id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 januari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.167.027 Rolnummer: A. 179548/XII-4957 Zaak: Arrest 167027 - Overheidsopdrachten - 23/01/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-01-29 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-29 06:19 Fiche Arrest nr 167.027 van 23 januari 2007 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 167.027 van 23 januari 2007 in de zaak A. 179.548/XII-
- In zake : de VZW ARISTA EXTERNE DIENST VOOR PREVENTIE EN BESCHERMING OP HET WERK, die woonplaats kiest bij advocaat P. Frühling, kantoor houdende te 1050 Brussel, Boondaalsesteenweg 6 tegen :
- het VLAAMSE GEWEST
- de VLAAMSE GEMEENSCHAP die woonplaats kiezen bij advocaat K. Ronse, kantoor houdende te 1050 Brussel, Louizalaan 149, bus
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de VZW Arista Externe Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk bij ter post aangetekend schrijven van 18 december 2006 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van “de gunningsbeslissing van het Agentschap voor Overheidspersoneel van de Vlaamse overheid van 8 december 2006 houdende uitsluiting van verdere beoordeling van de offerte van de v.z.w. Arista”; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de nietigverklaring vordert van dezelfde beslissing; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 21 december 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 18 januari 2007, om 10.30 uur; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; XII-4957-1/4 Gehoord de opmerkingen van advocaat P. Frühling, advocaten L. Van Dael en E. Decat, die verschijnen voor de verzoekende partij, en van advocaat K. Ronse, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. Barra; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoer- legging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende, wat de derde voorwaarde betreft, dat uit het relaas daaromtrent van verzoekende partij blijkt dat zij beoogt met de voorliggende vordering uiteindelijk nog zelf de opdracht te kunnen uitvoeren; dat zij daarbij verduidelijkt dat het om een belangrijke referentieopdracht gaat die neerkomt op 600.000 euro, dat bij verlies van de opdracht de huidige activiteiten zullen dienen te worden verminderd; dat ze voorts wijst op haar geschonden reputatie en commerciële strategie en ten slotte stelt dat de bestreden beslissing, door de bevoegdheden van de algemeen directeur in vraag te stellen, bij de activiteiten zelf van verzoekende partij vragen doet rijzen; Overwegende dat verzoekende partij de schorsing van de tenuitvoerlegging vordert van de beslissing van 8 december 2006 van de administrateur-generaal van het Agentschap voor Overheidspersoneel “houdende uitsluiting van verdere beoordeling van de offerte van de v.z.w. Arista”; dat verzoekende partij zelf als haar stuk 2 de brief van 8 december 2006 bijbrengt van verwerende partij aan haar gericht waarbij haar ter kennis wordt gebracht dat haar offerte onregelmatig is verklaard; dat een bijlage bij die brief een “beknopt beoordelingsverslag” is waarin benevens de onregelmatigheid van de offerte van verzoekende partij, ook wordt vastgesteld dat de opdracht inzake perceel 1, het enige perceel waar verzoekende partij voor inschreef, wordt toegewezen aan VZW Idewe; XII-4957-2/4 dat op 8 december 2006 de administrateur-generaal van het Agentschap voor Overheidspersoneel de beslissing neemt waarbij de offerte van verzoekende partij onregelmatig wordt verklaard, en onder meer het in het geding zijnde perceel 1 wordt toegewezen aan VZW Idewe; dat voorts met een brief gedagtekend op 19 december 2006 aan VZW Idewe de toewijzingsbeslissing wordt betekend; Overwegende dat verzoekende partij haar vordering beperkt -overigens ook haar annulatieberoep- tot de beslissing in zoverre daarin haar offerte onregelmatig wordt verklaard; dat ze niet als voorwerp van haar beroep de beslissing aangeeft in zoverre daarin de opdracht toegewezen wordt aan de VZW Idewe; dat aldus een schorsing van de bestreden beslissing zoals deze in het schorsingsverzoekschrift is omschreven, het door verzoekende partij aangevoerd nadeel niet kan weren; dat immers, zelfs indien de gevraagde schorsing wordt bevolen, de toewijzingsbeslissing onverlet wordt gelaten en het door de tenuitvoerlegging van die beslissing is dat het aangevoerde nadeel wordt teweeggebracht; dat verzoekende partij nochtans met de voormelde brief van 8 december 2006 in kennis is gesteld van de gehele bestreden beslissing; dat zij echter, zelfs na kennisname van de nota van verwerende partij en het administratief dossier dat die toewijzingsbeslissing bevat, geen voorziening tegen die beslissing heeft ingesteld; dat die toewijzingsbeslissing nochtans ertoe strekte een andere inschrijver dan verzoekende partij de opdracht te doen uitvoeren; dat aldus het nadeel waardoor verzoekende partij aanvoert te zijn bedreigd, niet kan worden tenietgedaan of vermeden door de gevraagde schorsing; dat aan de derde van de door het voormelde artikel 17 gestelde voorwaarden niet is voldaan; dat die vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing af te wijzen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld. XII-4957-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drieëntwintig januari 2007, door : de H. D. VERBIEST, kamervoorzitter, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-4957-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.167.027 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.169.983 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.