← België

Arrest 166914 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 18/01/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 januari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.166.914 Rolnummer: A. 107399/VII-24103 Zaak: Arrest 166914 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 18/01/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-02-01 Raadplegingen: 49 - laatst gezien 2026-06-29 13:55 Fiche Arrest nr 166.914 van 18 januari 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 166.914 van 18 januari 2007 in de zaak A. 107.399/VII-24.

  1. In zake : de n.v. MARCO & BAETEN, die woonplaats kiest bij advocaat B. VAESEN, kantoor houdende te HASSELT, Willekensmolenstraat 72 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat B. STAELENS, kantoor houdende te BRUGGE, Stockhouderskasteel Gerard Davidstraat 46, bus
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. MARCO & BAETEN op 13 juli 2001 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw van 10 mei 2001, waarbij haar beroep ingesteld tegen het besluit van de Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest (OVAM) van 14 november 2000 waarbij deze beslist dat de verzoekende partij niet aantoont dat zij voldoet aan de voorwaarden van artikel 31 van het bodemsaneringsdecreet en bijgevolg verplicht is in te gaan op de aanmaning tot het uitvoeren van een beschrijvend bodemonderzoek, ongegrond wordt verklaard en het beroepen besluit wordt bevestigd; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de beschikking van 6 maart 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; VII-24.103-1/5 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 22 november 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 21 december 2006; Gehoord het verslag van kamervoorzitter M.-R. BRACKE; Gehoord de opmerkingen van advocaat G. LOUWET die, loco advocaat B. VAESEN verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat I. VANDEN BON die, loco advocaat B. STAELENS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verzoekende partij op 13 juli 2001 een beroep tot nietigverklaring indiende; dat de hoofdgriffier van de Raad van State op 19 juli 2001 aan de verzoekende partij en haar raadslieden een brief zond waarin werd verzocht om "de van kracht zijnde tekst van de statuten van de vennootschap" op te sturen, alsmede "een stuk waaruit blijkt dat tot het instellen van het beroep (...) is beslist door het bevoegd orgaan van de rechtspersoon handelend overeenkomstig de van toepassing zijnde wets- of statutaire bepalingen"; dat de verzoekende partij op 24 juli 2001 een kopie van haar statuten aan de Raad van State bezorgde; dat zij daarnaast het volgende meedeelde: "Daarnaast bevestigen wij U dat MARCO & BAETEN NV. de opdrachtge- ver was van Dhr. Vaesen voor de indiening van het beroep. Ikzelf als gedelegeerd bestuurder heb hiervoor de opdracht gegeven"; dat aldus uit deze brief, die werd ondertekend door de heer Peter DE NAEGHEL, uitdrukkelijk blijkt dat de gedelegeerd bestuurder van de verzoekende partij de opdracht heeft gegeven om huidig annulatieberoep in te stellen; Overwegende dat de raadsman van de verzoekende partij in de laatste memorie dienaangaande nog het volgende stelt: VII-24.103-2/5 "De beslissing tot het indienen van het annulatieberoep werd genomen door de raad van bestuur van MARCO & BAETEN NV, die op dat ogenblik was samengesteld uit enerzijds dhr. Peter DE NAEGHEL en anderzijds dhr. Francis VANDENBUSSCHE. Het is dhr. DE NAEGHEL, die uiteindelijk de opdracht in feite aan mij heeft gegeven, hetgeen bevestigd wordt door zijn schrijven dd. 24.07.2001"; Overwegende dat de verwerende partij in haar laatste memorie nog repliceert als volgt: "Er dient te worden vastgesteld dat er geen beslissing wordt voorgelegd van de Raad van Bestuur, genomen binnen de 60-dagentermijn, waarbij beslist wordt zich in verhaal voor Uw Raad te voorzien. Naast de in het auditoraatsverslag aangehaalde rechtspraak kan er uiteraard ook verwezen worden naar J. BAERT en G. DEBERSAQUES, Ontvankelijkheid, Brugge Die Keure 1996 nr.
  3. Bij gemis aan tijdig besluit van de Raad van Bestuur, is de vordering uiteraard onontvankelijk ratione personae. Uit het schrijven dat op 24 juli 2001 aan Uw Raad werd bezorgd, valt overigens af te leiden dat gedelegeerd bestuurder gemeend heeft ter zake de beslissing te kunnen nemen. Hij heeft het verkeerd voor gehad en na de 60-dagentermijn is dit niet meer herstelbaar"; Overwegende dat de verwerende partij terecht opwerpt dat de verzoekende partij niet het bewijs heeft neergelegd van haar bewering in de laatste memorie dat het wel degelijk de raad van bestuur is die de beslissing heeft genomen tot het instellen van het beroep; dat dan ook enkel rekening kan worden gehouden met de brief van 24 juli 2001 waaruit blijkt dat de gedelegeerd bestuurder van de verzoekende partij die opdracht heeft gegeven om het huidig annulatieberoep in te stellen; Overwegende dat artikel 522, §2, van het wetboek van vennoot- schappen bepaalt dat de raad van bestuur de vennootschap vertegenwoordigt jegens derden en in rechte als eiser of als verweerder, dat de statuten echter aan een of meer bestuurders bevoegdheid kunnen verlenen om alleen of gezamenlijk de vennootschap te vertegenwoordigen, dat zodanige bepaling aan derden kan worden tegengeworpen, dat de statuten aan deze bevoegdheid beperkingen kunnen aanbrengen, maar dat deze beperkingen, evenmin als de eventuele verdeling van de taken door de bestuurders overeengekomen, niet aan derden kunnen worden tegengeworpen, ook al is die beperking of verdeling openbaar gemaakt; Overwegende dat in artikel 10 van de statuten van de verzoekende partij onder meer het volgende wordt gesteld: "Titel III. - Raad van Bestuur. VII-24.103-3/5 Artikel
  4. - Samenstelling - Toezicht - Belangenconflicten: De vennootschap wordt bestuurd door een raad van minstens drie bestuur- ders, al of niet vennoten, benoemd door de algemene vergadering voor een termijn van ten hoogste zes jaar. Wanneer de vennootschap wordt opgericht door twee personen of wanneer op een algemene vergadering van de aandeelhouders wordt vastgesteld dat deze uit niet meer dan twee aandeelhouders bestaat, kan de samenstelling van de raad van bestuur zich beperken tot twee leden en dit totdat de gewone algemene vergadering, volgend op de vaststelling met alle rechtsmiddelen dat er meer dan twee aandeelhouders bestaan, plaatsvindt"; dat in artikel 12 van deze statuten onder meer wordt gesteld: "Artikel
  5. - Machten - Terugkoop eigen aandelen - Minderheidsvorde- ringen: De Raad van Bestuur beschikt over de meest uitgebreide machten die hem volgens de wet mogen toegekend worden. Hij heeft namelijk de macht op eigen gezag en zonder de algemene vergadering te raadplegen ondermeer alle kontrakten af te sluiten, alle roerende en onroerende goederen te huren, verhuren, kopen, verkopen of ruilen; panden en hypotheken te vestigen met of zonder beding van gedwongen tenuitvoer- legging van alle rechten, hypotheken en ontbindende vorderingen te verzaken, opheffing te verlenen van hypotheken en dit zowel met als zonder betaling, dadingen en compromissen aan te gaan betreffende alle geschillen. De vennootschap is gebonden door de rechtshandelingen, die worden verricht door de Raad van Bestuur zelfs indien die handelingen de grenzen van het vennootschapsdoel overschrijden, tenzij zij aantoont dat de derde wist dat de handelingen de grenzen van dit doel overschreden, of hiervan, gezien de omstandigheden, niet onkundig kon zijn; bekendmaking van de statuten alleen is hiertoe echter geen voldoende bewijs"; dat artikel 13 van deze statuten dan weer luidt als volgt: "Artikel
  6. - Overdracht-vorderingen: De Raad van Bestuur mag voor het dagelijks bestuur der vennootschap één of meer gedelegeerde bestuurders aanstellen. Hij benoemt direkteurs, sekretarissen, gevolmachtigden en andere lasthebbers en stelt hun wedden en vergoedingen vast. Rechtsvorderingen worden in naam van de vennootschap als eiseres en als verweerster ingespannen door de Raad van Bestuur, ter benaarstiging hetzij van de voorzitter van de Raad van Bestuur, hetzij van een gedelegeerd bestuurder, benoemd zoals voorzien onder voorgaande alinea, hetzij nog van twee bestuurders"; dat ten slotte in artikel 14 van deze statuten het volgende is bepaald: "Artikel
  7. - Vertegenwoordiging: Alle akten die de vennootschap verbinden in en buiten rechten alsmede alle machten en volmachten betreffende deze zaken, worden behoudens afvaardiging, geldig ondertekend hetzij door twee bestuurders, hetzij door een gedelegeerd bestuurder benoemd zoals voorzien onder artikel 13 hierboven, die hun machten niet zullen moeten rechtvaardigen tegenover derden, zelfs niet tegenover de hypotheekbewaarders of andere ministeriële ambtenaren"; VII-24.103-4/5 Overwegende dat noch in deze bepalingen, noch in enig ander artikel van de statuten een bevoegdheidsdelegatie kan worden gelezen die er ondubbelzinnig toe strekt dat de afgevaardigd bestuurder bevoegd is de beslissing te nemen tot het instellen van een annulatieberoep; dat artikel 13 van de statuten daarentegen de in de wet bepaalde bevoegdheid van de raad van bestuur bevestigt; dat voormeld artikel van de statuten van de verzoekende partij met betrekking tot de gedelegeerd bestuurder louter bepaalt dat deze kan voorstellen aan de raad van bestuur om een rechtsvordering in te stellen, terwijl artikel 14 van de statuten dan weer louter betrekking heeft op de ondertekening van akten die de vennootschap verbinden; dat bijgevolg dient te worden besloten dat de verzoekende partij niet heeft aangetoond dat haar bevoegd orgaan de beslissing tot het instellen van het onderhavig annulatieberoep heeft genomen; dat het beroep dan ook onontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
  8. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  9. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achttien januari tweeduizend en zeven, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, de H. E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. Ch. BAMPS staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-24.103-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.166.914 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.