zodat het voor haar onmogelijk zal zijn om nog een milieuvergunning te verkrijgen voor een eventuele uitbreiding van het bedrijf, dat bovendien dient te worden gewezen op de mobiliteits- en ontsluitingsproblematiek, dat er slechts één ontsluitingsweg is voorzien voor de ganse bedrijvenzone hetgeen zal leiden tot een toenemende verkeersdrukte, bedrijfslast en milieuhinder, dat de vrachtwagens die van en naar het bedrijventerrein willen rijden verplicht worden een omweg te maken hetgeen aanleiding zal geven tot filevorming en circulatieproblemen ter plaatse, dat dit alles leidt tot een meer dan financieel nadeel, dat het onrealistisch traject van de ontsluitingsroute elke zinvolle exploitatie en optimalisatie van het terrein verhindert zodat het economisch waardeloos wordt en bijgevolg onverkoopbaar, dat de enkele ontsluitingsweg ook zal zorgen voor een toenemende verkeersonveiligheid voor het personeel dat werkzaam is in haar gebouwen, evenals voor de leveranciers en de klanten die zich naar de gebouwen wensen te begeven, dat deze moeilijk te herstellen nadelen bovendien veroorzaakt worden door de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden plan, dat uit een brief van 13 maart 2006 van de intergemeentelijke vereniging IGEMO blijkt dat binnen zeer korte tijdspanne zal worden gestart met de aanleg van nieuwe wegen en riolering, alsmede met de herverkaveling van een aantal bestaande percelen; Overwegende dat artikel 2.1.1. van de stedenbouwkundige voorschriften van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Dreefvelden”, zoals goedgekeurd bij het bestreden besluit van 3 november 2005 van de bestendige deputatie, bepaalt wat volgt: "Hoofdbestemming: De zone is bestemd voor bedrijfsactiviteiten met een lokaal karakter. Lokale bedrijven zijn be- en verwerkende bedrijven die wat schaal betreft aansluiten bij de omgeving en beperkt zijn van omvang. Het betreft in hoofdzaak ambachtelijke en KMO-activiteiten met inbegrip van o.a.: ! productie en verwerking van goederen ! kleinschalige afvalverwerking, recyclage inbegrepen ! kleinschalige groothandelsactiviteiten Nieuwe activiteiten die de draagkracht van het gebied overstijgen of niet thuishoren in een zone voor lokaal bedrijventerrein, zijn niet toegelaten. Het betreft o.a.: ! uitsluitend commerciële activiteiten, zoals winkels, handelszaken, ... ! uitsluitend kantoorfunctie ! bijkomende distributie- en transportbedrijven X-12.764-4/6 ! bijkomende grootschalige bedrijven ! bedrijven die omwille van brandveiligheid geweerd worden, overeenkomstig de geldende wetgeving De zone is tevens bestemd voor het behoud van bestaande bedrijfsactiviteiten die zich verder kunnen ontwikkelen binnen de weergegeven bestemmingszone. Daarnaast worden ook functies toegelaten die gemeenschappelijke en complementaire voorzieningen verzorgen inherent aan het functioneren van het bedrijventerrein. De lokale bedrijven hebben een max. bruto bedrijfsoppervlakte van 5.000m² (totale oppervlakte van het bedrijf in zone voor lokaal bedrijventerrein exclusief zone voor groenbuffer). Nieuwe bedrijven die een grotere bedrijfsoppervlakte nodig hebben, worden geacht het lokale karakter te overstijgen. De bestaande bedrijven die momenteel gevestigd zijn op het bedrijfsgebied, kunnen afwijken van de max. bruto bedrijfsoppervlakte en gevestigd blijven zolang de bestaande activiteiten blijven behouden.(...)."; Overwegende dat verzoekster in eerste instantie aanvoert dat zij haar bedrijvenactiviteit op geen enkele wijze kan uitbreiden omwille van de kwantitatieve beperking van de uitbreiding tot een oppervlakte van 1 ha per bedrijf of bedrijvencluster; dat de door verzoekster aangevoerde kwantitatieve beperking door de bestendige deputatie niet werd weerhouden; dat de bestendige deputatie het plan uitdrukkelijk heeft goedgekeurd "met uitsluiting van de zin 'De uitbreiding van bedrijfsactiviteiten binnen de bestemmingszone mag niet leiden tot een totale oppervlakte van 1ha per bedrijf of bedrijvencluster' in de tweede paragraaf van artikel 1.1.1. 'Hoofdbestemming' op p. 7 van de stedenbouwkundige voorschriften"; dat het ingeroepen nadeel in zoverre feitelijke grondslag mist; dat verzoekster voorts stelt dat de inplantingsplaats van de zone voor groenbuffer voorzien aan de westelijke perceelsgrens van haar terrein onlogisch en ongemotiveerd is en enige uitbreiding daar totaal onmogelijk maakt; dat verzoekster in casu onvoldoende concrete gegevens aanbrengt ter ondersteuning van het door haar ingeroepen nadeel; dat verzoekster evenmin concreet aantoont dat er net daar een dringende behoefte bestaat tot uitbreiding met het oog op de stockage van materialen; dat in zoverre verzoekster aanvoert dat het bestreden plan slechts 1 ontsluitingsweg voorziet voor de hele bedrijvenzone, vastgesteld dient te worden dat deze kritiek geen steun vindt in het grafisch plan; dat de secundaire wegen op het grafisch plan met zone 10b weerleggen dat de hoofdontsluitingsweg als enige de ganse bedrijvenzone moet toelaten uitweg te nemen; dat bovendien ter plaatse van het terrein van verzoekster het bestaande tracé van Dreefvelden behouden blijft en zelfs wordt verbreed; dat ook het aangevoerde nadeel volgend uit het ontbreken van voldoende ontsluitingswegen niet kan worden aangenomen; Overwegende dat de uiteenzetting van verzoekster geen afdoende concrete en precieze gegevens bevat die aannemelijk maken dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen in de zin van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Overwegende dat niet voldaan is aan de tweede door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarde om de schorsing van de tenuitvoerlegging te kunnen bevelen; dat deze vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing af te wijzen, X-12.764-5/6 BESLUIT: Artikel 1. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel . De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twaalf januari 2007, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, G. DEBERSAQUES, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. J. BOVIN. X-12.764-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.166.647 Gerelateerde publicatie(
  2. s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.180 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.