id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 januari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.166.738 Rolnummer: A. 180120/IX-5522 Zaak: Arrest 166738 - Varia (justitie) - 16/01/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-01-19 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-06-29 13:31 Fiche Arrest nr 166.738 van 16 januari 2007 Justitie - Varia (justitie) Beslissing : Bevolen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 166.738 van 16 januari 2007 in de zaak A. 180.120/IX-5522. In zake : Edin PASIC, die woonplaats kiest bij advocaat N. LORENZETTI, kantoor houdende te BRUGGE, Walakker 28 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Edin PASIC op 10 januari 2007 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de Directeur van de Strafinrichting te Brugge - Mannenafdeling 1 van 9 januari 2007 waarbij verzoeker de volgende tuchtsanctie werd opgelegd : - mutatie naar een gesloten sectie voor twee maanden en dit vanaf 9 januari 2007 tot en met 8 maart 2007; - één maand strikt regime met behoud van telefoon en tweemaal bezoek aan tafel per week tot en met 20 januari 2007 en behoud van ongestoord bezoek, dit vanaf 9 januari 2007 tot en met 8 februari 2007; - betrokkene wordt erop gewezen dat ook hij correcte gevangenis- kledij en schoeisel dient te dragen; Gelet op de beschikking van 11 januari 2007 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 11 januari 2007 waarbij de terechtzit- ting bepaald wordt op 15 januari 2007, om 11.00 uur; IX-5522-1/8 Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat N. LORENZETTI, die verschijnt voor verzoeker, en van attaché P. VAN CAENEGHEM, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; 1. Overwegende dat verzoeker sinds 27 oktober 2006 een gevangenisstraf ondergaat in het Penitentiair Complex van Brugge; dat hij op 4 januari 2007 betrokken was bij een incident; dat hij zijn sportschoenen met orthopedische zolen had aangedaan om naar de bezoekzaal te gaan, waar hij zijn vriendin zou ontmoeten; dat hij erop geattendeerd werd dat hij het voorgeschreven schoeisel moest dragen; dat er daarop vanwege verzoeker een hevige reactie is gekomen; dat naar aanleiding van dit incident een rapport aan de directeur is opgesteld, luidend als volgt : “Bovenvermelde gedetineerde droeg zijn sportschoenen om naar het bezoek te gaan. Toen ik, J.R., kwartieroverste, er hem attent op maakte dat hij net als alle andere gedetineerden zijn ‘schoenen’ moest aandoen voor het bezoek, ging hij volledig uit de bol en zei letterlijk dat ik ‘BIG PROBLEMS’ ging krijgen als hij zo niet naar het bezoek kon gaan. Daarop kwam ook ddpa R.P. uit zijn bureel en wees de gedetineerde nogmaals erop dat zijn sportschoenen niet toegelaten zijn voor het bezoek. Ddpa R. was getuige van de bedreigingen aan mijn adres. Hij stoorde daarmee tevens de beweging van het bezoek naar de bezoekzaal (in totaal 23 gedetineerden) waardoor het bezoek 5 minuten te laat kon beginnen”; Overwegende dat de directeur van het penitentiair complex op 5 januari 2007 besliste een tuchtprocedure tegen verzoeker te starten; dat een tuchtrechtelijke hoorzitting plaatsvond op 8 januari 2007; dat de directeur op 9 januari 2007 de bestreden beslissing heeft genomen; dat die beslissing gegrond is op de volgende redenen : “Betrokkene werd er verschillende malen over aangesproken dat hij gevangenisschoeisel diende te dragen voor het bezoek. Hij had geen toelating van de directie om sportschoeisel te dragen. Zijn reactie op een zeer gepaste opmerking van de kwartierchef was ongepast en buiten proportie. IX-5522-2/8 Gelet (
- op)het feit dat zijn vriendin slechts kortstondig in België aanwezig is, wordt nog een toegifte gedaan inzake de bezoekregeling”; 2. Overwegende dat de verweerder een exceptie van onontvankelijkheid van “het annulatieberoep” opwerpt, afgeleid uit het ontbreken van het rechtens vereiste belang; dat hij aanvoert dat verzoeker weliswaar aanhaalt dat de opgelegde sanctie verregaande gevolgen heeft voor zijn sociale contacten binnen en buiten de gevangenis, maar dat hij de mogelijkheid van telefoongebruik, tweemaal bezoek per week en ongestoord bezoek behoudt; dat de verweerder voorts aanvoert dat het herinneren aan de verplichting om correcte gevangeniskledij en -schoeisel te dragen een verwijzing is naar de geldende reglementering binnen de strafinrichting; Overwegende dat niet betwist wordt dat de bestreden sanctie bepaalde gevolgen heeft op de mogelijkheden van verzoeker inzake sociaal contact, zowel met mede-gedineerden als met personen van buiten de gevangenis; dat de omstandigheid dat de directeur de strafmaat zo bepaald heeft dat de vriendin van verzoeker hem in een beperkte mate nog kan bezoeken tijdens haar kortstondig verblijf in België, aan die vaststelling geen afbreuk doet; dat de exceptie in de huidige stand van de rechtspleging niet kan worden aangenomen; 3. Overwegende dat luidens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 4. Overwegende, wat betreft de uiterst dringende noodzakelijkheid, dat de bestreden beslissing dateert van 9 januari 2007, dat ze dezelfde dag aan verzoeker ter kennis is gebracht, en dat de opgelegde sanctie dezelfde dag is ingegaan; dat verzoeker met een op 10 januari 2007 ter post aangetekend verzoekschrift de voorliggende vordering heeft ingesteld; dat uit die gegevens kan worden afgeleid dat verzoeker zich terecht beroept op de uiterst dringende noodzakelijkheid om de voorliggende vordering in te stellen, en dat hij de vordering ook met de vereiste spoed heeft ingesteld; dat de verweerder de uiterst dringende noodzakelijkheid trouwens niet betwist; IX-5522-3/8 5. Overwegende, wat betreft de ernst van de middelen, dat verzoeker een eerste middel inroept, afgeleid uit de schending van het vertrouwensbeginsel als beginsel van behoorlijk bestuur; dat hij aanvoert dat hij sinds zijn aankomst in het penitentiair complex te Brugge, twee maand vóór het incident van 4 januari 2007, zijn eigen schoenen met orthopedische zolen draagt, overeenkomstig een aan hem gegeven doktersvoorschrift, ook wanneer hij naar de bezoekerszaal gaat, dat een penitentiair beambte hem op geen enkel ogenblik duidelijk gemaakt heeft dat zulks niet was toegestaan, dat hiervoor pas op 4 januari 2007 een rapport is opgesteld, dat, meer nog, de directie haar toestemming op papier heeft gezet, dat de verzoeker aldus zijn eigen schoeisel mag dragen, mits hij orthopedische zolen draagt, dat, “door pas na enkele weken duidelijk te maken dat het niet is toegelaten eigen schoeisel te dragen met orthopedische zolen, door schriftelijk te bevestigen dat zulks (conform het medisch advies) wèl toegestaan is, en doordat dit voorheen door geen enkele beambte, noch door de directie werd opgemerkt”, de gecreëerde verwachtingen en het zorgvuldigheidsbeginsel zijn miskend, dat verzoeker niet wist, en ook niet kon weten, dat het dragen van zijn eigen schoeisel met orthopedische zolen niet was toegestaan, dat dit verbod ook volledig in strijd is met de geschreven toestemming en met het doktersadvies; Overwegende dat het in het middel aangehaalde doktersvoorschrift of doktersadvies een “attest medische aandoening en aanbevelingen” is, opgesteld op 16 november 2006 door een arts verbonden aan het penitentiair complex te Brugge; dat dit attest de volgende mededeling bevat : “(Wegens) medische redenen eigen schoenen toegelaten”; dat de directeur op dat attest op 17 november 2006 de volgende vermelding heeft aangebracht : “Niet toegestaan, tenzij orthopedisch”; Overwegende dat er tussen de partijen betwisting bestaat over de draagwijdte die aan de beslissing van de directeur gegeven moet worden; dat verzoeker van oordeel is dat hij zijn eigen sportschoenen, met daarin orthopedische zolen, mag dragen; dat hij hieraan toevoegt, zonder op dit punt door de verweerder te worden tegengesproken, dat de orthopedische zolen niet gedragen kunnen worden in het schoeisel van de gevangenis, omdat de boord van die schoenen niet hoog genoeg is; dat de verweerder daarentegen van oordeel is dat de verzoeker, overeenkomstig het huishoudelijk reglement van het Penitentiair Complex van Brugge, sportschoenen mag dragen binnen de afdeling, maar dat, wanneer hij zich buiten de afdeling begeeft, zoals in het geval van bezoek, hij verplicht is de schoenen te dragen die de inrichting hem ter beschikking stelt, dat het bestaan van een medisch IX-5522-4/8 advies geen afbreuk doet aan de verplichte naleving van de bestaande reglementering, en dat, als er in hoofde van verzoeker onduidelijkheid bestond over deze kwestie, hij zich aan de bestaande reglementering diende te houden zolang die onduidelijkheid bestond; Overwegende dat artikel 74 van het koninklijk besluit van 21 mei 1965 houdende algemeen reglement van de strafinrichtingen bepaalt dat, “tenzij de directeur daartoe in uitzonderlijke gevallen toelating heeft verleend, ... de veroordeelden wier straf meer dan drie maanden bedraagt, verplicht (zijn) de strafkledij te dragen”; dat de directeur dus kan afwijken van de desbetreffende voorschriften van het huishoudelijk reglement van een strafinrichting; dat de directeur te dezen, in verband met het schoeisel van verzoeker, op 17 november 2006 een beslissing heeft genomen, die weliswaar niet geheel overeenstemt met de aanbeveling van de aan de gevangenis verbonden arts, maar die in elk geval aan de verzoeker toch een zekere afwijking om medische redenen verleent; dat er betwisting kan bestaan over de vraag of de afwijking tot gevolg heeft dat de verzoeker alleen maar orthopedische schoenen mag dragen (die hij niet heeft), dan wel of hij eigen schoenen met daarin orthopedische zolen mag dragen (welke hij zich reeds had aangeschaft in de gevangenis waar hij verbleef vóór zijn overbrenging naar het penitentiair complex te Brugge); dat, in het licht van de dubbelzinnigheid van de verleende afwijking, de door de betrokken overheid gevolgde praktijk voor verzoeker een belangrijke aanwijzing was van de interpretatie die aan de afwijking moest worden gegeven; dat de verweerder niet betwist dat verzoeker pas op 2 januari 2007 voor het eerst opmerkingen kreeg over zijn schoeisel, noch dat de verzoeker daarover toen drie rapporten aan de directie heeft gestuurd met verzoeken om verduidelijking, waarop hij op 4 januari 2007 nog geen antwoord had gekregen; Overwegende dat in de huidige stand van het geding kan worden geconcludeerd dat verzoeker erop kon vertrouwen, gelet op de schriftelijke afwijking die hem op 17 november 2006 door de directie verleend was en op het ontbreken gedurende de weken nadien van opmerkingen over zijn schoeisel, dat hij gerechtigd was zijn sportschoenen met orthopedische zolen te dragen, ook buiten de afdeling; dat een kwartierchef op 2 januari 2007 weliswaar opmerkingen was beginnen maken over het door verzoeker gedragen schoeisel, maar dat die wijziging in de tot dan gevolgde praktijk op 4 januari 2007 nog niet was bevestigd door de directie, tot wie verzoeker zich onmiddellijk gewend had; IX-5522-5/8 Overwegende dat de bestreden beslissing uitgaat van de vaststelling dat verzoeker “geen toelating van de directie (had) om sportschoeisel te dragen”, en dat de opmerking terzake van de kwartierchef, op 4 januari 2007, dan ook “zeer gepast” was; dat, zoals uit het voorgaande blijkt, dit uitgangspunt evenwel lijkt te worden tegengesproken door de beslissing van de directeur van 17 november 2006 en door de praktijk die daarop gevolgd is; dat de bestreden beslissing lijkt te zijn genomen met miskenning van de verwachtingen die het bestuur zelf gecreëerd heeft; Overwegende dat het middel ernstig is; 6. Overwegende, wat betreft het moeilijk te herstellen ernstig nadeel, dat verzoeker vooreerst aanvoert dat de bestreden beslissing onmiddellijk ten uitvoer wordt gelegd en zij zijn rechten in sterke en onherstelbare mate beperkt, dat de tuchtmaatregel tot zijn isolatie leidt, dat, aangezien zijn vriendin tot 20 januari 2007 in België verblijft, het beperken van haar bezoek onherstelbaar is; dat verzoeker voorts aanvoert dat de bestreden beslissing ook medische gevolgen kan hebben, dat hij immers lijdt onder het dragen van het schoeisel van de gevangenis, dat de gevolgen op het vlak van de gezondheid onherstelbaar zijn; Overwegende dat de verweerder hiertegen aanvoert dat verzoeker niet onderworpen wordt aan een totale isolatie, maar dat hij de mogelijkheid behoudt om met de buitenwereld in contact te treden via telefoon en bezoeken, met name ongestoord bezoek en tweemaal per week bezoek aan tafel, dat de negatieve impact op het psychisch en fysisch welzijn van verzoeker dan ook niet bewezen is; Overwegende dat de verweerder niet betwist dat de vriendin van de verzoeker uit Griekenland is gekomen om hem gedurende enkele weken te bezoeken en dat zij op 20 januari 2007 naar haar land terugkeert; dat verzoeker zijn vriendin sinds de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing nog slechts twee dagen per week in plaats van zes dagen per week kan zien; dat, zonder te stellen dat elke beperking van de mogelijkheid van bezoek een moeilijk te herstellen ernstig nadeel uitmaakt, die beperking in de specifieke omstandigheden van de zaak voor verzoeker een dergelijk nadeel uitmaakt; IX-5522-6/8 7. Overwegende dat is voldaan aan de bij artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te bevelen, BESLUIT: Artikel 1. Bevolen wordt de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de Directeur van de Strafinrichting te Brugge - Mannenafdeling 1 van 9 januari 2007 waarbij Edin PASIC de volgende tuchtsanctie werd opgelegd : - mutatie naar een gesloten sectie voor twee maanden en dit vanaf 9 januari 2007 tot en met 8 maart 2007; - één maand strikt regime met behoud van telefoon en tweemaal bezoek aan tafel per week tot en met 20 januari 2007 en behoud van ongestoord bezoek, dit vanaf 9 januari 2007 tot en met 8 februari 2007; - betrokkene wordt erop gewezen dat ook hij correcte gevangeniskledij en schoeisel dient te dragen. Artikel 2. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zestien januari 2000 en zeven, door : de H. P. LEMMENS, kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-5522-7/8 IX-5522-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.166.738 Gerelateerde publicatie(
- s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.176.006 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div