id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 januari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.166.970 Rolnummer: A. 155076/XIV-20472 Zaak: Arrest 166970 - Dienst Vreemdelingenzaken - 19/01/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-02-02 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-06-29 13:59 Fiche Arrest nr 166.970 van 19 januari 2007 Vreemdelingen - Dienst Vreemdelingenzaken Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 166.970 van 19 januari 2007 in de zaak A. 155.076 /XIV-20.
- In zake : XXX, die woonplaats kiest bij Advocaat M. VAN WEYENBERGHE, kantoor houdende te 1930 ZAVENTEM, Stationsstraat 4 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. ------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat, geboren op 20 mei 1939 en van Kongolese nationaliteit, op 26 augustus 2004 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken van 27 juli 2004 tot onontvankelijkheid van een aanvraag tot vestiging, aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 13 augustus 2004; Gelet op de beschikking van 2 september 2004 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op het administratief dossier; Gezien de gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur M. STERCK, d.d. 13 oktober 2006 op grond van artikel 23 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gelet op het verzoek tot voortzetting teneinde te worden gehoord van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 14 november 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op woensdag 10 januari 2007 om 10.00 uur; Gehoord het verslag van Staatsraad Ch. BAMPS; XIV-20.472-1/5 Gehoord de opmerkingen van Advocaat M. VAN WEYENBERGHE, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van Advocaat A. DE MEU, die loco Advocaat E. MATTERNE verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd R. VANDER ELSTRAETEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Over de feitelijke gegevens van de zaak. 1.
- De verzoekende partij komt België binnen, in het bezit van een paspoort voorzien van een Schengenvisum geldig voor 30 dagen. Ze legt een aankomstverklaring af op 29 september 2003 te Evere. 1.
- Op 22 januari 2004 wordt aan de verzoekende partij een bevel ter kennis gebracht om het grondgebied van het Rijk te verlaten, omdat haar regelmatig verblijf is verstreken. De verzoekende partij diende geen beroep in tegen dit bevel. 1.
- Op 29 juni 2004 dient de verzoekende partij een aanvraag tot vestiging in, als aanverwant van een Belgische onderdaan. 1.
- Op 27 juli 2004 verklaart de minister van Binnenlandse Zaken deze aanvraag onontvankelijk, dit is de bestreden beslissing die als volgt luidt: “(...) de aanvraag tot vestiging ingediend op 29/06/2004, in uitvoering van artikel 61 van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 (...) door XXX geboren te LUTUMBE RDC op 20/05/1939 onderdaan van Congo (Dem. Rep.), is onontvankelijk. REDEN VAN DE BESLISSING: De betrokkene maakt niet het vereiste bewijs over aangaande de bloed- of aanverwantschap met de E.G.- vreemdeling of Belgische onderdaan. Motivering: geen conform gelegaliseerd bewijs van verwantschap (geen gelegaliseerde geboorteakte van de dochter) waaruit de verwantschap blijkt met de Belgische/Europese onderdaan Miss Bengale in functie van wie de aanvraag tot vestiging werd ingediend. - omzendbrief betreffende de legalisatie van buitenlandse akten van de burgerlijke stand dd. 17 februari 1993 (Belgisch Staatsblad van 27 maart 1993). - verdrag van Den Haag dd. 5 oktober 1961 tot afschaffing van de vereiste legalisatie van de buitenlandse openbare akten (wet van 5 juni 1975, BS 7 februari 1976). (...)”. 1.
- Op 27 juli 2004 neemt de minister van Binnenlandse Zaken ten opzichte van de verzoekende partij een bevel om het grondgebied te verlaten. Dit bevel wordt op 13 augustus 2004 ter kennis gebracht. De verzoekende partij tekent bij de Raad van State XIV-20.472-2/5 beroep aan tegen dit bevel. Deze zaak is ter griffie gekend onder het nummer G/A.155.097/XIV-20.
- Over de gegrondheid van de zaak. 2.
- Overwegende dat de verzoekende partij een enig middel aanvoert dat als volgt luidt: “3.
- De Minister van Binnenlandse Zaken is tekortgeschoten in zijn motiveringsplicht. De Minister van Binnenlandse Zaken weerhield in de beslissing van 27 juli 2004 volgende motiveringen:
- ‘De betrokkene maakt niet het vereiste bewijs over aangaande de bloed- of aanverwantschap met de E.G. - vreemdeling of Belgische onderdaan. Er is geen conform gelegaliseerd bewijs van verwantschap (geen gelegaliseerde geboorteakte van de dochter) waaruit de verwantschap blijkt met de Belgische / Europese onderdaan Miss Bengale in functie van wie de aanvraag tot vestiging werd ingediend.’ Op te merken valt dat verzoekster wel een gelegaliseerd attest van geboorte heeft overgemaakt; Dat op dit attest duidelijk vermeld staat dat de afgifte van een geboorteattest door de Congolese autoriteiten zeer moeilijk is n gelet op het feit dat de archieven zijn verwoest ; Dat verzoekster het nodige heeft gedaan opdat de nodige documenten zouden kunnen worden afgeleverd; Dat de Congolese diensten zelf melden dat hun archieven vernield zijn en dat ze een geboorteakte niet kunnen afleveren ; Dat ze in de plaats een geboorteattest afleveren ; Dat hieruit ook voldoende de gevraagde gegevens blijken ; De Minister van Binnenlandse Zaken zijn beslissing bijgevolg niet voldoende motiveert en niet op een geldige wijze motiveert waarom verzoeksters aanvraag tot vestiging onontvankelijk wordt verklaard ; Dat de beslissing bijgevolg niet wettelijk gemotiveerd is; Door deze motieven ingegeven en onder voorbehoud van motieven, later te ontwikkelen na inzage van het administratief dossier, ”; 2.
- Overwegende dat de verwerende partij in de memorie van antwoord als volgt repliceert: “III DE MIDDELEN Volgens verzoekster zou de Minister van Binnenlandse Zaken zijn te kort geschoten in de motiveringsverplichting. Volgens verzoekster vermeldt het aan de aanvraag tot vestiging gevoegde attest dat het voor de Kongolese overheid zeer moeilijk is om een geboorteakte af te leveren, gezien de verwoesting van de archieven. Zij meent dat de Belgische overheid daarmee had moeten rekening houden. De verwerende partij heeft de eer daarop te antwoorden dat op 18 februari 2004 aan verzoekster werd gemeld dat de afstamming kan worden bewezen op tweeërlei wijze:
- door een officiële geboorteakte die gelegaliseerd is en vertaald
- door een DNA test (stuk 12) Verzoekster liet het bij het overmaken van een geboorteattest, dat niet het document is zoals bedoeld onder 1, supra. De motivering zoals die voorkomt in de bestreden beslissing is voldoende duidelijk en laat geen twijfel bestaan omtrent de draagwijdte. Het enige middel is niet gegrond. ”; 2.
- Overwegende dat de verzoekende partij in de memorie van wederantwoord herhaalt wat zij heeft aangevoerd in het inleidend verzoekschrift; XIV-20.472-3/5 2.
- Overwegende dat de verzoekende partij in een enig middel de schending aanvoert van de motiveringsplicht, omdat zij wel een gelegaliseerd geboorteattest heeft ingediend, waarin wordt vermeld dat de afgifte van een geboorteakte door de Kongolese autoriteiten zeer moeilijk is omdat de archieven zijn verwoest; Overwegende dat overeenkomstig artikel 44, § 1, van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, de vreemdeling voorafgaandelijk het bewijs dient te overleggen van bloed- of aanverwantschap met de E.G.-vreemdeling of de Belgische onderdaan met wie hij zich komt vestigen; Overwegende dat in de omzendbrief van 14 juli 1998 betreffende de verblijfsvoorwaarden voor E.G.-onderdanen en hun familieleden alsmede de verblijfsvoorwaarden voor vreemde familieleden van de Belgische onderdanen, gespecifieerd wordt dat dit bewijs van bloed- of aanverwantschap, indien het afkomstig is van een vreemde autoriteit, een met het origineel eenvormig verklaarde kopie moet zijn, die gelegaliseerd werd; Overwegende dat uit de gegevens van het dossier blijkt dat er op 18 februari 2003 hierover een telefonisch contact was tussen de gemeente Affligem en de Dienst Vreemdelingenzaken, waarbij werd meegedeeld dat het ingediende geboorteattest niet voldoende was om de afstamming te bewijzen, maar dat het een officiële geboorteakte moet zijn die gelegaliseerd en vertaald is, of een DNA-test; Overwegende dat de verzoekende partij een geboorteattest verstrekt door de Consul-generaal van Kongo in België heeft ingediend als bewijs van bloedverwantschap; dat dit geboorteattest niet gelegaliseerd was; dat zij heeft nagelaten een DNA-test te ondergaan; dat de minister van Binnenlandse Zaken bijgevolg in alle redelijkheid kon besluiten tot de onontvankelijkheid van de aanvraag tot vestiging van de verzoekende partij; dat de verzoekende partij niet aantoont dat de motieven van de bestreden beslissing onredelijk of niet afdoende zijn; dat de motiveringsplicht niet wordt geschonden; dat het enig middel ongegrond is;
- Overwegende dat de verzoekende partij geen gegrond middel tot nietigverklaring heeft aangevoerd; dat derhalve het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen, XIV-20.472-4/5 BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op negentien januari tweeduizend en zeven, door : Mevr. Ch. BAMPS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. DE SMET, griffier. De griffier, De voorzitter, A. DE SMET. Ch. BAMPS. XIV-20.472-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.166.970 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.