id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 januari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.167.028 Rolnummer: A. 179579/XII-4959 Zaak: Arrest 167028 - Overheidsopdrachten - 23/01/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-01-26 Raadplegingen: 46 - laatst gezien 2026-06-29 06:19 Fiche Arrest nr 167.028 van 23 januari 2007 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 167.028 van 23 januari 2007 in de zaak A. 179.579/XII-
- In zake : de NV CH CLEANING SERVICES, die woonplaats kiest bij advocaat E. Wouters, kantoor houdende te Balen, Lindestraat 2 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Landsverdediging. tussenkomende partij : de NV ISS, die woonplaats kiest bij advocaat C. De Wolf, kantoor houdende te Maarkedal, Etikhovestraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de NV Ch Cleaning Services op 20 december 2006 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van “de beslissing van de Algemene Directie Material Resources, divisie ‘Procurement’, sectie ‘Infrastructure’, ondersectie ‘Services’, gevestigd te 1140 Brussel, Eversestraat 1, kwartier Koningin Elisabeth, dd 11 december 2006, waarbij aan verzoeker werd meegedeeld dat zij niet werd geselecteerd voor de toewijzing van de opdracht die betrekking heeft op : - ‘huishoudelijke schoonmaak van militaire gebouwen en infrastructuur - regio Peutie - NOH - bestek 7IS404’”; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 22 december 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 18 januari 2007, om 10.30 uur; XII-4959-1/4 Gezien het op 5 januari 2007 ingediende verzoekschrift waarbij de NV ISS vraagt in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat zij als concurrerende inschrijver betrokken is bij de bestreden beslissing en erbij belang heeft dat de vordering wordt afgewezen; dat haar verzoek dienvolgens moet worden ingewilligd; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat E. Wouters, die verschijnt voor de verzoekende partij, van kolonel militair administrateur R. Gerits, en van luitenant-kolonel militair administrateur A. De Decker, die verschijnen voor de verwerende partij, en van advocaat C. De Wolf, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. Barra; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoer- legging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende, wat de derde voorwaarde betreft, dat uit het relaas daaromtrent van verzoekende partij blijkt dat zij beoogt met de voorliggende vordering uiteindelijk nog zelf de opdracht te kunnen uitvoeren; dat ze daarbij verduidelijkt dat zonder de gevraagde schorsing haar de kans ontnomen wordt tot het verwerven van een bijkomende referentie voor het betrokken soort opdrachten en tevens wijst op de aanzienlijke waarde van de opdracht die per jaar 1.242.142,82 euro omzetverhoging zou meebrengen; XII-4959-2/4 Overwegende dat verzoekende partij de schorsing van de tenuitvoerlegging vordert van een beslissing waarvan ze bij brief van 11 december 2006 kennis kreeg en waarbij ze niet werd geselecteerd voor de toewijzing van een schoonmaakopdracht omdat zij de gevraagde technische capaciteit niet zou bezitten; dat verzoekende partij haar vordering beperkt tot die beslissing van niet-selectie; dat ze niet als voorwerp van haar beroep de beslissing aangeeft waarbij de opdracht wordt toegewezen aan een andere inschrijver; dat zulks te dezen gebeurde bij beslissing van 8 december 2006 waarbij de opdracht werd toegewezen aan de tussenkomende partij; dat aldus een schorsing van de bestreden beslissing zoals deze in het schorsingsverzoekschrift is omschreven, het door verzoekende partij aangevoerd nadeel niet kan weren; dat immers, zelfs indien de gevraagde schorsing wordt bevolen, de toewijzingsbeslissing onverlet wordt gelaten en het door de tenuitvoerlegging van die beslissing is dat het aangevoerde nadeel wordt teweeggebracht; dat verzoekende partij nochtans kennis kon hebben van de toewijzingsbeslissing, zekerlijk na kennisname van de nota van verwerende partij en van het administratief dossier, maar verwerende partij op geen moment bevraagd heeft betreffende de toewijzing en in elk geval geen voorziening tegen de toewijzingsbeslissing heeft ingesteld; dat die beslissing nochtans ertoe strekte een andere inschrijver dan verzoekende partij de opdracht te doen uitvoeren; dat aldus het nadeel waardoor verzoekende partij aanvoert te zijn bedreigd, niet kan worden tenietgedaan of vermeden door de gevraagde schorsing; dat aan de derde van de door het voormelde artikel 17 gestelde voorwaarden niet is voldaan; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen, BESLUIT: Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van de NV ISS in het administratief kort geding bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt ingewilligd. Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. XII-4959-3/4 Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drieëntwintig januari 2007, door : de H. D. VERBIEST, kamervoorzitter, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-4959-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.167.028 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.