id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 januari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.166.999 Rolnummer: A. 172725/XII-4759 Zaak: Arrest 166999 - Varia (onderwijs en cultuur) - 23/01/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-02-01 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-06-29 14:11 Fiche Arrest nr 166.999 van 23 januari 2007 Onderwijs en cultuur - Varia (onderwijs en cultuur) Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 166.999 van 23 januari 2007 in de zaak A. 172.725/XII-
- In zake : de GEMEENTE BUGGENHOUT, die woonplaats kiest bij advocaat W. Van der Gucht, kantoor houdende te Gent, Sint-Denijslaan 201 tegen : het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij advocaat T. De Sutter, kantoor houdende te Gent, Koning Albertlaan
- tussenkomende partij : Johan PEETERS, die woonplaats kiest bij advocaat J. Van Weyenberg, kantoor houdende te Dendermonde, Koningin Astridlaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de gemeente Buggenhout op 8 mei 2006 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van “het besluit van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering van 16 maart 2006 in zoverre dit het besluit van het college van burgemeester en schepenen inzake de tijdelijke aanstelling van een waarnemend directeur bij de gemeentelijke basisschool, met ingang van 1 september 2005, voor de duur van het schooljaar 2005-2006, en het raadsbesluit van 26 januari 2006 tot bekrachtiging van het voornoemde collegebesluit inzake de aanstelling van een waarnemend directeur vernietigt”; Gezien het op 9 mei 2006 ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de nietigverklaring vordert van hetzelfde besluit; Gezien de nota van de verwerende partij; XII-4759-1/6 Gezien het verslag opgemaakt door auditeur D. Mareen; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 17 november 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 19 december 2006; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat F. Dieu, die verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat T. De Sutter, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat J. Van Weyenberg, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur D. Mareen; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, WIJST NA BERAAD HET VOLGENDE ARREST: Procedure
- Johan Peeters vraagt met een verzoekschrift van 30 mei 2006 om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. Hij is de tegenkandidaat voor de in geding zijnde betrekking, wat genoegzaam verantwoordt dat zijn verzoek wordt ingewilligd. Feitelijke gegevens van de zaak
- De voorliggende vordering is te situeren in een reeds jaren aanslepende rechtsstrijd tussen verzoekster en tussenkomende partij nopens de benoeming of aanstelling van een directeur van de gemeentelijke basisschool. Om “geen enkele twijfel te laten bestaan over zijn wil om de heer Johan Peeters te blijven afwijzen voor een definitieve benoeming in dit ambt”, besluit de gemeenteraad van de gemeente Buggenhout op 22 december 2005 uitdrukkelijk om Johan Peeters niet te benoemen voor de betrekking in het kader van de door alle verwikkelingen heen XII-4759-2/6 nog steeds niet ingevulde vacantverklaring van 26 februari
- Johan Peeters was de enige in die benoemingsprocedure nog overgebleven kandidaat. Op 27 december 2005 oordeelde het college van burgemeester en schepenen dat tot de aanstelling van een waarnemend directeur zou worden overgegaan, en besloot het college om L. Vermeir als waarnemend directeur aan te stellen voor de duur van het schooljaar 2005-2006 of tot de vroegere indienstneming van een vast benoemd directeur. Op 26 januari 2006 bekrachtigt de gemeenteraad dit collegebesluit. Ingevolge een klacht van tussenkomende partij vernietigt de Vlaamse minister van binnenlands bestuur op 16 maart 2006 de gemeenteraads- besluiten van 22 december 2005 en 26 januari 2006 alsook het collegebesluit van 27 december
- Verzoekster dient een beroep in tot nietigverklaring van het ministerieel besluit van 16 maart
- In de thans voorliggende vordering tot schorsing vraagt zij enkel de schorsing van tenuitvoerlegging van dit besluit inzoverre dit het collegebesluit en het raadsbesluit inzake de tijdelijke aanstelling van een waarnemend directeur vernietigt. Excepties
- Er bestaat vooralsnog geen noodzaak om over de door de verwerende partij en de door de tussenkomende partij opgeworpen ontvankelijkheidsexcepties uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over die excepties is alleen nodig indien zou komen vast te staan dat de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. Schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. XII-4759-3/6
- Wat de tweede schorsvoorwaarde betreft, geeft verzoekster de volgende toelichting : “Door het bestreden besluit werd de aanstelling van de heer Luc Vermeir tot waarnemend directeur in de gemeentelijke basisschool te Buggenhout, respectievelijk bij collegebesluit van 27 december 2005 en raadsbeslissing van 26 januari 2006, vernietigd. Dit betekent dat in de gemeentelijke basisschool momenteel geen directeur is wat de normale werking van deze school evident ernstig in het gedrang brengt. Om wettelijk op een normale wijze te functioneren, heeft elke school een, desnoods waarnemend, directeur nodig. Ten gevolge van de bestreden beslissing kan de school derhalve in rechte en in feite niet langer normaal functioneren. Deze toestand wordt ook des te nijpender naarmate de inschrijvingen voor het volgend schooljaar dienen georganiseerd en opgestart te worden, hetgeen zonder de leiding van een directeur zo goed als onmogelijk is. Deze toestand is zeker op langere termijn onhoudbaar. Bij gebreke aan directie kan de school in wezen niet functioneren, en komt haar voortbestaan in het gedrang. Als de school zou dienen stop gezet te worden, is het evident dat deze nadien niet zo maar terug kan opgestart worden. Het bestuur komt door de beslissing van de Vlaamse minister in een onhoudbare patstelling terecht. Het lijkt evident onmogelijk om nog voor het einde van het schooljaar tot een definitieve benoeming van een nieuwe directeur over te gaan. Het bestuur kan anderzijds geen waarnemend directeur aanstellen, omdat zij enerzijds geen heil zien in een waarnemend directeur, waarin omzeggens het voltallige personeel geen vertrouwen heeft, terwijl de minister anderzijds dit argument niet eens wenst te ontmoeten (infra). Bijgevolg berokkent de beslissing een moeilijk te herstellen, ernstig nadeel, dat niet kan worden rechtgezet door een latere annulatieprocedure”.
- De aanstelling van de waarnemend directeur, die de gemeente door de gevorderde schorsing opnieuw uitwerking wil zien hebben, was beperkt tot het schooljaar 2005-2006 (of zelfs korter, in het geval een vast benoemde directeur eerder in dienst zou zijn getreden, wat niet is gebeurd). Niettemin heeft de gemeente er voor gekozen op 7 mei 2006, wanneer het schooljaar ten einde liep, de gewone schorsingsprocedure te volgen zonder beroep te doen op de uiterst dringende noodzakelijkheid. Het gevolg van die keuze is dat op het ogenblik van de behandeling van de zaak op de terechtzitting, en uiteraard van de uitspraak, het schooljaar reeds ten einde is en het aanstellingsbesluit hoe dan ook zijn uitwerking zou gehad hebben. Aangezien een schorsingsarrest enkel voor de toekomst effecten heeft, rijst dan ook de vraag welke baat een schorsing verzoekster nog kan bijbrengen. Gezien haar uiteenzetting in het verzoekschrift, rijst ook de vraag of de gevreesde wanorde bij de inschrijvingen werkelijkheid is geworden, en in welke mate de school thans de afgrond nabij is en stopgezet zou dienen te worden. XII-4759-4/6 Al deze vragen werden aan verzoeksters raadsman ter terechtzitting ook gesteld. Veeleer dan er een afdoende en overtuigend antwoord op te geven, welk het nut van een schorsing op dit ogenblik nog kon aantonen, moest worden erkend dat de school de zaken kan bolwerken, dat de inschrijvingen niet voor noemenswaardige problemen hebben gezorgd en, meer nog, dat de concurrent van tussenkomende partij al doet wat nodig is om ook zonder (waarnemend) directeur de school gaande te houden. In die omstandigheden komt het de Raad van State voor dat het gevreesde nadeel zich zelfs niet heeft voorgedaan en dat de vermeende “patstelling” niet zo onhoudbaar is dat verzoekster het normale verloop van de annulatieprocedure niet kan doorstaan. Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen, OM DIE REDENEN BESLUIT DE RAAD VAN STATE: Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van Johan Peeters in de vordering tot schorsing wordt ingewilligd. Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. XII-4759-5/6 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drieëntwintig januari 2007, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-4759-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.166.999 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.679 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.