← België

Arrest 166657 - Tucht (openbaar ambt) - 15/01/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 januari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.166.657 Rolnummer: A. 176989/IX-5432 Zaak: Arrest 166657 - Tucht (openbaar ambt) - 15/01/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-01-29 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-06-29 06:17 Fiche Arrest nr 166.657 van 15 januari 2007 Openbaar ambt - Tucht (openbaar ambt) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 166.657 van 15 januari 2007 in de zaak A. 176.989/IX-

  1. In zake : Stijn CARDINAELS, wonende te SINT-TRUIDEN, Schurhoven 119, bus 202 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Stijn CARDINAELS op 21 september 2006 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van 26 juli 2006 van de hogere tuchtoverheid van de federale politie om hem de zware tuchtstraf van de terugzetting in weddeschaal op te leggen; Gezien het verslag opgesteld door auditeur H. COLIN, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Gelet op de beschikking van 16 november 2006, houdende bevel tot neerlegging van het verslag en waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 18 december 2006; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van verzoeker, die persoonlijk verschijnt, van advocaat I. MARTENS, die eveneens namens verzoeker verschijnt, en van adviseur P. VERHEYDEN, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur H. COLIN; IX-5432-1/4 Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt : 1.
  3. Verzoeker is inspecteur van politie bij de federale politie. 1.
  4. Op 29 mei 2006 stelt de hogere tuchtoverheid een inleidend verslag op lastens verzoeker, waarin zij haar voornemen kenbaar maakt om verzoeker voor feiten gepleegd op 15 juni 2003 de zware tuchtstraf van de terugzetting in weddeschaal op te leggen. Dit verslag wordt op 1 juni 2006 ter kennis van verzoeker gebracht. Hij zou de desbetreffende aangetekende zending op het postkantoor afgehaald hebben op 6 juni
  5. 1.
  6. Op 10 juli 2006 stelt de hogere tuchtoverheid een nota op, waarin zij voorstelt om verzoeker de zware tuchtstraf van de terugzetting in weddeschaal op te leggen. Onder punt 6 van die nota, die verzoeker verklaart ontvangen te hebben op 10 juli 2006, wordt gesteld wat volgt : “Krachtens de artikelen 38sexies en 51bis van de wet vermeld in referentie 1.1 [lees : de wet van 13 mei 1999 houdende het tuchtstatuut van de personeels- leden van de politiediensten], kan dit voorstel van tuchtstraf het voorwerp uitmaken van een verzoek tot heroverweging bij de tuchtraad. Dit verzoek moet, binnen de tien dagen volgend op de kennisgeving van dit voorstel van tuchtstraf, bij aangetekende brief worden ingediend bij de tuchtraad, Notelaarstraat nr. 211, vierde verdieping, te 1000 Brussel”. 1.
  7. Op 26 juli 2006 beslist de hogere tuchtoverheid, “gelet op de afwezigheid van het verzoek tot heroverweging”, aan verzoeker de zware tuchtstraf van de terugzetting in weddeschaal op te leggen. In die beslissing, die het voorwerp uitmaakt van het onderhavige beroep, wordt onder punt 5 (“Advies van de tuchtraad”) gesteld wat volgt : “Bij gebrek aan verzoek tot heroverweging, heeft de tuchtraad geen advies verstrekt nopens het voorstel van zware tuchtstraf bedoeld in punt 1.5.” IX-5432-2/4
  8. Overwegende dat de auditeur in zijn verslag, opgemaakt overeenkomstig artikel 93 van het algemeen procedurereglement, vastgesteld heeft dat verzoeker in zijn verzoekschrift zelf aangeeft dat hij het voorstel van tuchtstraf ontvangen heeft op 10 juli 2006 en dat hij nagelaten heeft om, zoals artikel 51bis van de wet van 13 mei 1999 houdende het tuchtstatuut van de personeelsleden van de politiediensten voorschrijft, binnen de tien dagen een verzoek tot heroverweging bij de tuchtraad in te dienen; dat hij met verwijzing naar rechtspraak van de Raad van State dan besloten heeft dat het beroep, wegens het niet-naleven van een substantiële vorm in de loop van het besluitvormingsproces, kennelijk niet ontvankelijk is; 3.
  9. Overwegende dat verzoeker ter terechtzitting betoogt dat de verwijzing, in zijn verzoekschrift, naar 10 juli 2006 als de datum van ontvangst van het voorstel van tuchtstraf, een materiële vergissing betreft, dat hij in die periode met vakantie was en dat hij de aangetekende zending waarmee hem kennis gegeven is van het voorstel van tuchtstraf slechts daadwerkelijk in ontvangst genomen heeft op het ogenblik dat de eindbeslissing reeds getroffen was; 3.
  10. Overwegende dat de kennisgeving van een beslissing door middel van een ter post aangetekend verzonden zending gebeurt op het ogenblik van de afgifte of de aanbieding van de zending met achterlating van een bericht in de woning van de betrokkene; dat enkel in geval van overmacht aangenomen kan worden dat de kennisgeving niet gebeurd is op de datum van de aanbieding; dat een afwezigheid uit de woning om vakantieredenen geen overmacht uitmaakt; dat een ambtenaar, die in een tuchtprocedure betrokken is, er zich moet aan verwachten dat hij van het bestuur berichten ontvangt die een stipte reactie vergen en dat hij bijgevolg zijn voorzorgen moet nemen om tijdig te kunnen reageren op mededelingen van het bestuur; dat verzoeker zelf de gevolgen moet dragen van het laattijdig in ontvangst nemen van het voorstel van tuchtstraf dat de verwerende partij hem medegedeeld heeft;
  11. Overwegende dat de Raad van State in de arresten nr. 148.758 van 12 september 2005 inzake PHILIP en nr. 165.504 van 4 december 2006 inzake DUJARDIN aangenomen heeft dat het verzoek tot heroverweging van een voorstel van tuchtstraf een substantiële vorm uitmaakt die de betrokken politieambtenaar moet uitputten om zijn recht op het instellen van een annulatieberoep tegen de uiteindelijk opgelegde tuchtstrafbeslissing niet te verbeuren; dat dit standpunt voor de onderhavige zaak wordt bijgevallen; dat, bij ontstentenis van een regelmatig IX-5432-3/4 ingediend verzoek tot heroverweging van het voorstel van 10 juli 2006, het annulatieberoep tegen de beslissing van 26 juli 2006 niet ontvankelijk is; dat er reden is om de zaak te beslechten overeenkomstig artikel 93 van het algemeen procedurereglement, BESLUIT: Artikel
  12. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  13. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijftien januari 2000 en zeven, door : de HH. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-5432-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.166.657 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.