← België

Arrest 166881 - Examens (onderwijs) - 18/01/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 januari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.166.881 Rolnummer: A. 76697/XII-757 Zaak: Arrest 166881 - Examens (onderwijs) - 18/01/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-01-29 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-29 13:47 Fiche Arrest nr 166.881 van 18 januari 2007 Onderwijs en cultuur - Examens (onderwijs) Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 166.881 van 18 januari 2007 in de zaak A. 76.697/XII-757. In zake : XXXX tegen : de KATHOLIEKE UNIVERSITEIT LEUVEN, die woonplaats kiest bij advocaat J. Bergé, kantoor houdende te Leuven, Naamsestraat 165 --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat XXXX op 10 december 1997 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “

(1)de beslissing van de Coördinator Studentenbeleid van de K.U.Leuven om de examencommissie van de tweede kandidatuur informatica niet [opnieuw samen te roepen], weergegeven in zijn op 7 oktober 1997 gedagtekende brief en bij samenhang
(2)de beslissing van de examencommissie van de tweede kandidatuur informatica waarmee verzoeker niet- geslaagd werd verklaard met een cijfer van nul voor het vak G565 Practicum Statistiek en een cijfer van drie voor het vak G032 Kansrekening, Statistiek en directe [lees : discrete] Wiskunde”; Gelet op het arrest nr. 126.472 van 16 december 2003 waarbij de debatten worden heropend; Gezien het aanvullend verslag opgesteld door eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op de beschikking van 9 november 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van verzoeker; XII-757-1/8 Gelet op de beschikking van 17 juli 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 5 september 2006; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van verzoeker en van advocaat N. Scheepmans, die loco advocaat J. Bergé verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gezien de vraag van verzoeker in zijn laatste memorie “om zijn persoonsgegevens niet te vermelden in de arresten die opgenomen worden in de door [de] Raad bijgehouden openbare elektronische databank”; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op het koninklijk besluit van 7 juli 1997 betreffende de publicatie van de arresten van de Raad van State;
  1. De gegevens van de zaak.
  2. Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt : 1.
  3. In het academiejaar 1996-1997 is verzoeker ingeschreven voor de tweede kandidatuur informatica aan de K.U.-Leuven. 1.
  4. Bij brief van 22 juni 1997 laat verzoeker de voorzitter van de examencommissie weten hetgeen volgt : “Hierbij deel ik u mee dat ik niet akkoord kan gaan met de manier waarop ‘G565 Statistiek: practicum’ van prof. J. TEUGELS georganiseerd is. Meer bepaald plaats ik ernstige vraagtekens bij het volgende : ° Het practicum statistiek is aan mij nooit als een examen voorgesteld, noch formeel ad valvas noch informeel door prof. J. TEUGELS of dhr. G. VANROELEN, assistent en belast met het begeleiden van het betreffende practicum. Ik meen dat een formele ad valvas aankondiging een essentiële voorwaarde is om te kunnen spreken van een rechtsgeldig examen XII-757-2/8 (Art. 11 examenreglement). Bovendien rust op de studenten niet de verplichting om deel te nemen aan een practicum indien dit niet ad valvas aangekondigd wordt. ° Dhr. G. VANROELEN heeft tegenover mij verklaard dat hij een nul heeft doorgegeven aan prof. J. TEUGELS, dit omdat ik geen practica heb afgegeven. Ik geef toe dat ik geen practica heb afgegeven maar - in de veronderstelling dat dit practicum een examen zouden zijn - geeft dit dhr. G. VANROELEN niet het recht om willekeurig punten toe te kennen, daarvoor dient de vermelding ‘afwezig’. ° Bovendien bezit het practicum statistiek geen eigen studiepunten, in het licht van de heersende regelgeving (i.h.b. Art. 13 Decr.Vl.Gem. 12 juni 1991) kan het mijns inziens dan ook niet als een volwaardig vak beschouwd worden en kan er dus ook geen afzonderlijk examen van georganiseerd worden. Uit de inlichtingen die ik ingewonnen heb bij de ombudsman blijkt nochtans dat alles voorbereid is om het practicum statistiek als een afzonderlijk examen te beschouwen. Ik wil u bovendien nog meedelen dat ik ook nog als vrij student aan de rechtsfaculteit verbonden ben. Een combinatie die mij verplicht om vele uren te studeren, studietijd die mij belet aanwezig te zijn op bepaalde lessen. Ik heb deze keuze voor twee richtingen destijds gemaakt in nauw overleg met de dienst studie-begeleiding. Het is echter zo dat indien ik niet in juni geslaagd ben dit een lelijke streep door mijn plannen bij rechten zou trekken. U zal willen begrijpen dat de heersende situatie niet bepaald bevorderlijk is voor het resultaat van mijn examens - mijn examen van 21 juni is niet kunnen doorgaan omdat ik psychisch niet in staat was om een examen af te leggen. Het is juist om deze situatie toe te lichten dat ik wens gehoord te worden door de examen-commissie”. Op 1 juli 1997 wordt verzoeker voor de eerste examenperiode door de examencommissie niet geslaagd verklaard. Hij behaalt in totaal 35,64 procent van de punten en zulks als volgt verdeeld : “2E Kan. Informatica NR 030 XXXX Geboren te Lier op 24 oktober 1975 H333 Informatie- en Programmastructuren ....11 H340 Gegevensbanken .... 7 H337 Besturingssystemen .... 4 D271 Programmeren van Administr. Toepass. ... NA GA 16 G032 Kansrek., stat. en Discr. Wisk. .... 4 G565 Practicum Statistiek .... 0 G033 Numerieke Analyse en Algoritmen .... 5 G027 Algebra ....12 DL01 Algemene Economie ....16 G433 Toep. van Meetk. in de Informatica .... 5 Proclamatiedatum : 01 juli 1997 Behaald percentage :35,64 Resultaat : NG”. XII-757-3/8 1.
  5. Bij brief van 7 juli 1997 laat de coördinator studentenbeleid verzoeker weten dat het door hem in vraag gestelde practicum statistiek een verplicht opleidingsonderdeel is, onder verwijzing naar een beslissing van 6 december 1993 van de faculteitsraad wetenschappen. 1.
  6. Bij brief van 16 juli 1997 tekent verzoeker bij de coördinator studentenbeleid “officieel beroep” aan tegen de voormelde beslissing van de examencommissie. Zijn beroep bevat enkel grieven betreffende het meervermelde practicum statistiek. 1.
  7. Verzoeker heeft blijkens een brief van 2 september 1997 van assistent G. Vanroelen aan de titularis prof. J. Teugels, op 29 augustus 1997 aan G. Vanroelen medegedeeld dat hij geen practicum statistiek wenste in te dienen. 1.
  8. Op 16 september 1997 wordt verzoeker voor de tweede examen- periode andermaal niet geslaagd verklaard. Hij behaalt de volgende uitslagen (per opleidingsonderdeel telkens op 20 punten) : “H333 Informatie- en Programmastructuren 15 H340 Gegevensbanken 8 H337 Besturingssystemen 6 D271 Programmeren van Administr. Toepass. 9 G032 Kansrek., stat. en Discr. Wisk. 3 G565 Practicum Statistiek 0 G033 Numerieke Analyse en Algoritmen 4 G027 Algebra 12 DL01 Algemene Economie 14 G433 Toep. van Meetk. in de Informatica 7 Behaald percentage : 42,66”. 1.
  9. Bij brief van 24 september 1997 vraagt de raadsman van verzoeker de coördinator studentenbeleid de examencommissie opnieuw samen te roepen om de beslissing betreffende verzoeker te herzien voor wat “de vakken ‘Kansrekenen, statistiek en discrete wiskunde’ en het ‘Practicum statistiek’ in het bijzonder en de uitslag in het algemeen” betreft. Omdat dezelfde examinator bij de twee opleidings- onderdelen betrokken is, zou volgens verzoeker “de objectiviteit van het verloop van het examen” in het gedrang zijn gebracht. XII-757-4/8 1.
  10. Bij brief van 7 oktober 1997 deelt de coördinator studentenbeleid verzoeker mee het niet wenselijk te achten de examencommissie met het oog op een nieuwe beslissing opnieuw samen te roepen;
  11. De ontvankelijkheid. 2.
  12. Overwegende dat de verwerende partij verzoekers belang betwist; dat verzoeker zijn belang bij het annulatieberoep in zijn inleidend verzoekschrift verbindt aan twee voor hem nadelige gevolgen van de bestreden beslissingen; dat hij meer bepaald verwijst naar het cijfer 0 voor het praticum statistiek stellende
(1)dat dit cijfer de overdracht van examencijfer belet naar het academiejaar 1997- 1998
(2)dat dit cijfer hem ook belet “bij het bissen zijn jaarprogramma aan te vullen met opleidingsonderdelen van een volgend jaarprogramma”; 2.
  1. Overwegende dat verzoeker vier middelen aanvoert doch enkel in het vierde middel de door hem behaalde examenquoteringen ter sprake brengt; dat hij zich daarbij echter beperkt tot het aanbrengen van grieven die enkel het practicum statistiek betreffen; dat moet worden onderzocht of een nietigverklaring op grond van dat middel -het enige dat ertoe kan leiden dat aan een quotering wordt geraakt- volstaat om verzoekers belang te dienen; Overwegende dat verzoeker in het voormelde vierde middel betoogt dat voor het practicum statistiek ten onrechte een afzonderlijk examen is ingericht in de vorm van een permanente evaluatie; dat verzoeker aldus tegen de andere in de betrokken examenzittijd verkregen cijfers geen grieven aanvoert; dat verzoeker wel betreffende het opleidingsonderdeel kansrekenen, statistiek en discrete wiskunde betoogt dat dezelfde examinator als voor het practicum statistiek optrad en dit in conflictuele omstandigheden gebeurde maar die grief niet tot een middel verwerkt, laat staan dat dergelijk middel zijn gegrondheid zou kunnen vinden in die blote bewering op zichzelf; dat, het betwiste practicum niet meegerekend, verzoeker aldus onbetwistbaar op de negen resterende opleidingsonderdelen zes onvoldoendes verkreeg; Overwegende dat artikel 29 van het examenreglement als bindend criterium stelt dat de student die voor alle vakken ten minste 10 punten op 20 behaalt, slaagt; dat verzoeker alvast niet betwist met al zijn tekorten niet onder dat XII-757-5/8 artikel te vallen; dat voorts verzoeker niet betwist dat zijn diverse vaktekorten bij meer dan één examinator lagen, zodat hij zich al evenmin op de verplichte toepassing van artikel 31 van het examenreglement kan beroepen om bij geheime stemming over zijn lot te laten beslissen, nu dat artikel een geheime stemming slechts verplicht stelt indien de student voor een of voor meer dan één vak van slechts één examinator een onvoldoende heeft behaald; dat hij in zijn laatste memorie wel verwijst naar artikel 26 van het reglement dat volgens hem een “-minstens impliciete-stemming” over het totale examenresultaat “vereist”; dat in het artikel echter geen recht van een student op een dergelijke stemming kan worden gelezen maar enkel een stemming wordt opgelegd indien “een lid van de commissie of de ombudsman een stemming vraagt”; dat het gegeven zijn tekorten al te hypothetisch is dat dergelijke stemming zou worden gevraagd; dat aldus voor vaststaand moet worden gehouden dat zelfs met een gegrond bevonden vierde middel alvast niet mag worden aangenomen dat hij geslaagd zou kunnen worden verklaard; Overwegende dat, gelet op hetgeen voorafgaat, in zoverre verzoeker zijn belang dan zoekt in de overdracht van cijfers van bepaalde vakken, die ambitie afstoot op artikel 40 van het examenreglement dat betreffende jaaroverdrachten voorschrijft dat studenten, opdat hun deze overdrachten worden toegestaan, onder meer “voor alle opleidingsonderdelen van het studiejaar samengenomen ten minste de helft van de punten hebben behaald”; dat in de lijn van verzoekers bewering het practicum statistiek geen examen kan zijn en dus, zonder met de quotering ervan rekening te houden, verzoeker nog steeds een totaalscore van slechts 78 op 180 heeft en zelfs met een onwaarschijnlijk maximum van de punten op het betwiste practicum (20/20) in totaal nog niet de helft maar wel slechts 98/200 haalt; dat dezelfde conclusie geldt voor wat betreft de aanvulling met opleidingsonderdelen van een volgend jaarprogramma aangezien de onmogelijkheid om zulks te doen een gevolg is van het feit dat hij geen overdracht van examencijfers kan krijgen; dat artikel 40ter van het examenreglement immers het voorafnemen van opleidings-onderdelen uit het programma van het volgend studiejaar beperkt tot de student “voor wie in een bepaald academiejaar het jaar-programma waarvoor hij inschrijft met ten minste een derde verminderd wordt op grond van overdracht van examencijfers of van toegekende vrijstellingen”; dat dienvolgens verzoekers belang zoals hij het in zijn inleidend verzoekschrift aanbracht, niet kan worden gediend door de gevraagde nietigverklaring; XII-757-6/8 Overwegende dat verzoeker in zijn laatste memorie nog gewag maakt van een ‘moreel belang’ wegens ‘gezichtsverlies’ omdat de verwerende partij haar fout met betrekking tot de organisatie van het practicum statistiek weigert te erkennen; dat, zoals gezien, de erkenning van de fout die verzoeker in hoofde van de verwerende partij wil zien worden vastgesteld, hem niet het met zijn verzoekschrift beoogde voordeel kan opleveren; dat dan weer het enkele belang bij de vaststelling dat de verwerende partij een fout heeft begaan -zijnde het belang, niet bij een nietigverklaring op zich, maar louter bij de vaststelling van een onwettigheid- onvoldoende rechtstreeks is; Overwegende dat verzoekers belang niet wordt aanvaard en het beroep dienvolgens niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
  2. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  3. De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van verzoeker. Artikel
  4. Bij de publicatie van dit arrest wordt de identiteit van de erin vermelde natuurlijke personen niet opgenomen. XII-757-7/8 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achttien januari 2007 door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, C. BAMPS, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-757-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.166.881 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1998:ARR.72.657 ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.126.472 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.