← België

Arrest 166765 - Overheidsopdrachten - 16/01/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 januari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.166.765 Rolnummer: A. 179674/XII-4970 Zaak: Arrest 166765 - Overheidsopdrachten - 16/01/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-01-18 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-29 13:35 Fiche Arrest nr 166.765 van 16 januari 2007 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 166.765 van 16 januari 2007 in de zaak A. 179.674/XII-4970. In zake : de BVBA TAKELBEDRIJF PHILIPPE, die woonplaats kiest bij advocaat L. Plancke, kantoor houdende te Gent, Pleispark 31 tegen : het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij advocaat K. Ronse, kantoor houdende te 1050 Brussel, Louizalaan 149, bus 20. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de BVBA Takelbedrijf Philippe op 22 december 2006 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van “(

  1. a)de beslissing van 14 december 2006 uitgaande van de adjunct directeur van de Vlaamse Overheid, Agentschap Infrastructuur, Wegen en Verkeer Oost-Vlaanderen, te 9052 Zwijnaarde, Bollebergen 2B bus 12 van niet-selectie voor de openbare aanbesteding voor aanneming van diensten inzake bestek nr. 16DD/06/40 van verzoekster, de BVBA Takelbedrijf Philippe, met maatschappelijke zetel te 9831 Sint-Martens- Latem, Langs de Spoorweg 10 en met ondernemingsnummer 0876.286.617 (zie stuk 12) en van (
  2. b)de beslissing waarbij de kwestieuze opdracht aan een concurrent zal worden toegewezen, het weze aan de BVBA D&S, met maatschappelijke zetel te 9810 Nazareth-Eke, Begoniastraat 2 en met ondernemingsnummer 0452607938 (beslissing die blijkt uit de stukken 10 en 13)”; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 3 januari 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 11 januari 2007, om 10.30 uur; XII-4970-1/3 Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat L. Casier, die loco advocaat L. Plancke verschijnt voor verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat K. Ronse, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. Barra; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoer- legging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende, wat de derde voorwaarde betreft, dat de verzoekende partij dit nadeel als volgt omschrijft : “Aangezien verzoekster wil verhinderen dat het contract zou tot stand komen en dat het zou uitgevoerd worden. Aangezien verzoekster een rechtsherstel in natura nastreeft en een nieuwe kans om de opdracht te kunnen uitvoeren, gelet op het feit dat de toewijzingsbeslissing nog niet is betekend geworden en zij de laagste inschrijver was. Aangezien de opdracht immers voor verzoekster een belangrijke financiële waarde en een belangrijke referentiewaarde vertegenwoordigt. Het doel van onderhavige procedure is te voorkomen dat door de betekening van de toewijzingsbeslissing het contract wordt gesloten. Overwegende dat deze toewijzingsbeslissing nog niet is betekend geworden aan de gekozen inschrijver zodat het contract nog niet is gesloten, en dienhalvens door een schorsing effectief rechtsherstel in natura voor verzoekster principieel nog mogelijk is.”; Overwegende dat de verzoekende partij in deze nadeels- beschrijving noch het belang van de opdracht noch het zogenaamde referentiekarakter ervan nader omschrijft en dit alsdan ook niet doet in relatie tot haar omzet en activiteiten; dat die gegevens evenmin worden verduidelijkt in het feitenrelaas en de middelen; dat de opdracht toegewezen blijkt voor een bedrag van XII-4970-2/3 7000 euro; dat dit voor een overheidopdracht erg bescheiden bedrag uit zichzelf geen ernstig karakter bewijst van een nadeel dat wordt geleden bij het derven van die opdracht; dat, zonder nadere uitleg van de verzoekende partij, integendeel het omgekeerde mag worden aanvaard; dat dienvolgens het ernstig en moeilijk te herstellen karakter van het nadeel niet wordt aangetoond; dat aldus aan de derde door artikel 17 van de voormelde wet gestelde voorwaarde niet is voldaan; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen, BESLUIT: Artikel 1. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel 2. De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zestien januari 2007, door : de H. D. VERBIEST, kamervoorzitter, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-4970-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.166.765 Gerelateerde publicatie(
  3. s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.199.431 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.