id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 januari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.166.652 Rolnummer: A. 98746/X-9967 Zaak: Arrest 166652 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 12/01/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-02-15 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-06-29 06:16 Fiche Arrest nr 166.652 van 12 januari 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : heropening debatten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 166.652 van 12 januari 2007 in de zaak A. 98.746/X-
- In zake :
- Marina APERS,
- Paul VAN BROECK,
- Paul ONGHENA, die woonplaats kiezen bij Advocaten M. STORME en I. ROGIERS, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Verenigingstraat 28 tegen : het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij Advocaat H. SEBREGHTS, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Mechelsesteenweg
- tussenkomende partij : het GEMEENTELIJK AUTONOOM HAVENBEDRIJF ANTWERPEN, dat woonplaats kiest bij Advocaten D. D'HOOGHE en J. BOUCKAERT, kantoor houdende te 1060 BRUSSEL, Henri Wafelaertsstraat 47-51, bus
- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Marina APERS, Paul VAN BROECK en Paul ONGHENA op 26 december 2000 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van "het besluit van de Vlaamse regering d.d. 8 september 2000 houdende definitieve vaststelling van het plan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Sint-Niklaas - Lokeren op het grondgebied van de gemeenten Beveren, Sint-Gillis-Waas en Stekene (in zoverre dit het grondgebied van de gemeente Beveren betreft)"; Gelet op het arrest nr. 109.563 van 30 juli 2002 waarbij de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt bevolen, in zoverre dit het grondgebied van de gemeente Beveren betreft; X-9967-1/9 Gezien het verzoekschrift tot voortzetting op 3 september 2002 ingediend door de verwerende partij; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting op 5 september 2002 ingediend door het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen; Gelet op de beschikking van 16 september 2002, die het verzoekschrift tot voortzetting van het geding voor het verdere verloop van de procedure aanziet als een verzoek tot tussenkomst en die de tussenkomst van het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen toelaat; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien de memorie van de tussenkomende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur Ch. BAMPS; Gelet op de beschikking van 31 december 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 29 mei 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 14 juni 2006; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaten M. STORME en I. ROGIERS die verschijnen voor de verzoekende partijen, van Advocaat H. SEBREGHTS die verschijnt voor de verwerende partij, en van Advocaat J. BOUCKAERT die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het advies van Auditeur A. EYLENBOSCH; X-9967-2/9 Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de Vlaamse regering bij besluit van 23 juni 1998 het ontwerpplan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Sint-Niklaas - Lokeren op het grondgebied van de gemeente Beveren, Kruibeke en Lokeren, voorlopig heeft vastgesteld teneinde de realisatie van het Deurganckdok mogelijk te maken; dat tegen dit besluit een vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging evenals een beroep tot nietigverklaring werden ingesteld; dat de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij arrest nr. 87.878 van 7 juni 2000 werd verworpen; dat de Vlaamse regering bij besluit van 1 juni 1999 het plan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Sint-Niklaas - Lokeren op het grondgebied van de gemeenten Beveren, Kruibeke en Lokeren, definitief heeft vastgesteld; dat de Vlaamse regering bij besluit van dezelfde datum het ontwerpplan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Sint-Niklaas - Lokeren op het grondgebied van de gemeenten Beveren, Sint-Gillis-Waas en Stekene, voorlopig heeft vastgesteld; dat tegen deze beide besluiten van 1 juni 1999 een vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging evenals een beroep tot nietigverklaring werden ingesteld; dat bij arrest nr. 87.739 van 31 mei 2000 de schorsing van de tenuitvoerlegging werd bevolen van het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1999 houdende definitieve vaststelling van het gewestplan Sint-Niklaas - Lokeren op het grondgebied van de gemeente Beveren, Kruibeke en Lokeren, in zoverre dit plan het grondgebied van de gemeente Beveren betreft, en de vordering voor het overige werd verworpen; dat de Vlaamse regering bij het thans bestreden besluit van 8 september 2000 het plan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Sint-Niklaas - Lokeren op het grondgebied van de gemeenten Beveren, Sint-Gillis-Waas en Stekene, definitief heeft vastgesteld; dat bij arrest nr. 109.563 van 30 juli 2002 de schorsing van de tenuitvoerlegging van dit besluit werd bevolen, in zoverre dit plan het grondgebied van de gemeente Beveren betreft; dat de decreetgever op 14 december 2001 het decreet voor enkele bouwvergunningen waarvoor dwingende redenen van groot algemeen belang gelden, heeft aangenomen; dat artikel 3 van dat decreet o.m. bepaalt dat de Vlaamse regering bij het verlenen van de stedenbouw-kundige vergunningen voor de bedoelde werken een uitzondering kan maken op de bestemmingen van de plannen van aanleg; dat artikel 5 bepaalt dat de stedenbouw-kundige vergunningen die met toepassing van dat decreet worden verleend door de decreetgever bekrachtigd dienen te worden, dat artikel 7 aan de aanvragers van de stedenbouwkundige vergunningen de verplichting oplegt om alle nodige maatregelen te nemen ter verwezenlijking van de genoemde X-9967-3/9 compenserende maatregelen, dat artikel 8 van dit decreet voorziet in een opdracht aan de Vlaamse regering om ruimtelijke uitvoeringsplannen op te maken waarin de ruimtelijke bestemmingen in overeenstemming worden gebracht met hetgeen is bepaald in artikel 2, met name het feit dat de daarin opgesomde werken en compensaties van dwingend groot algemeen en strategisch belang zijn verklaard, en dat artikel 11 bepaalt dat de bijzondere bepalingen die voorzien in de mogelijkheid tot afwijking van de bestemmingen van de bestaande plannen van aanleg en in de bekrachtiging van de stedenbouwkundige vergunningen door het Vlaamse Parlement ophouden uitwerking te hebben zodra de vergunningverlenende overheid de mogelijkheid heeft om op grond van artikel 103 van het decreet van 18 mei 1999 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening, voor werken, handelingen en wijzigingen van algemeen belang af te wijken van de strijdige bestemmingen, d.w.z. wanneer zij kennis heeft van de resultaten van het openbaar onderzoek met betrekking tot een ontwerp van nieuw ruimtelijk uitvoeringsplan waarmee de bedoelde werken, handelingen en wijzigingen verenigbaar zijn; Overwegende dat de Vlaamse regering bij besluit van 12 november 2004, genomen met toepassing van voormeld artikel 8, het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan "Waaslandhaven fase 1 en omgeving" voorlopig en bij besluit van 16 december 2005 definitief heeft vastgesteld; dat dit gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan voor een groot gedeelte het gebied bestrijkt van het thans bestreden plan tot wijziging van het gewestplan Sint-Niklaas - Lokeren; Overwegende dat de verwerende partij het belang van de verzoekende partijen betwist; Overwegende dat uit de gegevens van de zaak blijkt dat eerste verzoekster woonachtig is te Doel; dat haar eigendom tot aan het bestreden besluit was bestemd tot "woongebied"; dat die bestemming ingevolge het bestreden besluit wordt gewijzigd in "zeehavengebied type 3"; dat de aanvullende stedenbouwkundige voorschriften voor "zeehavengebied type 3" luiden als volgt: "Dit gebied wordt gereserveerd als zeehavengebied type
- Het behoort tot het havengebied, bedoeld in artikel 3, § 1 van het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van zeehavens. Tot op de datum waarop een stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor een tweede getijdendok kunnen werken, handelingen en wijzigingen worden toegestaan die de leefbaarheid van het gebied garanderen. Dit betekent dat renovatiewerken aan private eigendommen en aan het openbaar en privaat domein kunnen worden toegelaten, alsook functiewijzigingen die gericht zijn op X-9967-4/9 het functioneren van de woonkern. Tot renovatiewerken behoren beperkte verbouwingen en uitbreidingen van woningen en andere gebouwen. Nieuwbouw en het herbouwen van een gebouw kunnen echter niet worden toegestaan"; dat het aanvullend stedenbouwkundig voorschrift voor "zeehavengebied type 2", waarnaar in het eerste lid van voornoemd aanvullend stedenbouwkundig voorschrift wordt verwezen, luidt als volgt: "Dit gebied is bestemd om te functioneren als Vlaams havengebied als onderdeel van de haven op de linker- en rechter Scheldeoever ter hoogte van Antwerpen. Het behoort tot het havengebied, bedoeld in artikel 3, § 1 van het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens. In dit gebied zijn werken, handelingen en wijzigingen toegelaten die de realisatie van de bestemming op het oog hebben of die noodzakelijk zijn voor het functioneren van dit zeehavengebied. Ook de lagunering van baggerspecie is er toegelaten"; Overwegende dat de tweede verzoeker eigenaar blijkt te zijn van een grond, gelegen te Beveren-Waas (Doel), Arenbergpolder, kadastraal bekend sectie E, nr. 215, en pachter van de aanpalende gronden, kadastraal bekend sectie E, nrs. 213 en 214; dat deze gronden door hem worden uitgebaat als landbouwgronden; dat die gronden tot aan het bestreden besluit waren bestemd tot "havenuitbreidings- gebied"; dat die bestemming ingevolge het bestreden besluit wordt gewijzigd, deels in "zeehavengebied type 2" en deels in "zeehavengebied met tijdelijk agrarisch karakter"; dat het aanvullend stedenbouwkundig voorschrift van het gewestplan Sint- Niklaas-Lokeren voor "havenuitbreidingsgebied" luidt als volgt: "Het gebied dat als ‘Havenuitbreidingsgebied’ is aangeduid kan op initiatief van de Staat, de Provincie, de gemeente of de vereniging van gemeenten en met instemming van het Ministerieel Comité voor Vlaamse Aangelegenheden bestemd worden voor de vestiging van industriële bedrijven en voor de aanleg van portuaire installaties. De bestemming kan slechts worden verwezenlijkt nadat zij door ons is vastgesteld ofwel bij toepassing van de wetgeving betreffende de economische expansie ofwel in een door ons goedgekeurd bijzonder plan van aanleg. Zolang de verwezenlijking van die bestemming niet is beslist zoals in het tweede lid is gesteld, mogen in het betrokken gebied slechts werken en handelingen worden uitgevoerd die overeenstemmen met de door de grondkleur in het gewestplan aangegeven bestemming en die betrekking hebben op de exploitatie van bestaande landbouwbedrijven"; dat deze bestemming voor de betrokken gronden wordt vervangen, deels door de bestemming "zeehavengebied type 2", waarvan het aanvullend stedenbouwkundig voorschrift hiervóór reeds werd aangehaald, en deels door de bestemming "zeehaven- X-9967-5/9 gebied met tijdelijke agrarische bestemming", waarvoor het aanvullend stedenbouwkundig voorschrift luidt als volgt: "Dit gebied wordt gereserveerd als zeehavengebied type
- Met uitzondering van de aanleg van het buitenste deel van de buffer en de aanwending van de daarbij vrijgekomen specie, zoals bepaald in artikel 13, kan de bestemming slechts gerealiseerd worden voor het geheel of een gedeelte van het gebied na vaststelling van een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan. Dit ruimtelijk uitvoeringsplan kan slechts ten vroegste worden vastgesteld in het jaar
- In afwachting heeft het gebied een agrarische bestemming en zijn alle verbouwings- en uitbreidingswerken aan bestaande landbouwbedrijven, inclusief bedrijfswoningen, en aan bestaande woningen mogelijk volgens de normale stedenbouwkundige en andere regels die betrekking hebben op agrarisch gebied. Evenwel zijn nieuwbouw en het herbouwen van gebouwen niet toegestaan. De inplanting van nieuwe landbouwbedrijven, al dan niet met bijbehorende bedrijfswoningen, is niet toegelaten"; Overwegende dat de derde verzoeker eigenaar blijkt te zijn van een landbouwbedrijf en omliggende percelen gelegen te Beveren-Waas (Doel), Ouden Doel, kadastraal bekend sectie A, nrs. 375 c, 376 d, 377 en 378; dat die gronden tot aan het bestreden besluit waren bestemd tot "havenuitbreidingsgebied"; dat die bestemming ingevolge het bestreden besluit wordt gewijzigd in "zeehavengebied met tijdelijk agrarisch karakter"; dat aldus de hiervóór aangehaalde aanvullende stedenbouwkundige voorschriften voor "havenuitbreidings-gebied" voor zijn eigendom worden vervangen door de hiervóór aangehaalde aanvullende stedenbouwkundige voorschriften voor "zeehavengebied met tijdelijk agrarisch karakter"; Overwegende dat artikel 3 van de wet van 19 juni 1978 betreffende het beheer van het linkeroevergebied ter hoogte van Antwerpen en houdende maatregelen voor het beheer en de exploitatie van de haven van Antwerpen (hierna: linkeroeverwet), zoals vervangen bij het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens, bepaalt wat volgt: "In het L.S.O.-gebied wordt naast zones voor algemene infrastructuur, agrarische gebieden, woongebieden en groengebieden een havengebied onderscheiden. De grenzen en de bestemming van deze zones worden vastgesteld door de Vlaamse regering overeenkomstig de wetgeving op de ruimtelijke ordening. De Maatschappij en het gemeentelijk havenbedrijf van Antwerpen zijn slechts bevoegd in het havengebied"; X-9967-6/9 dat artikel 5 van dezelfde wet, zoals vervangen bij hetzelfde decreet, bepaalt wat volgt: "Artikel
- Het havengebied van het L.S.O.-gebied omvat : 1/ een maritieme zone bestaande uit : - de natie infrastructuur, welke overeenkomstig artikel 12 van deze wet door het Vlaamse Gewest aan de havenbeheerder in beheer wordt gegeven. - de daarbij aansluitende terreinen die voor de havenbeheerder noodzakelijk zijn ten behoeve van de eigen exploitatie. - de gebieden ten zuiden van het kanaaldok alsmede ten noorden een homogene zone omheen het kanaaldok, de insteekdokken en alle andere dokken bestemd voor overslag en havengebonden opslag alsook de stroken langsheen de Schelde, die bestemd zijn voor de aanleg van meergelegenheden van zee- en binnenschepen. 2/ een industriële zone omheen de in 1/ beschreven zone die er een ruimtelijk, functioneel en economisch geheel mee vormt. De grenzen tussen de in dit artikel genoemde zones worden vastgelegd overeenkomstig de wetgeving op de ruimtelijke ordening"; dat hoofdstuk VII van de linkeroeverwet bepalingen bevat betreffende "Ruimtelijke ordening, stedenbouw en milieuzorg"; dat artikel 29 bepaalt wat volgt: "Onverminderd de wettelijke beschikkingen inzake ruimtelijke ordening houden de personen en instanties die in het L.S.O. gebied aangewezen zijn voor het opmaken van plannen van aanleg, richt- of structuurplannen , alsmede alle plannen in verband met de infrastructurele uitbouw eveneens de maatschappij op de hoogte van de voorstudie en delen zij haar alle voorontwerpen of ontwerpplannen mede. De maatschappij kan ten allen tijde de opmerkingen maken of suggesties doen die zij nuttig acht"; Overwegende dat uit het vorenstaande blijkt dat de grenzen en de bestemming van de zones gelegen binnen het gebied waarop de linkeroeverwet van toepassing is, worden vastgesteld door de Vlaamse regering overeenkomstig de decreetgeving op de ruimtelijke ordening, en niet door de linkeroeverwet zelf; dat eerste verzoekster woonachtig is in de dorpskern van Doel, dat de tweede verzoeker gronden exploiteert in de Arenbergpolder en dat de derde verzoeker een landbouwbedrijf exploiteert in de wijk Ouden Doel; dat niet wordt betwist dat ondanks de linkeroeverwet, de dorpskern van Doel de facto de bestemming woongebied heeft behouden; dat ook de tweede en de derde verzoeker, ondanks de bepalingen van genoemde wet, hun gronden en bedrijf zijn blijven exploiteren; dat de verzoekers hierdoor alleen reeds van een voldoende belang doen blijken om het bestreden besluit aan te vechten; dat hun belang betrekking heeft, niet alleen op de eigendommen waarop zij rechten kunnen laten gelden, maar ook op het omliggende X-9967-7/9 gebied op het grondgebied van de gemeente Beveren waarvoor het bestreden besluit voorziet in een wijziging van de bestemming, welke, gelet op de economie van het bestreden plan, ontegensprekelijk de woon- en werksituatie van de verzoekers mede kan bepalen; dat aldus de verzoekende partijen op het ogenblik van het instellen van het beroep alleszins doen blijken van het rechtens vereiste belang; dat de verwerende partij nog aanvoert dat omwille van de sedert het instellen van het beroep ontstane nieuwe wetgeving, er een noodzaak bestaat om "het ganse dossier dat ter beoordeling ligt, opnieuw te onderzoeken in het licht van die belangrijke parlementaire initiatieven evenals die van de Vlaamse regering"; dat de verwerende partij evenwel naast een opsomming van nieuwe regelgeving enkel het belang van de verzoekende partijen in vraag stelt, zonder in concreto de weerslag van deze nieuwe regelgeving op het belang van de verzoekende partijen toe te lichten; dat deze nieuwe regelgeving het bestreden gewestplan als zodanig niet buiten toepassing stelt; dat de exceptie, zoals ze door de verwerende partij is opgeworpen, niet gegrond is; Overwegende evenwel dat de bestemmingen die bij het bestreden gewestplan zijn vastgesteld in de loop van het geding voor een groot deel zijn vervangen door de bestemmingen vastgesteld bij het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan "Waaslandhaven fase 1 en omgeving", definitief vastgesteld bij besluit van de Vlaamse regering van 16 december 2005; dat dit uitvoeringsplan een planologisch geheel vormt en ondeelbaar is; dat tegen het genoemde besluit van de Vlaamse regering van 16 december 2005 houdende de definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan "Waaslandhaven fase 1 en omgeving" een vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging en een beroep tot nietigverklaring zijn ingesteld (zaak nr. A. 170.767); dat de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van dit besluit is verworpen bij arrest nr. 166.439 van 9 januari 2007; dat het belang bij het voorliggende beroep mede wordt bepaald door de einduitspraak over het laatstgenoemde beroep; dat immers zolang er geen uitspraak is over het beroep tot nietigverklaring tegen het laatstgenoemde besluit, de vraag naar het actueel belang van de verzoekers bij het voorliggende beroep niet met zekerheid beantwoord kan worden; dat beide zaken derhalve op dat punt met elkaar verbonden zijn; dat het in het belang van een goede rechtsbedeling dan ook past dat over het voorliggende beroep slechts uitspraak wordt gedaan nadat over het beroep tot nietigverklaring in de zaak A. 170.767 is beslist; BESLUIT: X-9967-8/9 Enig artikel De debatten worden heropend. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twaalf januari 2007, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, G. DEBERSAQUES, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-9967-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.166.652 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2002:ARR.109.563 gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.264 ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.557 ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.834 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div