id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 januari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.167.109 Rolnummer: A. 107111/XII-3196 Zaak: Arrest 167109 - Varia (onderwijs en cultuur) - 25/01/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-02-09 Raadplegingen: 48 - laatst gezien 2026-06-29 14:21 Fiche Arrest nr 167.109 van 25 januari 2007 Onderwijs en cultuur - Varia (onderwijs en cultuur) Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 167.109 van 25 januari 2007 in de zaak A. 107.111/XII-
- In zake : de GEMEENTE WEZEMBEEK-OPPEM, die woonplaats kiest bij advocaat M. Uyttendaele, kantoor houdende te 1060 Brussel, Bronstraat 68 tegen : de GOUVERNEUR VAN DE PROVINCIE VLAAMS- BRABANT, die woonplaats kiest bij advocaat B. Staelens, kantoor houdende te Brugge, Stockhouderskasteel, Gerard Davidstraat 46, bus
- tussenkomende partijen:
- Marc VINETTE, die woonplaats kiest bij advocaat M. Uyttendaele, kantoor houdende te 1060 Brussel, Bronstraat 68
- Mélanie DAVID, die woonplaats kiest bij advocaat G. Generet, kantoor houdende te 1000 Brussel, Terkamerenlaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de gemeente Wezembeek-Oppem op 9 januari 2001 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 4 mei 2001 van de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant tot vernietiging van de besluiten van 21 december 2000 van de gemeenteraad van Wezembeek-Oppem houdende benoeming in vast verband van Mélanie David als onderwijzeres voor 24 uren per week en van Marc Vinette als onderwijzer voor 12 uren per week aan de Franstalige gemeenteschool “Het Hoeveke”, vanaf 1 januari 2001; XII-3196-1/7 Gelet op het arrest nr. 140.804 van 17 februari 2005, waarbij de debatten worden heropend en aan het Arbitragehof prejudiciële vragen worden gesteld; Gezien het arrest nr. 65/2006 van het Arbitragehof van 3 mei 2006; Gezien het aanvullend verslag opgemaakt door auditeur H. Colin; Gelet op de beschikking van 8 juni 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 17 oktober 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 19 december 2006; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat J.-F. De Bock, die loco advocaat M. Uyttendaele verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat B. Staelens, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat J.-F. De Bock, die loco advocaat G. Generet verschijnt voor de tweede tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur H. Colin; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
- Overwegende dat de feitelijke gegevens van de zaak en het relevante wettelijk kader worden uiteengezet in het tussenarrest nr. 140.804 van 17 februari 2005; dat hieruit vooral mag worden onthouden en wordt herhaald wat volgt : XII-3196-2/7 Bij besluit van 21 december 2000 van de gemeenteraad van Wezembeek-Oppem wordt Marc Vinette, in het bezit van het diploma van onderwijzer, uitgereikt door het “Institut des Dames de Marie”, vanaf 1 januari 2001 benoemd tot onderwijzer in vast verband voor 12 uren per week aan de Franstalige gemeenteschool “Het Hoeveke”. Bij besluit van dezelfde datum wordt Mélanie David, in het bezit van het diploma van onderwijzeres, uitgereikt door de “Ecole Normale Catholique du Brabant Wallon”, vanaf 1 januari 2001 benoemd tot onderwijzeres in vast verband voor 24 uren per week aan diezelfde Franstalige gemeenteschool “Het Hoeveke”. Zowel M. Vinette als M. David zijn in het bezit van het getuigschrift “grondige kennis verplichte tweede taal Nederlands in het lager onderwijs”, afgegeven door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap ingesteld ter uitvoering van artikel 15 van de wet van 30 juli 1963 houdende taalregeling in het onderwijs, en waarin wordt verklaard dat beide benoemden, aangezien zij geslaagd zijn voor een aanvullend examen over de kennis van de Nederlandse taal, bekwaam zijn het Nederlands als wettelijk verplichte tweede taal te onderwijzen in de Franstalige lagere scholen. Bij besluit van 9 februari 2001 van de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant worden de gemeenteraadsbeslissingen van 21 december 2000 houdende benoeming van M. Vinette en M. David in hun uitvoering geschorst, overwegende dat “artikel 53 van de bestuurstaalwet bepaalt dat alleen de Vaste Wervingssecretaris bevoegd is om bewijzen inzake taalkennis vereist door de bestuurstaalwet uit te reiken”, dat “de twee bovenvermelde personeelsleden die met de genoemde gemeenteraadsbeslissingen van 21 december 2000 in vast verband benoemd worden aan de Franstalige gemeenteschool van Wezembeek-Oppem noch in het bezit zijn van het vereiste diploma waaruit blijkt dat ze het onderwijs in het Nederlands hebben genoten, noch van een getuigschrift van de vereiste kennis van het Nederlands afgeleverd door SELOR” en dat “de beslissingen van de gemeenteraad van Wezembeek-Oppem d.d. 21 december 2000 strijdig zijn met de terzake geldende taalwetten en om die reden dan ook onwettig zijn”. XII-3196-3/7 Op 19 maart 2001 neemt de gemeenteraad kennis van het schorsingsbesluit van 9 februari 2001, en beslist hij de geschorste gemeenteraads- beslissingen van 21 december 2000 te handhaven. In het handhavingsbesluit wordt onder meer aangevoerd dat de beide benoemden in het bezit zijn van het getuigschrift “grondige kennis verplichte tweede taal Nederlands in het lager onderwijs”, uitgereikt door het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, en dat zij derhalve bekwaam zijn het Nederlands als wettelijk verplichte tweede taal te onderwijzen in de Franstalige lagere scholen. Bij besluit van 4 mei 2001 van de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant worden de besluiten van 21 december 2000 van de gemeenteraad van Wezembeek-Oppem houdende benoeming in vast verband van M. David en M. Vinette aan de Franstalige gemeenteschool “Het Hoeveke” vernietigd omdat die besluiten “strijdig zijn met de terzake geldende taalwetten en om die reden dan ook onwettig zijn”;
- Overwegende dat verzoekster in het derde middel van het inleidend verzoekschrift, ontleend aan “de schending van het principe van het gezag verschuldigd aan de handelingen van de overheid, van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, meer bepaald het redelijkheidsbeginsel en het vertrouwens- beginsel, aan de miskenning van substantiële en/of op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen en aan de machtsoverschrijding”, aanvoert dat in het bestreden besluit wordt voorgehouden dat, ofschoon de twee door haar benoemde leerkrachten in het bezit zijn van een getuigschrift “grondige kennis van het Nederlands” afgegeven door de Vlaamse Gemeenschap, zij niet in aanmerking komen omdat dit getuigschrift niet werd uitgereikt door de federale overheid, terwijl bezwaarlijk betwist kan worden dat het getuigschrift dat door de Vlaamse Gemeenschap aan de betrokkenen werd afgegeven het onweerlegbaar bewijs levert dat zij aan de taalvereisten voldoen; Overwegende dat verwerende partij in de memorie van antwoord repliceert dat zij zich uiteraard niet op het standpunt stelt dat enig getuigschrift van de Vlaamse Gemeenschap op één of andere wijze niet zou deugen, dat de gouverneur uiteraard op geen enkele wijze wenst het gezag van de Vlaamse Gemeenschap in vraag te stellen, dat artikel 53 van de bestuurstaalwet echter nu eenmaal voorschrijft dat de vaste wervingssecretaris -thans Selor- alléén bevoegd is om bewijzen omtrent de bij de bestuurstaalwet vereiste taalkennis uit te reiken, dat er dan ook zonder meer XII-3196-4/7 geen beoordeling kan worden gemaakt of andere getuigschriften al dan niet evenwaardig zouden zijn, omdat de wet duidelijk is, dat algemene beginselen uiteraard niet contra legem kunnen worden ingeroepen, dat de wetgever er uitdrukkelijk in heeft voorzien dat enkel en alleen de vaste wervingssecretaris en niemand anders bevoegd is om bewijzen te verlenen, en dat zulks elke discussie nopens de mogelijkheden tot interpretatie uitsluit;
- Overwegende dat de Raad van State in het arrest nr. 140.804 besloot, op grond van de aldaar onder 3.2.1.
- en 3.2.1.
- weergegeven overwegingen, “dat het bestreden besluit van de gouverneur hoe dan ook terecht overweegt dat de gemeenteraadsbesluiten strijdig zijn met de ‘geldende taalwetten’; dat dan de vraag is of de ‘geldende taalwetten’ zelf in overeenstemming zijn met de door verzoekende partij aangevoerde grondwetsbepalingen; dat het antwoord op die vraag gegeven moet worden door het Arbitragehof”;
- Overwegende dat het Arbitragehof in het arrest nr. 65/2006 onder meer heeft onderzocht of artikel 53 van de bestuurstaalwet niet tot gevolg heeft dat categorieën van personen die zich in verschillende situaties bevinden, op dezelfde manier worden behandeld; dat het in dat verband overwoog : “B.26.
- Wanneer de kandidaten voor een ambt van lid van het onderwijzend personeel in een Franstalige gemeentelijke basisschool van een randgemeente, zoals blijkt uit het verwijzingsarrest nr. 140.804, in het bezit zijn van een getuigschrift «grondige kennis verplichte tweede taal Nederlands in het lager onderwijs», uitgereikt door «de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap ingesteld ter uitvoering van artikel 15 van de wet van 30 juli 1963 houdende taalregeling in het onderwijs», waaruit hun kennis van het Nederlands blijkt, is de verplichting om zich nogmaals te onderwerpen aan een door Selor georganiseerd taalexamen onevenredig met de door de wetgever nagestreefde doelstelling. B.26.
- Artikel 53 van de bestuurstaalwet is in die mate niet bestaanbaar met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet”; dat het Hof dienvolgens zegt voor recht : “Artikel 53 van dezelfde wetten schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet doordat het niet toestaat dat de kandidaten voor een ambt van lid van het onderwijzend personeel in een Franstalige gemeentelijke basisschool van een randgemeente, die voor de bevoegde examencommissie het bewijs hebben geleverd van «grondige kennis verplichte tweede taal Nederlands in het lager onderwijs», worden vrijgesteld van het door Selor georganiseerde examen”; XII-3196-5/7
- Overwegende dat het rechtscollege dat een prejudiciële vraag gesteld heeft zich overeenkomstig artikel 28 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof voor de oplossing van het geschil naar aanleiding waarvan die vraag werd gesteld moet voegen naar het arrest van het Hof; dat uit het antwoord blijkt dat verwerende partij zich niet wettig op artikel 53 van de bestuurstaalwet heeft gesteund om uit het niet bezitten van het in die bepaling bedoelde, door Selor uitgereikte bewijs van taalkennis tot de onwettigheid te besluiten van de benoeming van de tussenkomende partijen, die wel voor de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap het bewijs hebben geleverd van “grondige kennis verplichte tweede taal Nederlands in het lager onderwijs”, BESLUIT: Artikel
- Vernietigd wordt het besluit van 4 mei 2001 van de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant tot vernietiging van de besluiten van 21 december 2000 van de gemeenteraad van Wezembeek-Oppem houdende benoeming in vast verband van Mélanie David als onderwijzeres voor 24 uren per week en van Marc Vinette als onderwijzer voor 12 uren per week aan de Franstalige gemeenteschool “Het Hoeveke”, vanaf 1 januari
- Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verwerende partij. De kosten van de tussenkomsten, bepaald op 247,90 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, elk voor de helft. XII-3196-6/7 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijfentwintig januari 2007, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-3196-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.167.109 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.140.804 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.