id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 januari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.166.772 Rolnummer: A. 176530/XII-4859 Zaak: Arrest 166772 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 16/01/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-01-18 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-06-29 13:38 Fiche Arrest nr 166.772 van 16 januari 2007 Openbaar ambt - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 166.772 van 16 januari 2007 in de zaak A. 176.530/XII-
- In zake : Rita PREVOST, die woonplaats kiest bij advocaat P. Devers, kantoor houdende te Gent, Kouter 71-72 tegen : het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door de Scholengroep 24, dat woonplaats kiest bij advocaat M. Stommels, kantoor houdende te Antwerpen, Amerikalei 220, bus
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Rita Prevost op 7 september 2006 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 5 juli 2006 van de raad van bestuur van scholengroep 24 waarbij zij met ingang van 16 augustus 2006 uit de proeftijd als directeur van de MS Waregem wordt verwijderd; Gezien het op dezelfde dag ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekster de nietigverklaring vordert van dezelfde beslissing; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 17 november 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 19 december 2006; XII-4859-1/5 Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. Van Binst, die loco advocaat P. Devers verschijnt voor verzoekster, en van advocaat J. Fransen, die loco advocaat M. Stommels verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, WIJST NA BERAAD HET VOLGENDE ARREST : De feitelijke gegevens van de zaak
- Verzoekster is sedert 1 september 2005 directeur in proeftijd van de middenschool te Waregem. Op 5 juli 2006 wordt zij in het kader van de procedure verwijdering uit het ambt van directeur in proeftijd gehoord door de raad van bestuur die, eveneens op 5 juli 2006, in toepassing van artikel 52, eerste lid, b, van het rechtspositiedecreet van 27 maart 1991 (decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs) de bestreden maatregel treft. De schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. XII-4859-2/5
- Wat de tweede schorsingvoorwaarde betreft, doet verzoekster het volgende gelden : “Verzoekster werd door de hier bestreden beslissing uit de proeftijd van directeur MS Waregem verwijderd. Uw Raad oordeelde reeds dat in een sanctie van ontslag van ambtswege op betrokkene een zodanig odium legt dat er bijna vanzelfsprekend een moeilijk te herstellen ernstig nadeel is. De situatie van verzoekster is eigenlijk vergelijkbaar, waar zij uit haar ambt wordt verwijderd. Uiteraard is de smet en de torn die hiermee op het blazoen van verzoekster wordt veroorzaakt zo vlug mogelijk te herstellen, en de duur tot een annulatieberoep bevestigt enkel deze smet. Door de tijdsduur van een annulatieberoep zal verzoekster al die tijd met deze torn moeten leven, en hypothekeert dit ook haar kansen om een andere of gelijkaardige functie, in dezelfde of een andere scholengroep te ambiëren. Verder is het zo dat bij de tenuitvoerlegging van de kwestieuze beslissing, een nieuwe directeur, weze het waarnemend en eventueel nadien in proeftijd en/of vastbenoemd, zal worden aangeduid voor de MS Waregem, waarbij, het tijdsverloop van een annulatieprocedure in acht genomen, het voor verzoekster onmogelijk zal zijn deze betrekking nog op te nemen, waar zij thans uiteraard zeer goed ingeburgerd was. Verzoekster was van 1996 tot maart 2003 directeur van de MS Geraardsbergen. Door een arrest van Uw Raad werd haar benoeming vernietigd. Dat zij sedert 2003 directeur was van het MS Waregem, en thans verwijderd is uit haar ambt, leeft zij bij een niet schorsing terug in een lange periode van onzekerheid, die voor verzoekster psychologisch ondraagbaar is”.
- Artikel 52, eerste lid, b, van het rechtspositiedecreet luidt : “Art.
- Een personeelslid dat tot de proeftijd in een selectie- of bevorderingsambt werd toegelaten of met het waarnemen ervan belast werd, kan : [...] b) uit het ambt worden verwijderd na toepassing van de in artikel 53, b) bepaalde procedure.”.
- Verzoekster vergist zich in de aard van de thans bestreden maatregel, die niet vergelijkbaar is met het ontslag als (tucht)sanctie. De verwijdering uit het ambt is geen maatregel die op de betrokkene een odium legt omdat ze de overtreding van een deontologische regel beoogt te bestraffen, maar wel een ordemaatregel die beoogt een personeelslid “dat geen echte tekortkoming kan worden verweten doch niet goed rendeert of functioneert uit zijn ambt te verwijderen” (Parl. St. Vlaams Parlement 1990-91, nr. 470/1, 16). XII-4859-3/5 Een proeftijd is er precies op gericht om, vooraleer tot een vaste benoeming te besluiten, na te gaan of de kandidaat, die op grond van de voorafgaande selectieprocedure als beste keuze voorkomt voor de te begeven betrekking, zich ook kan bewijzen in de confrontatie met de werkelijke taken en verantwoordelijkheden van de functie. Wie zich kandidaat stelt voor een ambt moet er rekening mee houden dat zij wordt voorbijgezien. Die vaststelling geldt ook in die finale fase die de proeftijd is. Het morele nadeel dat aan dat voorbijzien gepaard gaat wordt in de regel voldoende hersteld door de morele genoegdoening die een, overigens met terugwerkende kracht geldende, nietigverklaring van de bestreden beslissing verleent, zodat het dan ook niet moeilijk herstelbaar voorkomt. Door de gebeurlijk later uit te spreken nietigverklaring wordt, ongeacht de tijdsduur van de annulatieprocedure, de verwijdering uit het ambt weer ongedaan gemaakt, wat verzoekster een nieuwe kans geeft om haar proeftijd met goed gevolg te beëindigen en in vast verband te worden benoemd. Verzoekster blijft in gebreke concrete gegevens aan te voeren die kunnen aantonen waarom de Raad te dezen op die regel een uitzondering zou maken.
- Verzoekster heeft niet genoegzaam aangetoond dat voldaan is aan de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. OM DIE REDENEN BESLUIT DE RAAD VAN STATE: Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. XII-4859-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zestien januari 2007, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-4859-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.166.772 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2012:ARR.220.047 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.